Ontwikkelingen en uitgangspunten
Uitgangspunten voor gebruik en uitrol openbaar laadnetwerk
Doelgroepen
Alle elektrische voertuigen in de gemeente Voorne aan Zee kunnen gebruikmaken van de openbare laadvoorzieningen. Onder elektrisch voertuig wordt verstaan: elk voertuig dat in de openbare ruimte via een laadpaal kan worden opgeladen omdat het voertuig hier technisch toe in staat is, waaronder een elektrische personenauto, -bestelbus, -motorfiets, Light Electric Vehicle (zoals de e- scooter of Birò) of Plug-in hybride elektrische auto en op basis van het parkeerbeleid mag worden geparkeerd op een openbaar parkeervak.
Het openbaar laadnetwerk is beperkt bruikbaar voor zwaar vervoer (trucks, bussen, touringcars). Dit type voertuigen is minder geschikt voor het openbaar laadnetwerk vanwege de technische vereisten, de inrichting en locatie van openbare laadlocaties en het gebruikspatroon. Het zwaar vervoer valt dus buiten het beleidskader. De gemeente Voorne aan Zee zal de ontwikkelingen blijven volgen om eventueel te kunnen helpen bij het opzetten van een laadnetwerk voor zwaar vervoer.
Ladder van Laden
Dit laadkader heeft als uitgangspunt dat (gebrek aan) laadinfrastructuur geen belemmering mag zijn voor de overstap naar elektrisch vervoer. Openbaar laden op straat is alleen een oplossing wanneer bestuurders van elektrische voertuigen geen mogelijkheid hebben om op eigen terrein te parkeren en daar een laadpunt te maken.
7De “ladder van laden” is een voorkeursvolgorde van laden wat door Voorne aan Zee wordt gehanteerd: laden op privéterrein heeft de voorkeur, omdat dit de laagste maatschappelijke kosten oplevert en laagste laadprijs voor de gebruiker. Openbaar laden op straat is alleen de gewenste oplossing wanneer gebruikers geen gelegenheid hebben om te parkeren op eigen terrein.
Het is de verantwoordelijkheid van inwoners en bedrijven om laadpunten op eigen terrein te plaatsen, individueel of verenigd in een Vereniging van Eigenaren (VvE). De gemeente is niet bevoegd om daar iets over te zeggen. Als er op eigen terrein geparkeerd kan worden, wordt de aanvraag voor publieke laadvoorzieningen afgewezen. Dit voorkomt dat parkeren op eigen terrein verschuift naar openbaar gebied. Dit beleidskader volgt het lokale parkeerbeleid. VvE's zijn zelf verantwoordelijk voor het realiseren van laadpunten bij eigen parkeervoorzieningen.
Het openstellen van laadpunten op privaat terrein door derden (semi- openbare laadpunten) kan een rol spelen in de groei van elektrisch vervoer.
Verlengd private aansluiting en openbaar laden vanuit de woning
Door het toenemende aantal zonnepanelen en de mogelijkheid voor voertuigen om tweerichting te laden, wordt onderzocht of en op welke manier het laden via een kabel in de openbare ruimte wenselijk is. Het nieuwe kabinet is voornemens om de salderingsregeling stop te zetten per 2027. Hierdoor wordt het dan nog aantrekkelijker om de elektriciteit van zonnepanelen te gebruiken voor de elektrische auto. Niet alleen om met de elektrische auto te rijden, maar ook om op een later moment terug te kunnen leveren aan de woning. De batterijen van elektrische auto’s die tweerichting kunnen laden, kunnen worden ingezet om opgewekte elektriciteit te gebruiken in de woning. Elektrische voertuigen kunnen dus worden ingezet voor de energietransitie, om een onbalans op het elektriciteitsnet op te vangen.
Op het moment van schrijven wordt deze manier van opladen nog niet toegestaan. De Algemene Plaatselijke Verordening verbiedt het om zonder vergunning van het college of de burgemeester de weg of weggedeelten anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. In 2025 zal een onderzoek worden gestart naar de mogelijkheden om via een kabel over de openbare weg de elektrische auto op te laden. Tijdens dit onderzoek zal voor de deelnemers een ontheffing op basis van de APV worden afgegeven. Deze ontheffing geldt tot er een nieuw besluit van het college van Burgemeester en wethouders is genomen over dit onderwerp.
Na het onderzoek naar het opladen via een kabel in de openbare ruimte zal een apart besluit worden genomen over hoe dit kan worden gefaciliteerd.
Wanneer er geen mogelijkheid is om op eigen terrein te parkeren of een laadpunt te realiseren, kunnen bewoners een aanvraag indienen voor een openbaar laadpunt.
Een kanttekening is dat pilots en onderzoeken van het Nationaal Kennisplatform Laadinfrastructuur (NKL) over Verlengd Private Aansluiting (VPA) van laadpalen hebben uitgewezen dat VPA-laadpalen niet als volwaardige openbare laadpunten kunnen worden ingezet en voor het laadnetwerk geen toegevoegde waarde hebben. Het zou effectiever zijn om een openbare laadpaal te plaatsen, die door meerdere inwoners kan worden gebruikt. Het toestaan van VPA-laadpalen zou dus wel een positief effect kunnen hebben op de energietransitie, maar niet per se op het laadnetwerk op zichzelf.
Reguliere laadpunten als basis van het openbaar laadnetwerk
Data-analyse toont aan dat elektrische rijders vooral laden wanneer de auto thuis of op het werk staat. Om elektrisch rijden optimaal te stimuleren is het van belang om daarbij aan te sluiten. Op deze locaties sluit de laadtijd (4 - 10 uur voor een volle accu, afhankelijk van het model auto) aan bij de verblijfsduur.
Als je de ruimte goed inpast, is de druk op de buitenruimte het laagst: in beginsel worden reguliere laders geplaatst bij bestaande parkeervakken. In tegenstelling tot snelladers die vaker op afzonderlijke gronden worden geplaatst met bijbehorende vakken en weginfrastructuur. Snelladers hebben ook vaak extra objecten nodig (transformatorkast, aansluitingskast, enzovoort).
Bij reguliere laders en laadpleinen is het mogelijk de laadsnelheid en het tijdstip van laden aan te passen aan de beschikbare capaciteit op het elektriciteitsnetwerk en het aanbod van stroom.
In de gemeente Voorne aan Zee zullen alleen snelladers (≥50 kW) worden geplaatst voor specifieke doeleinden en doelgroepen, om de overgang naar elektrisch rijden te ondersteunen. Zie ook hoofdstuk 4 over snelladers.
De gemeente Voorne aan Zee is bereid nieuwe ontwikkelingen en/of innovatieve laadpunten pilots te draaien in de openbare ruimte.
Groene stroom
Voor alle laadpunten op gemeentegrond (reguliere laders en snelladers) is het gebruik van groene stroom als voorwaarde gesteld. Dit betekent dat energie uit duurzame, hernieuwbare bronnen wordt gebruikt.
Beleid realisatie reguliere openbare laadpunten
Locatiekeuze en plaatsing openbare laadpunten
Locatie laadpaal
Er zijn een aantal criteria waaraan de locatie van de laadpaal moet voldoen (zie bijlage Criteria locatiekeuze). Daarnaast wordt het locatievoorstel beoordeeld op onder andere de verwachte werkzaamheden op die locatie en verkeersveiligheid.
Bij het bepalen van een locatie kijken we naar factoren als 'vindbaarheid', 'zichtbaarheid' en 'bruikbaarheid voor andere gebruikers'. De voorkeur gaat uit naar een laadpaal die niet voor de deur van de aanvrager geplaatst wordt, zodat de openbare laadpaal niet als 'eigen' laadpaal gezien wordt door aanvrager en buurtbewoners.
In principe worden er geen reguliere laadpalen geplaatst binnen blauwe zones. Het parkeren in deze gebieden is bedoeld voor kort parkeren (zoals stop-and-shop). Het laden bij een regulier laadpunt duurt meerdere uren en is dus niet in overeenstemming met het principe van kort parkeren. Als het mogelijk is langdurig in een blauwe zone te parkeren, is het wel een optie om een laadpaal in de blauwe zone te plaatsen.
Inrichting laadvakken
Als een reguliere laadpaal wordt geplaatst, wordt eerst één parkeervak ingericht als laadvak, zodat de laadpaal ook echt beschikbaar is voor elektrische voertuigen. Als de laadbehoefte groter wordt, wordt het tweede parkeervak ingericht. De parkeervakken die worden ingericht zijn bestaande parkeervakken, zodat er geen extra parkeervakken voor elektrische voertuigen worden gecreëerd. In sommige gevallen is er maar één, of helemaal geen parkeervak ingericht. De gemeente maakt deze keuze zelf, bijvoorbeeld als er een kleine groep gebruikers is. Om de doorlooptijd te verkorten kan de gemeente kiezen om in eerste instantie geen parkeervak af te kruisen. Als de laadpaal voldoende wordt gebruikt, kan er alsnog een verkeersbesluit worden genomen en het parkeervak worden gereserveerd voor elektrische voertuigen.
Het inrichten van laadvakken betekent dat er een kruis en tegel met oplaadsymbool en een verkeersbord (RVV-bord E4 met onderbord ‘Opladen elektrische voertuigen’ of RVV-bord E8c) komen (zie bijlage Inrichting laadvakken). Het verkeersbord en de flessenhalspaal worden bij voorkeur in de laadpaal geïntegreerd, zodat er minder objecten in de openbare ruimte zijn.
De parkeervakken bij laadpalen in het openbare gebied worden niet gereserveerd op kenteken, zodat de laadpalen voor alle elektrische voertuigen te gebruiken zijn. Er zijn uitzonderingen voor mensen die een parkeerplaats op kenteken hebben (bijvoorbeeld een gehandicaptenparkeerplaats). Als zij elektrisch gaan rijden, behouden zij deze parkeerplaats.
Voor een elektrische deelauto, die gedeeld wordt door een aantal gebruikers uit een buurt, wordt na toetsing van het verzoek een laadpaal geplaatst waarbij één parkeervak wordt gereserveerd voor de deelauto (met speciale bebording) en het tweede parkeervak wordt bestemd voor publiek laden door elektrische voertuigen.
Laadpleinen
Op locaties met een geconcentreerde hoge vraag kunnen bestaande aansluitingen uitgebreid worden met extra laadpalen of kan worden besloten tot plaatsing en inrichting van een laadplein.
13Er zijn op dit moment geen laadpleinen in Voorne aan Zee. Als er binnen de gemeente Voorne aan Zee toch laadpleinen worden gerealiseerd, geldt de procedure zoals beschreven in het slotstuk van de aanvraagprocedure, zoals weergegeven in de beslisboom.
Wanneer nieuwe aanvragen voor reguliere laders in de gebieden rondom laadpleinen komen, wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van bestaande palen en/of het laadplein en kunnen toekomstige EV-rijders naar deze laadpleinen worden verwezen.
Overige Innovatieve laadmethoden
Pilots met nieuwe en innovatieve laadpunten in de openbare ruimte blijven plaatsvinden. Daarbij wordt bijvoorbeeld bekeken of de toepassingen gebruiksvriendelijk zijn, esthetisch inpasbaar zijn in de openbare ruimte en/of elektrisch rijden goedkoper kan worden gemaakt voor de maatschappij en de gebruiker.
Gebruik laadpunt
Openbare laadpunten en -vakken kunnen door alle gebruikers van elektrische voertuigen worden gebruikt om op te laden. Het criterium voor het gebruik van het laadvak is dat de stekker van het voertuig aangesloten is op een laadpunt en de auto aan het opladen is.
Het kader voor het laden van elektrische voertuigen is volgend op het bestaande parkeerbeleid
14Als je een elektrische auto in een betaald-parkeergebied parkeert, moet je ook parkeergeld betalen. Er kan van worden afgeweken bij regelgeving. Voor het indienen van een verzoek tot uitbreiding van het openbaar laadnetwerk in gebieden waar betaald parkeren geldt, moeten eigenaren of gebruikers van elektrische auto’s over een parkeervergunning beschikken. Zonder deze parkeervergunning zal het verzoek worden afgewezen.
.
Laadpaalkleven
Het is belangrijk om in de gaten te houden hoe lang auto's aan de laadpalen staan, vooral omdat steeds meer mensen hun auto's opladen. De gemeente Voorne aan Zee blijft zoeken naar manieren om mensen te stimuleren hun auto's te verplaatsen als ze klaar zijn met opladen.
De parkeervakken bij elektrische laadpalen worden gereserveerd voor het laden van het voertuig. Wanneer het voertuig niet aan het laden is, staat deze dus foutief geparkeerd en is het in overtreding. Dit geldt voor zowel benzineauto’s als elektrische auto’s. De aanduiding bij de parkeervakken (verkeersborden) geeft dit aan.
Er kan dus gecontroleerd en gehandhaafd worden als auto’s niet worden verplaatst nadat de autobatterij vol is. In dat geval is er namelijk sprake van foutief parkeren. We controleren en handhaven om te voorkomen dat auto's te lang en onnodig aan de laadpaal blijven staan. Als de elektrische auto volledig is opgeladen, is het beter om hem te verplaatsen. Je kunt zien dat de auto volledig is opgeladen door naar de kleur van het lampje bij de laadpaal te kijken.
Bijlage – Inrichting laadvakken
Voor de inrichting van de laadvakken op straat is een standaard inrichting gemaakt, welke regionaal wordt gehanteerd. De standaard inrichting is als volgt:
-de laadpaal wordt geplaatst op de scheidingslijn tussen twee parkeervakken ((toekomstige) laadvakken) en staat ongeveer 50 cm uit de band.
-Het verkeersbord wordt met de laadpaal verbonden, zodat er één element in de buitenruimte komt.
-Het verkeersbord bestaat uit het bord E4 met onderbord ‘Opladen elektrische voertuigen’ of het bord E8c, en een onderbord OB504 met minimaal één en mogelijk twee pijlen wijzend naar het (de) laadvak(ken);
-Het verkeersbord met onderbord wordt technisch als één bord uitgevoerd;
-Het laadvak wordt voorzien van een kruis;
-in het midden van elk laadvak wordt een oplaadsymbool geplaatst (zie Figuur 1). Bij elementenverharding wordt het symbool als tegel (40 x 40 cm) geplaatst en bij asfaltverharding als thermoplast;
-rondom de laadvakken wordt - indien nog niet aanwezig - belijning aangebracht;
Figuur 2 en Figuur 3 tonen de inrichting van een langsparkeervak respectievelijk een haaksparkeervak als laadvak;
Als de situatie dat vraagt, kunnen we van dit principe afwijken als het nodig is.
Figuur 1: Oplaadsymbool dat in het midden van het laadvak wordt geplaatst als tegel.
Figuur 2: Inrichting laadvakken bij langsparkeren (principedetail)
Figuur 3: Inrichting laadvakken bij haaksparkeren (principedetail)
Bijlage – Aanvraag- en realisatieproces
Het proces van plaatsing ‘op straat’ is onder te verdelen in een aantal fases. De werkzaamheden worden zoveel mogelijk bij de concessiehouder (= leverancier laadpunt) gelegd.
15Opgemerkt dient te worden dat snelladers niet worden meegenomen in de aanwezige laadinfrastructuur en dat deze bijlage ook niet van toepassing is op de eventuele realisatie van een snellader.
1De aanvraag (het verzoek tot uitbreiding van het laadnetwerk) wordt gedaan door de EV-rijder via het aanvraagportaal www.laadpaalnodig.nl. De aanvraag wordt in behandeling genomen door de concessiehouder. De concessiehouder beoordeelt de aanvraag; controleert of de aanvraag compleet is en of er sprake is van eigen parkeergelegenheid waar geladen kan worden.
2Als de aanvrager beschikt over een elektrische auto én een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken, wordt maatwerk geleverd om de locatie van de laadpaal te bepalen. Er wordt rekening gehouden met de aanvrager met de gehandicaptenparkeerplaats, maar het is ook wenselijk om zo veel mogelijk openbare laadvakken beschikbaar te hebben voor andere EV-rijders.
3Vervolgens kijkt de concessiehouder of er een bestaande laadpaal binnen 200 meter loopafstand van het aanvraagadres staat en of bij deze laadpaal nog laadruimte over is. Als dit het geval is, wordt de aanvrager naar de bestaande laadpaal verwezen.
4Staat er nog geen laadpaal binnen 200 meter loopafstand van het adres van de aanvrager of staat er binnen 200 meter een laadpaal waar het verbruik gemiddeld (ruim) boven 250 kWh/per laadpunt/per maand ligt, dan maakt de concessiehouder een locatievoorstel voor het plaatsen van een laadpaal.
5Dit locatievoorstel wordt ter beoordeling en goedkeuring voorgelegd aan de gemeente.
16Als een aanvrager of de concessiehouder het oneens is met de gekozen locatie en er geen overeenstemming kan komen over een alternatieve locatie, kan de aanvraagprocedure worden gestopt.
6Als de gemeente akkoord gaat met de locatie voor de laadpaal, krijgt de concessiehouder de opdracht een offerte aan te vragen bij de netbeheerder. Als de gemeente niet akkoord gaat met de locatie doet zij een alternatief locatievoorstel aan de concessiehouder. Vanuit haar eindverantwoordelijkheid voor de openbare ruimte beslist de gemeente te allen tijde over de locatie.
7De gemeente maakt, na goedkeuring van de locatie door de netbeheerder, een verkeersbesluit voor het aanwijzen van de 2 parkeervakken bij de laadpaal. Dit besluit wordt op de voor de gemeente gebruikelijke wijze gepubliceerd in het Digitale Gemeenteblad via www.officielebekendmakingen.nl/gemeenteblad, waarna belanghebbenden gedurende 6 weken de gelegenheid hebben bezwaar aan te tekenen tegen het verkeersbesluit.
8Tijdens deze 6 weken bereidt de concessiehouder, met de netbeheerder en eventueel onderaannemers, de aansluiting en plaatsing van de laadpaal voor.
9Als de laadpaal geplaatst is doet de concessiehouder een technische test (SAT) en wordt de laadpaal opgeleverd.
10De concessiehouder levert het SAT-formulier aan bij de gemeente via het aanvraagportaal.
Alle hierboven vermelde acties van concessiehouder en gemeente verlopen via het aanvraagportaal www.laadpaalnodig.nl. Hierdoor is inzichtelijk in welke fase een aanvraag zich bevindt. Alle correspondentie, kaarten, foto’s en dergelijke worden hier ook in opgenomen, zodat voor alle partijen duidelijk is wat de status en het verloop van de aanvraag is.
Het plaatsen van een laadpaal is niet vergunning plichtig in de zin van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), artikel 2.27 lid 2 sub i onder 3 en artikel 2.29 lid p onder 2 sub iii.
De gemeente dient een ingraafvergunning te verlenen aan de netbeheerder om de aansluiting mogelijk te maken. Voor de uitvoering van de inrichting van het laadvak, zijnde het afkruisen van het vak, de plaatsing van het verkeersbord met onderbord en de tegel met oplaadsymbool, is de concessiehouder verantwoordelijk.
Bijlage – Beheer en onderhoud
Opheffing, verplaatsing en herbestratingswerkzaamheden
Het verwijderen of verplaatsen van laadpalen zal zo veel mogelijk beperkt moeten worden, vanuit kostentechnische overwegingen. De voorkeur is de laadpaal te laten staan voor openbaar gebruik, mede door de verwachte toename van het aantal elektrische auto’s.
Verplaatsingen als gevolg van herinrichtingen in de buitenruimte komen ten laste van de veroorzaker, de opdrachtgever van de herinrichting. In overleg met de concessiehouder wordt de laadpaal tijdelijk verwijderd en weer teruggeplaatst. De concessiehouder maakt hiervoor een offerte voor de opdrachtgever (projectleider)
Herbestratingswerkzaamheden als gevolg van gepland projectmatig onderhoud komen in principe ten laste van de beheerder. Omdat er geen extra vakken worden aangelegd, is er geen uitbreiding van het areaal.
Bijlage – Juridische aspecten
Laadobjecten in de openbare ruimte worden op aanvraag dan wel in opdracht van de gemeente Voorne aan Zee door een concessiehouder geplaatst.
Na een doorlopen aanbesteding samen met andere gemeenten in de provincie Zuid-Holland heeft de gemeente een concessieovereenkomst gesloten met de beoogde concessiehouder voor het realiseren van laadpalen in de openbare ruimte. In de concessieovereenkomst zijn de afspraken en condities vastgelegd waaronder de uitvoering door de concessiehouder dient plaats te vinden. Voor het plaatsingsproces geldt dat de van toepassing zijnde regelgeving, waaronder regelgeving ten aanzien van privacy en data nageleefd moet worden.
Op de laadobjecten zal geen opstalrecht gevestigd worden.
De gemeente is juridisch eigenaar van de laadpalen, de concessiehouder is economisch eigenaar.
In de regel handhaaft de gemeentelijke Handhaving het gebruik van de laadvakken. De politie kan ook optreden tegen foutief gebruik van laadvakken in openbaar gebied.
Bijlage – Kleurcodering laadpalen
RS Kleurdefinitie
17Voor wat betreft de kleurcodering van de laadpalen is aansluiting gezocht bij de kleurdefinitie zoals ook wordt gevoerd binnen de gemeente Rotterdam en de regiogemeenten
Bijlage – Criteria locatiekeuze
Voor het plaatsen van een laadpaal (op aanvraag) moet een locatie gekozen worden. Hiervoor moet met een aantal criteria zoveel mogelijk rekening gehouden te worden
18De hieronder weergegeven criteria zijn niet limitatief. Er kunnen bijvoorbeeld omstandigheden zijn die een locatie alsnog ongeschikt maken als laadlocatie. Verdere (technische) criteria zijn opgenomen in de overeenkomst met de concessiehouder.
:
-Loopafstand van aanvrager tot laadpaal ≤200 meter.
-Aanwezigheid laagspanningskabel (bij voorkeur binnen 25 meter, i.v.m. aanzienlijke meerkosten bij een grotere afstand).
-Het voorkomen van belemmeringen voor andere weggebruikers, zoals langzame verkeersstromen, etc. Na het plaatsen van de laadpaal en bebording moet de doorgang van het trottoir minimaal binnen een bandbreedte van 80 en 150 centimeter breed zijn.
-Er staan geen grote bomen dicht bij de laadpaal (om problemen met het vinden van benodigde kabels en beschadiging van de boomwortels te voorkomen)
-De laadpaal moet goed zichtbaar zijn.
-Bij voorkeur niet voor de deur van de aanvrager, dit om te voorkomen dat de laadpaal als ‘eigen’ laadpaal gezien wordt door aanvrager en buurtbewoners.
-Niet plaatsen op een smalle uitstapstrook tussen parkeerplaats en fietspad, vanwege de verkeersveiligheid.
-Bij voorkeur niet plaatsen voor een raam/deur van een woning.
-Bij voorkeur niet plaatsen in blauwe zones, tenzij sprake is van tijdsbeperkingen op de blauwe zone en er geen andere geschikte mogelijkheid is.