Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2026

Gemeente Waadhoeke · geldt sinds 23 december 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Waadhoeke;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25 november 2025;

gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de:

Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2026

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

a.openbare aankondiging: alle tot het publiek gerichte mededelingen die erop gericht zijn de belangstelling van het publiek te trekken voor hetgeen wordt aangekondigd;

b.bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij directe of indirecte steun vindt in of op de grond;

c.vestiging: een gebouw, of deel daarvan dat door één organisatie of bedrijf wordt gebruikt.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam reclamebelasting wordt, binnen de gebieden zoals nader aangewezen in de bij deze verordening behorende bijlagen, een directe belasting geheven voor een aan of op een bouwwerk aangebrachte openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg.

Artikel 3 Belastingplicht

1De reclamebelasting wordt geheven van degene van wie dan wel ten behoeve van wie de openbare aankondiging wordt aangetroffen.

2In afwijking in zoverre van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting voor een openbare aankondiging, die met vermelding van de naam van een tussenpersoon is gedaan in verband met de verhuur of de verkoop van roerende en onroerende zaken, geheven van die tussenpersoon.

3In afwijking in zoverre van het bepaalde in het eerste en tweede lid wordt de reclamebelasting voor een openbare aankondiging die is aangebracht door tussenkomst van een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zijn beroep of bedrijf maakt van ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van openbare aankondigingen op daartoe beschikbaar gestelde oppervlakken, geheven van die natuurlijk persoon of rechtspersoon.

Artikel 4 Vrijstellingen

De belasting als bedoeld in artikel 2 wordt niet geheven ter zake van:

a.openbare aankondigingen door publiekrechtelijke rechtspersonen gedaan in de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak;

b.openbare aankondigingen die uitsluitend het openbaar belang dienen;

c.openbare aankondigingen die uitsluitend dienen ten behoeve van de regulering van het verkeer en openbare land- en waterwegen;

d.openbare aankondigingen van kerkgenootschappen, scholen en politieke partijen;

e.openbare aankondigingen die zonder commercieel oogmerk aanwezig zijn in het kader van en voor de duur van activiteiten van culturele, sociale kerkelijke of soortgelijke aard of voor braderieën georganiseerd door niet commerciële instellingen;

f.openbare aankondigingen die zijn gedaan in verband met de verhuur of de verkoop van bedrijfs- of woonruimten indien deze aanwezig zijn aan of op de te verkopen of te verhuren ruimte of zaak;

g.natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en geen commercieel belang hebben bij een aankondiging.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

1De belasting als bedoeld in artikel 2 wordt geheven per vestiging, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.

2Voor de toepassing van dit artikel wordt eveneens als één vestiging aangemerkt, meerdere bouwwerken of delen daarvan, die direct naast elkaar gelegen zijn en tezamen worden gebruikt door één belanghebbende.

Artikel 6 Belastingtarieven

1Het tarief bedraagt voor het hebben van één of meerdere openbare aankondiging per vestiging:

a.in tariefgebied A van het centrum van Franeker € 895,00 per jaar;

b.in tariefgebied B van het centrum van Franeker € 716,00 per jaar;

c.in tariefgebied C van het centrum van Franeker € 476,00 per jaar;

d.in het tariefgebied van St.-Annaparochie € 218,00 per jaar.

2De tariefgebieden in het centrum van Franeker zijn aangewezen in de bij deze verordening behorende bijlage 1.

3Het tariefgebied van St.-Annaparochie is aangewezen in de bij deze verordening behorende bijlage 2.

Artikel 7 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de reclamebelasting verschuldigd voor zoveel maanden als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.

3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat op verzoek van belastingplichtige aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 9 Wijze van heffing

De reclamebelasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 10 Termijnen en wijze van betaling

1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen één maand na dagtekening van het aanslagbiljet.

2In afwijking van het eerste lid geldt dat zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3In afwijking van het tweede lid kan de belastingschuldige via de door het college van burgemeester en wethouders beschikbaar gestelde Digitale Belastingbalie kiezen voor automatische incasso in 1 tot en met 12 maandelijkse termijnen, waarbij de belastingschuldige tevens kan kiezen uit meerdere door de gemeente aangeboden incassomomenten per maand.

4De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste, tweede en derde lid gestelde termijnen.

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Overgangsrecht

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de Verordening reclamebelasting 2025 van 19 december 2024 ingetrokken, met dien verstande, dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel

1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

3Deze verordening kan worden aangehaald als ’Verordening reclamebelasting 2026’.

Bijlage 1

Tariefgebied reclamebelasting Franeker

Bijlage 2

Tariefgebied reclamebelasting St.-Annaparochie

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.