2. Relevante kaders
2.1 Wet- en regelgeving
2.1.1 Europese regelgeving
Op Europees niveau is de Alternative Fuels for sustainable mobility in Europe directive (AFID) van kracht. Deze Europese richtlijn geeft niet direct verplichtingen aan gemeenten. Voor gemeenten zal de koppeling liggen in het gemeentelijke brandstofverkooppuntenbeleid en de technische eisen aan laadinfrastructuur bij benzinestations. Hierbij gaat het voornamelijk om snellaadinfrastructuur.
3. Visie op de ontwikkeling van laadbehoefte in Waalre
3.1 Ontwikkeling elektrisch vervoer
3.1.1 Personenauto’s
Inmiddels is bijna 4% van de personenauto’s in Nederland (deels) elektrisch. Zo’n 40% hiervan zijn zogenaamde plug-in hybride auto’s (2021). Dit aantal voertuigen groeit nog steeds sterk. In september 2021 bestond 32% van alle nieuw verkochte personenauto’s uit (deels) elektrische auto’s. Deze groei wordt aangemoedigd omdat er steeds meer modellen uitkomen met een stekker, de elektrische voertuigen betaalbaarder worden en er diverse fiscale stimuli zijn. Met deze groei zal in 2030 minimaal 20% van het wagenpark bestaan uit elektrische personenauto’s . Deze groei zal zich vertalen naar de gemeente Waalre. Omdat de gemeente bekend staat als woongemeente met hoge inkomens zal de groei van personenauto’s meer van toepassing zijn in tegenstelling tot andere gemeenten in Nederland. In Figuur 1 is de adoptie van volledig elektrische personenauto’s (BEV) en plug-in hybride auto’s (PHEV) te zien in de afgelopen 10 jaar.
Naast de groei van personenauto’s neemt ook de deelmobiliteit toe in Nederland. Met een totaal van 87.825 deelauto’s in Nederland valt het mee ten opzichte van het Nederlandse wagenpark. In 2020 groeide het aantal deelauto’s met 26% ten opzichte van 2019, en deze groei is nog niet geeindigd. Met name elektrische personenauto’s worden gebruikt door de aanbieders. Vooralsnog speelt deelmobiliteit een grote rol in grotere gemeenten omdat dit geldt als oplossing voor verschillende beleidsvraagstukken. Denk hierbij aan minder autobezit, wat resulteert in lagere parkeerdruk, hiernaast wordt deelmobiliteit gestimuleerd omdat het gebruik van deelauto’s bijdraagt aan een schoner milieu.
3.1.2 Bestelauto’s
In Nederland zijn er ongeveer 8.000 bestelauto’s (deels) elektrisch (2021). Het aandeel van elektrische bestelauto’s bedraagt slechts 0,8% van het totale bestelauto wagenpark. De komende jaren neemt het aanbod aan e-bestelvoertuigen snel toe en zullen deze voertuigen beschikken over een steeds betere range, TCO, oplaadvermogen en laadvermogen (gewicht). De verwachting is dat in 2035, het aandeel elektrische bestelauto’s gebroeid is naar zo’n 618.000, ofwel 61% van het bestelauto wagenpark. Deze bestelvoertuigen worden veelal gebruikt door bedrijven in de bouw en handel. Deze voertuigen worden vaak in de avond mee naar huis genomen om te laden op eigen oprit of bij een publiek laadpunt. Deze elektrische bestelauto’s gedragen zich op het elektriciteitsnet dan niet heel anders dan personenauto’s, maar dan met een hoger verbruik.
3.1.3 Bussen
In 2016 werd door alle 14 concessieverleners en het Rijk het “Bestuursakkoord Zero Emissie Regionaal Openbaar Vervoer per Bus” ondertekend. Daarin is afgesproken dat vanaf 2025 alle nieuw instromende OV-bussen - en uiterlijk 2030 ook alle bestaande OV-bussen - emissievrij zijn. Vervoerders kunnen emissievrije bussen realiseren via batterij-elektrische bussen of waterstof-elektrische bussen. Op dit moment bestaat het emissievrije OV-wagenpark voor 98% uit elektrische bussen en voor 2% uit waterstofbussen. In REF _Ref91759114 \h Figuur 2 is de sterke stijging van emissievrije bussen sinds 2016 te zien, ook de verwachting van de aankomende 5 jaar is hierin meegenomen.
Concessies worden meestal verleend voor een periode van 8 tot 10 jaar. De adoptie van emissievrije bussen volgt meestal pas met nieuwe concessies. In 2016 was de concessie voor de Metropoolregio Eindhoven (209 bussen) nog Europese koploper met 43 emissievrije bussen, in de recente concessie IJsel-Vecht (283 bussen) bestond uit maar liefst 246 emissievrije bussen. Op basis van de cijfers van het RVO is het huidig aandeel elektrische OV-Bussen 25%. De verwachting is dat in 2025 zo’n 43% van de OV-bussen emissievrij zullen zijn. Voor het jaar 2035 wordt voorspeld dat zelfs 95% van de OV-Bussen emissievrij zullen zijn.
3.1.4 Vrachtwagens
Momenteel rijden er 287 elektrische trucks in Nederland (2021). Dit vertegenwoordigd 0,17% van het totaal aantal trucks. Slechts 15 van de elektrische trucks rijden op waterstof. Voor zero-emissie voertuigen heeft batterij-elektrisch een voorsprong op waterstof-elektrisch. Batterijen voor elektrische voertuigen worden in hoog tempo beter én goedkoper, oplaadvermogens en actieradii gaan omhoog. Truckbouwers worden via Europese doelstellingen gestimuleerd de CO2 uitstoot dusdanig te verminderen dat dit niet haalbaar is met alleen efficiëntere dieselmotoren. Inmiddels zijn alle truckbouwers bezig met de ontwikkeling van alternatieve aandrijvingen zoals hybride, plug-in hybride, batterij-elektrisch en waterstof-elektrisch. Zoals te zien in REF _Ref91495556 \h Figuur 3 wordt verwacht dat de groei van volledig elektrische trucks pas na 2025 sterk gaat stijgen.
3.2Visie op (publieke) laadbehoefte
3.2.1 Personenauto’s
De laadmix (een inschatting van hoeveel procent van de totale afgelegde kilometers geladen worden met welke laadvoorziening) laat zien dat het merendeel thuis geladen wordt (58%)
1Nationaal Laadonderzoek, Elaad (2021)
. Laden via openbare laadpalen staat op een tweede plek (ca. 22%), gevolgd door laden op het werk en snelladen. Deze laadmix gaat veranderen naarmate het aantal EV-rijders toeneemt en de populatie heterogener wordt qua mobiliteitsgedrag. In de loop van de tijd gaat het relatieve aandeel van publieke- en werklaadpunten verder toenemen.
Voor Waalre betekent dit dat voor inwoners met de mogelijkheid voor laden op eigen terrein, dit prefereren boven een publieke laadpaal. Naar mate het bezit van (deels) elektrische voertuigen toeneemt, zal het laden op eigen perceel niet meer genoeg zijn. Gelet op de geprognosticeerde ontwikkeling van gebruik van elektrische auto’s, is dat tot 2030 nog niet aan de orde.
Voor het Waalres grondgebied wordt tot 2030 geen rendabele locatie voorzien voor snelladen. Vooralsnog zijn deze enkel langs de snelwegen rendabel te exploiteren. Langs de snelwegen in Nederland worden snellaadpunten gerealiseerd onder de regie van Rijkswaterstaat. Tevens bevindt er een Tesla Supercharger met 24 snellaadpunten ten noorden van Aalst.
3.2.2 Bestelauto’s
Verwacht wordt dat de helft van de elektrische bestelauto’s op het werk geladen zal worden. De andere helft zal door de berijder naar huis meegenomen worden om geladen te worden, zie REF _Ref91578724 \h Figuur 5. De verwachting is dat slechts de helft hiervan aan de thuislader gaan. De rest zal een publieke laadpaal willen gebruiken. Er is dus vanuit het groeiend aantal elektrische bestelauto’s een zekere vraag naar publieke laadpalen, ook in buurten waar voornamelijk laden op eigen terrein mogelijk is.
3.2.3 Bussen
Het laden van elektrisch openbaar vervoer (niet zijnde trolley-bussen) kan geschieden op busdepots, knooppunten (bijvoorbeeld bij NS- stations) of bij eindhaltes. Deze laadpunten worden speciaal voor het openbaarvervoer aangelegd en zijn niet voor andere vervoer beschikbaar. Locaties zoals hierboven genoemd zijn niet aanwezig binnen de gemeente Waalre waardoor plaatsing van laadpalen t.b.v. bussen niet van toepassing is.
3.2.4 Vrachtwagens
De laadbehoefte van e-trucks ligt hoofdzakelijk bij laden op bestemming en in mindere mate bij laden onderweg. Vanuit de elektrische vrachtwagens is geen behoefte voorzien voor publieke laadpunten in Waalre. Rijkswaterstaat verzorgt de laadmogelijkheden op de verzorgingsplaatsen langs de snelweg. Het laden op bestemming bij bedrijventerreinen is de verantwoordelijkheid van de desbetreffende bedrijven. In REF _Ref92100200 \h Figuur 6 is de verdeling van de laadbehoefte van vrachtwagens te zien.
Figuur SEQ Figuur6Prognose ruimtelijke verdeling van de laadbehoefte vrachtauto's, Elaad 2021
4. Beleid
4.3Plankaart
4.3.1 Bepalen van de laadbehoefte en hotspots
Voor het bepalen van de (toekomstige) laadbehoefte in Waalre is gebruik gemaakt van het model Pahlplatz. Pahlplatz is een tool wat op basis van visie en beleid een toekomstbeeld schetst en ondersteuning geeft aan beleid én uitvoering. De tool houdt rekening met een aantal criteria, namelijk: Doelgebied, woningtype, loopafstand, grondeigendom, doorstroming, belemmering openbare ruimte, efficiënt gebruik, toegankelijkheid, plaatsing, uiterlijk, werkzaamheden en aansluitbaar op elektriciteitsnetwerk. Het resultaat van de tool ‘Pahlplatz’ is een breed en proactief plan in de vorm van een plankaart. Zodat je in één keer kunt laten zien aan inwoners, raad en college op welke locaties er in de gemeente laadpalen geplaatst kunnen worden. Zodra een aanvraag komt, kan de laadpaal op een van de aangewezen locaties uit de plankaart geplaatst worden.
Voor het bepalen van de laadbehoefte is eerst een modelberekening gemaakt voor de woningen in Waalre zonder parkeermogelijkheden op eigen terrein. Op basis van deze berekeningen zijn maximaal 79 potentiële laadpalen nodig. Het model projecteert deze potentiële laadpalen door middel van zoekpunten op straatniveau op kaart. Het resultaat is dat in een groot deel van Waalre zoekpunten zijn berekend, maar dat er ook in bepaalde gebieden geen of nauwelijks zoekpunten zijn (die plekken waar veel woningen zijn gesitueerd die op eigen terrein kunnen parkeren). Dit is een onwenselijke situatie. Naast de laadbehoefte van EV-rijders die geen eigen parkeermogelijkheden hebben, is er namelijk ook een (extra) laadbehoefte voor bedrijfs- en bestelauto’s die -ongeacht of ze wel of geen eigen parkeermogelijkheid hebben- via een openbaar laadpunt willen laden. Dit geldt ook voor de categorie EV-rijders die van buiten Waalre bij familie en/of kennissen op bezoek gaan. Om in deze laadbehoefte te voorzien, zijn er nog eens 12 potentiële zoekpunten bepaald op basis van woningdichtheid, waarbij ook woningen met eigen oprit zijn meegenomen.
Het resultaat van de modelberekening is dat bij een volledige benutting van alle potentiële 91 (79+12) laadpaallocaties (zoekpunten), 93% van alle woningen, en 99% van de woningen zonder oprit een laadpaal binnen een straal van 300 meter tot hun beschikking hebben. In bijlage 6.2 is een visualisatie opgenomen van de zoekpunten zoals die door model Pahlplatz zijn berekend. De woningen zonder mogelijkheid tot laden op eigenterrein zijn niet homogeen verdeeld over de gemeente, hierdoor zijn in bepaalde wijken een groter aantal publieke laadpunten nodig (zie bijlage 6.2). De bevolkingssamenstelling in de wijken van de gemeente Waalre is ongeveer gelijk waardoor dit geen tot weinig effect heeft op de laadbehoefte per wijk.
4.3.2 Modelberekening
Het model maakt gebruik van informatie over het huidige gebruik van de reeds bestaande laadpalen. De uitgangspunten voor het bepalen van het aantal benodigde laadpalen voor de komende vijf jaar zijn: maximum aantal laadpalen, evenwichtige spreiding en dekkingsgraad. Door niet alleen in te zetten op maximale spreiding, maar nu ook al rekening te houden met de verwachte behoefte per wijk, wordt voorkomen dat er op korte termijn alsnog veel werk moet worden verzet om individuele publieke laadpunten te realiseren.
•Maximum aantal laadpalen: er is uitgegaan van een maximum aantal van 79 aanvullende potentiële laadpaallocaties. Dit getal is berekend op basis van:
•2.225 woningen zonder oprit,
•1.2 auto per woning (CBS),
•1 laadpaal per 7 elektrische auto’s,
•1 op de 5 auto’s is elektrisch (dus 20% van het wagenpark),
•een lineair regressiemodel.
•Evenwichtige spreiding: ten behoeve van evenwichtige spreiding over de gehele gemeente zijn 12 potentiële posities bepaald op basis van woningdichtheid inclusief woningen met eigen oprit.
•Dekkingsgraad: bij een volledige benutting van alle potentiële 91 (12+79) laadpaallocaties, moet minimaal 99% van de laadlocaties voldoen aan het uitgangspunt van maximale loopafstand van 300 meter voor de twee dichtstbijzijnde laders. De dekkingsgraad is een variabele welke vastgesteld wordt door het beleid van de gemeente.
In het stappenplan hieronder wordt uitgelegd aan de hand van stappen hoe de positionering van de laadpalen vastgesteld is.
1Stap 1 Bepaling laadpaallocaties
Figuur 7 Stap 1: Voorbeeld van de bepaling van een laadpaallocatie
Figuur 7 geeft een voorbeeld weer waarin staat hoe een nieuwe laadpaal positie tot stand komt. Het model houdt rekening met de hoeveelheid woningen die gebruik maken van publieke laadpalen in een gebied en de afstand tot andere laadpalen in de omgeving. Hiermee zet de gemeente niet alleen in op een zo groot mogelijke spreiding van publieke laadvoorzieningen in de gebieden waar deze nodig zijn, maar wordt aan de voorkant ook al meteen de verwachte vraag in deze gebieden meegenomen. Zo zal er naar verwachting een grotere behoefte aan publieke laadpalen zijn in een wijk met veel hoogbouw, dan in een wijk met veel rijtjeshuizen. En in een wijk met veel rijtjeshuizen zal de behoefte weer groter zijn dan in een wijk met voornamelijk vrijstaande woningen.
2Koppeling aan een parkeerplaats
Als de beste positie bepaald is, wordt er gekeken naar de dichtstbijzijnde openbare parkeerplaats (zie Figuur 8). In deze stap wordt de laadpaallocatie gekoppeld aan een openbare parkeerplaats.
Figuur 8 Stap 2: Koppeling van laadpaallocatie aan parkeerplaats
3Beoordeling van potentiële locaties op plaatsingscriteria
De potentiële laadpaal locaties worden beoordeeld op de criteria genoemd in paragraaf 4.3.3. Indien een laadpaallocatie in de nabije omgeving beter past binnen de plaatsingscriteria, dan wordt de positie verplaatst en definitief vastgelegd. Een voorbeeld waarbij de locatie aangepast wordt, is weergegeven in Figuur 9.
Figuur 9 Stap 3: Beoordeling van plaatsingscriteria laadpaallocatie
4Herhaling van stappen 1, 2 en 3
De stappen 1, 2 en 3 worden herhaald totdat het maximum van 79 laadpaallocaties bereikt is. Hierdoor voldoen alle locaties aan dezelfde criteria.
Figuur 10 Stap 4: Herhaling van stappen 1, 2 en 3
5Evenwichtige spreiding
Om te zorgen dat de laadpaallocaties een evenwichtige spreiding krijgen over de gehele gemeente houdt de software rekening met 12 potentiële posities die bepaald zijn op basis van clustering en woningdichtheid. Indien clusters samenvallen met een reeds bepaalde laadpaallocatie komt deze cluster te vervallen. Ook als er geen openbare parkeerplaats in de buurt van de cluster zijn dan vervalt deze.
Figuur 11 Stap 5: Evenwichtige spreiding door toevoeging van laadpaallocatie op basis van clustering en woningdichtheid. De rode laadpaallocaties zijn op basis van woningdichtheid inclusief woningen met eigen oprit., de groene laadpalen zijn op basis van modelberekeningen.
4.3.3 Vertaling naar concrete laadpaallocaties
Het resultaat van de modelberekeningen met Pahlplatz zijn 91 berekende zoekpunten op straatniveau. Dit zijn theoretische zoekpunten, die nog naar concrete laadpaallocaties in de openbare ruimte (en op ‘stoeptegelniveau’) vertaald moeten worden. Voor deze vertaling zijn een aantal plaatsingscriteria van belang die hieronder beschreven zijn. Aan de hand van deze criteria zijn de 91 zoekpunten geconcretiseerd naar 91 laadpaallocaties die vervolgens op de ‘Plankaart publieke laadpalen’ zijn ingetekend. Het realiseren van laadpalen die niet op de plankaart staan, is niet mogelijk. Alleen in uitzonderlijke situaties kan hiervan worden afgeweken.
De plaatsingscriteria die van die van toepassing zijn voor het plaatsen van laadpalen of concretiseren van laadpaallocaties in Waalre:
•Grondeigendom: de ondergrond is in eigendom van de gemeente.
•Doorgang: de doorgang voor ander verkeer blijft gewaarborgd. Bij plaatsing van de laadpaal in een trottoir blijft er op het trottoir voldoende ruimte over voor voetgangers en rolstoelgebruikers.
•Belemmeringen openbare ruimte: er zijn geen belemmeringen ten aanzien van ander straatmeubilair of (openbaar) groen.
•Efficiënt gebruik: op de locatie zijn ten minste twee aangrenzende parkeerplaatsen waar de te plaatsen laadpaal gebruikt kan worden, zodat eenvoudig twee EV’s tegelijk kunnen laden.
•Toegankelijkheid: alle componenten van de laadpaal zijn 24/7 toegankelijk, ook voor andere EV-rijders.
•Plaatsing: de laadpaal wordt op de raaklijn met de aangrenzende parkeerplaats(en) geplaatst.
•Aansluitbaar op elektriciteitsnetwerk: de laadpaal kan aangesloten worden op het laagspanningsnetwerk van Enexis.