Gemeentelijke regelgeving

Klimaatadaptatiebeleid gemeente Voorschoten 2023, Groen, leefbaar & klimaatrobuust Voorschoten

Gemeente Voorschoten · geldt sinds 16 juni 2023

1. Inleiding

1.3 Beleidskader

1.3.1 Sustainable Development Goals

Op wereldniveau zijn leden van de Verenigde Naties het in 2015 eens geworden over de Sustainable Development Goals (SDGs). Doel 11 van de SDGs gaat over duurzame steden en gemeenschappen. Stedelijke gebieden zijn kwetsbaar voor klimaatverandering en natuurrampen, omdat er een hoge concentratie van mensen, huizen, infrastructuur en economische activiteiten aanwezig is. Daarom is het belangrijk dat steden en andere woonplaatsen inclusief, veilig, veerkrachtig en duurzaam zijn. Doel 13 van de SDGs gaat over klimaatactie, en stelt dat er dringend actie moet worden ondernomen om klimaatverandering en de impact er van tegen te gaan.

Nederland heeft daarnaast het Klimaatakkoord van Parijs ondertekend, waarin Nederland heeft belooft om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 °C.

1.3.2 Deltaplan Ruimtelijke adaptatie

Het Rijk heeft het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA) opgesteld, waarin waterschappen, gemeenten, provincies en het Rijk concreet aan de slag gaan om hittestress, droogte en de gevolgen van piekneerslag en overstromingen te beperken. Dit plan van de Rijksoverheid uit (2018) heeft als ambitie dat alle Nederlandse gemeenten in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust zijn ingericht. Om de doelstellingen uit dit Deltaplan te realiseren zijn er werkregio’s ingericht waarin partners met elkaar samenwerken. Gemeente Voorschoten maakt deel uit van de werkregio Holland Rijnland. Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie bestaat uit zeven ambities:

1Kwetsbaarheid in beeld brengen

2Risicodialoog voeren en strategie opstellen

3Uitvoeringsagenda opstellen

4Meekoppelkansen benutten

5Stimuleren en faciliteren

6Reguleren en borgen

7Handelen bij calamiteiten

Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft in haar brief

1https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/11/25/water-en-bodem-sturend

van 25 november 2022 kenbaar gemaakt dat water en bodem sturend worden bij ruimtelijke planvorming. Ook wordt er in deze brief de ambitie gesteld om het drinkwatergebruik van 125 liter terug te brengen naar 100 liter in 2035 per hoofd van de bevolking. Water en bodem zijn letterlijk de basis van ons bestaan en van grote invloed op het dagelijks leven.

Figuur 3 Stappenplan Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie

1.3.3 Provincie Zuid-Holland

Provincie Zuid-Holland heeft in 2019 een klimaatadaptatiestrategie gepresenteerd met een daaropvolgende uitvoeringsagenda (2021-2023). De vijf opgaven vanuit de provincie zijn: hittestress, wateroverlast, funderingsschade door bodemdaling, verzilting en oxidatie van veenweidegebieden.

1.3.4 Leidraad Bouw Adaptief 2.0

Specifiek voor de bebouwde omgeving heeft de provincie Zuid-Holland de samenwerking Bouw Adaptief in het leven geroepen. De provincie staat voor de opgave om

235.460 nieuwe woningen te realiseren tot 2030. Dit biedt de kans om woningen klimaatbestendig te ontwikkelen. Inmiddels zijn bij het Bouw Adaptief ook provincie Utrecht en de Metropool Regio Amsterdam betrokken. De leidraad 2.0 is een hulpmiddel dat ondersteunt bij het concretiseren van klimaatambities op de thema’s wateroverlast, droogte, hittestress, bodemdaling, biodiversiteit en overstromingen.

1.3.5 Integraal Waterketenplan Leidse Regio (IWKP)

Het IWKP behandelt de watertaken; de gemeentelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelen grondwater, het beheer van het stedelijk water en de zorgplicht van het waterschap voor het zuiveren van afvalwater. Het IWKP omvat ook beleid op klimaat. Ook de drinkwaterbereiding en -levering door de drinkwaterbedrijven is onderdeel van deze waterketen.

1.3.6 Visie op Energie en Klimaat

Het milieubeleid van gemeente Voorschoten is uitgewerkt in de Visie op Energie en Klimaat (2021), en geldt als een paraplu voor alle onderwerpen in het kader van milieu, duurzaamheid en energie. De centrale doelstelling van het beleid is “Het bevorderen van de klimaatrobuustheid, een goede milieukwaliteit en duurzame energievoorziening in Voorschoten”. Specifiek voor klimaatadaptatie is gedefinieerd dat het beleid bijdraagt aan “het initiëren van maatregelen om de fysieke leefomgeving aan te passen aan klimaatverandering”. En dat is vertaald in de volgende doelen:

•Klimaatadaptatie draagt bij aan een comfortabel, leefbaar, aantrekkelijk en gezond dorp.

•Een risicodialoog voeren met stakeholders en een adaptatiestrategie opstellen.

•Klimaatadaptieve maatregelen moeten in de vorm van randvoorwaarden worden opgenomen bij nieuwbouwplannen en herinrichting.

•Er moet klimaatadaptatiebeleid geformuleerd worden, met daarin o.a. risico’s, maatregelen en uitvoeringsagenda.

1.3.7 Hemelwaterverordening gemeente Voorschoten

In de hemelwaterverordening uit 2021 is vastgesteld wat er gebeurt rondom het opvangen en verwerken van regenwater. Het gaat hierbij om specifieke maatregelen en eisen, zoals de hoeveelheid water die per vierkante meter opgevangen moet kunnen worden.

1.3.8 Groenstructuurvisie gemeente Voorschoten

De groenstructuurvisie (2009) gaat over openbaar groen dat in beheer is van de gemeente, over de kwaliteit van de groeninrichting, de groenen waterstructuren en het beheer er van. Groen is een belangrijk thema binnen klimaatadaptatie, zodoende is de groenstructuurvisie relevant voor het klimaatadaptatiebeleid. De groenstructuurvisie stelt onder andere dat het noodzakelijk is dat de hoeveelheid groen in de bebouwde omgeving niet vermindert maar juist uitgebreid wordt.

1.3.9 Coalitieakkoord Voorschoten 2022-2026 “Voorschoten in verbinding vooruit”

De huidige coalitie van Voorschoten onderschrijft het belang van klimaatadaptatie. “Voorschoten is duurzaam en toekomstbestendig” is één van de drie pijlers van het huidige coalitieakkoord. Voorschoten gaat aan de slag met oplossingen op het gebied van klimaatadaptatie en komt met een pakket aan maatregelen tegen hittestress, wateroverlast en droogte. Duurzaam bouwen is de standaard, het riool wordt verbeterd. Dat gebeurt samen met onder andere inwoners, ondernemers, woningcorporaties, het drinkwaterbedrijf Dunea, het Hoogheemraadschap en de provincie.

1.3.10 Participatienota “Samen maken wij Voorschoten”

Gemeente Voorschoten wil inwoners meer vrijheid en verantwoordelijkheid geven om zelf invulling te geven aan de leefomgeving. De maatschappij ontwikkelt zich immers steeds meer tot een participatiemaatschappij of ‘doedemocratie’. Voorheen draaide participatie vooral om het vergroten van de betrokkenheid van inwoners bij het beleid dat de gemeente bedacht en uitvoerde. Nu is steeds vaker de vraag hoe de gemeente het best kan aansluiten bij wensen en initiatieven uit de samenleving zelf. Daartoe heeft gemeente Voorschoten een participatienota vastgesteld.

7. Bijlagen

A Beleidscontext

Beleid

Organisatie

Jaar

Sustainable Development Goals

Verenigde Naties

2015

Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA)

Rijksoverheid

2018

Klimaatadaptatiestrategie

Provincie Zuid-Holland

2019

Uitvoeringsagenda

Provincie Zuid-Holland

2021-2023

Leidraad Bouw Adaptief

Provincie Zuid-Holland

2022

Visie op Energie en Klimaat

Gemeente Voorschoten

2021

B Tools

Tool

Blauwe Lens

Klimaatschadeschatter

Klimaatatlas Zuid-Holland

Bodemdalingskaart

Amsterdam Rainproof

Leidraard Bouw Adaptief

C Oplossingen

Hitte

•Zorg voor verkoeling door groen/water

•Maak bereikbare, schaduwrijke plekken (hittestressvrije zones)

•Voorkom warmteaccumulatie (materiaalgebruik) en gebruik hitte-reflecterende materialen

•Gebruik hittereflecterende materialen

•Groene daken, groene gevels

Droogte

•Monitoren van de grondwaterstand (peilbuizennetwerk vergroten)

•Bodeminfiltratie (Drainage Infiltratie Transportriool)

•Natuurvriendelijke oevers

•Boomspiegels vergroenen

•Vochtverlies van de bodem beperken

•Gezonde bodem

•Regenwatervijvers

•Tegels er uit, groen er in

•Watervertragende groenstroken

•Greppels

•Wadi’s

•Infiltratiekratten

•Infiltratievelden

•Halfverharding (bijv.grasbetonstenen)

•Waterpasserende verharding

•Geveltuintjes

•Groene gevels

•Groene erfafscheidingen

•Beplanten (voor droog en nat)

•Regenpijp afkoppelen

•Reliëf

•Infiltratieputten

•Omgekeerd drainageriool

•Regenton

•Regenwaterschutting

•Helofytenfilter

Neerslag

•Waterbergingscapaciteit vergroten

•Rioolstelsel herstellen/vernieuwen

•Omgekeerd drainage riool

•Vergroten riooldiameter

•Infiltratiecapaciteit van het oppervlak vergroten > ander materiaalgebruik open verharding, halfverharding)

•Greppels

•Wadi’s

•Open goten

•Bedekte goten

•Gezonde bodem

•Geleiding van regenwater over de weg

•Holle weg

•Waterpleinen

•Stedelijke waterlopen

•Regenpijp afkoppelen

•Watervasthoudende plantenbakken

•Helofytenfilter

•Verhoogd bouwen

•Pomp met terugslagklep

•Kelders waterrobuust maken

D Achtergrondinformatie restzettingseis

Er is sprake van autonome zetting van Voorschoten (niet het gevolg van ophoging en voorbelasting). Informatie hierover is te raadplegen op:

https://bodemdalingskaart.portal.skygeo.com/portal/bodemdalingskaart/u2/viewers/basic/

Voor de gemeente Voorschoten is dat ca. 1 à 2 mm/jaar (3 à 6 cm in 30 jaar) en valt binnen de voorgestelde restzettingseis.

Voorschoten is te verdelen in een zettingsgevoelig (vanaf maaiveld bestaan de eerste meters uit een slappe laag met voornamelijk klei en veen, al dan niet voorzien van een ophooglaag van zand) en minder zettingsgevoelig gebied (vanaf maaiveld bestaan de eerste meters vooral uit zandige bodem). Voor de uniformiteit van het gemeentelijke beleid en de toetsing aan deze eis door de gemeente wordt één restzettingseis voor de gehele gemeente gehanteerd. De restzettingseis is voorgesteld rekening houdend met het meer maatgevende zettingsgevoelige deel van de gemeente Voorschoten.

Vaak is het nodig om bij herinrichting of nieuwbouw het oorspronkelijke maaiveld op te hogen. Hierdoor kunnen zettingen ontstaan groter dan de autonome zetting en de restzettingseis. Wanneer er meer zetting optreedt dan de voorgestelde restzettingseis heeft dit direct gevolgen voor de restlevensduur van de openbare ruimte (wegen, riolering etc). Het doel van de restzettingseis is om in de aanlegfase ervoor te zorgen dat de benodigde onderhoudsfrequentie gedurende de levensduur van de openbare ruimte acceptabel is. De restzettingseis dient te zijn afgestemd op de bodemopbouw. Vaak wordt er ook gekeken naar de onderhoudsfrequentie en levensduur van het riool. Uitgangspunt is dat het vrij verval riool bij een zetting van 30 cm niet meer goed functioneert waardoor er noodzaak voor vervanging is. De gemeente gaat ervan uit dat met een marge van 15 cm de primaire zetting niet de primaire reden is voor onderhoud aan de openbare ruimte.

De (rest)-zetting wordt beschouwd in het geotechnisch ontwerp van de voorbelasting en daarnaast gemonitord op basis van te plaatsen meetpunten (zoals meetbouten) die regelmatig worden ingemeten. De toetsing vindt plaats op de gemeten waarden, inclusief eventuele effecten van autonome bodemdaling.

Begrippen/definities

•Autonome zetting: zetting ten gevolge van inklinking in polders door polderpeilverlaging, voortgaande zetting door vroegere ophogingen, gasen zoutwinning en dergelijke (achtergrondzetting die niet optreedt door de betreffende ophoging);

•Restzetting: hoeveelheid zetting die mag optreden/verwacht wordt na aanleg over 30 jaar

E Achtergrondinformatie ontwateringsnorm

Voor het functioneren van de openbare ruimte en de particuliere kavels is het wenselijk dat de grondwaterstand op een bepaald niveau beneden het maaiveld voorkomt. De ontwateringsnorm is afhankelijk van de functie. Vaak is het nodig om bij herinrichting of nieuwbouw het oorspronkelijke maaiveld op te hogen. De noodzaak voor ophoging wordt mede bepaald door de ontwatering. Opgemerkt wordt dat door het optreden van zetting gedurende de restlevensduur van de openbare wegen, de ontwatering afneemt. Het doel van de ontwateringsnormen is om in de aanlegfase ervoor te zorgen dat de benodigde onderhoudsfrequentie gedurende de levensduur van de openbare ruimte acceptabel is, zonder nadelige gevolgen van te hoge (en te lage) grondwaterstanden.

Om invulling te kunnen geven aan de waterbergingseis op privaat/openbaar terrein op of onder maaiveld bij extreme neerslag is het noodzakelijke een grotere ontwateringsnorm te hanteren (zie toelichting onder voor ontwerpcriteria van verschillende bergingsvoorzieningen afkomstig uit de kennisbank van Rioned).

Begrippen/definities gemeente Voorschoten

•Drooglegging: Afstand van maaiveld tot het oppervlaktewaterpeil;

•Ontwatering: Afstand van maaiveld tot de grondwaterstand;

•Opbolling: verschil in (grond)waterstand tussen de ontwateringsmiddelen en daartussen

Toelichting op bepalen ontwerpmaaiveldniveau

Het ontwerpmaaiveldniveau wordt onder andere bepaald door de volgende aspecten:

•Aansluiting op het maaiveldniveau in de omgeving;

•Bouwwijze (met of zonder kruipruimte);

•Drooglegging en ontwatering;

•Onder vrij verval aansluiten van riolering in de omgeving;

•Ophoging en voorbelasting (integraal);

Deze aspecten moeten per locatie worden afgewogen om tot een onderbouwd integraal ontwerpmaaiveldniveau te komen. Opgemerkt wordt dat dit niveau in een voorstadium van de herinrichting/nieuwbouw vaak één niveau betreft, waarbij het bouwpeil hoger wordt vastgesteld (bijvoorbeeld 0,2 m hoger). Dit ontwerpmaaiveldniveau is richtinggevend voor de verdere uitwerking in een VO/DO-fase, waarin vervolgens ook het hoogteverloop wordt meegenomen.

F Handvaten voor Klimaatadaptatie in het proces

In het huidige landelijke coalitieakkoord is het volgende opgenomen: “Water en bodem worden sturend bij ruimtelijke planvorming.” Tevens neemt Provincie Zuid-Holland in haar Omgevingsvisie op dat er aangetoond moet worden dat er vooraf een inschatting is gemaakt welke klimaatrisico’s er zijn en een welke maatregelen en voorzieningen hiervoor worden getroffen. Onderstaande proces geeft hier invulling aan:

Stappen Klimaatadaptatie

Definitiefase

Analyseer klimaatstresstesten Klimaatatlas | Zuid-Holland. Zijn er risico’s ten aanzien van wateroverlast, droogte, hittestress, bodemdaling en bereikbaarheid? Bespreek dit met experts en ervaringsdeskundigen binnen de gemeente. Wat is er bekend vanuit de praktijk?

Ga naar de locatie om een eerste beeld te krijgen. Is er wel of geen schaduw? Hoe zit het met grondwaterstanden? Wat voor bodemgesteld- heid heeft het gebied? Wat zijn er voor kansen en knelpunten in de omgeving?

Een eerste bureaustudie/QuickScan onderzoek naar grondwaterstan- den en bodemgesteldheid zodat er invulling gegeven kan worden aan water- en bodemgestuurde ruimtelijke planvorming. Hieruit volgt welke afspraken er moeten worden vastgelegd in de startnotitie over onder- zoek in de vervolgfase.

Ontwerpfase

Ambities vastleggen

De eerste stap die gezet wordt is ambities formuleren. Hiervoor kan het Ambitieweb | Duurzaam GWW gebruikt worden (waarin ook direct andere duurzaamheidsthema’s aan bod komen voor het project). Met het stellen van ambities wordt onderbouwd aan welke doelstellingen uit

3.2 meer of minder prioriteit wordt gegeven. Het stellen van een hoge ambitie betekent ook een hogere investering, niet alleen voor grondex- ploitatie maar ook voor het toekomstige beheer. Dit wordt vastgelegd in de beheerparagraaf. Hoge ambities moeten dan ook worden ingezet om knelpunten op te lossen en risico’s te beheersen. De leidraad 2.0 van Bouw Adaptief is de leidraad voor het proces.

Onderzoeken

•Er moet onderzoek worden gedaan om de haalbaarheid van maatrege- len te kunnen toetsen. Het volgende moet tenminste in beeld zijn:

•Grondwaterstanden (jaarrond);

•Bodemgesteldheid voor de (on)mogelijkheden voor waterinfiltratie in de bodem;

•Geotechnisch bodemonderzoek als er opgehoogd wordt: wat voor bo- demopbouw is er in het plangebied en wat zegt dit over zettingen?

Een onderbouwd ontwerp maaiveldniveau/voorlopig stedenbou- wkundig plan (VOSP)

Met daarin:

•De aangehouden ontwatering;

•Een onderbouwing hoe aan de restzettingseis wordt voldaan;

•Hoe wordt er in hemelwaterberging voorzien. Aangeven hoe deze zich verhoudt tot de grondwaterstand;

•Bij ondergrondse berging: hoe wordt in de vertraagde afvoer of infil- tratie voorzien (indien van toepassing).

•Een onderbouwing in hoeveel tijd de berging leeg is en klaar voor de volgende piekbui;

•Hoe het hemelwater afstromend over maaiveld terecht komt in de (ondiepe) bergingsvoorzieningen, zoals een wadi of een berging onder de wegfundering, of naar oppervlakte water;

•Wat betekenen eventuele aanpassingen van het huidige maaiveld- niveau voor het behoud van huidige en nieuwe bomen;

•Hoe worden te hoge en te lage grondwaterstanden beperkt? Is er voldoende grondwater beschikbaar in droge perioden voor bomen en planten?;

Kansenkaarten en/of plan van aanpak voor de ambities die zijn geformu- leerd. (Voor ontwerpoplossingen zijn er verschillende informatiebronnen te raadplegen: Elke druppel telt | Amsterdam Rainproof en Maatregelen

| Bouw adaptief

Verder

•Als er speciale klimaatadaptieve maatregelen worden getroffen is het verstandig om ook een beheerplan op te laten stellen.

•Geformuleerde klimaatadaptatie eisen, criteria en ambities kunnen worden vastgelegd in een Anterieure overeenkomst.

Voorbereiding

Doelstellingen vertalen naar eisen of criteria voor aanbesteding.

Realisatie

Communicatie aan omgeving (en/of nieuwe bewoners) over klimaata- daptieve maatregelen.

Beheer

In de definitiefase is er budget vastgesteld voor het beheer. Het beheer- plan wordt aangepast op het ambitieniveau voor klimaatadaptatie.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.