Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels voor kleinschalige zonne-en windenergie installaties

Gemeente Vught · geldt sinds 1 mei 2025

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vught

Overwegende dat:

-het college het wenselijk vindt om kleinschalige initiatieven op het gebied van energietransitie te stimuleren;

-er voor dit soort initiatieven meer duidelijkheid moet komen onder welke voorwaarden het mogelijk is;

-het daarom wenselijk is dat het college een beleidsregel, in de zin van artikel 1.3 lid 4 van de Algemene wet bestuursrecht, vaststelt ter toetsing van omgevingsvergunningaanvragen voor kleinschalige initiatieven voor zonne- en windenergie installaties;

Gelet op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht (Awb), en artikel 5.1, eerste lid onder a van de Omgevingswet, juncto artikel 8.0a van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Besluit vast te stellen:

De “Beleidsregels voor kleinschalige zonne-en windenergie installaties”.

Deze Beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 mei 2025.

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

Bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;

Bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

Dak:

iedere bovenbeëindiging van een gebouw;

Energie opwek voor eigen gebruik:

het produceren van energie voor de eigen behoefte;

Gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

Grootschalige zonne-energie installatie:

een installatie van minstens 2 hectare waarmee duurzame energie wordt opgewekt door middel van zon;

Installatie:

een geheel van technische toestellen, of de handeling om iets voor gebruik geschikt te maken;

Kleinschalige windenergie installatie:

een installatie waarmee duurzame energie wordt opgewekt door middel van wind;

Kleinschalige zonne-energie:

opwekking van energie uit straling van de zon. Enkel en alleen ten behoeve van het eigen gebruik binnen het eigen perceel of aangrenzende percelen en de daarop aanwezige gebouwen en/of bouwwerken;

Kleinschalige zonne-energie installatie:

een installatie waarmee duurzame energie wordt opgewekt door middel van zon;

Levensduur:

-technische levensduur is de tijd dat de installatie functioneert;

-economische levensduur is de tijd dat de installatie rendabel wordt geacht;

Peil:

-voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang;

-in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het afgewerkte bouwterrein;

Windturbine:

een installatie c.q. bouwwerk voor het opwekken van elektrisch of thermisch vermogen uit wind.

Artikel 1.2 Wijze van meten

Bij toepassing van deze beleidsregel wordt als volgt gemeten:

1Ashoogte van een windturbine:

Hoogte gemeten vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine;

2Tiphoogte van een windturbine

a.turbines met een horizontale as:

-de ashoogte van een windturbine plus de straal van de rotorcirkel;

b.turbines met een verticale as:

-de ashoogte van een windturbine plus het deel van de rotorbladen dat daarbovenuit steekt;

3Wijze van meten voor zonne-energie installaties:

De totale grondoppervlakte, gemeten vanaf peil, van de buitenste randen van de buitenste zonne- energie installaties in vierkante meters.

Artikel 2.1 Toepassingsbereik

Genoemde beleidsregel is van toepassing op aanvragen voor een omgevingsvergunning ten behoeve van kleinschalige zonne- en windenergie installaties voor eigen gebruik die niet toegestaan zijn op basis van het (tijdelijk) omgevingsplan. Als de activiteit in strijd is met het (tijdelijk) omgevingsplan, is er sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: BOPA). Door middel van het doorlopen van de procedure BOPA is medewerking mogelijk. Naast de BOPA-procedure dient ook te worden voldaan aan de overige bestaande wet- en regelgeving die geldt voor het plaatsen van kleinschalige zonne- en windenergie installaties.

Het uitgangspunt is energieopwekking voor eigen gebruik via het eigen dak (zonne-energie) of binnen het huidige bouwvlak. Het opwekken van energie voor eigen gebruik via andere methoden (biomassa, waterkracht, aardwarmte, etc.) is in onderstaande artikelen niet opgenomen en vormt geen onderdeel van dit beleidskader.

Artikel 2.2 Algemene voorwaarden

Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een BOPA (artikel 8.0a, lid 2, Besluit kwaliteit leefomgeving) die betrekking heeft op een kleinschalige zonne- of windenergie installatie is voorstelbaar met inachtneming van de volgende bepalingen:

a.De installatie is alleen bedoeld voor eigen gebruik. Het aantal op te wekken kilowatt (hierna: kW) voor eigen gebruik dient aangetoond te worden door inzicht te geven in zowel het huidige als het toekomstige energieverbruik van de hoofdgebruiker dan wel het vermogen van de aan het perceel gebonden aansluiting;

b.Bijbehorende voorzieningen (zoals omvormers) ten behoeve van de installaties mogen maximaal gekwalificeerd worden als een milieucategorie 2-inrichting;

c.Er mogen geen kabels ten behoeve van de installaties over-, onder- of binnen een zone van 2 meter van openbare wegen worden aangelegd. Daarnaast mogen er geen kabels ten behoeve van de installaties op- of in gronden welke in eigendom zijn van derden worden aangelegd;

d.Bij het opwekken van meer dan 3x 80 ampère aansluiting dient de netwerkbeheerder akkoord te zijn met de energieopwekking voor eigen gebruik. Het is aan de aanvrager om omgevingsvergunning om schriftelijk aan te tonen dat diens instemming is verkregen;

e.Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties dient aangetoond te worden;

f.Een omgevingsdialoog dient gevoerd te worden conform de richtlijnen van de gemeente Vught;

g.Er mogen geen cultuurhistorische of historisch ruimtelijke waarden verloren gaan, voor gebouwen of (aangrenzende) gronden;

h.Passende landschappelijk maatregelen dienen genomen te worden om de visuele impact te minimaliseren en de natuur te versterken. Belangrijke zichtlijnen en uitzichten moeten gehandhaafd worden. Dit omvat bijvoorbeeld de kleurstelling van de installatie of het gebruik van natuurlijke elementen, zoals beplanting, om de installaties te camoufleren en te integreren in het landschap. Dit moet in lijn zijn met de Groenvisie 2023 en kwaliteitsverbetering van het landschap van de gemeente Vught, of diens opvolgers;

i.Bij het verlenen van de omgevingsvergunning wordt een termijn bepaald van maximaal 25 jaar, afhankelijk van de technische en/of economische levensduur van de installatie(s). Na deze termijn dient de situatie weer teruggebracht te worden naar de oorspronkelijke situatie. Indien de installatie op een eerder moment wordt verwijderd dan de bepaalde termijn dient de situatie ook weer teruggebracht te worden naar de oorspronkelijke situatie. De huidige situatie wordt bij het verlenen van de omgevingsvergunning vastgelegd. Eventueel dienen de kwaliteitsverbeteringen die zijn toegepast te worden behouden, dit wordt bepaald in overleg bij het verwijderen van de installatie(s).

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.