5. Beleidsregels
Artikel 1. Planologische medewerking
Voor de ontwikkeling van een wind- of zonnepark wordt enkel planologische medewerking verleend, wanneer het plan voldoet aan de uitgangspunten in de artikelen 2 en goedkeuring wordt verleend aan het financieel- en procesparticipatieplan als bedoeld in artikelen 3 en 4.
Artikel 2. Financiële opbrengsten
1De financiële opbrengsten van een wind- of zonnepark moeten voor meer dan 50%, maar bij voorkeur voor 100% terugvloeien naar de lokale gemeenschap en omgeving.
2Door een coöperatieve of sociale grondaanpak voor de directe omgeving van het wind- of zonnepark wordt de grondvergoeding eerlijk verdeeld (billijk en rechtvaardig). De verdeelsleutel wordt door de direct betrokkenen (grondeigenaren en bewoners) transparant en gemeenschappelijk vastgesteld. De verdeelsleutel wordt vastgesteld voordat de locatie van windturbines en/of zonnepanelen is bepaald.
3Voor windparken wordt een omgevingsfonds voor bewoners en buurtschappen in de ruimere omgeving (afhankelijk van de lokale situatie circa 1 tot 2 kilometer rondom het project) ingesteld, te besteden aan projecten die bijdragen aan de sociaal-maatschappelijke ontwikkeling van het gebied. De bijdrage is minimaal € 1 per MWh.
4Een gemeente breed maatschappelijk energiefonds wordt gevoed door de winsten van het betreffende park bedoeld om de energietransitie met inwoners verder vorm te geven.
5Alle inwoners uit de gemeente kunnen financieel deelnemen en daarvoor een voor zeker rendement te ontvangen. Dit rendement moet hoog genoeg zijn, om voor inwoners aantrekkelijk te zijn.
Artikel 3. Financieel participatieplan
De initiatiefnemer beschrijft in een financieel participatieplan de toepassing van artikel 2 op het project, met in ieder geval de volgende punten duidelijk en eenduidig worden beschreven:
1Een ondernemingsplan en projectstructuurbeschrijving met daarin de financiële- en eigendomsstructuur:
a.de rol van de energiecoöperatie in de ontwikkeling;
b.de verdeling van de eigendommen en zeggenschapsverhouding;
c.in welke entiteit de productie-eenheden worden onder gebracht en
d.wie over de stroomaansluiting beschikt.
2Inzicht in de financiën en kasstromen door een geprognotiseerde balans, en verlies en winstrekening aan te leveren, inclusief een helder en realistisch kasstroomoverzicht gebaseerd op een reële opbrengstverwachting.
3Een onderbouwing van het financieel rendement wat geboden wordt aan inwoners bij financiële deelneming.
Artikel 4. Procesparticipatieplan
De initiatiefnemer gaat actief aan de slag door de belanghebbenden in de omgeving van een toekomstig wind- of zonnepark een actieve en betrokken rol te laten invullen bij de ontwikkeling en de exploitatie van het wind- of zonnepark. Dit betekent dat samen met relevante stakeholders transparant en collectief besproken wordt welke rol ze hebben en hoe ze deel kunnen nemen in de ontwikkeling (aan de voorkant/beginfase) en exploitatie (gedurende de uitvoeringsfase voor een periode van minimaal 15 jaar) van het betreffende zonne- of windenergiepark. Om te borgen dat deze processtappen daadwerkelijk worden doorlopen, stelt de initiatiefnemer een proces-participatieplan op dat tenminste een communicatieplan en stakeholdersanalyse bevat.
Artikel 5. Samenhangend project
1De bebouwde en onbebouwde gronden noodzakelijk voor de realisatie van zonne- en windenergieprojecten worden gezien als een samenhangend ruimtelijk complex, namelijk het windturbinepark dan wel het zonnepark. Het betreffende park beslaat een gebied met een straal van tenminste 8x de rotordiameter bij een windturbinepark en het plaatsingsgebied plus een rand van 1 kilometer bij een zonnepark.
2In een zoekgebied wordt slechts één samenhangend project ontwikkeld. Zijn er meerdere initiatiefnemers of initiatieven in het zoekgebied of in de omgeving dan moeten zij één gemeenschappelijk plan indienen voor één windturbine of zonnepark.
Artikel 6. Bijzondere omstandigheden
Omdat de ontwikkelingen op het gebied van duurzame elektriciteit door middel van grootschalige zonne- en windenergieprojecten nieuw en nog volop in ontwikkeling zijn, kan in specifieke, bijzondere of onvoorziene omstandigheden het college van burgemeester en wethouders besluiten van deze beleidsregels af te wijken.
Artikel 7. Inwerkingtreding en evaluatie
1Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na bekendmaking.
2Omdat de ontwikkelingen op het gebied van grootschalige duurzame elektriciteitsopwekking door zonne- en windenergie nog volop veranderen, wordt het onderhavige beleid jaarlijks geëvalueerd. Indien noodzakelijk wordt het beleid aangepast en opnieuw vastgesteld door de gemeenteraad van Waalre.