Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorschoten,
gelet op de Wet verplichte ggz (Wvggz) en de Algemene wet bestuursrecht - in het bijzonder artikel 10:3 van deze wet - ,
besluit
I. Tot het verlenen van mandaat aan de Algemeen Directeur Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden dan wel diens plaatsvervanger voor wat betreft de bevoegdheid tot het:
a.in behandeling nemen van meldingen als bedoeld in artikel 5:1 Wvggz;
b.het verrichten van het verkennend onderzoek als bedoeld in artikel 5:1 Wvggz;
c.het informeren van degene die een melding heeft gedaan als bedoeld in artikel 5:1 en 5:2, lid 4 Wvggz;
d.het zo nodig indienen van een aanvraag voor de voorbereiding van een verzoekschrift voor een zorgmachtiging bij de officier van justitie, als bedoeld in artikel 5:1 Wvggz.
II. Dat de algemeen directeur de bevoegdheden, genoemd in artikel I, in ondermandaat kan opdragen aan onder zijn bevoegdheid ressorterende medewerkers van de sector Maatschappelijke zorg en Veilig Thuis van de RDOG.
III. Dat voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen, voor zover van toepassing en in verband met de activiteiten waarvoor mandaat wordt verleend, met mandaat wordt gelijkgesteld de machtiging om handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.
IV. Dat het onderhavige besluit in werking treedt op de dag volgend op de dag van bekendmaking.
V. Kennis te nemen van de instemming met de mandaatverlening door de Algemeen Directeur RDOG Hollands Midden dan wel diens plaatsvervanger.