Aanhef
De raad van de gemeente Waadhoeke;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25 november 2025;
gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;
besluit vast te stellen de:
Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2026
Artikel 1 Begripsomschrijving
1Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder “gebruik maken”: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.
2Van een medische indicatie in de zin van deze verordening is sprake, indien in een huishouden extra huishoudelijke afvalstoffen ontstaan vanwege een chronische ziekte of een handicap waarbij gebruik van stoma-, dialyse- of incontinentiemateriaal nodig is.
Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit
1Onder de naam “afvalstoffenheffing” wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
2De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieven worden naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Artikel 3 Voorwerp van de belasting
1Voorwerp van de belasting is een perceel.
2Als perceel wordt aangemerkt:
a.de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken;
b.de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;
c.een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
d.een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;
e.het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
Artikel 4 Vrijstellingen
De belasting als bedoeld in artikel 6, vierde lid, aanhef en onder a, wordt in het geval van een medische indicatie na overlegging van een medische verklaring (niet ouder dan 3 maanden) van een behandelend arts of apotheker, niet geheven.
Artikel 5 Belastingplicht
De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.
Artikel 6 Maatstaf van heffing en belastingtarief
1De belasting bedraagt per belastingjaar:
a.voor elk perceel dat wordt gebruikt door één persoon € 265,60
b.voor elk perceel dat wordt gebruikt door meer dan één persoon € 332,00
2Voor de vaststelling van het aantal personen, als bedoeld in het eerste lid is de situatie op 1 januari van het belastingjaar voor het gehele betreffende jaar maatgevend, met dien verstande dat ingeval de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, de situatie bij de aanvang van de belastingplicht maatgevend is voor het resterende tijdvak in het betreffende belastingjaar.
3Bij percelen waarvan het perceel niet het hoofdverblijf van de belastingplichtige is, geldt een tarief van € 265,60
4De belasting als bedoeld in het eerste lid wordt vermeerderd met voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, op verzoek van de belastingplichtige in bruikleen hebben van een
a.extra afvalcontainer voor huishoudelijk restafval, per container € 169,00
b.extra afvalcontainer voor huishoudelijk groente-, fruit- en tuinafval, per container € 93,00
Artikel 7 Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 8 Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1De belasting bedoeld in artikel 5 is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in artikel 5 verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
4Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.
5Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.
6Voor de toepassing van het bepaalde in het vijfde lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen afvalstoffenheffing of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag.
Artikel 10 Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen één maand na dagtekening van het aanslagbiljet.
2In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later.
3In afwijking van het tweede lid kan de belastingschuldige via de door het college van burgemeester en wethouders beschikbaar gestelde Digitale Belastingbalie kiezen voor automatische incasso in 1 tot en met 12 maandelijkse termijnen, waarbij de belastingschuldige tevens kan kiezen uit meerdere door de gemeente aangeboden incassomomenten per maand.
4De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste, tweede en derde lid gestelde termijn.
Artikel 11 Overgangsrecht
Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de Verordening afvalstoffenheffing 2025 van 19 december 2024 ingetrokken, met dien verstande, dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel
1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
3Deze verordening kan worden aangehaald als ’Verordening afvalstoffenheffing 2026.