Aanhef
De raad van de gemeente Voorne aan Zee
Gelet op het bijbehorende raadsvoorstel;
Gelet op artikel 16 Gemeentewet;
Gelet op het door de raad aangenomen amendement ‘De Samenstelling van de Agendacommissie’
Besluit:
het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad Voorne aan Zee 2025 vast te stellen
Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad Voorne aan Zee 2025.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder:
-amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing;
-griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger;
-initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel;
-motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;
-subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement;
-voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger;
-wet: Gemeentewet.
Artikel 2a. Het presidium
1Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters.
1.a Indien er binnen een fractie een afsplitsing is, wordt de voorzitter van de nieuwe fractie geen lid van het presidium. Dit heeft geen gevolgen voor de fractievoorzitters bij inwerking treden van deze verordening.
2Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt.
3Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen.
4Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie.
5Het presidium stelt de voorlopige agenda van de raad vast.
5.a Het presidium kan per agendapunt, of per vergadering, een maximale spreektijd per fractie vaststellen. Uitgangspunt hierbij is dat iedere fractie een gelijke spreektijd krijgt.
6Het presidium stelt een vergaderschema van de raad vast.
7Het presidium stelt vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Gemeentewet vast.
Artikel 2b. Het seniorenconvent
1Er is een seniorenconvent dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters.
1.a Indien er binnen een fractie een afsplitsing is, wordt de voorzitter van de nieuwe fractie geen lid van het seniorenconvent. Dit heeft geen gevolgen voor de fractievoorzitters bij inwerking treden van deze verordening.
2Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het seniorenconvent vervangt.
3Het seniorenconvent is een orgaan dat over politiek gevoelige, vertrouwelijke of persoonlijke kwesties overleg kan voeren.
4Het seniorenconvent heeft een besloten karakter waardoor er geheimhouding rust op hetgeen hierin is besproken.
Artikel 3. De agendacommissie en het vaststellen van vergaderingen
1Er is een agendacommissie die bestaat uit de voorzitters of plaatsvervangend voorzitters van raadscommissies Ruimte, Samenleving en AZM en de voorzitter van de auditcommissie, met desgewenst de voorzitter van de gemeenteraad als gastlid.”
Ze heeft in ieder geval de volgende taken:
a.het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor de raadscommissievergaderingen,
a.1 De agendacommissie kan per agendapunt, of per vergadering, een maximale spreektijd per fractie vaststellen. Uitgangspunt hierbij is dat iedere fractie een gelijke spreektijd krijgt.
De agendacommissie hierbij onderscheid maken tussen de beeldvormende en de oordeelsvormende fase.
b.het doen van voorstellen aan het presidium inzake opzet en werkwijze van de vergaderingen van de commissies ;
c.het opstellen en bewaken van een lange termijnagenda;
2In aanvulling op de raadscommissievergaderingen, bedoeld in het eerste lid, onder a, vergadert een raadscommissie voorts als haar voorzitter het nodig acht of als ten minste twee fracties schriftelijk, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken.
3De voorlopige agenda voor een commissievergadering wordt ten minste 10 dagen voor die commissievergadering verzonden.
Artikel 4. De griffier
1De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen en vergaderingen van het presidium en seniorenconvent en kan aanwezig zijn in de commissievergaderingen van de raad.
2De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen.
Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden
1Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden.
2Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies.
3Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen.
4Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
5In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
Artikel 6. Benoeming wethouders
1Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden.
2Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet.
3De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.
4De burgemeester geeft voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat van de risicoanalyse verslag uit aan de raad.
Artikel 7. Fracties
1Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. AIs onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd.
2Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren.
3De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.
4Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.
5Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
Hoofdstuk 2. Raadsvergaderingen
Paragraaf 1. Voorbereiding
Artikel 8. Oproep en agenda
1De voorzitter zendt ten minste tien dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken.
2In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden.
3Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 9, derde lid, van toepassing.
4De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld.
Artikel 9. Ter inzage leggen van stukken
1Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de oproep voor een ieder digitaal op de website beschikbaar gesteld. Als na het verzenden van de oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving.
2Stukken die digitaal beschikbaar zijn worden in het raadsinformatiesysteem geplaatst en zijn via de website van de gemeente te raadplegen.
3Als op stukken op grond van artikel 87 van de wet geheimhouding is opgelegd, worden deze stukken in afwijking van het eerste lid niet voor eenieder beschikbaar gesteld.
Artikel 10. Openbare kennisgeving
1Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in de plaatselijke pers en door aankondiging via digitale weg op de website van de gemeente en/of raadsinformatiesysteem.
2In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.
Paragraaf 2. Ter vergadering
Artikel 11. Presentielijst
1De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen.
2Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld.
Artikel 12. Aantal spreektermijnen en woordvoerderschap
1Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.
2Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten.
3Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel, tenzij bij interruptie.
4Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover.
5Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
6Elke fractie wijst één woordvoerder aan die namens de fractie in eerste termijn het woord voert bij een agendapunt, tenzij door de raad besloten is tot een andere vergadervorm. Wisseling van woordvoerderschap tijdens de eerste termijn van een agendapunt in een reguliere raadsvergadering is niet toegestaan.
Artikel 13. Deelname aan de beraadslaging door anderen
Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid, van de wet, kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
Artikel 14. Spreekrecht burgers
1Burgers kunnen in een vergadering maximaal vijf minuten het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn op de voorliggende raadsagenda. Het is niet mogelijk in te spreken over hetzelfde onderwerp waar de inspreker al bij een commissievergadering al bij een commissievergadering gebruik heeft gemaakt van het inspreekrecht.
2Spreekrecht is niet mogelijk over de punten 'vaststelling verslag' en 'ingekomen stukken’.
3Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste 24 uur voor aanvang van de vergadering aan de raadsgriffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren.
4De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering.
5Het is niet mogelijk anoniem in te spreken tijdens een vergadering.
6De inspreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.
7Voor alle sprekers gezamenlijk is maximaal dertig minuten spreektijd gereserveerd. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.
8Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. De voorzitter stelt de desbetreffende spreker in de gelegenheid de woorden welke tot de vermaning aanleiding hebben gegeven, terug te nemen of verontschuldigen aan te bieden voor zijn houding. Indien de desbetreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem het woord ontzeggen.
Artikel 15. Voorstellen van orde
1Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over.
2Indien het voorstel van orde een verzoek om een schorsing betreft wordt hierbij ook de gevraagde tijdsduur van de schorsing gemeld. Tijdens de schorsing kan verlenging worden aangevraagd bij de voorzitter.
Artikel 15A. Handhaving van de orde
De voorzitter handhaaft de orde in de vergadering.
1Een spreker wordt in zijn betoog niet gestoord, tenzij:
a.de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren;
b.een raadslid hem interrumpeert.
2De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog kan afronden.
3Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering waarin zulks plaats heeft over het aanhangige onderwerp het woord ontnemen.
4De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten.
5De voorzitter kan aan de raad voorstellen een aan de vergadering deelnemend raadslid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, verdere deelname aan de vergadering te ontzeggen.
6Over het voorstel om deelname aan de vergadering te ontzeggen aan een raadslid dat door zijn gedragingen geregeld de gang van zaken belemmert, wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het raadslid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het raadslid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.
Paragraaf 3. Stemmingen
Artikel 16. Stemverklaring
Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag toelichten.
Artikel 17. Beslissing
1De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist.
2Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.
Artikel 18. Stemming; procedure hoofdelijke stemming
1De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen.
2Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden.
3Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad.
4Een stemming verloopt digitaal als er geen hoofdelijke stemming wordt gevraagd.
5Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder langs de raadsleden met de klok mee.
6Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging.
7Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.
8De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit.
Artikel 19. Volgorde stemming over amendementen en moties
1Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel.
2Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft.
3Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd.
4Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.
Artikel 20. Stemming over personen
1Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau.
2Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren.
3Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.
4Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal raadsleden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.
5Voor het bepalen van een volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de wet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht de raadsleden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd.
6Onder een niet behoorlijk stembriefje als bedoeld in lid 5 wordt verstaan:
a.Een blanco ingevuld stembriefje;
b.Een ondertekend stembriefje;
c.Een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;
d.Een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;
e.Een stembriefje waarbij op een ander persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt na (een) eerdere stemronde(s).
7In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau.
8Onder zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.
Paragraaf 4. Verslaglegging en ingekomen stukken
Artikel 21. Verslag en besluitenlijst
1De griffier draagt zorg voor integrale verslaglegging in beeld en geluid en besluitenlijsten van de raadsvergaderingen.
2Uit een besluitenlijst blijkt in ieder geval:
a.de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben;
b.een aantekening van welke raadsleden afwezig waren;
c.een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;
d.een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de sprekers;
e.een overzicht van het verloop van elke stemming met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist;
f.de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen, en
g.bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 13 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.
3Een conceptbesluitenlijst wordt gelijktijdig met de verzending aan de raadsleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de raadsvergadering waarop het betrekking heeft.
4Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de voorzitter en griffier.
5Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze.
6Elektronisch beschikbare audio- en/of videoverslagen en besluitenlijsten worden op de website van de gemeente geplaatst.
Artikel 22. Ingekomen stukken
1Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst die digitaal aan de raadsleden wordt toegezonden en ter inzage wordt gelegd.
2Na de vaststelling van de Lijst van Ingekomen Stukken stelt de raad de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.
Paragraaf 5. Besloten raadsvergaderingen
Artikel 23. Toepassing reglement op besloten vergaderingen
Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.
Artikel 24. Verslag besloten vergadering
Op verslagen en besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen is artikel 21 ook van toepassing met inachtneming van:
a.De verslagen worden in de eerstvolgende raadsvergadering vastgesteld, tenzij raadsleden hierover willen spreken. In dat geval wordt het verslag in een besloten raadsvergadering besproken en vastgesteld.
b.Zolang de verslagen en besluitenlijsten geheim zijn en de geheimhouding niet is opgeheven worden deze ook niet voor eenieder beschikbaar gesteld.
Artikel 25. Opheffing geheimhouding
1Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet het voornemen heeft de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
2Een raadslid kan de raad gemotiveerd voorstellen over te gaan tot opheffen van geheimhouding. Hiervoor dient diegene, uiterlijk de vrijdag voorafgaand aan de vergadering van het presidium, een verzoek in bij het presidium.
3Het presidium draagt zorg voor het opstellen van een raadsvoorstel voor opheffing van de geheimhouding en wint daarbij ambtelijk advies in over:
a.De juridische grondslag voor het opheffen, dan wel in stand houden van de geheimhouding.
b.De gevolgen en risico’s die opheffing met zich meebrengen voor de gemeente en derden.
4Het presidium draagt zorgt voor de agendering van het raadsvoorstel tijdens de eerstvolgende raadsvergadering.
5Het college wordt voorafgaand aan deze raadsvergadering in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze op het voorgenomen besluit aan de raad over te brengen.
6Informatie waarop geheimhouding rust wordt alleen gedeeld met derden indien:
a.De raad dit noodzakelijk acht voor het uitoefenen van zijn taken en hiertoe besluit;
b.Het college dit noodzakelijk acht voor het uitoefenen van de taken als dagelijks bestuur van de gemeente en hiertoe besluit.
7Indien het college op grond van het zesde lid, aanhef en onder b, besluit informatie waarop geheimhouding rust met derden te delen brengt hij dit ter kennis van de raad.
Paragraaf 6. Toehoorders en pers
Artikel 26. Toehoorders en pers
1Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.
2Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.
3Op het handhaven van de orde in de vergadering als het geen spreker of raadslid betreft is artikel 15A zoveel als mogelijk van toepassing.
Artikel 27. Geluid- en beeldregistraties
Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.
Hoofdstuk 3. Bevoegdheden, instrumenten raadsleden
Artikel 28. Amendementen en subamendementen
1Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.
2Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.
Artikel 29. Moties
1Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.
2De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft.
3De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld.
4Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.
Artikel 30. Initiatiefvoorstel
1Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Het voorstel bevat een toelichting op het besluit dat van de raad wordt gevraagd en is voorzien van een conceptraadsbesluit. De voorzitter brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college.
2Het college kan binnen 4 weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen.
3Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Als de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst.
4Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende het ontslag van een wethouder, zijn de bepalingen in dit artikel niet van toepassing. Een dergelijk voorstel kan na instemming van de raad terstond aan de agenda worden toegevoegd.
Artikel 31. Collegevoorstel
1Een collegevoorstel aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad.
2Als de raad van oordeel is dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug te zenden aan het college, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.
Artikel 32. Interpellatie
1Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen.
2De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders.
3Over verzoeken die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering.
4De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.
Artikel 33. Schriftelijke vragen
1Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier, waarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat.
2De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.
3Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn ingediend.
4Vragen die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend worden mondeling beantwoord in de eerstvolgende raadsvergadering, tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden.
5Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de raadsleden toegezonden.
6De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.
Artikel 34. Inlichtingen
1Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schriftelijk in bij de griffier.
2De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.
3De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen 14 dagen nadat het verzoek is ingediend.
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 35. Uitleg reglement
In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.
Artikel 36. Intrekking oude reglement
Het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Voorne aan Zee 2023, 2e wijziging wordt ingetrokken.
Artikel 37. Inwerkingtreding en citeertitel
1Dit reglement treedt in werking op de dag na publicatie
2Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Voorne aan Zee 2025