Gemeentelijke regelgeving

Nadere regels Jeugdhulp Voorschoten 2026

Gemeente Voorschoten · geldt sinds 20 oktober 2026

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorschoten; gelet op artikel 12.3, eerste lid, van de Verordening Jeugdhulp Voorschoten 2026

Besluit:

Vast te stellen de nadere regels jeugdhulp Voorschoten 2026

Artikel 1. Begripsbepaling

1Alle definities die in deze nadere regels worden gebruikt, hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet, de hierop gebaseerde algemene maatregelen van bestuur en de Verordening Jeugdhulp Voorschoten 2026.

Artikel 2. Algemene voorzieningen

1Algemene voorzieningen zoals beschreven in de verordening nader toegelicht:

a.Jeugd- en gezinsondersteuning vanuit de gemeentelijke toegang, het Sociaal Service Team (SST).

b.Kinderopvang waaronder Voor- en Vroegschoolse educatie voor kinderen met een (taal)achterstand om de onderwijsachterstanden bij ingang van groep 3 te verkleinen als onderdeel van de algemene voorziening als genoemd in artikel 2.1, tweede lid, onderdeel m van de Verordening.

c.Eerstelijnszorg, zoals huisartsenzorg; Praktijkondersteuner jeugd; als brug tussen zorg en welzijn, ingezet vanuit de huisartsenpraktijk, als onderdeel van de algemene voorziening als genoemd in artikel 2.1, tweede lid, onderdeel q van de Verordening.

d.Ondersteuning en kind-interventies van Kenniscentrum Kind en Scheiding.

e.Preventief aanbod jeugd-GGZ.

f.Cliëntondersteuning is in Voorschoten beschikbaar via een onafhankelijke cliëntondersteuner.

Artikel 3. Dyslexiezorg

1Toeleiding naar diagnostiek en behandeling voor Ernstige Dyslexie gebeurt altijd via het onderwijs, dit geldt voor zowel zorg in natura (ZIN) als een persoonsgebonden budget (pgb). De gecontracteerde aanbieder stelt vast of sprake is van Ernstige Dyslexie (ED) en of behandeling voor vergoeding op grond van de Jeugdwet in aanmerking komt.

2Een verklaring van Ernstige Dyslexie moet zijn afgegeven door een dyslexiebehandelaar aangesloten bij het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie. Daarnaast is de dyslexiebehandelaar in het bezit van een BIG-registratie (GZ- psycholoog of orthopedagoog-generalist) of NIP-registratie (Kinder- en Jeugdpsycholoog).

Artikel 4. Vervoer

1Indien vervoer van en naar de dichtstbijzijnde passende locatie binnen de regio waar een toegekende individuele jeugdhulpvoorziening wordt geboden noodzakelijk is, kan het college een vervoersvoorziening verstrekken.

2Bij de beoordeling van een aanvraag voor een vervoersvoorziening onderzoekt het college eerst in hoeverre de jeugdige, de ouders of het sociale netwerk het vervoer zelf kunnen verzorgen.

3Bij de beoordeling van een aanvraag voor een vervoersvoorziening onderzoekt het college eerst in hoeverre de jeugdige, de ouders of het sociale netwerk het vervoer zelf kunnen verzorgen. Indien deze mogelijkheden ontoereikend zijn, beoordeelt het college welke vervoersvoorziening passend is.

4Bij het bepalen van de passende vervoersvoorziening houdt het college in ieder geval rekening met:

a.de leeftijd van de jeugdige;

b.de mate van zelfredzaamheid van de jeugdige;

c.medische, psychische of gedragsmatige omstandigheden van de jeugdige en de daaruit voortvloeiende noodzaak van vervoer;

d.de mogelijkheden van de ouders en het sociale netwerk;

e.de afstand en reistijd van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden.

5Bij het bepalen van de passende vervoersvoorziening beoordeelt het college achtereenvolgens: a. de mogelijkheid van vervoer door ouders of het sociale netwerk met een vergoeding van de vervoerskosten; b. de mogelijkheid van vervoer per openbaar vervoer; c. de mogelijkheid van vervoer per openbaar vervoer onder begeleiding; d. de mogelijkheid van collectief vervoer; e. aangepast vervoer, indien de voorgaande mogelijkheden niet passend zijn.

6De aard en omvang van de vervoersvoorziening worden afgestemd op de individuele omstandigheden van de jeugdige en zijn ouders.

Artikel 5. Hoogte pgb

1De maximale hoogte van het formele pgb-tarief wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd. Daarbij wordt aangesloten bij het voor het betreffende kalenderjaar vastgestelde indexeringspercentage voor de tarieven van Zorg in Natura binnen de jeugdhulpregio Holland Rijnland.

2Het pgb-tarief voor informele jeugdhulp wordt per 1 januari en 1 juli van ieder jaar aangepast aan het op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag op die datum geldende wettelijk minimumuurloon.

3Zowel de formele als de informele tarieven worden gepubliceerd op de website van de gemeente Voorschoten.

Artikel 6. Kwaliteitseisen aan jeugdhulpaanbieders

1De kwaliteitseisen waaraan jeugdhulpaanbieders dienen te voldoen, zijn nader uitgewerkt in de door de Serviceorganisatie Zorg (SOZ) vastgestelde kwaliteitscriteria. Voor gecontracteerde jeugdhulpaanbieders gelden daarnaast de kwaliteitseisen die zijn opgenomen in de actuele overeenkomsten en bijbehorende contractdocumenten die door of namens de deelnemende gemeenten zijn gesloten en waarvan het contractbeheer wordt uitgevoerd door de SOZ. De actueel geldende kwaliteitscriteria, dienstomschrijvingen en contractdocumenten zijn raadpleegbaar via de website van de Serviceorganisatie Zorg (SOZ), de bijlage 5 genaamd dienstomschrijvingen behorend bij het algemeen deel van de overeenkomst. Deze documenten zijn te vinden op: Contractvoorwaarden - Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland

Artikel 7. Deskundigheidseis

1De deskundigheidseisen die gelden voor de verschillende vormen van jeugdhulp zijn nader uitgewerkt in de door de Serviceorganisatie Zorg (SOZ) vastgestelde dienstomschrijvingen. De meest actuele dienstomschrijvingen zijn te raadplegen via de website van de Serviceorganisatie Zorg (SOZ) onder bijlage 5 genaamd dienstomschrijvingen behorend bij het algemeen deel van de overeenkomst. Deze bevatten per jeugdhulpvorm de eisen die worden gesteld aan de kwalificaties en deskundigheid van het in te zetten personeel en kan teruggevonden worden op Contractvoorwaarden - Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland.

Artikel 8. Meldplicht onveiligheid bij jeugdigen

1Het college draagt zorg voor passende samenwerking met Veilig Thuis, gecertificeerde instellingen, de Raad voor de Kinderbescherming en andere relevante ketenpartners indien sprake is van veiligheidsproblematiek bij een jeugdige.

2De wijze waarop wordt samengewerkt bij signalen van onveiligheid is vastgelegd in het Regionaal samenwerkingsprotocol Jeugd Midden Holland/Holland Rijnland en de Raad van de Kinderbescherming. Dit protocol is gepubliceerd in het Gemeenteblad op overheid.nl: Samenwerkingsafspraken tussen gemeenten in Holland Rijnland en Midden-Holland en de Gecertificeerde Instellingen

Artikel 9. Inspraak en medezeggenschap

1Voor de wijze waarop ingezetenen, jeugdigen, ouders en andere belanghebbenden worden betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijk beleid betreffende jeugdhulp, wordt aangesloten bij de Regeling Adviesraad Sociaal Domein Voorschoten.

2Het college kan de inspraak van ingezetenen organiseren in samenwerking met de colleges van andere gemeente van de regio Holland Rijnland.

Artikel 10. Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel

1Op de aanvragen die tot 1 september 2026 zijn ingediend, zijn de Nadere regels jeugdhulp 2015 van toepassing.

[Artikel 10 lid 1 bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt Nadere regels jeugdhulp 2016 bedoeld.]

2De Nadere regels Jeugdhulp Voorschoten 2026 treden in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie in het Gemeenteblad. De Nadere regels Jeugdhulp gemeente Voorschoten 2015 worden met ingang van deze datum ingetrokken.

3De beleidsregels Jeugdhulp gemeente Voorschoten 2025 worden ingetrokken met ingang van de dag na de datum van publicatie in het Gemeenteblad.

4Deze nadere regels worden aangehaald als ‘Nadere regels jeugdhulp Voorschoten 2026’.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.