Aanhef
Waalre
Definitieve versie 18-12-2013
Dit document bevat het beleid van de gemeente Waalre ten aanzien van alle wet- en regelgeving, die betrekking hebben op horeca en waar de gemeente het bevoegd gezag voor is. Het beleid bevat informatie over relevante regelgeving en het sanctiebeleid.
INLEIDING
Voor u ligt het drank- en horecabeleid van de gemeente Waalre. In dit beleidsstuk wordt uiteengezet op welke wijze de gemeente Waalre haar bevoegdheden inzet, die zij heeft op grond van wet- en regelgeving welke te maken hebben met drank en horeca. De regels die betrekking hebben op het ter beschikking stellen van drank liggen voornamelijk vast in de Drank- en Horecawet (hierna ook: DHW). In deze wet zijn regels opgenomen waar horecabedrijven zich aan moeten houden. Er zijn ook regels in deze wet opgenomen voor andere partijen, zoals slijterijen, warenhuizen, evenementen en partijen, personen die in het bezit zijn van alcohol, etc.
Voor horecabedrijven zijn ook andere wetten van kracht, bijvoorbeeld de Wet op de Kansspelen, Activiteitenbesluit milieubeheer, Wet BIBOB, etc. Al deze wetten zullen in dit beleidsstuk de revue passeren.
Dit beleid betreft meerdere wetten en regels. Het is de bedoeling zo integraal mogelijk te werk te gaan, maar in een aantal gevallen is het beleid al in andere beleidstukken opgenomen. Zo heeft de gemeente Waalre bijvoorbeeld ook het evenementenbeleid en het handhavingsbeleid. In dit beleidsstuk zal waar nodig naar deze andere beleidstukken worden verwezen.
AANLEIDING BELEIDSSTUK
In februari 2008 is voor het laatst het drank- en horecabeleid door de gemeente Waalre vastgesteld. Een van de wetten waarin regels zijn opgenomen met betrekking tot het verstrekken van drank is de DHW.
Per 1 januari 2013 is de DHW gewijzigd. Met de vernieuwde DHW wil het kabinet het alcoholgebruik onder jongeren terugdringen, alcohol gerelateerde verstoring van de openbare orde aanpakken en bijdragen aan het verminderen van de administratieve lasten. De wijziging van de DHW heeft gevolgen voor gemeenten. Deze krijgen er een aantal nieuwe bevoegdheden bij, die het bijvoorbeeld mogelijk maken om regels op te stellen voor de (paracommerciële) horeca en om alcoholverstrekkers die keer op keer alcohol verstrekken aan jongeren stevig aan te pakken. Gemeenten krijgen er ook een andere zeer belangrijke taak bij: het uitvoeren van het toezicht op naleving van de DHW. Dit toezicht is per genoemde datum overgedragen van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit naar gemeenten. Deze wetswijziging is de aanleiding om het horecabeleid te herzien.
LEESWIJZER
Dit beleidsstuk is onderverdeeld in vier hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk wordt ingegaan op de wet- en regelgeving die van belang is voor horeca. De DHW is een uitgebreide wet die van belang is voor de horeca. Daarom wordt in hoofdstuk 2 apart aandacht besteed aan de DHW. In hoofdstuk 3 wordt het algemene kader voor handhaving geschetst. Dit algemene kader wordt nader uitgewerkt in hoofdstuk 4 door middel van een sanctiestrategie.
HOOFDSTUK 1. WET- EN REGELGEVING
§1.3: APV
§1.3.1. De sluitingstijden
In artikel 2.29 van de APV is geregeld op welke tijden de houder van een horecabedrijf gesloten moet zijn voor bezoekers. Tussen 02.00 uur en 06.00 uur is het niet toegestaan om het horecabedrijf geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven.
§1.3.2. Cooling down
Voor commerciële horecabedrijven wordt er een cooling down periode gehanteerd van een half uur. Dit betekent dat het horecabedrijf uiterlijk om 02.30 uur vrij moet zijn van bezoekers. De reden voor de cooling down periode is het bevorderen van een verspreid vertrek van de bezoekers met als doel de rust en openbare orde en veiligheid te bewaken. Voor paracommerciële rechtspersonen geldt deze cooling down periode niet, omdat zij gelet op de aard van activiteiten in de regel niet tot de maximale sluitingstijd geopend zullen zijn. Voor de cooling down periode gelden een aantal regels. Vanaf 02.00 uur moet het horecabedrijf;
•de verlichting in het horecabedrijf maximaal benutten (alle lampen aan);
•het schenken van drank (alcoholisch of niet) staken;
•de deur sluiten en geen bezoekers meer toelaten (ook niet bezoekers die al aanwezig waren en even naar buiten zijn gegaan);
•eventueel ten gehore gebrachte muziek uitzetten.
§1.3.3. Terras
Voor het exploiteren van een terras zijn in de regel twee vergunningen nodig, namelijk een terrasvergunning en een Drank- en Horecavergunning.
Voor het plaatsen van een terras is een vergunning op grond van de APV nodig. Bij het beoordelen van de aanvraag om een terrasvergunning wordt bekeken of het terras past in de omgeving waar het terras geplaatst wordt en of het terras geen hinder of overlast veroorzaakt.
Als het terras behoort bij een horecabedrijf waar alcoholhoudende drank geschonken wordt (en zo ook op het terras), dan maakt het terras deel uit van het horecabedrijf (inrichting).
Voor het horecabedrijf inclusief het terras is dan een vergunning op grond van de Drank- en Horecawet verplicht.
•Aan de terrasvergunning (APV) kunnen voorschriften (voorwaarden) worden verbonden. In de terrasvergunningen worden de volgende voorschriften opgenomen:
•In de vergunning wordt opgenomen voor welke periode per jaar het terras uitgestald mag zijn en gebruikt mag worden.
•Het terras mag slechts worden geplaatst op de situatietekening aangegeven vlak.
•In de vergunning wordt opgenomen op welke wijze het terras verwijderd moet worden na gebruik.
•De burgemeester kan voorschriften verbinden aan de terrasvergunning met betrekking tot de mogelijkheden voor het bebouwen van het terras met bouwwerken, waaronder in ieder geval wordt verstaan windschermen en tussenschotten.
•Het terras moet door de vergunninghouder worden schoongehouden en onderhouden.
•Op het terras mag geen muziek ter gehore worden gebracht en voorts dient, voor zover van toepassing, te worden voldaan aan de voorschriften ingevolge de Wet Milieubeheer.
•Indien het terras in de avonduren wordt verlicht, mogen de schijnwerpers/lampen niet zodanig zijn opgesteld dat zij het verkeer kunnen hinderen.
•De vergunninghouder dient te allen tijde alle noodzakelijke maatregelen te nemen om schade aan gemeente-eigendommen te voorkomen. Indien gemeente-eigendommen worden beschadigd, wordt hiervan melding gemaakt bij de gemeente en zal de schade door of vanwege de gemeente doch op kosten van de vergunninghouder worden hersteld.
•Door ambtenaren van de politie, de brandweer of door de burgemeester aangewezen ambtenaren gegeven aanwijzigen in het belang van de openbare orde en veiligheid en/of verkeer, dienen stipt te worden opgevolgd. Deze aanwijzingen kunnen betrekking hebben op het, al dan niet tijdelijk, verplaatsen van het terras. Indien de vergunninghouder in gebreke blijft, zal een en ander door of vanwege de gemeente, doch op kosten van de vergunninghouder geschieden.
•De burgemeester kan bij overtreding van de voorschriften zoals neergelegd in de vergunning, gelet op de aard en de duur ervan, deze terrasvergunning intrekken.
•De burgemeester kan naar aanleiding van veranderde omstandigheden of inzichten besluiten tot de wijziging van hetgeen in de vergunning is bepaald.
Voor het gebruik van terrassen in combinatie met (de organisatie van) een evenement zijn er incidenteel mogelijkheden voor afwijkend gebruik. Het gaat hierbij om een tijdelijk en/of afwijkend terras bij een horeca-inrichting gedurende een evenement. Het gebruik van dit tijdelijke terras wordt gelijktijdig aangevraagd met de ontheffing op grond van artikel 35 van de DHW. De toestemming voor het gebruik van het tijdelijke of afwijkende terras wordt verleend met het verlenen van de ontheffing op grond van artikel 35 van de DHW.
De burgemeester kan bepalen dat er eerder of langer gebruik mag worden gemaakt van het terras als de weersomstandigheden daar aanleiding voor geven. Dit geldt voor de terrassen waarvoor het gebruik aan een seizoen is verbonden.
§1.3.4. Evenementen
In de APV is opgenomen wanneer voor het organiseren van evenementen een vergunning of een melding nodig is. Ten tijde van het opstellen van dit beleid wordt er ook gewerkt aan een evenementenbeleid. In dat beleid wordt deze paragraaf nader uitgewerkt.
§1.3.5. Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Drank- en Horecawet
De nadere uitwerking van deze paragraaf is opgenomen in hoofdstuk 3.