Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels woningsplitsing gemeente Voorst

Gemeente Voorst · geldt sinds 1 september 2025

Aanhef

Burgmeester en wethouders van de gemeente Voorst;

gelezen het voorstel van 22 juli 2025, nummer 815233;

gelet op artikel 4.81 van de Algemene wet bestuursrecht;

besluiten vast te stellen: de Beleidsregels woningsplitsing gemeente Voorst.

Hoofdstuk 1 Toelichting

1.1 Aanleiding

Veel mensen zijn op zoek naar passende woonruimte. In de gemeente Voorst staan relatief veel ruime woningen, waarbij woningsplitsing mogelijk is. Door woningsplitsing wordt ruimte beter benut en gebruik gemaakt van de bestaande woningvoorraad. Hierdoor wordt het woningaanbod vergroot en kunnen meer mensen een passende woning vinden. Door woningsplitsing ontstaan meer kleinere woningen voor de toenemende groep eenpersoonshuishoudens. Daarnaast is de verwachting dat met name in het buitengebied door woningsplitsing meerdere generaties op één erf gaan wonen waardoor onderlinge ondersteuning mogelijk is. Als gemeente willen we woningsplitsing mogelijk maken onder een aantal voorwaarden.

1.2 Doel

Het doel van deze beleidsregel is om woningsplitsing te vereenvoudigen.

1.3 Werkingsgebied

Deze beleidsregel is van toepassing op het gehele gemeentelijke grondgebied van gemeente Voorst.

1.4 Toelichting op beleidsregels

Aparte regeling kernen en buitengebied

Het woningsplitsingsbeleid gaat uit van een aparte regeling voor de kernen en het buitengebied. In het buitengebied is over het algemeen sprake van een ander type woningen en landschap. In het buitengebied zetten we in op de diversiteit en kwaliteit van het landschap. Voor woningsplitsing in het buitengebied vragen we als gemeente dan ook om landschappelijke inpassing. De gemeente geeft handvatten mee aan de initiatiefnemer voor het uitwerken van de landschappelijke inpassing.

In de dorpskernen is in het algemeen sprake van een kleiner type woning en tuin. Hierdoor wordt voor de dorpskernen geen landschappelijke tegenprestatie gevraagd.

Bijgebouwen

Voor het bewonen van losstaande bijgebouwen is altijd maatwerk van toepassing. Niet elk bijgebouw is geschikt als woning of om wonen toe te staan. Dit heeft bijvoorbeeld te maken met de locatie van het bijgebouw op het perceel. Bij het toestaan van wonen in het bijgebouw wordt gekeken naar de ruimtelijke kwaliteit, stedenbouwkundige kwaliteit en de cultuurhistorische waarden.

Cultureel erfgoed

Bij splitsing van monumenten of cultuurhistorisch waardevolle woningen of bijgebouwen passen wij altijd maatwerk toe. In bepaalde gevallen kan woningsplitsing een bijdrage leveren aan de instandhouding van een gebouw en de omgeving.

Inwoning

Inwoning is al toegestaan binnen de bestaande regels van het Omgevingsplan gemeente Voorst. Hier is in beginsel een omgevingsvergunning voor nodig. Dit wordt per situatie beoordeeld. Bij inwoning is er geen sprake van harde planologische splitsing, het blijft één woning.

Borgen van beleid

Het beleid voor woningsplitsing wordt vastgelegd in de omgevingsvisie en het programma Ruimtelijke Kwaliteit. Uiteindelijk worden de juridische regels, na evaluatie, opgenomen in het Omgevingsplan gemeente Voorst.

1.5 Wettelijk kader

Woningsplitsing is op dit moment niet mogelijk binnen het Omgevingsplan gemeente Voorst. Medewerking is mogelijk met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa-procedure). Woningsplitsing wordt ook getoetst aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Met deze omgevingsvergunning wordt het splitsen van de woning toegestaan en kan de woning als zodanig worden gebruikt. Planologisch worden het twee woningen op het moment dat de omgevingsvergunning wordt verwerkt in het Omgevingsplan gemeente Voorst.

Hoofdstuk 3 Toetsingscriteria woningsplitsing

3.1 Woningsplitsing in de dorpskernen

1Na splitsing heeft iedere zelfstandige woning een gebruiksoppervlakte van ten minste 50 m2;

2Beide woningen moeten beschikken over een eigen bergruimte en buitenruimte zoals tuin, dakterras of balkon en bij de aanvraag dient een erfinrichtingsplan te worden overlegd;

3Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein of in de directe omgeving (conform parkeerkencijfers CROW);

4Na splitsing maken de woningen gebruik van de bestaande inrit;

5Woningsplitsing leidt niet tot een onevenredige afbreuk van de fysieke leefomgeving;

6Bij splitsing moet worden voldaan aan de eisen van welstand;

7Bij woningsplitsing moet er vooraf participatie hebben plaatsgevonden met de omwonenden. De wijze van participatie is afhankelijk van de impact van de splitsing en is altijd minimaal trede 1 (informeren);

8De woning mag alleen gesplitst worden binnen de oorspronkelijke woning. Dit is inclusief bijgebouwen die aan de oorspronkelijke woning vaststaan;

9Het vergroten van de bouwoppervlakte en -volume is niet toegestaan, tenzij dit vergunningsvrij mogelijk is of op grond van de Omgevingsplanregels gemeente Voorst mogelijk is op basis van de regels die voor de oorspronkelijke woning gelden;

10Het is niet toegestaan om nieuwe bijgebouwen op te richten, met uitzondering van vergunningsvrije bouwwerken of mogelijkheden voor bouwen op grond van het Omgevingsplan gemeente Voorst die voor de oorspronkelijke woning gelden;

11Bij splitsing van cultureel erfgoed passen wij maatwerk toe.

3.2 Woningsplitsing in het buitengebied

1Na splitsing heeft iedere zelfstandige woning een gebruiksoppervlakte van ten minste 50 m2;

2Beide woningen moeten beschikken over een eigen bergruimte en buitenruimte, zoals een tuin en bij de aanvraag dient een erfinrichtingsplan te worden overlegd;

3Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein (conform parkeerkencijfers CROW);

4Na splitsing maken de woningen gebruik van de bestaande inrit;

5Woningsplitsing leidt niet tot een onevenredige afbreuk van de fysieke leefomgeving;

6Bij splitsing moet worden voldaan aan de eisen van welstand;

7Bij woningsplitsing moet er vooraf participatie hebben plaatsgevonden met de omwonenden. De wijze van participatie is afhankelijk van de impact van de splitsing en is altijd minimaal trede 1 (informeren);

8De woning mag alleen gesplitst worden binnen de oorspronkelijke woning, dit is inclusief bijgebouwen die aan de oorspronkelijke woning vaststaan;

9Het vergroten van de bouwoppervlakte en -volume is niet toegestaan, tenzij dit vergunningsvrij mogelijk is of op grond van de Omgevingsplanregels gemeente Voorst mogelijk is op basis van de regels die voor de oorspronkelijke woning gelden;

10Het is niet toegestaan om nieuwe bijgebouwen op te richten, met uitzondering van vergunningsvrije bouwwerken of mogelijkheden voor bouwen op grond van het Omgevingsplan gemeente Voorst die voor de oorspronkelijke woning gelden;

11Bij woningsplitsing is landschappelijke inpassing een vereiste;

12Bij splitsing van cultureel erfgoed passen wij maatwerk toe.

3.3 Bewonen van een losstaand bijgebouw

1Bij bewoning van een losstaand bijgebouw wordt in alle gevallen maatwerk toegepast;

2Bij bewoning van een losstaand bijgebouw moet het nieuwe gebruiksoppervlak van de woning minimaal 50 m2 en maximaal 100 m2 zijn;

3Er mag alleen bewoning plaatsvinden in het oorspronkelijke bijgebouw.

Hoofdstuk 4 Uitzonderingen

4.1 Wanneer is het woningsplitsingsbeleid niet van toepassing

Deze beleidsregel is niet van toepassing op:

1appartementen (niet grondgebonden woningen);

2kamerverhuur;

3mantelzorgwoningen;

4eerder gesplitste woningen;

5een bedrijfswoning, plattelandswoning of recreatiewoning;

Hoofdstuk 5 Handhaving

5.1 Overtredingen

De gemeente ziet toe op de naleving van de beleidsregels voor woningsplitsing. Bij constatering van een overtreding kan de gemeente een handhavingsprocedure starten. Afhankelijk van de ernst en aard van de overtreding kan dit leiden tot een waarschuwing en/of een last onder dwangsom.

De toepassing van deze beleidsregels worden één jaar na inwerkingtreding geëvalueerd.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.