Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen
Artikel 1
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
a.werkvoorzieningsschap: het rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2.
b.deelnemende gemeenten: de aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten, te weten Bronckhorst, Lochem en Voorst.
c.Gedeputeerde Staten: het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland.
d.personeel: de bij het werkvoorzieningsschap aangestelde ambtenaren en de personen met wie het werkvoorzieningsschap een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht heeft gesloten.
e.werknemers: personen, die ingevolge de Wet sociale werkvoorziening in een dienstbetrekking staan tot het werkvoorzieningsschap.
f.leden-deskundigen; leden die ingevolge artikel 14, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn aangewezen buiten de kring van het algemeen bestuur.
g.colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten.
h.raden: de raden van de deelnemende gemeenten.
Artikel 2
Er is een openbaar lichaam, zijnde een werkvoorzieningsschap met de naam Delta. Het openbaar lichaam is rechtspersoon en is gevestigd in Lochem.
Artikel 3
Het werkvoorzieningsschap kent de volgende bestuursorganen:
a.het algemeen bestuur;
b.het dagelijks bestuur;
c.de voorzitter.
Hoofdstuk 2: Belangen, taken en bevoegdheden
Artikel 4
1De regeling wordt getroffen om de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van de sociale werkvoorziening te behartigen.
2Het werkvoorzieningsschap heeft hierbij een tweeledige taak, te weten:
a.het uitvoeren van de Wet Sociale Werkvoorziening voor zover dit wordt gevorderd van de besturen der deelnemende gemeenten;
b.het tot stand brengen en beheren van de ten behoeve van die uitvoering gewenste bedrijfsorganisatie.
3het werkvoorzieningsschap kan met de colleges van de deelnemende gemeente afzonderlijk afspraken maken over uitvoering van taken op grond van de Participatiewet.
Artikel 5
1Alle bevoegdheden van de colleges tot het vervullen van de in artikel 4, tweede lid, genoemde taken, worden overgedragen aan het bestuur van het werkvoorzieningsschap.
2Indien taken als bedoeld in artikel 4, derde lid, van deze regeling worden uitgevoerd, dragen de colleges hun bevoegdheden daartoe op aan het algemeen bestuur van het werkvoorzieningsschap.
3Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, treden in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, burgemeester en wethouders en de burgemeester, onderscheidenlijk het werkvoorzieningsschap, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.
Hoofdstuk 3: Het Algemeen Bestuur
Artikel 6
1Het algemeen bestuur bestaat uit leden die per deelnemende gemeente door het college uit zijn midden worden aangewezen. De colleges van de deelnemende gemeenten wijzen elk twee leden van het algemeen bestuur aan.
2Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid of voorzitter te zijn van het college uit wiens midden men is aangewezen. De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen voor een periode gelijk aan de zittingsperiode van het college.
3De aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur vindt zo mogelijk plaats in de eerste vergadering van de colleges der deelnemende gemeenten in de nieuwe samenstelling.
4De leden van het algemeen bestuur, die tussentijds ontslag nemen, stellen de voorzitter van het algemeen bestuur, alsmede het college die hen heeft aangewezen hiervan op de hoogte. Het ontslag gaat onmiddellijk in en is onherroepelijk.
5Over personen wordt schriftelijk, over zaken wordt mondeling gestemd. Ieder aanwezig lid brengt één stem uit.
6De colleges van de deelnemende gemeenten wijzen een plaatvervanger aan voor elk lid van het algemeen bestuur dat door het betreffende college is aangewezen.
7Het bepaalde in het eerste tot en met het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervanger.
8Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met een dienstbetrekking bij het werkvoorzieningsschap.
9Het algemeen bestuur benoemt op voordracht van het dagelijks bestuur een secretaris en een plaatsvervangend secretaris, beiden lid van het algemeen bestuur.
10De secretaris en de plaatsvervangend secretaris zijn secretaris en plaatsvervangend secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.
11Het dagelijks bestuur regelt binnen de organisatie van Delta de ambtelijke ondersteuning van de secretaris. Deze ambtelijke ondersteuning valt onder de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de algemeen directeur.
Artikel 7
1De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar.
2De deuren worden gesloten wanneer een vijfde gedeelte der aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.
3Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.
4In een besloten vergadering van het algemeen bestuur wordt geen besluit genomen over:
a.de begroting, de wijzigingen daarvan en de rekening;
b.het oprichten van of deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperatieve verenigingen danwel het ontbinden daarvan of beëindigen van de deelneming;
c.het liquidatieplan.
5De bevoegdheden van het algemeen bestuur welke volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen aan hem zijn toegekend, zijn overdraagbaar aan het dagelijks bestuur, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet.
6Het algemeen bestuur kan in ieder geval niet overdragen het vaststellen van de begroting of van de jaarrekening zoals bedoeld in artikel 34 Wet gemeenschappelijke regelingen.
Artikel 8 besluitvorming door algemeen bestuur
1Het algemeen bestuur besluit bij volstrekte meerderheid van stemmen in een vergadering, waarin ten minste 2/3 van de leden aanwezig is.
2Is het vereiste aantal leden niet aanwezig, dan wordt door de voorzitter binnen 2 weken een nieuwe vergadering belegd, welke – ongeacht het aantal tegenwoordig zijnde leden – bevoegd is besluiten te nemen over de in de vorige vergadering aan de orde gestelde en bij de oproeping aan de leden mede te delen punten.
3Tenzij de vergadering voltallig is, wordt bij staking van stemmen het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een ingevolge de vorige volzin opnieuw belegde vergadering, is het voorstel niet aangenomen.
Hoofdstuk 4: Het Dagelijks Bestuur
Artikel 9
1Het dagelijks bestuur bestaat tenminste uit de voorzitter en 2 andere leden, door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen. De aldus aangewezen leden van het dagelijks bestuur mogen niet afkomstig zijn uit dezelfde gemeente.
2Gezien de specifiek sociale en de bedrijfseconomische aspecten der aan het werkvoorzieningsschap opgedragen taak, kunnen één of meer leden-deskundigen aan het dagelijks bestuur, niet zijnde de voorzitter, worden toegevoegd van buiten de kring van het algemeen bestuur. Deze leden, aan te wijzen door het algemeen bestuur, mogen nimmer de meerderheid van het dagelijks bestuur uitmaken.
3Het lidmaatschap van de leden-deskundigen van het dagelijks bestuur is onverenigbaar met een dienstbetrekking bij het werkvoorzieningsschap.
4Degeen die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn.
5Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen door daarvan schriftelijk mededeling te doen aan het algemeen bestuur.
6Het algemeen bestuur kan een of meer leden van het dagelijks bestuur ontslag verlenen indien deze(n) zijn vertrouwen niet meer bezitten.
Artikel 10 bevoegdheden dagelijks bestuur
1Het dagelijks bestuur is in bevoegd:
a.Het dagelijks bestuur te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast;
b.Beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren;
c.Regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam;
d.Ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan;
e.Tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen zoals genoemd in art. 31 a van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
f.Te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover een zaak van het algemeen bestuur, in voorkomende gevallen anders beslist.
g.het opstellen van het sociaal economisch contract.
2Het dagelijks bestuur kan een of meer leden van het dagelijks bestuur machtigen tot uitoefening van een of meer van zijn bevoegdheden, tenzij de regeling waarop de bevoegdheid steunt zich daartegen verzet.
Hoofdstuk 5: De Voorzitter
Artikel 11
1De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen.
2De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.
3Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt het voorzitterschap waargenomen door een ander lid van het dagelijks bestuur dat door het dagelijks bestuur is aangewezen als plaatsvervangend voorzitter.
4De voorzitter tekent de stukken, die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan. Deze stukken worden medeondertekend door een ander lid van het dagelijks bestuur, door het dagelijks bestuur aan te wijzen.
5De voorzitter vertegenwoordigt het werkvoorzieningsschap in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde.
6In een geschil met een of meer besturen van gemeenten waarvan de voorzitter deel uitmaakt, vertegenwoordigt de plaatsvervangend voorzitter, geen deel uitmakend van de wederpartij, het werkvoorzieningsschap.
Hoofdstuk 6: Commissies
Artikel 12
Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter kunnen commissies van advies instellen, zulks met inachtneming van artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Hoofdstuk 7: Inlichtingen, verantwoording en ontslag
Artikel 13
1De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.
2Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is.
3Zij geven tezamen danwel afzonderlijk aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen.
4Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit.
5De leden 1 tot en met 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur.
Artikel 14
1Het algemeen en het dagelijks bestuur geven aan de colleges van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is.
2Het algemeen en het dagelijks bestuur verstrekken aan de raden en colleges van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door een of meer leden van die raden en colleges worden verlangd.
Artikel 15
1Een lid of een plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur verschaft het college die dit lid heeft aangewezen zulks met inachtneming van artikel 16 van de Wet gemeenschappelijke regelingen alle inlichtingen, die door dat college of door een of meer leden van dat college worden verlangd en wel op de in het Reglement van orde voor de vergaderingen van dat college aangegeven wijze.
2Een lid of een plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur is het college die dit lid heeft aangewezen met inachtneming van artikel 16 van de Wet gemeenschappelijke regelingen verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de in het Reglement van orde voor de vergaderingen van dat college aangegeven wijze.
Hoofdstuk 8: Reglement van orde
Artikel 16
1Het algemeen bestuur stelt met inachtneming van de artikelen 22 en 23 van de Wet gemeenschappelijke regelingen voor zijn vergaderingen een Reglement van orde vast.
2In het Reglement van orde worden onder meer regels gegeven omtrent de wijze van het verstrekken van inlichtingen en het afleggen van verantwoording als bedoeld in de artikelen 14 en 15.
3Het dagelijks bestuur kan een Reglement van orde voor zijn vergaderingen vaststellen, dat aan het algemeen bestuur wordt meegedeeld.
Hoofdstuk 9: Vergoedingen
Artikel 17
Het algemeen bestuur kan met inachtneming van de artikelen 21, 24, lid 4 van de Wet gemeenschappelijke regelingen voor de leden van het algemeen en dagelijks bestuur en voor de leden van een commissie als bedoeld in artikel 12 van deze regeling niet zijnde burgemeester of wethouder van een deelnemende gemeente, een regeling vaststellen voor de vergoeding der werkzaamheden, bijwonen der vergaderingen en tegemoetkoming der kosten.
Hoofdstuk 10: Personeel
Artikel 18
1De algemeen directeur, rechtstreeks verantwoording verschuldigd zijnde aan het dagelijks bestuur wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het dagelijks bestuur.
2Het overige personeel wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het dagelijks bestuur.
3Het dagelijks bestuur stelt een directiestatuut vast, waarin de taken en bevoegdheden van de algemeen directeur worden vastgelegd. Het dagelijks bestuur stelt voor het overig personeel de nodige instructies vast.
4Werknemers worden in dienst genomen door het dagelijks bestuur.
Artikel 19
Het dagelijks bestuur stelt een rechtspositie vast voor het personeel van het werkvoorzieningsschap.
Hoofdstuk 11: Financiële bepalingen
Artikel 20
1Het algemeen bestuur stelt een regeling vast, betreffende de organisatie van de administratie en van het beheer van vermogenswaarden, alsmede van de controle daarop, waarbij de administratieve voorschriften ingevolge de Wet sociale werkvoorziening en overige wettelijke bepalingen de toepasselijke gemeentelijke comptabiliteitsvoorschriften in acht worden genomen.
2De regeling dient te waarborgen dat aan de eisen van doelmatigheid en controle wordt voldaan.
Artikel 21
Bij de in het vorige artikel bedoelde regeling worden de met respectievelijk de administratie en het beheer van de vermogenswaarden te belasten functionarissen aangewezen.
Artikel 22
1Het algemeen bestuur stelt een beleidsplan vast, waarin het beleid, dat het bestuur van het werkvoorzieningsschap voornemens is uit te voeren in grote lijnen wordt aangegeven. Nadrukkelijk zal in dit beleidsplan het beleid met betrekking tot het minimum aantal Wsw-arbeidsplaatsen worden vermeld. Naast deze beleidsnota wordt een meerjarenraming gemaakt van de kosten, de opbrengsten en de gemeentelijke bijdrage. Jaarlijks worden de beleidsnota en de meerjarenraming aan de hand van de actuele gegevens van het afgelopen jaar bijgesteld en met 1 jaar uitgebreid.
2Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks voor 15 april het beleidsplan voor de komende jaren toe aan de raden en de colleges van de deelnemende gemeenten.
3Het beleidsplan wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van kosten algemeen verkrijgbaar gesteld.
4De colleges van de deelnemende gemeenten kunnen binnen acht weken na toezending van het beleidsplan het dagelijks bestuur van hun gevoelen doen blijken. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren, waarin dit gevoelen is vervat, bij het beleidsplan, zoals dit aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
5Het algemeen bestuur stelt dit beleidsplan vast voor één juli van het jaar, voorafgaande aan de jaren, waarop het beleidsplan betrekking heeft.
Artikel 23
1Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks voor 15 april een ontwerpbegroting voor het komende kalenderjaar, alsmede een meerjarenbegroting van het werkvoorzieningsschap, toe aan de raden en colleges van de deelnemende gemeenten.
2De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. De bepalingen terzake van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.
3De raden en colleges van de deelnemende gemeenten kunnen binnen acht weken na toezending van de ontwerpbegroting het dagelijks bestuur van hun gevoelen doen blijken. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren, waarin dit gevoelen is vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
4Het algemeen bestuur stelt de begroting vast vóór 15 juli van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de begroting moet dienen.
5Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die terzake Gedeputeerde Staten van hun gevoelen kunnen doen blijken.
6Het dagelijks bestuur zendt de begroting en de meerjarenraming, bedoeld in lid 1, binnen 2 weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar, voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten.
7Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstig toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.
Artikel 24
1De gemeenten dragen jaarlijks bij in de kosten van de taak van het werkvoorzieningsschap.
2Onder de in het eerste lid bedoelde kosten worden verstaan:
a.de exploitatiekosten van Delta volgens de vastgestelde geconsolideerde rekening;
b.de in de vastgestelde rekening opgenomen bestuurlijke kosten.
3De berekening van de gemeentelijke bijdragen geschiedt:
a.m.b.t. het aandeel in de exploitatiekosten naar rato van:
•het aantal inwoners van de deelnemende gemeente;
•de afname door de deelnemende gemeente van de diensten van Delta.
Het algemeen bestuur stelt de werkobjecten vast die tot de vorenbedoelde diensten worden gerekend.
b.m.b.t. het aandeel in de bestuurskosten naar rato van het aantal inwoners van de deelnemende gemeente.
4Het algemeen bestuur stelt jaarlijks ten behoeve van de berekening van de gemeentelijke bijdrage voor een jaar, bij de vaststelling van de begroting over datzelfde jaar, de onderlinge verhouding tussen de in lid 3 a. genoemde onderdelen 1 en 2 vast.
5Op basis van de jaarlijkse begroting stellen de deelnemende gemeenten een beschikbaar te stellen budget vast.
6De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van vooruitbetaling jaarlijks de overeenkomstig dit artikel verschuldigde bedragen.
7Indien in enig jaar een nadelig exploitatiesaldo wordt verkregen, dient dit in de jaarrekening te worden geactiveerd en ten laste te worden gebracht van het (de) eerstvolgend(e) begrotingsjaar (jaren) volgend op dat waarin de jaarrekening is vastgesteld. Indien het algemeen bestuur van oordeel is dat het activeren van het nadelig exploitatiesaldo niet verantwoord is, kan het aan de deelnemende gemeenten een voorstel doen tot bijstelling van het budget over het betreffende begrotingsjaar. Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
8Wanneer de rekening van enig jaar sluit met een lager nadelig exploitatiesaldo dan voor dat jaar was begroot, worden hiermee eerst de in artikel 24 lid 7 genoemde geactiveerde nadelige saldi verrekend. Indien dan nog een voordelig exploitatiesaldo resteert, wordt dit met de gemeenten verrekend, zodra de rekening is vastgesteld.
9Over het instellen en het in stand houden van een risicofonds ten behoeve van bedrijfsmatige financiële risico’s besluit het algemeen bestuur. Voordat het algemeen bestuur hiertoe besluit, worden de colleges van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid gesteld hun gevoelen hierover te doen blijken.
Artikel 25
1Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vóór 1 juli vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.
2Het dagelijks bestuur zendt vóór 1 april maar in elk geval uiterlijk voor 15 april van het jaar na het jaar waarvoor de jaarrekening dient, een voorlopige jaarrekening aan de raden.
3Het dagelijks bestuur biedt de rekening over het afgelopen jaar, onder toevoeging van een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de, krachtens artikel 265 bis van de gemeentewet aangewezen deskundigen en van hetgeen het dagelijks bestuur te zijner verantwoording dienstig acht, met alle bijbehorende bescheiden jaarlijks vaststelling aan het algemeen bestuur aan.
4Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan Gedeputeerde Staten en aan de raden.
5Vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden.
6In de rekening wordt het door elk der gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigd bedrag opgenomen, berekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 24.
Artikel 26
1De deelnemende gemeenten zijn gezamenlijk garant voor de tijdige betaling van rente en aflossing van de door het werkvoorzieningsschap gesloten en te sluiten geldleningen, voorzover ter zake door andere overheidsorganen geen garantie is of wordt gegeven.
2De uit de gezamenlijke garantie eventueel voortvloeiende verplichtingen in enig jaar worden door de deelnemende gemeenten gedragen in verhouding waarin zij bijdragen overeenkomstig het bepaalde in artikel 24.
Hoofdstuk 12: Het archief
Artikel 27
Het dagelijks bestuur is belast met de zorg en het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van het werkvoorzieningsschap, overeenkomstig een door het algemeen bestuur, met inachtneming van artikel 37, tweede lid van de Archiefwet 1962, vast te stellen regeling.
Hoofdstuk 13: Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing
Artikel 28
1Het bestuur van een gemeente, die wenst toe te treden of uit te treden, richt het verzoek terzake aan het algemeen bestuur.
2Het algemeen bestuur zendt het verzoek als bedoeld in het eerste lid binnen drie maanden door aan de besturen van de deelnemende gemeenten, onder overlegging van zijn advies omtrent de toetreding respectievelijk uittreding en de eventueel daaraan te verbinden voorwaarden.
3Toetreding respectievelijk uittreding vindt plaats indien de besturen van de meerderheid der deelnemende gemeenten daarin bewilligen.
4Aan de toetreding respectievelijk uittreding kunnen bij de in het derde lid bedoelde besluiten voorwaarden worden verbonden.
5Ten aanzien van uittreding kan het algemeen bestuur van de uittredende gemeente eisen, een schadevergoeding te betalen aan Delta.
Artikel 29
1De regeling kan worden gewijzigd of opgeheven bij daartoe strekkend besluit van de besturen van ten minste 2/3 van het aantal deelnemende gemeenten.
2Indien het algemeen bestuur wijziging of opheffing van de regeling wenselijk acht, doet het dagelijks bestuur het daartoe strekkend voorstel van het algemeen bestuur toekomen aan de besturen van de deelnemende gemeenten.
Artikel 30
1In geval van opheffing van de regeling, besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regelen. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken.
2Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de colleges van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld.
3Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging voor het personeel en de werknemers heeft.
4Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.
5Zonodig blijven organen van het werkvoorzieningsschap ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid.
Artikel 31
1De regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand volgende op de maand waarin voldaan is aan de vereisten genoemd in artikel 27, eerste en tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regeling.
2Het bestuur van de gemeente Voorst draagt zorg voor de in artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen bedoelde toezending.
Artikel 32
De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.