Aanhef
Afdeling Publiekzaken Team Vergunningen Waalre , 2008
Hoofdstuk 1 Inleiding
1.2 Visie
1.3.1 Doelstellingen
De doelstellingen van de gemeente zijn als volgt geformuleerd:
1Het beschermen van onder andere cultuurhistorische, architecturale en stedenbouwkundige waarden (mede door het uitbreiden van de gemeentelijke monumentenlijst en het actualiseren van de monumenten verordeningen);
2Het waarborgen van goed onderhoud door de eigenaren door het stimuleren van periodiek onderhoud naast de mogelijkheid van restauratie (mede door het aanpassen en actualiseren van de monumenten subsidieverordening);
3Het breed onder de aandacht van de burgers van Waalre brengen van de (potentiële) monumenten en beschermingswaardige objecten in de gemeente (door informatie verstrekking over de objecten zelf en over de mogelijkheden van onderhouden en restaureren, aankopen en verkopen en subsidiemogelijkheden en bijeenkomsten voor eigenaren van (potentiële) monumenten en burgers.
Werken volgens de visie en streven naar het behalen van de doelstellingen betekent dat een redelijk niveau van ondersteuning geboden moet worden. Er zal geïnvesteerd moet worden. De totale kosten zijn afhankelijk van onder meer de volgende keuzes: het aantal te beschermen monumenten, de hoogte van de subsidie, het niveau van onderhouds- en restauratiesubsidie en de administratieve lasten.
1.3.2 Actualiseren Monumenten verordeningen
Het actualiseren van de verordeningen is geen grote klus. De Nederlandse Vereniging voor Gemeenten (VNG) heeft een aantal model verordeningen gepubliceerd welke als goede leidraad kunnen dienen.
Begin 2008 zullen de nieuwe verordeningen in het College en de Raad worden gebracht.
1.3.3 Uitbreiden gemeentelijke monumentenlijst
Het grootste project voor een betere bescherming van de verschillende waarden in Waalre is het uitbreiden van de monumentenlijst. De aanwijzing van gemeentelijke monumenten is een grote klus. Bovendien moeten de procedures zorgvuldig gebeuren.
Om te komen tot aanwijzing van gemeentelijke monumenten worden de
volgende stappen gezet:
1inventarisatie (reeds geschied in 2002)
2beschrijving van monumenten (reeds geschied in 2002)
3selectiecriteria (in deze beleidsnota samengesteld)
4voorselectie (maart/april 2008)
5contact met de eigenaren
6hoorzitting
7selectie
8besluitvorming
9bezwaar en beroep
Om te leren van de ervaringen zijn twee evaluatie momenten ingebouwd, de eerste valt na de afsluiting van de aanwijzingsprocedure, de tweede 2 jaar na de invoering, omdat dan de effecten van het beleid duidelijk zullen zijn. Uiteraard zal ook tussentijds gemonitoord worden, zo nodig kan het beleid bijgesteld worden.
Onderdeel 1 t/m 5 is in handen van de monumentencommissie. De commissie is tevens projectleider bij de aanwijzing van gemeentelijke monumenten. In 2002 is reeds door Stichting Monumentenwacht Noord-Brabant reeds een inventarisatie geweest, waaruit een boekwerk “Voorstel aanvulling gemeentelijke monumentenlijst, Waalre 2002” is voortgekomen. Daarnaast bestaat een lijst van MIP objecten in de jaren ’80 vastgesteld door de Minister. Ook bestaat er een lijst van potentiële gemeentelijke monumenten.
Deze drie verschillende lijsten dienen samengevoegd te worden tot een overzicht waarin de potentiële gemeentelijke monumenten genoemd worden met daarbij de selectiecriteria waarom het betreffende pand op de gemeentelijke monumentenlijst moet komen te staan en een overzicht van de onderhoudsstatus van het betreffende pand. Op basis van deze punten dient de monumentencommissie een lijst van objecten samen te stellen die voorgelegd kan worden aan het college van B&W.
Onderdeel 6 t/m 9 is tevens een taak voor de gemeente. Met name de communicatie naar de potentiële eigenaren is belangrijk. Door middel van een bijeenkomst (of meerdere) en een duidelijke informatiemap kan steun worden gevonden.
Getracht wordt om zo min mogelijk bezwaren te incasseren.
1.3.4 Onderhoud en restauratie
Het leidende idee achter het onderhoud- en restauratiebeleid is dat door goed onderhoud op termijn de kosten voor restauraties zullen teruglopen en daarmee de totale kosten van het monumentensysteem. Restauratie is vaak een zeer kostbare zaak en kan vaak met periodiek goed onderhoud worden voorkomen. De belangrijkste wijziging die hiervoor moet zorgen is het aanpassen van de subsidie verordening. Ook het financieel systeem zal onder de loep genomen worden. Getracht wordt in het eerste halfjaar van 2008 de aanpassingen rond te hebben. Verder moet de hoogte van de subsidie voor zowel onderhoud als restauratie voldoende zijn om de eigenaren en/of gebruikers daadwerkelijk te stimuleren om onderhoud te plegen. Dit komt de bescherming ten goede. Ook het financiële aspect van het monumenten subsidiebeleid zal worden onderzocht. Gekeken wordt of het huidige systeem van subsidieverstrekking nog wenselijk is of dat het systeem gewijzigd moet worden.
1.3.5 Publieke opinie positiveren/draagkracht
Het in eigendom hebben van een monument wordt teveel nog gezien als een nadeel, een negatief iets, terwijl dat eigenlijk helemaal niet zo hoeft te zijn. Dit negatieve imago dient te worden omgedraaid. Informatie speelt daarbij een sleutelrol. Meer informatieverstrekking levert over het algemeen meer draagkracht op en een betere bescherming omdat er meer gebruik zal worden gemaakt van subsidiemogelijkheden voor onderhoud en restauratie. Draagvlak is de sleutel tot succes. Eigenaren en/of gebruikers moeten begrijpen waarom hun object tot gemeentelijk monument is of wordt gemaakt. De daarmee gepaard gaande nadelen dienen tenminste gedeeltelijk gecompenseerd te worden door financiële steun, trots of erkenning. Investeren in draagvlak betaald zichzelf snel terug, omdat minder bezwaren zullen binnenkomen bij bijvoorbeeld het aanwijzen van beschermingswaardige objecten tot monumenten. Informatieverstrekking aan eigenaren en burgers over alle mogelijkheden rondom een monument (subsidies, onderhoud, restauratie maar ook verbouwing etc.) is in dat opzicht uiterst belangrijk. In 2008 wordt getracht alle eigenaren en potentiële eigenaren een informatiemap te overleggen met alle benodigde informatie omtrent een monument. Ook moet een informatiemap klaarliggen voor burgers en toeristen. Een en ander zal worden neergelegd in een goed onderbouwd communicatieplan.
Hoofdstuk 2 Stand van Zaken
2.1 Wettelijke kaders
2.1.2 Rijk
Het rijksbeleid op het gebied van monumentenzorg is onder meer neergelegd in de Nota Monumentenzorg uit 1984. Aan deze nota is uitvoering gegeven middels onder meer de Monumentenwet 1988, diverse subsidieregelingen en projecten die betrekking hebben op de periode 1850-1940. Recent is daar het rijksbeleid bij gekomen voor de periode na de tweede wereld oorlog, de periode van de wederopbouw. Een honderdtal objecten zijn aan de lijst van Rijksmonumenten toegevoegd.
Bij de opzet van de Monumentenwet 1988 is een onderscheid gemaakt tussen de bescherming van monumenten (waarvoor het rijk eerstverantwoordelijke is) en de zorg voor monumenten (een verantwoordelijkheid van overheden en particulieren samen).
Tot de bevoegdheid van het rijk behoort het aanwijzen van monumenten als beschermd rijksmonument en het aanwijzen van beschermde stads- en dorpsgezichten. Hierbij wordt overigens advies gevraagd aan onder meer de gemeente via de gemeentelijke monumentencommissie.
De Monumentenwet 1988 opent voor het rijk de mogelijkheid om subsidies te verstrekken ten behoeve van het herstel en de instandhouding van beschermde rijksmonumenten.
Verdrag van Malta/Verdrag van Valletta
Op 16 januari 1992 is het verdrag van Malta, ook wel het Verdrag van Valletta genoemd, gesloten. Met dit verdrag beloofden de lidstaten van de Raad van Europa zich in te spannen om het archeologische erfgoed in Europa beter te beschermen. De reden voor dit verdrag is dat het archeologische erfgoed in heel Europa dreigde te worden vernietigd door een steeds grotere economische welvaart. In Nederland is na de ondertekening begonnen met een vertaling naar de Nederlandse wetgeving. Uiteindelijk is dat in 2007 gelukt, de Wet op de archeologische monumentenzorg. Deze wet is in werking getreden op 1 september 2007. Het principe van het Verdrag van Malta is dat de ‘bodemverstoorder betaalt’. Voornamelijk bij het opstellen en wijzigen van bestemmingsplannen moet door gemeenten en provincies voortaan rekening worden gehouden met de archeologische waarden in de bodem.
Nota Belvedère
In juli1999 brachten de ministeries van LNV, OC&W, V&W en VROM de nota Belvedère uit. De beleidsnota over de relatie tussen cultuurhistorie en ruimtelijke inrichting. De twee belangrijkste doelstellingen van de nota zijn:
•het erkennen en herkenbaar houden van de cultuurhistorische identiteit in zowel het stedelijk als landelijk gebied, als kwaliteit en uitgangspunt voor verdere ontwikkelingen;
•het versterken en benutten van de cultuurhistorische identiteit en de daarvoor bepalende kwaliteiten van de cultuurhistorisch meest waardevolle gebieden van Nederland, de zogenaamde Belvedèregebieden.
Het streven is gericht op ‘anticiperende cultuurhistorie en reflectieve ruimtelijke planning’ en het tegengaan van vervlakking en saaiheid in de inrichting van wijken en landschappen. Bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen wordt een integrale aanpak van monumentenzorg, archeologie en historische geografie bevorderd door een afwegingsverplichting te introduceren binnen de bestaande ruimtelijke procedures. In de Belvedèregebieden geldt de afwegingsverplichting in het bijzonder.
In de omgeving van Waalre is het Dommeldal aangewezen als Belvedèregebied. De Dommel stroomt deels over het grondgebied van Waalre.
Woningwet
Op grond van de Woningwet verleent de gemeente bouwvergunningen. In de Woningwet zijn in de artikelen 43, 44 en 54 specifieke regelingen opgenomen ten aanzien van monumenten. Zo is in het laatstgenoemde artikel geregeld dat het college van burgemeester en wethouders de aanvraag om bouwvergunning niet kan verlenen zolang de benodigde monumentenvergunning op grond van het hiertoe bepaalde in artikel 11 van de Monumentenwet 1988 niet is verleend.
Bouwbesluit
Bij het verlenen van bouwvergunningen toetst de gemeente aan de voorschriften van het Bouwbesluit (bouwtechnische eisen) met betrekking tot veiligheid (constructie, brand en sociale veiligheid), gezondheid, bruikbaarheid en energiezuinigheid. Het Bouwbesluit maakt ten aanzien van de te hanteren normen onderscheid in een aantal categorieën in de woon- en niet-woonsfeer en daarbij tevens in nieuwbouw en renovatie. Bij de laatste categorie zijn ten opzichte van nieuwbouw enkele vrijstellingen mogelijk. Als bij monumenten redelijkerwijs niet aan de nieuwbouwvoorschriften kan worden voldaan kan het college van burgemeester en wethouders (enkele uitzonderingen daargelaten) op grond van artikel 6 van de Woningwet vrijstelling verlenen tot een lager niveau dan het nieuwbouwniveau. Het gaat hierbij dan om bouwkundige voorschriften voor plafondhoogten en de maatvoering van toegangsopeningen. Het al dan niet verlenen van vrijstelling is een bevoegdheid op grond van een eigen gemeentelijke beleidsregel.
Wet op de Ruimtelijke Ordening / Bestemmingsplan
Op grond van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) kan de gemeente het monumentenbeleid reguleren door middel van het bestemmingsplan. Onderdeel van een dergelijk bestemmingsplan is een cultuurhistorische paragraaf waarin de in het desbetreffende plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden zijn beschreven en gewaardeerd. Deze waarden maken daarmee integraal onderdeel uit van het totale ruimtelijke beleid.
Een bijzonder bestemmingsplan is dat voor de bescherming van de cultuurhistorisch waarden in een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht. Op grond van het hiertoe bepaalde in de Monumentenwet 1988 is de gemeente zelfs verplicht tot het vaststellen van een dergelijk bestemmingsplan voor een door het rijk vastgesteld beschermd stads- of dorpsgezicht. Het meest opvallende verschil met het “gewone” bestemmingsplan is de mate van gedetailleerdheid.
Welstandnota
Op 1 januari 2003 is de herziene Woningwet in werking getreden. Dit om de bouwvergunningprocedures en het welstandstoezicht te vereenvoudigen en toegankelijker en objectiever te maken. De opvallendste verandering van de Woningwet is het opstellen van een gemeentelijke welstandnota. De gemeenteraad is hierbij verantwoordelijk gesteld voor het opstellen en vastleggen van welstandscriteria. Hierdoor is het voor inwoners, ontwerpers of ondernemers vooraf duidelijk waaraan de welstandscommissie bij een eventueel bouwplan gaat toetsen.
Rijksdienst voor Archeologie , Cultuurlandschap en Monumenten (RACM)
De Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM), die ressorteert onder het ministerie van OCW, fungeert als het centrale instituut voor kennis en expertise op het terrein van de monumentenzorg in Nederland.
De RACM heeft een aantal wettelijke taken die voortvloeien uit de landelijke wet- en regelgeving op het terrein van de monumentenzorg en de ruimtelijke ordening. Zo is de dienst verantwoordelijk voor inventarisatie, selectie en registratie van beschermde (rijks)monumenten, hetgeen overigens in nauwe samenwerking met gemeenten en provincies gebeurt. Daarnaast adviseert de RACM inzake de vergunningverlening door gemeenten. Er is ook een belangrijke adviserende rol ten aanzien van ruimtelijke ordeningsplannen. De dienst verstrekt namens de staatsecretaris van OCW subsidies voor restauratie en onderhoud van rijksmonumenten.
De gemeente Waalre heeft de bevoegdheid tot het verlenen van monumentenvergunningen in het kader van de Monumentenwet 1988. Voorwaarde hiervoor is dat de gemeente beschikt over een monumentenverordening, waarin de instelling is geregeld van een gemeentelijke monumentencommissie.
2.1.3 Provincie Noord-Brabant
Een aantal provinciale taken volgt uit wettelijke verplichtingen neergelegd in de Monumentenwet 1988. Het betreft hierbij een adviserende taak op het terrein van enerzijds de aanwijzing van beschermde monumenten en anderzijds de verlening van vergunningen voor wijziging of sloop van provinciale monumenten of van beschermde rijksmonumenten buiten de bebouwde kom.
De autonome taak van de provincie op het terrein van monumentenzorg krijgt onder meer gestalte door:
•het verstrekken van provinciale subsidies t.b.v. de instandhouding van monumenten;
•het vaststellen van provinciale monumentenlijsten;
•de bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheid voor de provinciale Stichting Monumentenwacht Noord-Brabant;
•het inventariseren en selecteren van cultuurhistorische waarden en daaraan gekoppeld het vormgeven van cultuurhistorisch kwaliteitsbeleid, waarbij het cultuurhistorische facet tevens wordt ingebracht bij andere beleidsterreinen;
•het hanteren van de Cultuurhistorische Waardenkaart bij haar provinciaal beleid.
Provinciaalstreekplan
Op grond van artikel 4a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening kunnen Provinciale Staten voor één of meer gedeelten of voor het gehele gebied van de provincie een streekplan vaststellen, waarin de toekomstige ontwikkeling van het in het plan begrepen gebied in hoofdlijnen wordt aangegeven, en een vastgesteld streekplan herzien. Het streekplan is toetsingskader voor het college van Gedeputeerde Staten bij goedkeuring van bestemmingsplannen (artikel 28, lid 1 WRO).
Cultuurhistorischewaardenkaart
De Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW-kaart) van de provincie Noord-Brabant levert relevante gegevens over de van belang zijnde cultuurhistorische waarden. Deze kaart is de afgelopen jaren in samenwerking met gemeenten, water- en hoogheemraadschappen, de RACM, de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek en het Nationaal Contact Monumenten opgesteld. De digitale kaart bevat een schat aan informatie over de cultuurhistorische elementen en structuren, hun waardering en de beleidsmatige consequenties van de waarden.
StichtingMonumentenwacht Noord-Brabant
De Stichting Monumentenwacht Noord-Brabant is een ideële stichting die tot doel heeft het verval van historisch belangrijke objecten te voorkomen. De gemeente Waalre biedt eigenaren van objecten van de gemeentelijke monumentenlijst in de nieuwe subsidieverordening monumenten een gratis abonnement op de Monumentenwacht Noord-Brabant aan. De Monumentenwacht inspecteert elke twee jaar de bouwkundige staat van een monument. Kleine problemen worden direct verholpen en in het inspectierapport wordt aangegeven welke gebreken zich aan het monument voordoen en op welke termijn het wenselijk is deze te verhelpen. Behalve de stimulerende werking die uitgaat van de Monumentenwacht op de eigenaren zijn de inspectierapporten ook een maatstaf voor het beoordelen van subsidieverzoeken voor onderhoud en/of restauratie. De gemeente ontvangt via de Monumentenwacht een afschrift van het inspectierapport. Aan de hand hiervan kan worden aangetoond dat regulier onderhoud heeft plaatsgevonden en dat desondanks toch groot onderhoud of restauratie onvermijdelijk is. Dit om te voorkomen dat opzettelijke verwaarlozing van een monument beloond wordt met het op verzoek toekennen van een onderhoud en/of restauratiesubsidie. Ten aanzien van aanvragen om monumentenvergunning met betrekking tot rijksmonumenten binnen de gemeente Waalre is een schriftelijk advies van de Rijksdienst voor Archeologie. Cultuurlandschap en Monumenten (RACM) en de monumentencommissie vereist. De gemeente verleent de monumentenvergunning.
2.1.4 Gemeente Waalre
MonumentenverordeningWaalre
De gemeente Waalre beschikt over een Monumentenverordening en een bijbehorende commissie. Waalre heeft de monumentenverordening voor het laatst gewijzigd in 1994. Behorende bij deze beleidsnotitie is de monumentenverordening aangepast aan de huidige wettelijke regelgeving.
In de verordening zijn drie hoofdpunten geregeld:
1de aanwijzing van objecten tot gemeentelijk beschermd monument;
2het vergunningenstelsel voor de gemeentelijke beschermde monumenten;
3de verwijzing naar het vergunningenstelsel voor beschermde rijksmonumenten in de Monumentenwet 1988.
SubsidieverordeningWaalre
De gemeente Waalre beschikt over een Subsidieverordening. Waalre heeft de subsidieverordening voor het laatst gewijzigd in 1994. Behorende bij deze beleidsnotitie is de subsidieverordening zoals deze is aangepast aan huidige regelgeving en praktijk.
In de subsidieverordening zijn de volgende hoofdpunten geregeld:
1subsidie voor onderhoud
2subsidie voor restauratie
3systeem van subsidie verstrekking
Bestemmingsplan
Met inachtneming van het hiertoe bepaalde in de WRO stelt de gemeenteraad voor het gebied van de gemeente dat niet tot de bebouwde kom behoort een bestemmingsplan vast. Daarin wordt de bestemming van de in het plan begrepen grond aangewezen en zo nodig in verband met de bestemming aanvullende voorschriften gegeven over het gebruik van de in het plan begrepen grond en de zich daarop bevindende opstallen. De gemeenteraad kan een bestemmingsplan vaststellen voor het gebied van de gemeente, dat behoort tot de bebouwde kom. De gemeenteraad is hiertoe niet verplicht (facultatieve bevoegdheid). De gemeente Waalre kent voor zowel de bebouwde kom als buiten de bebouwde kom bestemmingsplannen. Een bestemmingsplan dient eenmaal in de tien jaar te worden herzien. In het belang van de bescherming van onder meer cultuurhistorisch waardevolle gebieden kan het bestemmingsplan voorschrijven dat een aanlegvergunning nodig is voor andere werkzaamheden dan het oprichten of gebruiken van een gebouw of bouwwerk, zoals bijvoorbeeld het aanleggen van leidingen. De aanlegvoorschriften zijn opgenomen om de waarden op het gebied van landschap, natuur en archeologie te kunnen beschermen.
Cultuurhistorie wordt als vast onderdeel betrokken bij de ontwikkeling van het bestemmingsplan.
Bouwverordening
Bouwen of verbouwen in, op, aan of bij een (rijks-, provinciaal of gemeentelijk) monument mag nooit bouwvergunningvrij. Een aanvraag voor een bouwvergunning wordt onder andere getoetst aan de gemeentelijke bouwverordening, de welstandscriteria en het bestemmingsplan. De bouwverordening is ook voor een monumenteneigenaar relevant. De eigenaar van een monument heeft namelijk behalve een monumentenvergunning ook een bouwvergunning nodig bij verbouw van zijn pand (art. 43, Woningwet).
Monumentencommissie
De bescherming van een monument is altijd van toepassing op het hele gebouw, van kelder tot nok en van voor- tot achtergevel. Alleen als in het monumentenregister staat vermeld dat een pand of object beschermd is vanwege een onderdeel, beperkt de eigenlijke bescherming zich tot dat specifieke onderdeel. Het is niet nodig om een pand bij restauratie in de oorspronkelijke staat terug te brengen. Deze visie op restauratie is tegenwoordig grotendeels verlaten. De nadruk ligt nu vooral op het conserveren en bewaren van de aanwezige historische elementen. Hierdoor blijft het historische materiaal bewaard en is de geschiedenis van het object of pand zichtbaar.
Een grote misvatting is dat aan een monumentenpand niets veranderd mag worden. Zelfs al is het pand van binnen en van buiten door de Monumentenwet 1988 beschermd, financiële en technische redenen, net als het feitelijke gebruik zullen worden meegewogen in het oordeel over de voorgestelde wijzigingen. Aantasting van de monumentale waarden van het pand door verbouwingen of wijzigingen kan alleen met zwaarwegende argumenten worden geaccepteerd. Bestemming en feitelijk gebruik kunnen wel; degelijk zulke argumenten vormen: het monument moet bruikbaar blijven. Door zorgvuldig afgewogen veranderingen toe te laten blijft het object behouden.
De monumentale waarde van een pand of object wordt bepaald door het geheel van de dragende delen, het casco en de vloeren, maar ook door de afzonderlijk beschreven onderdelen, zoals bijvoorbeeld gevels, kapconstructies en nagelvaste interieuronderdelen (zoals stucplafonds, schoorsteenpartijen, betimmeringen en dergelijke). Omdat de monumentenbeschrijving in het register niet altijd volledig is en elke situatie en pand anders is, moet de monumentale waarde bij een vergunningaanvraag nader worden bepaald.
De monumentencommissie Waalre adviseert B&W over de specifiek monumentale aspecten van gebouwen (gemeentelijke en rijksmonumenten) in de gemeente. Voor rijksmonumenten wordt daarnaast door de gemeente de RSCM om advies gevraagd. De gemeente voert het monumentenbeleid uit en zorgt voor afgifte van de monumentenvergunning. In de advisering van de monumentencommissie gaat het voornamelijk om het bepalen van de monumentale waarde van panden en in hoeverre deze wordt aangetast door de voorgenomen wijzigingen/herstelwerkzaamheden/aanpassingen etc. Om tot een weloverwogen advies te komen, worden objectbezoeken afgelegd, stukken bestudeerd en vindt er overleg plaats met de aanvragers. Een goede open communicatie tussen aanvragers en gemeente (en het adviserende orgaan, de monumentencommissie) is dan ook erg belangrijk. Op deze manier ontstaat er een zo compleet mogelijk beeld van de gevolgen van het plan voor een monument Bij het beoordelen van plannen gaat de commissie uit van het behouden van de oorspronkelijke situatie van het te beoordelen pand en object. Dat wil zeggen dat de hoofdvorm, het aanzien en karakter van het monument gehandhaafd moeten blijven. Uitbreidingen dienen te passen bij het monument en de omgeving. Gebruik van materialen kunnen eigentijds zijn, doch dienen te passen in het tijdsbeeld en bij het karakter van het monument. Modernisering, actualisering en aanpassing van het monument dient te geschieden met inachtneming van de monumentale waarden van het pand of object. De monumentencommissie is ten alle tijden bereid met de aanvrager een open gesprek aan te gaan en samen met de aanvrager tot een goed resultaat te komen.
De monumentencommissie bestaat uit maximaal 6 leden. Deze leden worden door het College benoemd voor een termijn van 4 jaren gelijk aan de termijn van de zittingsduur van het College zelf. De leden kunnen na een zittingsduur van nog eenmaal worden herbenoemd. De leden worden benoemd op basis van hun expertise op het gebied van onder andere (steden)bouwkunde, architectuur, archeologie en kunsthistorie.
De monumentencommissie adviseert B&W gevraagd en ongevraagd over:
•de Monumentenwet 1988 en de Monumentenverordening Waalre;
•vrijstellingen van bestemmingsplannen of gedeelten daarvan waarvoor een aanwijzing tot beschermd stads- of dorpsgezicht geldt, als bedoeld in artikel 35 van de Monumentenwet 1988;
•het plaatsen van objecten op de gemeentelijke monumentenlijst;
•het afvoeren van objecten van de gemeentelijke monumentenlijst;
•mutaties van het monumentenregister;
•de noodzaak van archeologisch of bouwhistorisch onderzoek.
WelstandnotagemeenteWaalre
De gemeente heeft totaal 58 monumenten en voert een actief monumentenbeleid waarin aandacht wordt besteed aan onderzoek en inventarisatie van cultuurhistorische waarden, met inbegrip van de archeologische monumenten en waarden. De gemeente heeft 31 rijksmonumenten. Het betreft hier voornamelijk panden van vóór 1850. Een aantal jonge monumenten uit de periode 1850-1940 is in het kader van het Monumenten Selectie Project in 2001 aangewezen als rijksmonument. In het kader van het Monumenten Inventarisatie Project heeft de provincie daarnaast nog 64 objecten uit de periode 1850-1940 op de cultuurhistorische waardenkaart en streekplan opgenomen (overlappen deels de monumentenlijst). De gemeente heeft 27 gemeentelijke monumenten binnen zijn grenzen. Ook staan bij de totstandkoming van deze welstandsnota 54 objecten en panden op de nominatie om aangewezen te worden als gemeentelijk monument, de procedure daarvoor is echter nog niet afgerond. Het betreft hier de op de welstandsniveau kaart (kaart 2 van deel 2, hoofdstuk 2.2) aangeduide monumentwaardige objecten. De gemeente heeft één door het Rijk aangewezen beschermd dorpsgezicht. Het betreft ’t Loon. Dit gezicht is aangewezen in 1971.
Communicatie
De gemeente heeft de plicht de volgende zaken te publiceren:
•de aanvraag monumentenvergunning;
•de verleende, geweigerde of ingetrokken monumentenvergunning;
•elke wijziging (plaatsing / verwijdering) op de monumentenlijst.
Deze publicaties vinden plaats op het gemeentekatern in één van de gratis huis-aan-huis bladen.
Daarnaast is een van de speerpunten van deze beleidsnota dat er meer draagvlak komt onder de bevolking en met name de eigenaren van monumenten en potentiële monumenten. Informatievoorziening is daarin erg belangrijk. In 2008 wordt getracht alle eigenaren en potentiële eigenaren een informatiemap te overleggen met alle benodigde informatie omtrent een monument. Ook moet een informatiemap klaarliggen voor burgers en toeristen. Daarnaast zal een communicatieplan worden opgesteld om de procedure tot aanwijzing van nieuwe monumenten in goede banen te leiden.
Hoofdstuk 3 Visie en Beleid
3.2. Voorstellen
3.2.1 Monumentenlijst Waalre
Voorstel:
•De monumentenlijst Waalre wordt als een dynamische lijst beschouwd , die waar nodig wordt aangepast .
•De monumentenlijst uit breiden met een nog te bepalen aantal objecten .
3.2.2 Monumentenverordening
Een monumentenverordening is noodzakelijk om een gemeentelijk monumentenbeleid te voeren .
•Monumentenverordening Waalre actualiseren .
•De gemeentelijke regelgeving duidelijker en eenduidiger maken voor zowel de burgers als de ambtenaren .
3.2.3 Subsidieverordening
Voor het behoud van gemeentelijke monumenten is onderhoud en restauratie van wezenlijk belang. Om de eigenaren van gemeentelijke monumenten te ondersteunen bij verantwoorde instandhouding is een bijdrage gewenst. De mogelijkheid om subsidie te verkrijgen motiveert de eigenaar van een monument tot onderhoud en/of restauratie.
Gezien het belang van de cultuurhistorische elementen voor de identiteit en het karakter van de leefomgeving in Waalre wordt een tegemoetkoming in de kosten voor onderhoud en restauratie van gemeentelijke monumenten voorgesteld. De subsidie voor de aankoop van monumentale panden is nooit gebruik van gemaakt. Om die reden is de subsidie uit de verordening geschrapt.
De Stichting Monumentenwacht Noord-Brabant vervult reeds een zeer belangrijke taak bij het signaleren van de onderhouds- en restauratienoodzaak.
Verlening van subsidie geschiedt conform de subsidieverordening onderhoud en restauratie gemeentelijke monumenten Waalre, welke als bijlage is toegevoegd.
De eigenaar van een monument kan een aanvraag indienen bij burgemeester en
wethouders om in aanmerking te komen voor een bijdrage in de onderhouds- en restauratiekosten. Deze aanvragen worden aangevraagd via de jaarlijkse begroting. Dit systeem verloopt goed in de praktijk, zij het dat een aanvrager zijn verzoek reeds 1,5 jaar van te voren dient in te dienen bij de gemeente. In de praktijk wordt er mede daardoor jaarlijks weinig gebruik gemaakt van deze subsidiemogelijkheid door de eigenaren van monumenten.
Momenteel wordt onderzoek gedaan of het huidige financiële subsidiebeleid voor monumenten gewijzigd dient te worden. Er zijn drie mogelijke systemen die van toepassing kunnen zijn. Een gemeentelijke subsidieregeling, zoals bijvoorbeeld de gemeente Gemert-Bakel kent, waarbij een monumentenspaarfonds wordt opgericht. Hierbij wordt de OZB-belasting van eigenaren van monumentale panden in een spaarfonds gestopt. De eigenaren kunnen het bedrag (al dan niet jaarlijks) innen voor het plegen van onderhoud of restauratie. Het bedrag aan OZB- belasting wordt teruggestort op voorwaarde dat een abonnement bij Stichting Monumentenwacht Noord-Brabant wordt afgesloten. De kosten van dit abonnement worden via de subsidieverordening door de gemeente gedragen. Het monument wordt dan eens in de twee jaar geïnspecteerd. Het hanteren van een dergelijk systeem is dat er jaarlijks een derving in de inkomsten van de OZB optreed van circa 13.000 Euro. De vraag is of de gemeente Waalre een dergelijk systeem wil invoeren of de subsidieaanvragen gewoon via de jaarlijkse begroting wil laten lopen. Een ander systeem waarbij een ander vast bedrag in de begroting wordt opgenomen ieder jaar is ook denkbaar. Dat bedrag zal dan gebaseerd worden op de gemiddelde subsidieaanvragen van de afgelopen 5 jaar. Nader onderzoek is geboden naar het meest wenselijke systeem. Ieder systeem heeft namelijk voor en nadelen.
•Subsidieverordening onderhoud en restauratie gemeentelijke monumenten Waalre vast te stellen .
•Eventueel wijzigen financieel systeem subsidieverlening ( onderzoek wordt nog verricht ).
3.2.4 Onderhoudsplicht
De monumentenwet kent geen wettelijke onderhoudsplicht. Alleen als men een monument restaureert of onderhoudt met gebruik van subsidiegelden, geldt de verplichting tot onderhoud of restauratie als subsidievoorwaarde.
In de gemeente Waalre wordt door middel van de nieuwe subsidieverordening alle eigenaren van gemeentelijke monumenten de mogelijkheid gegeven een abonnement op de Monumentenwacht Noord-Brabant te onderhouden. De abonnementskosten worden door de gemeente vergoed. Een inspectierapport van Monumentenwacht Noord Brabant is dan ook noodzakelijk bij een aanvraag tot subsidie.
De Monumentenwacht Noord-Brabant voert elke twee jaar een inspectie uit, waarna een rapport wordt opgemaakt. De eigenaar beslist zelf of hij het advies geheel, gedeeltelijk of niet opvolgt. Om de eigenaar aan te sporen tijdig actie te ondernemen heeft de Monumentenwacht geen andere mogelijkheden dan overreding en het feit dat tijdig onderhoud dure restauraties overbodig maakt. Afdeling Publiekzaken team handhaving kan wel op basis van de Woningwet, afdeling 2 ‘Aanschrijven tot het treffen van voorzieningen en het aanbrengen van verbeteringen’, met name artikel 14 en 15, eigenaren aanschrijven. Op basis van de subsidieverordening wordt het lidmaatschap van monumentenwacht subsidiabel geacht voor 100%. De eigenaren worden door middel van de informatiemap en nadere informatie door de gemeente aangespoord om lid te worden van Monumentenwacht. Blijkt uit het inspectierapport dat er nodig onderhoud gepleegd dient te worden aan een pand en de eigenaar laat dit na, ondanks de subsidiemogelijkheden die er zijn, dan kan de gemeente de eigenaar aansporen onderhoud te plegen door hen aan te schrijven. Doet de eigenaar dan nog niets dan kan de gemeente op kosten van de eigenaar handhavend optreden en de werkzaamheden verrichten.
De mogelijkheid om subsidie te verkrijgen motiveert normaal gesproken de eigenaar van een monument tot onderhoud en/of restauratie.
Voorstel:
•Monumenteneigenaren die geen aandacht aan het onderhoud van hun eigendom schenken , moeten hierin van gemeentewege worden gestimuleerd door ze onder andere op de hoogte te stellen van subsidiemogelijkheden .
3.2.5 Monumenteneigenaren
Een belangrijk onderdeel van het gemeentelijk monumentenbeleid is de instandhouding van de historische bouwkunst. Om dit te realiseren is het verkrijgen van medewerking van de betrokken eigenaar bij het in goede staat brengen en houden van hun monument van belang. Niemand kan eigenaren dwingen dit te doen, maar de gemeente kan hierin wel stimuleren.
De gemeente heeft in het kader van cultuurhistorie een duidelijke loketfunctie. Het gemeentelijke loket is de plaats waar burger, eigenaren van monumenten en alle anderen terecht kunnen met vragen op dit gebied. Het is belangrijk dat monumenteneigenaren steeds goed op de hoogte worden gehouden van de actuele stand van zaken m.b.t. monumentenzorg.
Voorstel:
•Het verzorgen van een informatiebrochure voor monumenteneigenaren m.b.t. regelgeving , vergunningen en subsidiëring .
•Het opstellen van een communicatieplan waarin de procedure voor het uitbreiden van de monumentenlijst wordt weergegeven .
3.2.7 Draagvlak
Ook inwoners die geen eigenaar zijn van een monument hebben belangstelling voor het behoud en beheer van het culturele erfgoed van Waalre.
Voor wat betreft het uitdragen van het beleid op het gebied van de cultuurhistorie door middel van bewustwording en voorlichting is het van belang dat voor de cultuurhistorie bij de bevolking het draagvlak vergroot wordt. Dat kan geschieden door een grotere bewustwording van de geschiedenis van de eigen gemeente. Hierbij kan gedacht worden aan verschillende vormen van publicaties. Eigenaren van bestaande monumenten en eigenaren van nieuwe potentiële monumenten dienen over de juiste informatie te beschikken. Het is raadzaam de beschrijving van ieder monument op te sturen naar de eigenaren zodat duidelijk is wat wel en wat niet eventueel gewijzigd mag worden aan het pand. Ook bij wijzigingen van eigendom dient de nieuwe eigenaar over de juiste informatie te beschikken.
Voorstel:
•Bewustwording van de geschiedenis van de eigen gemeente vergroten door regelmatige publicaties over bepaalde beschermingswaardige objecten . Dat kan in de vorm van boekwerkjes , door artikelen in plaatselijke kranten , wandel - en fietsroutes door en langs onder andere het cultuurhistorisch erfgoed , het plaatsen van informatiepanelen en door het gebruik maken van de website van de gemeente . Ook dient zoveel mogelijk aansluiting te worden gezocht bij landelijke evenementen , zoals de Open Monumentendag .
3.2.8 Toerisme
Binnen de samenleving manifesteert zich een steeds grotere belangstelling voor cultuurhistorie, waarbij voor het brede publiek beleving en ervaring voorop staan.
Ook regionaal, provinciaal en nationaal zouden de cultuurhistorische waarden in de gemeente Waalre meer bekendheid moeten krijgen.
Voorstel:
•Bepaalde waardevolle gebouwen , gebieden of andere zaken voorzien van informatieborden ( bijvoorbeeld in de vorm van de bruine ANWB- bordjes ). De gemeentelijke monumenten omwille van herkenbaarheid voorzien van een gemeentelijk monumentenschildje .
•De VVV doet interessante wandel - en fietsroutes met betrekking tot de cultuurhistorische waarden verspreiden , waardoor er ook vanuit het toerisme meer belangstelling voor het cultureel erfgoed van Waalre ontstaat . Een goed voorbeeld daarvan is de fietsroute langs bijzondere objecten in Waalre zoals deze is gepubliceerd voor de monumentendag 2007.
3.2.9 Criteria Monumenten
Het aanwijzen van waarden als monumenten dient aan de hand van objectieve criteria te geschieden. Het is de bedoeling dat de criteria op verschillende gebieden aangeven welke waarde een bepaald pand heeft. De criteria waarbij is aangesloten en die tevens het meest gebruikt worden zijn de criteria van het Monumenten Selectie Project (MSP) in de nota Belvedère.
De volgende criteria zijngeselecteerd:
1Architectonische/kunsthistorischebetekenis
•Het object (interieur enexterieur) is eengoedvoorbeeld van eenbepaaldestijl of bouwtrant;
•Het object (interieur enexterieur) is eengoedvoorbeeld van eenbekende architect, stedenbouwkundige of kunstenaar die voor de gemeenteWaalre, de provincie of het rijk van belang is geweest;
•Het object is gaaf qua stijlendetaillering;
•Het object bezitesthetischekwaliteiten (massa, vorm, ruimtelijkeindeling, verhoudingen in de gevels, bijzondere of zeldzamedetaillering, materiaal- en/of kleurgebruik in zowel interieur alsexterieur);
•Het object vervulteenpioniersfunctievanwegeeenconstructiewijzevoor de tijd van ontstaan.
2Samenhang/omgeving
•Het object vormtsamen met bijgebouwen, kleineartefacten, erfbeplanting of tuinaanlegeenkarakteristiekgeheel.
3Landschappelijk/stedenbouwkundig
•Het object of gebiedmarkeerteenhistorischestedenbouwkundigestructuur of eenhistorisch patroon (met continuïteit) van verkaveling, inrichtingenvoorzieningen, groenvoorzieningen, bodemgesteldheid, wegenen/of waterlopen;
•Het object vormteenoriëntatiepunt in de omgevingalsbijzonderebetekenisvoor het aanzien van de streek, stad , dorp of wijk.
4Sociaal/cultuurhistorisch
•Aan het object zijnhistorischeherinneringen in de breedste zin van het woordverbonden die kenmerkendzijnvoor de gemeenteWaalre;
•Het object vertegenwoordigteen aspect van de sociale, economische, technische of geestelijke dan wel de geografische, landschappelijke of bestuurlijkeontwikkeling/geschiedenis van de gemeenteWaalre.
5Zeldzaamheid
•Het object is eenvoorWaalrekenmerkend element datnogslechtsschaars in de gemeente, de provincie of het land vertegenwoordigd is;
•Het object is van bijzondereouderdom;
6Gaafheid/herkenbaarheid
•Het object is van belangvanwege de gaafheid van het exterieuren/of het interieur;
•Het object is van belangalsonderdeel van een complex, waarvan de samenstellendedelen (hoofd- enbijgebouwen, hekwerken, tuinaanleg etc.) eengaafenherkenbaarvisueelkarakterhebben;
•Het object is van belangalsonderdeel van eenstedelijk, dorpse of landschappelijkeomgeving met een gave structuureneenherkenbaarvisueelkarakter.
De monumentencommissie heeft aan de hand van de bovengenoemde door het Rijk vastgestelde criteria de volgende criteria samengesteld:
Cultuurhistorische criteria:
-aan het object zijnhistorischeherinneringenverbonden in de ruimste zin van het woord
-het object vertegenwoordigteen aspect van de sociale of economischegeschiedenis
-het object is representatiefvooreenbepaaldefase in de ontwikkeling van dorp, stad of streek.
Architectuur- enkunsthistorische criteria:
-het object is eengoedvoorbeeld van eenbepaaldestijl of bouwtrant, of van het werk van eenbekend architect, stedenbouwkundige of kunstenaar
-het object is gaaf qua stijlendetaillering
-het object vertegenwoordigteenunieke (bouw)techniek, (bouw)type of is typerendvoor de ontwikkeling van de industriëletechniek
-het object heeftesthetischewaarde op grond van de vormendetaillering van exterieuren/of interieur.
Planologische, landschappelijkeenstedenbouwkundige criteria:
-het object vormtsamen met bijgebouwen, kleineartefactenenerfbeplanting of tuinaanlegeenkarakteristiekgeheel
-het object maaktdeeluit van eengroterhistorischgeheel of complex
-het object sluit, met name in historischengeomorfologischopzicht, aanbij het landschap
-het object maaktdeeluit van eengebied met eengrotecontinuïteit, waardoorhet historisch patroon van verkaveling, wegenenwaterlopengoedgeconserveerd is gebleven
-het object vormteenonderdeel van eenhistorischestedenbouwkundigestructuur of eenhistorischnederzettingstype
-het object is karakteristiekvoorstad, dorp of streek.
Welke criteria uiteindelijk worden vastgesteld is aan het College en de Raad. Naast deze criteria kan het College het financiële aspect naderhand als aspect inbrengen om een pand alsnog niet aan te wijzen als monument. Weegt de aanwijzing van een pand als monument niet op tegen de kosten die nodig zijn om het pand te onderhouden of te restaureren, dan kan het College besluiten niet tot aanwijzing over te gaan.
Bijlagen
1Monumentenverordening met toelichting
2Subsidieverordening met toelichting
3Monumentencommissieverordening met toelichting
4Beleidsregelsonderhoudenrestauratiemonumenten
5Procesbeschrijvingvergunningverlening RM
6Procesbeschrijvingvergunningverlening GM
7Procesbeschrijvingsubsidieverlening GM
8BRIM
9BROM
10BRHB
11BRRM 1997
12Aanvraagformuliermonumentenvergunning
13Aanvraagformuliermonumentensubsidie
14Adviesformuliermonumentencommissie
15GereedmeldingsformulierMonumenten