Op deze nota parkeernormen is een juridisch kader van toepassing. In dit hoofdstuk is dit kader opgenomen.
5. Autoparkeernormen
5.1 Totstandkoming van de autoparkeernormen
5.1.1 Gebiedsindeling
Vught is in deze nota parkeernormen ingedeeld in vier verschillende zones. In bijlage 1 is de gebiedsindeling op een kaart ingetekend. In de onderstaande tabel zijn de gebieden opgenomen en wordt per gebied een beknopte toelichting gegeven.
Gebieden
Wijken/buurten (indicatief)
Centrum
Het centrum van Vught en Moleneindplein, Vught
Schil centrum
Buurten rondom het centrum en het stationsgebied
Rest bebouwde kom
Rest van de bebouwde kom kern Vught, Cromvoirt, Helvoirt en Lunetten en mogelijke uitbreidingen tegen de bebouwde kom-grenzen aan.
Buitengebied
Het agrarische gebied en natuurgebied
tabel 2: Gebiedsindeling
5.1.2 Stedelijkheidsgraad
De eerste stap binnen het kalibreren van de parkeerkencijfers is het bepalen van de mate van stedelijkheid. Over de gehele gemeente gezien heeft Vught circa 1.200 adressen per km² gemiddeld (CBS, 2023). Volgens de categorisering van het Centraal Bureau van Statistiek betekent dit een matig stedelijk karakter (tussen 1.000 en 1.500 adressen per km²).
5.1.3 Keuze binnen CROW bandbreedtes
In de gemeente Vught ligt het gemiddelde autobezit op 1,18 personenauto’s per huishouden
4CBS, 2024
. Het autobezit van 50% van de gemeenten in Nederland ligt tussen 1,1 en 1,3 personenauto’s per huishouden, en van 70% tussen 1 en 1,4 personenauto’s per huishouden. Hoewel gemeente Vught een hoger autobezit heeft in vergelijking met het landelijk gemiddelde (1,08 personenauto’s per huishouden), ligt het autobezit van de gemeente binnen een gemiddeld autobezit van Nederlandse gemeenten.
De CROW parkeerkencijfers bevatten bandbreedtes. Voor iedere functie wordt een minimum en een maximum kencijfer gegeven. Het minimum sluit aan bij gemeenten waarin sprake is van een relatief laag autobezit- en gebruik. Het maximum kencijfer is van toepassing op gemeenten met een hogere autoafhankelijkheid. Op basis van het geconstateerde autobezit in Vught en de achterliggende beleidsdoelstellingen, is de keuze gemaakt om alle parkeernormen te baseren op het gemiddelde kencijfer.
5.2 Autoparkeernormen voor verschillende type functies
5.2.1 Woonfuncties
Gemeente Vught maakt in deze nota onderscheid tussen verschillende soorten woonfuncties. Voor sociale huurwoningen geldt het toegepaste prijssegment uit de gemeentelijke Woonvisie. Voor sociale huurwoningen is deze grens een rekenhuur van maximaal € 900,07 per maand (prijspeil januari 2025). Deze grens wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld. Voor woonfuncties geldt het aantal vierkante meter bruto vloeroppervlakte (hierna bvo) als uitgangspunt.
Bezoekersparkeernorm bij woonfuncties
Bij woonfuncties moeten er parkeerplaatsen voor bewoners en parkeerplaatsen voor bezoekers van bewoners (visite) worden aangelegd. De parkeerplaatsen voor bezoekers dienen openbaar toegankelijk te zijn. Alle autoparkeernormen voor woonfuncties zijn exclusief de geldende bezoekersparkeernorm.
5.2.2 Overige functies
Bijlage 3 bevat autoparkeernormen voor een groot aantal functies. Voor veel functies geldt dat de parkeernorm is gebaseerd op de eenheid ‘per 100 vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo)’. Voor sommige functies geldt dat de parkeernorm op een andere manier wordt uitgedrukt, voor een huisartsenpraktijk is dit bijvoorbeeld per behandelkamer.
Het overzicht met parkeernormen bevat een aantal functies met een subjectieve aanduiding, zoals klein, gemiddeld of groot. In deze nota is niet opgenomen wanneer een functie behoort tot een van deze categorieën. De initiatiefnemer maakt hierin een gemotiveerde keuze, gemeente Vught beoordeeld of zij zich kan vinden in deze keuze. Bij verschil van inzicht beslist de gemeente welke parkeernorm van toepassing is.
Bezoekersparkeren overige functies
Bij overige functies (niet-woonfuncties) moeten parkeerplaatsen voor vaste gebruikers (vaak zijn dit werknemers) en parkeerplaatsen voor bezoekers worden aangelegd. Het aandeel bezoekers wordt per functie uitgedrukt in een percentage. Dit percentage geeft aan hoe voor de desbetreffende functie de verhouding ligt tussen vaste gebruikers en bezoekers. Een percentage bezoekers van 20% houdt in dat van de opgenomen parkeernorm 20% door bezoekers wordt veroorzaakt. De vaste gebruikers vormen de overige 80% van de parkeernorm.
5.2.3 Laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen
Het aantal elektrische voertuigen in Nederland en in Vught neemt de aankomende jaren verder toe. Ook de vraag naar laadinfrastructuur neemt hiermee toe. Voor ruimtelijke ontwikkelingen gelden voor laadinfrastructuur de eisen zoals vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving
5Hyperlink naar Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl).
(Bbl). Uit het Bbl komen de volgende eisen naar voren:
•Een woongebouw met een parkeergelegenheid in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde bouwwerkperceel, met meer dan tien parkeervakken, heeft leidingdoorvoeren voor oplaadpunten voor ieder parkeervak.
•Een gebouw, anders dan een woongebouw, met een parkeergelegenheid in het bouwwerk of buiten het bouwwerk op hetzelfde bouwwerkperceel, met meer dan tien parkeervakken, heeft ten minste een oplaadpunt en leidingdoorvoeren voor oplaadpunten voor ten minste een op de vijf parkeervakken.
Vanuit het Besluit infrastructuur alternatieve brandstoffen
6Hyperlink naar Besluit alternatieve brandstoffen.
worden eisen gesteld om de veiligheid en het gebruiksgemak van publiek toegankelijke oplaadpunten te waarborgen. Voor oplaadpunten in een private omgeving gelden de eisen uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD III) of de opvolger hiervan.
5.2.4 Gehandicaptenparkeren
Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang dat er voor gehandicapten voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Gehandicapten zijn mensen die als gevolg van een lichamelijke beperking niet ver kunnen lopen. Zij hebben een officiële gehandicaptenparkeerkaart (bestuurder of passagier).
De gemeente Vught past het uitgangspunt toe dat, bij ontwikkeling van publieke functies met een parkeervraag van meer dan 15 parkeerplaatsen, ten minste 2% van die vraag moet zijn ingericht als algemene gehandicaptenparkeerplaats, met een minimum van 1. De loopafstand tussen de gehandicaptenparkeerplaats en het bestemmingsadres mag maximaal 100 meter bedragen.
5.2.5 Laden en lossen
Wanneer een functie wordt ontwikkeld waarbij sprake is van laden en lossen moet een geschikte laad- en losvoorziening worden gemaakt. Het voertuig waarmee geladen en gelost gaat worden is hierbij maatgevend. Laden en lossen moet volledig op eigen terrein plaatsvinden.
Het college van burgemeester en wethouders kan gemotiveerd afwijken van de eis dat de laad- en losvoorziening op eigen terrein moet worden aangebracht. Het college beoordeelt, als de initiatiefnemer heeft aangetoond dat op eigen terrein geen veilige laad- en losvoorziening aangebracht kan worden, of in de openbare ruimte een overtuigend en veilig alternatief mogelijk is.
6. Toepassingskader
6.2 Uitgangspunten toepassingskader
6.2.1 Hoofd- en nevenfuncties
Een ruimtelijke ontwikkeling of een gebouw binnen een ontwikkeling kan uit meerdere verschillende functies bestaan. Uitgangspunt binnen het stappenplan is dat de parkeerbehoefte van iedere functie apart moet worden berekend. De maximaal planologische mogelijkheden binnen het Omgevingsplan zijn hierbij leidend.
6.2.2 Maximale loopafstanden
Binnen dit stappenplan bestaat de mogelijkheid om parkeerplaatsen op enige loopafstand van een ontwikkellocatie aan te leggen. Om de bruikbaarheid en aantrekkelijkheid van deze parkeerplaatsen te waarborgen hanteert gemeente Vught maximaal acceptabele loopafstanden. Deze loopafstanden kunnen per gebied en per type functie verschillend zijn. De loopafstanden zijn opgenomen in tabel 3 (voor autoparkeren) en tabel 4 (voor fietsparkeren). Een loopafstand wordt gemeten als de kortst mogelijke looproute, gemeten vanaf de voetgangersingang van de parkeervoorziening tot de voetgangersingang van het bestemmingsadres. Voor het meten van de loopafstand wordt gebruik gemaakt van een online routenavigatiesysteem (bijvoorbeeld Google Maps).
Functie
Centrum
Schil centrum
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Wonen, bewoners
400meter
250meter
150meter
100meter
Wonen, bezoekers
250meter
200meter
100meter
100meter
Bedrijven
800meter
600meter
400meter
200meter
Detailhandel
600meter
300meter
200meter
100meter
Supermarkt
150meter
150meter
100meter
100meter
Gezondheidszorg
100meter
100meter
100meter
100meter
Onderwijs
300meter
200meter
100meter
100meter
Overige functies
300meter
200meter
100meter
100meter
tabel 3: Maximale acceptabele loopafstanden autoparkeren
7Bron: CROW
Functie
Centrum
Schil centrum
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Wonen, bewoners
75meter
75meter
75meter
75meter
Wonen, bezoekers
50meter
50meter
50meter
50meter
Overige functies vaste gebruikers*
75meter
75meter
75meter
75meter
Overige functies bezoekers
50meter
50meter
50meter
50meter
tabel 4: Maximale acceptabele loopafstanden fietsparkeren
8Bron: CROW
*Onder vaste gebruikers worden fietsers verstaan die met een vaste regelmaat terugkeren bij de bestemming (bijvoorbeeld bewoners, werknemers of vrijwilligers).
6.2.3 Omrekenfactoren Parkeren Op Eigen Terrein (POET)
Zoals opgenomen in paragraaf 2.4 geldt binnen deze nota parkeernormen het beleidsuitgangspunt dat de fiets en autoparkeervraag op eigen terrein moet worden opgelost. Voor autoparkeren geldt dat een parkeerplaats op eigen terrein verschillende verschijningsvormen kan hebben; bijvoorbeeld een parkeergarage onder het gebouw, een oprit of een aan de woning verbonden garagebox. Omdat in de praktijk blijkt dat parkeerplaatsen op eigen terrein niet altijd volledig worden benut voor het parkeren van de auto, bevat deze nota omrekenfactoren (zie bijlage 5) zoals aanbevolen door CROW. De omrekenfactoren geven per type parkeervoorziening een theoretische parkeercapaciteit en een berekeningsaantal. Een enkele oprit zonder garage heeft bijvoorbeeld een theoretische capaciteit van 1 parkeerplaats, het berekeningsaantal is 0,8 parkeerplaats. In een parkeerbalans moet het berekeningsaantal worden toegepast.
6.2.4 Salderen bij het vervallen van bestaande functies
Bij bepaalde ontwikkelingen kunnen bestaande functies komen te vervallen. Als een functie vervalt, vervalt ook de theoretische
9Voor het salderen worden de parkeernormen gebruikt om de theoretische hoeveelheid parkeerplaatsen te bepalen
parkeervraag die bij deze functie hoorde. Gemeente Vught wil voorkomen dat er in de openbare ruimte een restcapaciteit ontstaat door het vervallen van een functie. Daarom bestaat de mogelijkheid om de parkeerbehoefte van de nieuwe functie (gedeeltelijk) op te lossen door het aftrekken van de theoretische parkeervraag van de te vervallen functies. Dit principe wordt salderen genoemd.
Salderen betekent dus het verrekenen van de parkeerbehoefte van de nieuw te realiseren functies met de theoretische parkeerbehoefte van de bestaande te vervallen functie. In Vught is salderen alleen mogelijk voor autoparkeren en het is niet van toepassing op fietsparkeren. Dit omdat het niet goed te bepalen is wat de theoretische fietsparkeervraag van een bestaande functie is en niet aan te wijzen is welke restcapaciteit door de fiets wordt ingenomen en behouden kan blijven.
De theoretische parkeervraag van de te vervallen functies wordt met de voorliggende parkeernormen (zie bijlage 3) berekend. Salderen wordt per dagdeel berekend met de aanwezigheidspercentage (zie bijlage 4).
Een ontwikkeling moet, om salderen te kunnen laten plaatsvinden, in het bijzonder aan de volgende eisen voldoen:
•de ruimtelijke ontwikkeling betreft een ontwikkeling waarin een of meerdere bestaande functies komen te vervallen;
•de parkeerplaatsen die worden gesaldeerd moeten behouden blijven binnen de contouren van de ruimtelijke ontwikkeling;
•de omgevingsvergunning wordt aangevraagd tot maximaal twee jaar nadat de laatste vergunde functie is komen te vervallen, aan te tonen door de initiatiefnemer.
6.2.5 Compensatie van vervallen parkeerplaatsen
Indien als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling openbare auto- en/of fietsparkeerplaatsen komen te vervallen, dan moeten deze in de openbare ruimte worden gecompenseerd binnen de maximale loopafstand die geldt voor de desbetreffende functie (paragraaf 6.2.2). De kosten die gepaard gaan met de aanleg van deze parkeerplaatsen zijn voor rekening van de initiatiefnemer.
6.2.6 Afrondingsregel
Bij het doorlopen van het stappenplan moeten verschillende berekeningen worden uitgevoerd. Bij de vaststelling van de parkeereis per parkeervoorziening (stap 4 t/m 6), nadat dubbelgebruik is getoetst , wordt op hele parkeerplaatsen naar boven afgerond.
6.2.7 Dubbelgebruik
In een ruimtelijke ontwikkeling worden soms verschillende functies gerealiseerd. Iedere functie trekt zijn eigen doelgroepen aan; bewoners, bezoekers van bewoners, werknemers en bijvoorbeeld bezoekers van bedrijven of instellingen. Iedere doelgroep is op verschillende momenten van de dag/week aanwezig. Bij combinaties van meerdere functies in één ruimtelijke ontwikkeling ontstaat de mogelijkheid om dezelfde parkeerplaatsen voor meerdere doelgroepen in te zetten. Overdag maakt bijvoorbeeld een kantoormedewerker gebruik van een parkeerplaats, in de avond en nacht is diezelfde parkeerplaats beschikbaar voor een bewoner. Dit principe staat bekend als dubbelgebruik.
Om de mogelijkheden op het vlak van dubbelgebruik te onderzoeken moet voor iedere ruimtelijke ontwikkeling een parkeerbalans worden opgesteld. In een parkeerbalans wordt op basis van de aanwezigheidspercentages opgenomen in bijlage 4 de normatieve parkeerbehoefte van iedere geplande functie voor verschillende dagdelen berekend. Aan de hand van deze percentages wordt in de parkeerbalans het dagdeel vastgesteld waarop de gezamenlijke parkeerbehoefte van de functies het hoogst is. Dit moment wordt de maatgevende parkeerbehoefte genoemd. In bijlage 7 is een rekenvoorbeeld opgenomen waarin op basis van dubbelgebruik de maatgevende parkeerbehoefte is bepaald. Wanneer voor een functie geen geschikt aanwezigheidspercentage is opgenomen, dan moet het percentage worden gehanteerd dat geldt voor de meest vergelijkbare functie. De initiatiefnemer kan ook een motivering opstellen waarin het gebruik van afwijkende aanwezigheidspercentages wordt onderbouwd.
Een parkeervoorziening moet, om dubbelgebruik te kunnen laten plaatsvinden, in het bijzonder aan de volgende eisen voldoen:
•De parkeerplaatsen zijn niet gereserveerd of toegewezen aan specifieke gebruikers (dit geldt bijvoorbeeld voor gehandicapten of deelauto’s);
•De parkeerplaatsen moeten zich binnen de maximaal acceptabele loopafstand bevinden die geldt voor de desbetreffende functie(s) en gebruikersgroepen (zie paragraaf 6.2.2);
•De parkeerplaatsen zijn bereikbaar en fysiek toegankelijk voor alle gebruikersgroepen (als bezoekers van bewoners bijvoorbeeld in een parkeergarage moeten parkeren, dan moeten zij een hekwerk of slagboom kunnen openen).
6.3 Stappenplan
6.3.1 Stap 1: de normatieve parkeerbehoefte berekenen
De normatieve parkeerbehoefte vormt het uitgangspunt voor de bepaling van het aantal benodigde fiets- en autoparkeerplaatsen. De normatieve parkeerbehoefte wordt berekend op basis van de autoparkeernormen in bijlage 3 de fietsparkeernormen in bijlage 2. Om de normatieve parkeerbehoefte te berekenen moet voor iedere geplande functie of uitbreiding van een bestaande functie de berekening ‘programma x parkeernorm’ worden uitgevoerd.
Resultaat stap 1: voor alle functies die in de ruimtelijke ontwikkeling worden gerealiseerd is de normatieve parkeerbehoefte bepaald.
6.3.2 Stap 2: het salderen van een bestaande parkeerbehoefte
Bij het salderen van een parkeerbehoefte moeten aanwezigheidspercentages worden toegepast. Per dagdeel moet de parkeerbehoefte van de bestaande te vervallen en nieuwe functie(s) worden gesaldeerd. De hoogste waarde geldt als de nieuwe maatgevende parkeerbehoefte van de ruimtelijke ontwikkeling. In het rekenvoorbeeld opgenomen in bijlage 7 wordt dit toegelicht.
Resultaat stap 2: indien van toepassing is de parkeerbehoefte van één of meerdere bestaande functies op de juiste wijze in mindering gebracht op de normatieve parkeerbehoefte zoals bepaald in stap 1.
6.3.3 Stap 3: toepassing van een mobiliteitscorrectie
Wanneer de normatieve parkeerbehoefte is berekend en de eventuele parkeerbehoefte van een of meerdere bestaande functie(s) is gesaldeerd, kan in de volgende stap een mobiliteitscorrectie worden toegepast. De mobiliteitscorrectie vormt een optionele stap, de initiatiefnemer bepaalt óf en in welke mate wordt ingezet op duurzame mobiliteitsconcepten. De mobiliteitscorrectie kan leiden tot een vermindering van het aantal benodigde autoparkeerplaatsen. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het onderbouwen van een mobiliteitscorrectie. De initiatiefnemer stelt voor deze onderbouwing een mobiliteitsplan op.
Het aandeel van de parkeerbehoefte waarin kan worden voorzien door inzet van één of meerdere mobiliteitsconcepten is gemaximeerd. Dit maximum is uitgedrukt in een percentage van de normatieve parkeerbehoefte, na saldering van een bestaande parkeerbehoefte, namelijk 15%.
De mogelijk in te zetten mobiliteitsconcepten zijn in deze paragraaf limitatief opgenomen.
1Beschikbaar stellen van deelmobiliteit
Een actueel mobiliteitsconcept is het voor een ruimtelijke ontwikkeling beschikbaar stellen van deelmobiliteit.
Inzet van een autodeelconcept
Een initiatiefnemer van een ruimtelijke ontwikkeling, waarin woningbouw wordt gerealiseerd, kan kiezen voor het inzetten van een autodeelconcept. Dit is een concept waarbij deelauto’s beschikbaar zijn voor bewoners. De deelauto vormt een alternatief voor eigen autobezit. De gemeente Vught hanteert de volgende uitgangspunten om te kunnen waarborgen dat sprake is van een robuust en toekomstbestendig autodeelconcept:
1Een autodeelconcept kan alleen leiden tot een reductie van de bewonersparkeerbehoefte bij de ontwikkeling van woonfuncties;
2Maximaal 15% van de normatieve bewonersparkeerbehoefte kan worden ingevuld door de inzet van een autodeelconcept;
3Iedere deelauto die wordt ingezet vervangt maximaal vier eigen auto’s van bewoners;
4Voor iedere deelauto wordt een geoormerkte autodeelparkeerplaats aangelegd, als sprake is van een elektrische deelauto is deze parkeerplaats voorzien van een elektrisch oplaadpunt;
5De inzet van het autodeelconcept moet voor ten minste vijf jaar zijn gewaarborgd, aan te tonen door middel van een ondertekende overeenkomst tussen de initiatiefnemer en aanbieder van het autodeelconcept (inclusief kettingbeding).
6In de bovengenoemde overeenkomst dient een risicobeheersmaatregel te zijn opgenomen voor situaties waarin de deelauto aanbieder niet meer in staat is om het autodeelconcept aan te kunnen bieden.
7Het autodeelconcept moet beschikbaar zijn vanaf het moment dat (de eerste) woningen binnen de ruimtelijke ontwikkeling worden bewoond.
Inzet van overige gedeelde mobiliteiten
Inzet van deelfietsen, deelscooters en andere vormen van deelmobiliteit kunnen deel uitmaken van het mobiliteitsconcept. Initiatiefnemers kunnen deze modaliteiten beschikbaar stellen als een extra service richting eindgebruikers. Gemeente Vught hanteert het uitgangspunt dat inzet van deze vormen van deelmobiliteit niet leidt tot een reductie van de autoparkeerbehoefte.
2Mobility as a Service (MaaS)
Mobility as a Service is een mobiliteitsconcept waarin vanuit een platform in de behoefte aan mobiliteit wordt voorzien. Verschillende modaliteiten kunnen onderdeel uitmaken van dit platform, waaronder ook deelmobiliteit. Initiatiefnemers die willen inzetten op MaaS moeten in het mobiliteitsplan uitwerken hoe het MaaS concept concreet vorm krijgt. Gemeente Vught toetst hierbij in het bijzonder hoe het MaaS platform wordt gevormd en hoe eindgebruikers zich hierbij kunnen aansluiten.
3Doelgroep met een afwijkende mobiliteitsbehoefte
Achter de hoogte van een parkeernorm bevindt zich een inschatting van de mate waarin autobezit en/of -gebruik zal optreden. De initiatiefnemer van een ruimtelijke ontwikkeling kan van mening zijn dat een doelgroep die wordt aangetrokken gekenmerkt wordt door een afwijkende mobiliteitsbehoefte. Wanneer dit het geval is dan biedt de mobiliteitscorrectie de ruimte om een doelgroepenanalyse uit te voeren en op basis van een vertaling naar autobezit en -gebruik een parkeernorm te bepalen. De doelgroepenanalyse vormt een onderdeel van het mobiliteitsplan.
Resultaat stap 3: op de (resterende) normatieve parkeerbehoefte van de ruimtelijke ontwikkeling (zoals bepaald in stap 2) is optioneel een mobiliteitscorrectie in mindering gebracht.
6.3.4 Stap 4: vaststelling fiets- en autoparkeervraag
Met de vierde stap in het stappenplan wordt de fiets- en autoparkeervraag van de ruimtelijke ontwikkeling vastgesteld. Dit is het benodigde aantal fiets- en autoparkeerplaatsen. In deze stap wordt de aanwezigheidspercentage toegepast om een indicatie te krijgen van de maatgevende parkeerbehoefte van de ontwikkeling. Na de vaststelling van de parkeervraag wordt in stap 5 t/m 7 onderzocht welke parkeervoorzieningen beschikbaar worden gesteld om te voorzien in de parkeervraag.
Resultaat stap 4: het aantal fiets- en autoparkeerplaatsen dat (extra) benodigd is voor de ruimtelijke ontwikkeling is vastgesteld.
6.3.5 Stap 5: aanleg parkeerplaatsen op eigen terrein of in de openbare ruimte
Zoals opgenomen in paragraaf 2.4 is het uitgangspunt binnen deze nota parkeernormen dat de parkeervraag volledig op eigen terrein moet worden opgelost. Parkeerplaatsen op eigen terrein zijn alle door de initiatiefnemer gerealiseerde parkeerplaatsen binnen de ontwikkeling, ook als het ingericht wordt als openbare ruimte. Om deze reden moet in de eerste plaats door de initiatiefnemer worden bepaald hoeveel parkeerplaatsen op eigen terrein beschikbaar gesteld kunnen worden. Indien van toepassing moeten hierbij de berekeningsaantallen voor parkeren op eigen terrein worden toegepast met de omrekenfactor (zie bijlage 5).
Resultaat stap 5: het aantal parkeerplaatsen dat op eigen terrein beschikbaar wordt gesteld voor de ruimtelijke ontwikkeling is bepaald en in mindering gebracht op de vastgestelde parkeervraag zoals bepaald in stap 3.
6.3.6 Stap 6: gebruik bestaande private parkeercapaciteit
In de directe omgeving van een ontwikkellocatie kan, op het moment dat de geplande functies hun parkeerbehoefte genereren, (gedeeltelijk) ongebruikte private parkeercapaciteit aanwezig zijn. Op het moment dat de vastgestelde parkeereis niet (volledig) op eigen terrein kan worden opgelost, kan worden onderzocht of gebruik van nabijgelegen private parkeervoorzieningen mogelijk is. Deze voorzieningen moeten binnen de maximale loopafstanden van de ontwikkellocatie liggen (zie paragraaf 6.2.2).
Het gebruik van eventuele private parkeerplaatsen dient voor ten minste tien jaar contractueel te worden vastgelegd (inclusief kettingbeding). De initiatiefnemer moet aantonen hoe parkeerders toegang krijgen tot de desbetreffende parkeervoorziening op de vereiste momenten van de dag/week en hoe de beschikbaarheid van de benodigde parkeerplaatsen is gewaarborgd.
Resultaat stap 6: het aantal private parkeerplaatsen dat door de initiatiefnemer wordt gekocht of gehuurd om de parkeerbehoefte te kunnen faciliteren is bepaald en in mindering gebracht op de resterende parkeereis zoals bepaald in stap 4.
6.3.7 Stap 7: gebruik bestaande openbare parkeercapaciteit
De situatie kan zich voordoen dat het voor de initiatiefnemer niet mogelijk is om de vastgestelde parkeervraag op eigen terrein op te lossen of door het kopen of huren van private parkeerplaatsen. De initiatiefnemer kan in dit geval onderzoeken of de resterende parkeervraag opgelost kan worden door gebruik te maken van bestaande openbare parkeercapaciteit. Om te voorkomen dat dit leidt tot een ongewenste stijging van de parkeerdruk hanteert gemeente Vught het uitgangspunt dat de parkeerdruk in de eindsituatie (na afwenteling van de parkeervraag vanuit de ruimtelijke ontwikkeling) maximaal 85% mag zijn.
Het uitgangspunt voor het gebruik van bestaande openbare parkeercapaciteit is dat de parkeerdruk in de eindsituatie (na afwenteling van de parkeerbehoefte vanuit de ruimtelijke ontwikkeling) maximaal 85% mag zijn.
Om te kunnen beoordelen of gebruik van openbare parkeercapaciteit mogelijk is, is een actueel beeld nodig van de bestaande parkeerdruk in het gebied rondom de ontwikkellocatie. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het in kaart brengen van de parkeerdruk. Als gemeente Vught over recent uitgevoerde parkeerdrukmetingen beschikt, dan worden deze gegevens beschikbaar gesteld aan de initiatiefnemer. Een uitgevoerde parkeerdrukmeting mag niet ouder zijn dan twee jaar en moet naar het oordeel van de gemeente Vught een representatieve weergave vormen van de parkeersituatie. Als geen actueel beeld is van de parkeerdruk, dan moet de initiatiefnemer zelf een parkeerdrukmeting laten uitvoeren. Deze meting moet aan de volgende eisen voldoen:
•De meetmethodiek die in het parkeerdrukonderzoek wordt gehanteerd moet door gemeente Vught zijn goedgekeurd (de wijze waarop parkeercapaciteit en- bezetting wordt gemeten). Alleen officiële parkeerplaatsen gelden als beschikbare parkeercapaciteit.
•De uitvoering van het parkeerdrukonderzoek moet met gemeente Vught zijn afgestemd. Hierbij worden in ieder geval het onderzoeksgebied bepaald en de momenten van de dag/week waarop de metingen plaats moeten vinden. Het onderzoek moet tenminste plaatsvinden op het maatgevende moment van de parkeerbehoefte die in de openbare ruimte wordt opgelost. Voor de begrenzing van het onderzoeksgebied gelden de maximaal acceptabele loopafstanden (zie paragraaf 6.2.2) als uitgangspunt.
Resultaat stap 7: het aantal openbare parkeerplaatsen dat beschikbaar wordt gesteld voor de ruimtelijke ontwikkeling is bepaald en in mindering gebracht op de resterende parkeervraag zoals bepaald in stap 6. Het aantal te realiseren parkeerplaatsen (parkeeraanbod) berekend per stappen 5 t/m 7 is gelijk aan de parkeereis van de ontwikkeling.
7. Borging van de parkeeroplossing
7.1 Vastlegging van de parkeerafspraken
7.1.1 Relatie tussen parkeerregelgeving en het vastleggen van parkeerrechten
Zoals aangegeven in hoofdstuk 2.5 legt Vught parkeerrechten in de openbare ruimte in ongereguleerde gebieden vast, ook al is er nog geen sprake is van blauwe zone, parkeervergunningszone of betaald parkeren. Dit doet de gemeente om ervoor te zorgen dat, indien de gemeente in de toekomst ervoor kiest om parkeerregulering in te voeren of uit te breiden, de parkeerrechten duidelijk in de omgevingsvergunning zijn vastgelegd.
Hier is het principe dat bekend staat als Geen Recht Op Parkeervergunning (GROP) van belang. Parkeervergunningen worden op adres verleend. Aan een adres kan de status GROP zijn verbonden. Een GROP status betekent dat het desbetreffende adres is uitgesloten van alle parkeerrechten of bepaalde rechten niet heeft, inclusief kettingbeding. Ook wordt geen vergunning verleend aan aanvragers die beschikken over een parkeergelegenheid, zoals beschreven in situatie 1 en 2 in hoofdstuk 2.5.
Bijlage 2 Fietsparkeernormen
Hoofdgroep: wonen, bewoners
(parkeernormen zijn exclusief de genoemde bezoekersparkeernormen, zie tabel en toelichting)
Functie
Heel Vught
Eenheid
Woning, groter dan 100 m²
5,0
Per woning
Woning, van 75 tot 100 m²
4,0
Per woning
Woning, van 30 tot 75 m²
3,0
Per woning
Woning, kleiner dan 30 m²
2,0
Per woning
Kamerverhuur (stallingsruimte bewoners)
1,0
Per kamer
Hoofgroep: wonen, bezoekers van bewoners
Functie
Heel Vught
Eenheid
Woningen
0,5
Per woning
Kamerverhuur
0,2
Per kamer
Toelichting hoofdgroep wonen
De parkeernormen voor de woonfuncties zijn exclusief de bezoekersparkeernormen. Dit betekent dat de totale parkeernorm wordt bepaald door het bij elkaar optellen van de bewonersparkeernorm en de bezoekersparkeernorm.
De parkeernormen voor woonfuncties gelden voor grondgebonden woningen en appartementen.
Hoofdgroep: werkfuncties
Functie
Centrum
Schil centrum
Rest bebouwde kom
Buiten-gebied
Eenheid
Percentage bezoekers
Kantoor (personeel)
1,3
1,3
0,9
0,5
100m2 bvo
n.v.t.
Kantoor (bezoekers)*
3
3
3
3
per balie
n.v.t.
*minimaal 6 fietsparkeerplaatsen
Hoofdgroep: detailhandel
(parkeernormen zijn inclusief de genoemde bezoekersparkeernormen)
Functie
Heel Vught
Eenheid
Percentage bezoekers
Winkelcentrum
1,5
100m2 bvo
94%
Supermarkt
1,6
100m2 bvo
93%
Bouwmarkt
0,1
100m2 bvo
87%
Tuincentrum
0,1
100m2 bvo
89%
Hoofdgroep: onderwijs
(parkeernormen zijn inclusief de genoemde bezoekersparkeernormen)
Functie
Heel Vught
Eenheid
Percentage bezoekers
Basisschool (< 250 leerlingen)
3,2
10leerlingen
94%*
Basisschool (250 tot 500 leerlingen)
3,7
10leerlingen
95%*
Basisschool (>500 leerlingen)
4,5
10leerlingen
96%*
Middelbare school
6,4
100m2 bvo
95%*
ROC
8,6
100m2 bvo
93%*
*Bezoekers van deze functies zijn leerlingen
Hoofdgroep: horeca
(parkeernormen zijn inclusief de genoemde bezoekersparkeernormen)
Functie
Centrum
Schil centrum
Rest bebouwde kom
Buiten-gebied
Eenheid
Percentage bezoekers
Fastfood restaurant
8,0
8,0
3,0
2,0
100m2 bvo
90%
Restaurant (eenvoudig)
3,0
3,0
3,0
2,0
100m2 bvo
80%
Restaurant (luxe)
1,0
1,0
1,0
0,5
100m2 bvo
80%
Café
3,0
3,0
3,0
n.v.t.
100m2 bvo
90%
Hoofdgroep: gezondheidszorg en maatschappelijke voorzieningen
(parkeernormen zijn inclusief de genoemde bezoekersparkeernormen)
Functie
Heel Vught
Eenheid
Percentage bezoekers
Apotheek
4,2
locatie
67%
Begraafplaats/crematorium
3,0
100zitplaatsen
98%
Gezondheidscentrum
1,3
100m2 bvo
77%
Religiegebouw
20
100zitplaatsen
100%
Ziekenhuis
0,5
100m2 bvo
40%
Hoofdgroep: knooppunten en hubs
Functie
Heel Vught
Eenheid
Busstation
23
halterende buslijn
Carpoolplaats
3,0
autoparkeerplaats
Hoofdgroep: sport, cultuur en ontspanning
(parkeernormen zijn inclusief de genoemde bezoekersparkeernormen)
Functie
Centrum
Schil centrum
Rest bebouwde kom
Buiten-gebied
Eenheid
Percentage bezoekers
Bibliotheek
2,0
2,0
2,0
n.v.t.
100m2 bvo
97%
Bioscoop
4,0
4,0
3,5
n.v.t.
100m2 bvo
94%
Theater
13,0
11,0
10,0
n.v.t.
100zitplaatsen
87%
Fitness
3,5
3,5
3,5
n.v.t.
100m2 bvo
90%
Museum
0,5
0,5
0,5
n.v.t.
100m2 bvo
95%
Sporthal*
1,4
1,4
1,4
n.v.t.
100m2 bvo
96%
Sportveld
30,0
30,0
30,0
30,0
ha netto terrein**
95%
Sportzaal*
2,2
2,2
2,2
n.v.t.
100m2 bvo
94%
Stadion
5,0
5,0
5,0
n.v.t.
100zitplaatsen
99%
Stedelijke evenement
18,0
18,0
18,0
18,0
100bezoekers
99%
Stedelijke evenement 18,0 18,0 18,0 18,0 100 bezoekers 99%
*Een sporthal is een locatie waar toernooien en (opeenvolgende) wedstrijden plaatsvinden, bij een sportzaal is dat niet het geval en gaat het bijvoorbeeld om een gymzaal zonder tribunes.
**De oppervlakten van speelvelden bij elkaar opgeteld, exclusief overige faciliteiten zoals een kantine en kleedruimten.
Bijlage 3 Autoparkeernormen
Hoofdgroep: wonen, bewoners
(parkeernormen zijn exclusief de genoemde bezoekersparkeernormen, zie tabel en toelichting op de volgende pagina).
Functie
Centrum
Schil
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Eenheid
Koop, huis, vrijstaand
1,50
1,60
1,90
2,10
per woning
Koop, huis, twee-onder-een-kap
1,40
1,50
1,80
1,90
per woning
Koop, huis, tussen/hoek
1,20
1,40
1,70
1,80
per woning
Koop, appartement, > 100 m² bvo
1,30
1,40
1,70
1,80
per woning
Koop, appartement, 75-100 m² bvo
1,10
1,20
1,30
1,40
per woning
Koop, appartement, < 75 m² bvo
1,00
1,10
1,30
1,30
per woning
Huur, huis, vrije sector
1,00
1,20
1,30
1,40
per woning
Huur, huis, sociale huur
0,80
0,90
1,10
1,10
per woning
Huur, appartement, vrije sector,> 100 m² bvo
1,00
1,20
1,30
1,30
per woning
Huur, appartement, vrije sector, 75-100 m² bvo
0,70
0,80
1,00
1,00
per woning
Huur, appartement, vrije sector, < 75 m² bvo
0,60
0,70
0,90
0,90
per woning
Huur, appartement, sociale huur, > 100 m² bvo
0,70
0,80
1,00
1,00
per woning
Huur, appartement, sociale huur, 75-100 m² bvo
0,60
0,70
0,90
0,90
per woning
Huur, appartement, sociale huur, < 75 m² bvo
0,50
0,60
0,80
0,80
per woning
Huur, appartement, sociale huur of vrije sector,< 30 m² bvo
0,35
0,45
0,50
0,50
per kamer
Aanleunwoning, serviceflat (zelfstandige woning met beperkte zorgvoorzieningen)
0,75
0,80
0,80
0,90
per woning
Kleine eenpersoonswoning (tiny house, meestal grondgebonden)
0,25
0,35
0,40
0,40
per woning
Hoofdgroep: wonen, bezoekers van bewoners
Functie
Centrum
Schil
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Eenheid
Bezoekersparkeernorm
0,10
0,10
0,15
0,20
Per woning
Toelichting hoofdgroep wonen
De parkeernormen voor de diverse woonfuncties zijn exclusief de bezoekersparkeernormen. Dit betekent dat de totale parkeernorm wordt bepaald door het bij elkaar optellen van de bewonersparkeernorm en de bezoekersparkeernorm.
Voor de functies kamerverhuur, studenten, niet zelfstandig geldt een bezoekersparkeernorm van 0,10 parkeerplaats per kamer
Voor sociale huurwoningen geldt het toegepaste prijssegment uit de gemeentelijke Woonvisie. Voor sociale huurwoningen is deze grens een rekenhuur van maximaal € 900,07 per maand (prijspeil januari 2025). Deze grens wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld.
Onder ‘kamerverhuur, studenten, niet-zelfstandig’ worden wooneenheden verstaan zonder eigen toegang, keuken, toilet of wasgelegenheid (douche/bad).
Hoofdgroep: werken
(parkeernormen zijn inclusief de genoemde bezoekerspercentages).
Functie
Centrum
Schil
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Percentage bezoekers
Eenheid
Kantoor (zonder baliefunctie)
1,55
1,95
2,05
2,55
5%
per 100 m² bvo
Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie)
2,05
2,35
2,85
3,55
20%
per 100 m² bvo
Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)
1,55
1,95
2,35
2,35
5%
per 100 m² bvo
Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)
0,65
0,85
1,05
1,05
5%
per 100 m² bvo
Bedrijfsverzamelgebouw
1,25
1,55
1,85
1,95
0%
per 100 m² bvo
Opslagruimte (particulier)
n.v.t.
n.v.t.
10,00
10,00
0%
per 100 m² bvo
Hoofdgroep: winkelen en boodschappen doen
(parkeernormen zijn inclusief de genoemde bezoekerspercentages).
Functie
Centrum
Schil
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Percentage bezoekers
Eenheid
Buurtsupermarkt
1,90
2,70
3,50
n.v.t.
89%
per 100 m² bvo
Fullservice-supermarkt
3,35
4,40
5,20
n.v.t.
93%
per 100 m² bvo
grote supermarkt (XL)
6,00
6,90
7,70
n.v.t.
84%
per 100 m² bvo
groothandel specialist (bijvoorbeeld levensmiddelen, kantoorartikelen)
n.v.t.
5,65
5,90
n.v.t.
80%
per 100 m² bvo
groothandel algemeen
n.v.t.
6,40
6,40
n.v.t.
80%
per 100 m² bvo
binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum 20.000-30.000 inwoners
3,45
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
82%
per 100 m² bvo
buurtwinkelcentrum en dorps(winkel)centrum
n.v.t.
3,10
3,70
n.v.t.
72%
per 100 m² bvo
wijkwinkelcentrum (klein)
n.v.t.
3,70
4,50
n.v.t.
76%
per 100 m² bvo
wijkwinkelcentrum (gemiddeld)
n.v.t.
4,40
5,10
n.v.t.
79%
per 100 m² bvo
wijkwinkelcentrum (groot)
n.v.t.
4,80
5,70
n.v.t.
81%
per 100 m² bvo
stadsdeelcentrum
n.v.t.
5,20
6,30
n.v.t.
85%
per 100 m² bvo
weekmarkt / klein wijk-, buurt- en dorpscentrum
0,20
0,20
0,20
n.v.t.
85%
per 100 m² bvo
kringloopwinkel
n.v.t.
1,25
1,85
2,25
89%
per 100 m² bvo
bruin- en witgoedzaken
3,95
5,85
7,85
9,25
92%
per 100 m² bvo
woonwarenhuis/woonwinkel
1,25
1,65
1,85
1,95
91%
per 100 m² bvo
woonwarenhuis (zeer groot)
n.v.t.
n.v.t.
5,05
5,15
95%
per 100 m² bvo
meubelboulevard/woonboulevard
n.v.t.
2,05
2,35
n.v.t.
93%
per 100 m² bvo
winkelboulevard
n.v.t.
3,75
4,15
n.v.t.
94%
per 100 m² bvo
outletcentrum
n.v.t.
9,20
10,10
10,40
94%
per 100 m² bvo
bouwmarkt
n.v.t.
1,85
2,35
2,45
87%
per 100 m² bvo
tuincentrum (inclusief buitenruimte)
n.v.t.
2,25
2,55
2,85
89%
per 100 m² bvo
groencentrum (inclusief buitenruimte)
n.v.t.
2,25
2,55
2,85
89%
per 100 m² bvo
Hoofdgroep: sport, cultuur en ontspanning
(parkeernormen zijn inclusief de genoemde bezoekerspercentages).
Functie
Centrum
Schil
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Percentage bezoekers
Eenheid
Bibliotheek
0,45
0,75
1,15
1,35
97%
per 100 m² bvo
Museum
0,60
0,80
1,10
n.v.t.
95%
per 100 m² bvo
Bioscoop
3,20
8,00
11,20
13,70
94%
per 100 m² bvo
Filmtheater/filmhuis
2,60
5,30
7,90
9,90
97%
per 100 m² bvo
Theater/schouwburg
7,40
8,00
9,80
12,00
87%
per 100 m² bvo
Musicaltheater
2,90
3,40
4,00
5,10
86%
per 100 m² bvo
Casino
5,70
6,10
6,50
8,00
86%
per 100 m² bvo
Bowlingcentrum
1,60
2,30
2,80
2,80
89%
per bowlingbaan
Biljart-/snookercentrum
0,85
1,15
1,35
1,75
87%
per tafel
Dansstudio
1,60
3,90
5,50
7,40
93%
per 100 m² bvo
Fitnessstudio/sportschool
1,40
3,40
4,80
6,50
87%
per 100 m² bvo
Fitnesscentrum
1,70
4,50
6,30
7,40
90%
per 100 m² bvo
Wellnesscentrum (thermen, kuurcentrum, beautycentrum)
n.v.t.
n.v.t.
9,30
10,30
99%
per 100 m² bvo
Sauna, hammam
2,50
4,60
6,70
7,30
99%
per 100 m² bvo
Sporthal
1,55
2,15
2,85
3,45
96%
per 100 m² bvo
Sportzaal
1,15
1,95
2,75
3,55
94%
per 100 m² bvo
Tennishal
0,30
0,40
0,50
0,50
87%
per 100 m² bvo
Padelhal
0,35
0,45
0,65
0,65
87%
per 100 m² bvo
Squashhal
1,60
2,40
2,70
3,20
84%
per 100 m² bvo
Zwembad overdekt
n.v.t.
10,70
11,50
13,30
97%
per 100 m² bassin
Zwembad openlucht
n.v.t.
10,10
12,90
15,80
99%
per 100 m² bassin
Zwemparadijs
n.v.t.
n.v.t.
4,00
4,00
99%
per 100 m² bassin
Sportveld
20,00
20,00
20,00
20,00
95%
per hectare netto terrein
Kunstijsbaan (kleiner dan 400 meter)
1,25
1,55
1,85
2,05
98%
per 100 m² bvo
Kunstijsbaan (400 meter)
n.v.t.
2,25
2,55
2,75
98%
per 100 m² bvo
Ski- snowboardhal
n.v.t.
n.v.t.
2,55
n.v.t.
98%
per 100 m² sneeuw (exclusief oefenpistes)
Jachthaven
0,60
0,60
0,60
0,60
n.v.t.
per ligplaats
Golfoefencentrum (pitch en putt)
n.v.t.
n.v.t.
51,10
56,20
93%
per centrum
Golfbaan (18 holes)
n.v.t.
n.v.t.
96,00
118,30
98%
per 18 holes, 60 ha
Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), gemiddeld en kleiner
3,10
3,90
4,70
5,10
97%
per 100 m² bvo
Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), groot
3,70
4,60
5,60
6,10
98%
per 100 m² bvo
Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), zeer groot
3,90
4,90
5,80
6,40
98%
per 100 m² bvo
Kinderboerderij (stadsboerderij)
3,10
3,90
4,70
5,10
97%
per gemiddelde boerderij
Manege (paardenhouderij)
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0,40
90%
per box
Dierenpark
8,00
8,00
8,00
8,00
99%
per ha. netto terrein
Attractie- en pretpark
n.v.t.
n.v.t.
8,00
8,00
99%
per ha. netto terrein
Volkstuin
n.v.t.
1,25
1,35
1,45
100%
per 10 tuinen
Plantentuin (botanische tuin)
n.v.t.
7,50
10,50
13,50
99%
per gemiddelde tuin
Hoofdgroep: horeca en (verblijfs)recreatie
(parkeernormen zijn inclusief de genoemde bezoekerspercentages).
Functie
Centrum
Schil
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Percentage bezoekers
Eenheid
Camping (kampeerterrein)
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
1,20
90%
per standplaats
Bungalowpark (huisjescomplex)
n.v.t.
n.v.t.
1,70
2,10
91%
per bungalow
1* Hotel
0,40
0,80
2,40
4,50
77%
per 10 kamers
2* Hotel
1,35
2,25
4,05
6,25
80%
per 10 kamers
3* Hotel
2,10
3,30
5,00
6,80
77%
per 10 kamers
4* Hotel
3,40
5,10
7,20
9,00
73%
per 10 kamers
5* Hotel
5,30
7,90
10,60
12,60
65%
per 10 kamers
Café/bar/cafetaria
5,00
5,00
6,00
n.v.t.
90%
per 100 m² bvo
Restaurant
5,00
5,00
6,00
8,00
80%
per 100 m² bvo
Discotheek
6,90
13,90
20,80
20,80
99%
per 100 m² bvo
Evenementenhal/beursgebouw/congresgebouw
5,50
6,50
8,50
n.v.t.
99%
per 100 m² bvo
Hoofdgroep: gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen
(parkeernormen zijn inclusief de genoemde bezoekerspercentages).
Functie
Centrum
Schil
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Percentage bezoekers
Eenheid
Huisartsenpraktijk (-centrum)
2,05
2,45
2,95
3,25
57%
per behandelkamer
Apotheek
2,25
2,75
3,15
n.v.t.
45%
per apotheek
Fysiotherapiepraktijk (-centrum)
1,25
1,45
1,75
1,95
57%
per behandelkamer
Consultatiebureau
1,35
1,55
1,85
2,15
50%
per behandelkamer
Consultatiebureau voor ouderen
1,30
1,60
1,90
2,20
38%
per behandelkamer
Tandartsenpraktijk (-centrum)
1,55
1,95
2,35
2,65
47%
per behandelkamer
Gezondheidscentrum
1,55
1,85
2,15
2,45
55%
per behandelkamer
Ziekenhuis
1,40
1,60
1,70
2,00
29%
per 100 m² bvo
Crematorium
n.v.t.
n.v.t.
30,10
30,10
99%
per (deels) gelijktijdige plechtigheid
Begraafplaats
n.v.t.
n.v.t.
31,60
31,60
97%
per (deels) gelijktijdige plechtigheid
Penitentiaire inrichting
1,65
2,15
3,25
3,65
37%
per 10 cellen
Religiegebouw
0,15
0,15
0,15
n.v.t.
100%
per zitplaats
Verpleeg- en verzorgingstehuis
0,60
0,60
0,60
n.v.t.
60%
per wooneenheid
Hoofdgroep: onderwijs
(parkeernormen zijn inclusief de genoemde bezoekerspercentages).
Functie
Centrum
Schil
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Percentage bezoekers
Eenheid
Kinderdagverblijf (crèche)
1,00
1,20
1,40
1,50
n.v.t.
per 100 m² bvo
Basisonderwijs
0,75
0,75
0,75
0,75
48%
per leslokaal
Middelbare school
3,70
4,50
4,90
4,90
11%
per 100 leerlingen
ROC
4,70
5,40
5,80
5,90
7%
per 100 leerlingen
Hogeschool
9,30
10,00
10,70
10,90
72%
per 100 studenten
Universiteit
13,20
15,20
16,50
16,80
48%
per 100 studenten
Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs
4,50
5,60
6,80
10,50
95%
per 10 studenten
Bijlage 4 Aanwezigheidspercentages
Houd bij de toepassing van aanwezigheidspercentages rekening met de (commerciële) openingstijden van functies.
Functie
Werkdag ochtend
Werkdag middag
Werkdag avond
Werkdag nacht
Koop avond(1)
Vrijdag middag
Vrijdag avond
Zaterdag middag
Zaterdag avond
Zondag middag
woningen bewoners
60%
60%
90%
100%
80%
70%
70%
75%
80%
75%
woningen bezoekers
40%
50%
75%
0%
70%
60%
100%
100%
100%
90%
kantoor/bedrijven
100%
100%
5%
0%
5%
60%
0%
0%
0%
0%
commerciële dienstverlening
100%
100%
5%
0%
75%
100%
5%
0%(2)
0%
0%
detailhandel
30%
60%
10%
0%
75%
60%
60%
100%
0%(3)
60%
grootschalige detailhandel
30%
60%
70%
0%
80%
60%
70%
100%
0%(3)
0%(4)
supermarkt
50%
60%
40%
0%
80%
80%
80%
100%
40%
60%
sportfuncties binnen
50%
50%
100%
0%
100%
40%
100%
100%
100%
75%
sportfuncties buiten
25%
25%
50%
0%
50%
25%
50%
100%
25%
100%
bioscoop/theater/podium/enzovoort
5%
40%
50%
0%
50%
40%
100%
40%
100%
40%
sociaal medisch: arts/therapeut/consultatiebureau
100%
100%
10%
0%
10%
75%
0%
0%
0%
0%
verpleeghuis/verzorgingstehuis
100%
100%
50%
25%
50%
100%
50%
100%
100%
100%
ziekenhuis: patiënten inclusief bezoekers
100%
100%
40%
5%
40%
100%
40%
40%
40%
40%
ziekenhuis medewerkers
100%
100%
40%
10%
40%
100%
40%
20%
20%
20%
restaurant(5)
30%
40%
80%
0%
80%
60%
90%
70%
100%
40%
dagonderwijs
100%
100%
0%
0%
0%
100%
0%
0%
0%
0%
avondonderwijs
0%
0%
100%
0%
100%
0%
100%
0%
0%
0%
(1) Indien sprake van een traditionele koopavond; (2) Indien op zaterdag open: 100%; (3) Indien 's avonds open: 70%; (4) Indien koopzondag: 100%; (5) Hier is sprake van richtgetallen. Maatwerk is bij de verschillende typen restaurants noodzakelijk.
Bijlage 5 Omrekenfactoren POET
Type parkeervoorziening
Theoretisch aantal
Berekeningsaantal
Opmerkingen
Enkele oprit zonder garage
1
0,8
oprit min. 5,0 meter lang
Lange oprit zonder garage of carport
2
1,0
-
Dubbele oprit zonder garage
2
1,7
oprit min. 4,5 meter breed
Garage zonder oprit (bij woning)
1
0,4
-
Garagebox (niet bij woning)
1
0,5
-
Garage met enkele oprit
2
1,0
oprit min. 5,0 meter lang
Garage met lange oprit
3
1,3
-
Garage met dubbele oprit
3
1,8
oprit min. 4,5 meter breed
Bijlage 6 Kwaliteitseisen parkeervoorzieningen
Kwaliteitseisen autoparkeren
Autoparkeerplaatsen die worden aangelegd voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen. Deze eisen waarborgen de bruikbaarheid van de parkeerplaatsen. Uitgangspunt in deze nota parkeernormen is dat de parkeereis op eigen terrein wordt opgelost. Voor parkeervoorzieningen die op eigen terrein worden gerealiseerd geldt de ontwerprichtlijn NEN 2443
10Hyperlink naar NEN 2443, Parkeren en stallen van personenauto's op terreinen en in garages
als uitgangspunt. Bij toetsing van de omgevingsvergunning wordt beoordeeld of parkeervoorzieningen die op eigen terrein worden gerealiseerd voldoen aan NEN 2443 of de opvolger hiervan.
Bij de beoordeling van parkeervoorzieningen op basis van NEN 2443 toetst gemeente Vught in het bijzonder of de voorzieningen op de volgende aspecten voldoen aan de ontwerprichtlijn:
•De ligging en bruikbaarheid van de parkeervakken;
•De afmetingen van de parkeervakken in relatie tot de breedte van de parkeerweg;
•De rijcurves;
•Hellingbanen en toegepaste hellingspercentages;
•De inrichting van de in- en uitrit.
Wanneer in een parkeervoorziening bezoekersparkeren plaatsvindt dan gelden andere richtlijnen in vergelijking tot voorzieningen waarin alleen vaste gebruikers parkeren. De manier waarop bezoekers toegang krijgen tot de parkeervoorziening is een belangrijk criterium. Hoe passeren bezoekers bijvoorbeeld een slagboom waarmee de parkeervoorziening is afgesloten?
In het geval van aanleg van parkeerplaatsen in de openbare ruimte moet voldaan worden aan ASVV 2021
11Hyperlink naar ASVV 2021.
of de opvolger hiervan. Parkeervakken in de openbare ruimte moeten voldoen aan de volgende afmetingseisen (lengte x breedte parkeervak):
•Haaksparkeren: 5,00 x 2,50 meter;
•Langsparkeren: 6,00 x 2,00 meter.
Kwaliteitseisen fietsparkeren
Het gebruik van een fietsenstalling hangt sterk af van de kwaliteit, de bruikbaarheid en het comfort van de stalling. Ook de routing binnen de stalling, de sociale veiligheid en de afmeting van de fietsparkeerplaatsen beïnvloeden het gebruik, evenals de mogelijkheid om fietsen met afwijkende afmetingen te stallen. De Leidraad Fietsparkeren (CROW-publicatie 291), het Bouwbesluit 2012 (artikel 4.31) en FietsParKeur gaan uitgebreid in op de kwaliteitsrichtlijnen voor fietsenstallingen. Hierna zijn de belangrijkste kwaliteitseisen opgenomen voor het ontwerpen van een fietsenstalling in een ruimtelijke ontwikkeling.
Toegankelijkheid
De belangrijkste kwaliteitseisen voor een goede toegankelijke en bruikbare fietsenstalling zijn:
•Vanuit de openbare ruimte is de toegang van de stalling duidelijk zichtbaar en herkenbaar, gezien vanaf de aanrijroute richting bestemming(en).
•De stalling heeft bij voorkeur een voetgangersuitgang in de richting van de eindbestemming.
•De afstand mag maximaal ca. 75 meter zijn van de stalling tot de hoofd-/ neven-/personeelsingang van de bestemmingen en/of functies waarvoor de stalling is bestemd.
•De toegang vanaf de weg naar een stalling op lager of hoger niveau is goed en comfortabel te gebruiken voor alle fietsen en scooters; dus ook voor zware fietsen, elektrische fietsen en fietsen met afwijkende maten (kratten, brede sturen, brede banden, lange fietsen, etc.).
•Het hellingspercentage van een hellingbaan is maximaal 22%; een trap heeft ideaal een hellingspercentage van 18%, met een aantrede van 500 mm en een optrede van 90 mm of met een aantrede van 600 mm en een optrede van 100 mm. Naast een trap horen fietsgoten, bij voorkeur aan beide zijden.
•Voor een stalling waar ook scooters, bakfietsen en andere zware fietsen in gestald worden kan geen trap worden toegepast. Het hellingpercentage moet zodanig zijn dat het hoogteverschil door bakfietsen, elektrische fietsen en scooters zonder ondersteuning overbrugd kan worden.
•Een gebruiker moet de toegang van een stalling gemakkelijk kunnen openen: automatisch, met een eenvoudig te bedienen drukknop of chipkaartlezer.
Inrichting en bruikbaarheid
De belangrijkste kwaliteitseisen voor een goede inrichting en goede bruikbare fietsenstalling zijn:
•De stalling moet logisch en overzichtelijk zijn ingedeeld. Parkeerruimte voor buitenmodel fietsen is op een logische plek in de stalling gepositioneerd.
•Binnen en vanuit de fietsenstalling naar de bijbehorende bestemming is een logische, snelle en eenvoudige routing. Bij voorkeur kan men vanuit de stalling rechtstreeks (bij voorkeur binnendoor) doorlopen naar de bestemming, zonder terug te hoeven lopen door de stalling.
•De sociale veiligheid wordt gewaarborgd door een overzichtelijke inrichting, goede verlichting en bij voorkeur daglichttoetreding. Als een stalling openbaar toegankelijk is kan (camera)toezicht of bewaking overwogen worden.
•Gebruikers moeten elkaar in de verkeersruimtes van de stalling kunnen passeren.
•Stallingssystemen voor fietsen moeten voldoen aan de eisen van FietsParkeur of zijn gelijkwaardig daaraan, met een hart op hart afstand van minimaal 400 mm.
•De minimale vrije hoogte in een gebouwde stalling is 2900 mm. Dubbellaagse rekken worden bij voorkeur niet geplaatst in de voorziening vanwege de beperkte toegankelijkheid en het minimale gebruik.
•De hart-op-hart afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een stallingssysteem op gelijk niveau is minimaal 800 mm breed.
•De gangpaden in de stalling zijn minimaal 2100 mm breed en een hoofdgang is minimaal 3000 mm breed, zowel voor fiets, fietsen met afwijkend formaat of scooters.
•De stalling moet voldoende parkeermogelijkheden bieden voor fietsen die afwijken van de standaard maten:
-Minimaal 5% van de fietsparkeerplaatsen is geschikt voor bakfietsen of andere fietsen met sterk afwijkende maten (vakken minimaal 100 mm breed);
-Minimaal 15% van de fietsparkeerplaatsen is geschikt voor fietsen die niet in een standaard fietsenrek passen (hart-op-hart afstand minimaal 500 mm);
•De ruimtelijke positionering binnen de stalling is voor de fiets van normaal formaat het meest voordelig. Afwijkende maten dienen achter in de stalling een plaats te krijgen.
•Een parkeersysteem waarin naast standaardfietsen ook fietsen passen met veel voorkomende afwijkende maten, heeft de voorkeur. Dan passen nagenoeg alle fietsen probleemloos op elke stallingsplek, ook die met een krat, bagagedrager vóór, breed stuur, brede banden, etc. Een andere mogelijkheid is een apart parkeervak, waarin afwijkende maten fietsen op hun standaard kunnen worden gestald.
•De stalling biedt oplaadmogelijkheden voor elektrische tweewielers.
•De netto-afmetingen van een scooterparkeerplek in een gebouwde stalling zijn minimaal 800 mm breed x 1800 mm lang.
Bijlage 7 Rekenvoorbeeld
In deze bijlage is een fictief rekenvoorbeeld uitgewerkt op basis van de fiets- en autoparkeernormen en het stappenplan dat geldt voor de toepassing van de parkeernormen.
Verzameling van de relevante gegevens
De ruimtelijke ontwikkeling (hierna: het bouwplan) in dit rekenvoorbeeld wordt gerealiseerd in het gebied ‘Schil’. In het bouwplan worden de volgende functies gerealiseerd (tabel 5):
Functie autoparkeernorm
Functie fietsparkeernorm
Aantal
Eenheid
koop, appartement, van 75 tot 100 m²
woning, van 50 tot 100 m²
20
woning
huur, huis, sociale huur
woning, van 30 tot 50 m²
30
woning
Buurtsupermarkt
Supermarkt
1.000
m² bvo
kantoor zonder baliefunctie
kantoor (zonder baliefunctie)
1.500
m² bvo
tabel 5: Naam, aantal en eenheid van de te realiseren functies (fiets- en autoparkeernorm)
Naast de toe te voegen nieuwe functies verdwijnt er een bestaande functie: een café. Deze functie is in tabel 6 weergegeven. De parkeerbehoefte van deze functie wordt in stap 2 gesaldeerd.
Functie te vervallen
autoparkeernorm
Functie te vervallen
fietsparkeernorm
Aantal
Eenheid
Café/bar/cafetaria
Restaurant (eenvoudig)
300
m² bvo
tabel 6: Functie te vervallen
Stap 1: de normatieve parkeerbehoefte berekenen
In de onderstaande tabellen is de normatieve fiets- en autoparkeerbehoefte van dit bouwplan berekend. In tabel 7 is de autoparkeerbehoefte berekend waarbij de parkeerbehoefte van vaste gebruikers (bewoners en personeel) en bezoekers is gesplitst. De fietsparkeerbehoefte is in tabel 8 berekend. Voor fietsparkeren geldt dat bij voorkeur werknemers inpandig hun fiets parkeren en bezoekers voor de (hoofd)ingang). Voor deze ontwikkeling is de percentage voor bezoekers alleen van toepassing voor supermarkt. De parkeernorm voor een supermarkt bestaat uit 93% bezoekers en dus uit 7% personeel. Deze percentages zijn afgerond toegepast op de fietsparkeernorm van 1,6. Voor kantoor (zonder baliefunctie) is de fietsparkeernorm voor bezoekers niet van toepassing.
Autoparkeren
Functie
Aantal/ oppervlakte
Parkeernorm
Normatieve parkeerbehoefte
Koop, appartement, 75-100 m² bvo
20
1,6
per woning
32
Huur, huis, sociale huur
30
1,3
per woning
39
Bezoekers van bewoners
50
0,1
per woning
5
Buurtsupermarkt
1.000
3,7
per 100 m² bvo
37
Kantoor (zonder baliefunctie)
1.500
2,2
per 100 m² bvo
33
Totaal
146
tabel 7: Normatieve parkeerbehoefte autoparkeren
Fietsparkeren
Functie
Aantal/ oppervlakte
Parkeernorm
Normatieve parkeerbehoefte
Koop, appartement, 75-100 m² bvo
20
4,0
per woning
80,0
Huur, huis, sociale huur
30
3,0
per woning
90,0
Bezoekers van bewoners
50
0,5
per woning
25,0
Buurtsupermarkt (personeel)
1.000
0,1
per 100 m² bvo
1,0
Buurtsupermarkt (bezoekers)
1.000
1,5
per 100 m² bvo
15,0
Kantoor (zonder baliefunctie)
1.500
0,7
per 100 m² bvo
10,5
Totaal
221,5
tabel 8: Normatieve parkeerbehoefte fietsparkeren
Stap 2: het salderen van een bestaande parkeerbehoefte
Zoals beschreven verdwijnt als gevolg van het bouwplan een bestaand café. Deze functie heeft een oppervlakte van 300 m² bvo. Op basis van de autoparkeernorm van 6,0 per 100 m² bvo bedraagt de normatieve parkeerbehoefte van deze functie -18,0 autoparkeerplaatsen (zie tabel 9). Voor fietsparkeren is het salderen niet van toepassing.
Functie
Aantal/ oppervlakte
Parkeernorm
Normatieve parkeerbehoefte
Café/bar/cafetaria
-300
6,0
per woning
-18
tabel 9: Theoretisch bestaande parkeerbehoefte voor het café
De normatieve parkeerbehoefte is met het aanwezigheidspercentage dat geldt voor restaurants omgerekend naar een parkeerbehoefte per dagdeel. In onderstaande tabel zijn de uitkomsten hiervan opgenomen. Uit de tabel blijkt dat op de werkdagnacht geen sprake is van een parkeerbehoefte die in mindering kan worden gebracht op de behoefte van de nieuwe functies. Op dit dagdeel kan niet worden gesaldeerd.
werkdag-ochtend
werkdag-middag
werkdag-avond
werkdag-nacht
vrijdag-middag
vrijdag-avond
zaterdag-middag
zaterdag-avond
zondag-middag
aanwezigheidspercentage restaurant
30%
40%
80%
0%
60%
90%
70%
100%
40%
Totaal autoparkeerplaatsen te salderen
1,8
2,4
4,8
0
3,6
5,4
4,2
6,0
2,4
tabel 10: Toepassing van aanwezigheidspercentage op theoretisch bestaande parkeerbehoefte
Stap 4: vaststelling van de parkeereis
Nadat de normatieve parkeerbehoefte van het bouwplan is berekend en de theoretische parkeerbehoefte van het café is gesaldeerd, kan de fiets- en autoparkeervraag van het bouwplan worden vastgesteld. In de onderstaande tabel is een totaaloverzicht opgenomen. Uit tabel 11 komt naar voren dat de autoparkeerbehoefte maximaal is op de vrijdagmiddag, op dit moment zijn er 99 autoparkeerplaatsen benodigd. De fietsparkeerbehoefte is maximaal op de werkdagavond, op dit moment zijn 179 fietsparkeerplaatsen benodigd (tabel 12)
Normatief
werkdag-ochtend
werkdag-middag
werkdag-avond
werkdag-nacht
vrijdag-middag
vrijdag-avond
zaterdag-middag
zaterdag-avond
zondag-middag
Woningen bewoners
71
42,6
42,6
63,9
71
49,7
49,7
53,25
56,8
53,25
Woningen bezoekers
5
2
2,5
3,75
0
3
5
5
5
4,5
Buurtsupermarkt
37
18,5
22,2
14,8
0
29,6
29,6
37
14,8
22,2
Kantoor (zonder baliefunctie)
33
33
33
1,65
0
19,8
0
0
0
0
Salderen auto
-18
-1,8
-2,4
-4,8
0
-3,6
-5,4
-4,2
-6
-2,4
Totaal
128
94
98
79
71
99
79
91
71
78
tabel 11: Totaaloverzicht parkeereis autoparkeren
Normatief
werkdag-ochtend
werkdag-middag
werkdag-avond
werkdag-nacht
vrijdag-middag
vrijdag-avond
zaterdag-middag
zaterdag-avond
zondag-middag
Woningen bewoners
170
102
102
153
170
136
119
119
127,5
136
Woningen bezoekers
25
10
12,5
18,75
0
17,5
15
25
25
25
Buurtsupermarkt (personeel)
1
0,5
0,6
0,4
0
0,8
0,8
0,8
1
0,4
Buurtsupermarkt (bezoekers)
15
7,5
9
6
0
12
12
12
15
6
Kantoor (zonder baliefunctie)
10,5
10,5
10,5
0,525
0
0,525
6,3
0
0
0
Totaal
222
131
135
179
170
167
153
157
169
167
tabel 12: Totaaloverzicht parkeereis fietsparkeren
Stap 5: aanleg parkeerplaatsen op eigen terrein of in de openbare ruimte
Om de fietsparkeerbehoefte te faciliteren realiseert de initiatiefnemer een gemeenschappelijke fietsenstalling dichtbij de hoofdingang. In deze stalling worden 180 fietsparkeerplaatsen gerealiseerd. Als gevolg van dubbelgebruik hoeven in de openbare ruimte geen extra fietsparkeerplaatsen beschikbaar te worden gesteld.
De initiatiefnemer kan op eigen terrein 40 autoparkeerplaatsen realiseren. Deze parkeerplaatsen zijn bestemd voor bewoners. Dit betekent dat niet de volledige parkeerbehoefte van het bouwplan op eigen terrein is opgelost. In tabel 13 is per dagdeel de resterende parkeerbehoefte opgenomen.
Normatief
werkdag-ochtend
werkdag-middag
werkdag-avond
werkdag-nacht
vrijdag-middag
vrijdag-avond
zaterdag-middag
zaterdag-avond
zondag-middag
Totaal parkeerbehoefte
128
94
98
79
71
99
79
91
71
78
Waarvan bewoners
71
43
43
64
71
50
50
53
57
53
Parkeren op eigen terrein
40
40
40
40
40
40
40
40
40
40
Resterende parkeerbehoefte
88
54
58
39
31
59
39
51
31
38
tabel 13: Aanleg parkeerplaatsen op eigen terrein
Stap 6: gebruik bestaande private parkeercapaciteit
Om de resterende parkeerbehoefte op te lossen zoekt de initiatiefnemer contact met de eigenaar van een nabijgelegen parkeerterrein. Dit terrein ligt binnen de maximaal acceptabele loopafstand die geldt voor de functies in het bouwplan. De initiatiefnemer wil parkeerplaatsen hier huren voor het kantoor (medewerkers en bezoekers). De eigenaar overlegt gegevens over de bezetting van het terrein op de werkdagochtend en -middag, de dagdelen met de hoogste parkeerbehoefte voor de kantoor. Uit deze gegevens blijkt dat er 30 parkeerplaatsen beschikbaar zijn. De initiatiefnemer sluit een contract met de eigenaar voor het huren van 30 parkeerplaatsen. Deze overeenkomst voldoet aan de eisen die in deze nota zijn opgenomen. tabel 14 laat de resterende parkeerbehoefte per dagdeel zien.
Normatief
werkdag-ochtend
werkdag-middag
werkdag-avond
werkdag-nacht
vrijdag-middag
vrijdag-avond
zaterdag-middag
zaterdag-avond
zondag-middag
Resterende parkeerbehoefte
88
54
58
39
31
59
39
51
31
38
Waarvan kantoor
33
33
33
2
0
20
0
0
0
0
Parkeren op eigen terrein
30
30
30
30
30
30
30
30
30
30
Resterende parkeerbehoefte
58
24
28
38
31
39
39
51
31
38
tabel 14: Gebruik bestaande private parkeercapaciteit
Toelichting toets dubbelgebruik
In tabel 14 is het effect op dubbelgebruik zichtbaar als parkeerplaatsen voor één doelgroep zijn bestemd (in dit geval private parkeerplaatsen bestemd voor het kantoor). Op de werkdagochtend en- middag heeft dit geen consequenties, omdat de parkeerbehoefte (33) groter is dan het parkeeraanbod (30). Voor andere dagdelen geldt dit effect wel. Bijvoorbeeld op de werkdagavond is de parkeerbehoefte van het kantoor 2 parkeerplaatsen, wat betekent dat het parkeerterrein op deze dagdelen grotendeels ongebruikt zal zijn.
Stap 7: gebruik bestaande openbare parkeercapaciteit
Uit Gebruik bestaande private parkeercapaciteit blijkt dat, met de aanleg van 40 parkeerplaatsen op eigen terrein en het huren van 30 parkeerplaatsen op een nabijgelegen parkeerterrein, niet de volledige parkeerbehoefte van het bouwplan is opgelost. De initiatiefnemer is van mening dat in de openbare ruimte de bestaande parkeerdruk lager is dan 85%. De initiatiefnemer laat daarom, in overleg met de gemeente Vught, een parkeeronderzoek uitvoeren. Het onderzoek vindt plaats op de dagdelen met de hoogste parkeerbehoefte: werkdagavond, vrijdagmiddag, zaterdagmiddag en zondagmiddag. In het onderzoeksgebied liggen 200 openbare parkeerplaatsen. Op basis van het uitgangspunt dat de parkeerdruk in de eindsituatie maximaal 85% mag bedragen, is de maximale bezetting 170 parkeerplaatsen. Op basis hiervan kan de beschikbare restcapaciteit worden bepaald (zie tabel 15).
werkdag-avond
vrijdag-middag
zaterdag-middag
zondag-middag
Bestaande bezetting
112
102
98
79
Maximale bezetting eindsituatie (85%)
170
170
170
170
Beschikbare restcapaciteit
58
68
72
91
Resterende parkeerbehoefte
38
39
51
38
tabel 15: Gebruik bestaande openbare parkeercapaciteit
Uit tabel 15 blijkt dat de beschikbare restcapaciteit op de vier dagdelen hoger dan de resterende parkeerbehoefte van het bouwplan is. Dit betekent dat de gemeente Vught kan instemmen met het afwentelen van de resterende parkeerbehoefte van het bouwplan richting de openbare ruimte. Hiermee is ook de volledige autoparkeereis van het bouwplan opgelost.
Bijlage 8 begripsomschrijvingen
a.Aanwezigheidspercentage: een percentage waarmee voor een functie, per dagdeel, de aanwezigheid van de bijbehorende doelgroepen wordt aangegeven. Een overzicht met aanwezigheidspercentages is opgenomen in bijlage 4;
b.Autoparkeerbehoefte: de totale behoefte naar autoparkeerplaatsen vanuit een ruimtelijke ontwikkeling, bepaald op basis van parkeernormen rekening houdend met de gebiedsindeling en aanwezigheidspercentages;
c.Autoparkeernorm: een getal dat aangeeft hoeveel autoparkeerplaatsen nodig zijn voor een bepaalde functie per 100 vierkante meter bruto vloeroppervlak (bvo) of per eenheid;
d.Bezoekersaandeel: het deel van de fiets- en autoparkeerbehoefte dat bestaat uit bezoekers;
e.Bruto vloer oppervlak (bvo): het vloeroppervlakte van de ruimte, dan wel van meerdere ruimten, van een vastgoedobject gemeten (volgens NEN 2580) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de (buitenste) opgaande scheidingsconstructie, die de desbetreffende ruimte(n) omhullen;
f.CROW: CROW is een landelijk kennisplatform voor onder andere infrastructuur, mobiliteit en parkeren;
g.Deelauto: een auto, waarvan de eigenaar of houder aantoont dat deze krachtens een overeenkomst gedeeld wordt met (ten minste) één andere particuliere deler van een ander huishouden;
h.Eigen terrein: grond waarover de initiatiefnemer kan beschikken ter plaatse van de ruimtelijke ontwikkeling dan wel in de directe nabijheid binnen de in paragraaf 6.2.2 genoemde maximale loopafstanden van de ruimtelijke ontwikkeling;
i.Fietsparkeerbehoefte: de totale behoefte naar fietsparkeerplaatsen vanuit een ruimtelijke ontwikkeling, bepaald op basis van parkeernormen;
j.Fietsparkeernorm: een getal dat aangeeft hoeveel fietsparkeerplaatsen nodig zijn voor een bepaalde functie per 100 vierkante meter bruto vloeroppervlak (bvo) of per eenheid;
k.GROP: Geen Recht Op Parkeervergunning. Adressen die zijn aangemerkt als GROP komen niet of verminderd in aanmerking voor parkeervergunningen;
l.Initiatiefnemer: de ontwikkelaar en/of eigenaar van de grond of opstallen voor wie de aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend;
m.Kwaliteitseis: een eis die gesteld wordt vanuit het oogpunt van bruikbaarheid van een nieuw te realiseren parkeervoorziening;
n.Maatgevende parkeerbehoefte: het moment waarop de verschillende functies binnen het programma gezamenlijk op basis van de aanwezigheidspercentages hun maximale parkeerbehoefte hebben ervan uitgaande dat parkeerplaatsen voor iedere parkeerder toegankelijk zijn;
o.Maximale loopafstand: de kortst mogelijke looproute, gemeten vanaf de voetgangersingang tot de parkeervoorziening tot de voetgangersingang van het bestemmingsadres, gemeten door middel van een online routenavigatiesysteem (bijvoorbeeld Google Maps);
p.NEN: Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut;
q.Normatieve parkeerbehoefte: een cijfer dat verwijst naar de door de parkeernorm vereiste hoeveelheid parkeerplaatsen.
r.Parkeerdruk: het totaal aantal geparkeerde voertuigen gedeeld door de parkeercapaciteit in de openbare ruimte, uitgedrukt in een percentage;
s.Parkeereis: het aantal fiets- en autoparkeerplaatsen dat beschikbaar gesteld moet worden voor een ruimtelijke ontwikkeling;
t.Parkeerrechten: de rechten die rusten op een adres voor het in aanmerking komen voor vergunnings- en ontheffingsproducten;
u.POET-lijst: een lijst met adressen waar parkeren op eigen terrein aanwezig is of was zoals vastgesteld in het verleden, met per adres de gevolgen die dit heeft voor het in aanmerking komen voor parkeerrechten;
v.Openbare ruimte: de door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig aangewezen en van een naam voorziene buitenruimte die binnen de gemeente Vught is gelegen;
w.Oplaadpunt: een aansluiting voor het opladen van een elektrisch voertuig of wisselen van een batterij van een elektrisch voertuig;
x.Ruimtelijke ontwikkeling: een activiteit zoals bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet
y.Salderen: het berekenen van de parkeereis op basis van het verschil tussen de autoparkeerbehoefte in de nieuwe situatie (na realisering van de ruimtelijke ontwikkeling) en de theoretische parkeerbehoefte in de oude situatie (vóór realisatie van de ruimtelijke ontwikkeling).
Toelichting op functies in de parkeernormenlijst auto (bijlage 3)
a.Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief: bedrijven met enerzijds weinig werknemers en anderzijds weinig bezoekers, bijvoorbeeld: loods, opslag, transportbedrijf;
b.Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief: bedrijven met verhoudingsgewijs veel medewerkers en weinig bezoekers, bijvoorbeeld: industrie, laboratorium, werkplaats;
c.Bedrijfsverzamelgebouw: een bedrijfsverzamelgebouw is een gebouw waarin verschillende bedrijven zijn gehuisvest;
d.Buurt- en dorpscentrum: een kleinschalige clustering van detailhandel- en horecafuncties met een buurtverzorgende functie;
e.Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie): dienstverlenende bedrijven met een winstoogmerk;
f.Grote supermarkt (XL): een supermarkt met een (zeer) uitgebreid assortiment en over het algemeen een verkoopvloeroppervlakte van meer dan 2.500 m2;
g.Kamerverhuur, niet-studenten: zelfstandige en onzelfstandige kamerverhuur niet bedoeld voor studenten;
h.Kamerverhuur, studenten, niet-zelfstandig: onzelfstandige kamerverhuur, wooneenheden zonder eigen: toegang, keuken, toilet of wasgelegenheid (douche/bad), bedoeld voor studenten. Bij afsluiten huurcontract moet door de huurder een campuscontract worden overlegd;
i.Serviceflat/aanleunwoning: een woning met zorgfaciliteiten in de nabijheid waar de bewoner gebruik van kan maken;
j.Stadsdeelcentrum: een grootschalige clustering van detailhandel- en horecafuncties met een regionale functie.
Toelichting op functies in de parkeernormenlijst fiets (bijlage 2)
a.Kamerverhuur (stallingsruimte bewoners): zelfstandige en onzelfstandige kamerverhuur met een stallingsruimte die bewoners kunnen gebruiken om hun fietsen te stallen;
b.Restaurant (eenvoudig): restaurants waar over het algemeen een kortere bezoekduur per restaurantbezoek geldt, bijvoorbeeld een cafetaria of pannenkoekenrestaurant;
c.Restaurant (luxe): restaurants waar over het algemeen een langere bezoekduur geldt per restaurantbezoek, bezoekers zijn bereid om een langere afstand af te leggen naar het restaurant