Aanhef
Burgemeester en wethouders van Voerendaal maken bekend een te verlenen ontheffing gebruik geluidsapparatuur ter voorkoming van gewasschade ex artikel 4.4 van de Algemene plaatselijke verordening Voerendaal aan de volgende voorschriften te toetsen.
1. Definities
a.Geluidgevoelig gebouw: geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (woonfunctie, onderwijsfunctie, gezondheidszorgfunctie met bedgebied, bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties van deze functies).
b.Geluidsapparatuur/geluidsapparaat: een geluidsapparaat, waaronder knalapparatuur, in de zin van deze voorschriften is ieder voorwerp dat gebruikt wordt met het doel om wild of gevogelte te verjagen door middel van het produceren van geluid.
c.Inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
d.Knalapparatuur: een knalapparaat is een gaskanon dat een knal veroorzaakt met als doel wild of gevogelte te verjagen.
e.Dagperiode: de periode van 07.00 tot 19.00 uur.
f.Avondperiode: de periode van 19.00 tot 22.00 uur.
g.Nachtperiode: de periode van 22.00 tot 07.00 uur.
2. Toepassingsbereik
De geluidsapparatuur mag enkel worden gebruikt op de op de aanvraag aangegeven percelen, die geen onderdeel uitmaken van een agrarische inrichting en die zijn gelegen binnen het bestemmingsplan Buitengebied 2013, zoals dat op dit moment onderdeel uitmaakt van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan Voerendaal, met het doel wild of gevogelte te verjagen ter voorkoming van schade aan vruchten en gewassen.
3. Geluidsapparatuur
1Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) ten gevolge van geluid afkomstig van geluidsapparatuur bedraagt in de dag- en avondperiode ten hoogste respectievelijk 45 en 40 dB(A) op de gevel van geluidgevoelige gebouwen.
2Het maximaal geluidsniveau (LAmax) ten gevolge van het geluid afkomstig van geluidsapparatuur bedraagt in de dag- en avondperiode ten hoogste respectievelijk 70 en 65 dB(A) op de gevel van geluidgevoelige gebouwen.
3Geluidsapparatuur mag tussen 22.00 en 07.00 uur niet in werking zijn.
4De kortste afstand tussen geluidsapparatuur en de openbare weg bedraagt ten minste 100 meter. Deze afstand kan worden teruggebracht tot 50 meter indien weggebruikers en wandelaars worden gewaarschuwd met duidelijk waarneembare en kenbare waarschuwingsborden die aangeven dat geluidsapparatuur in werking is.
5Onverminderd het bepaalde in voorschrift 3.2 bedraagt de afstand tussen een geluidsapparaat en een geluidgevoelig gebouw minimaal 250 meter.
6De afstand tussen een geluidsapparaat en de grens van een Natura 2000-gebied of een perceel, gelegen binnen het Natuurnetwerk Limburg bedraagt minimaal 250 meter.
7Het emissiepunt van geluidsapparatuur dient te zijn afgewend van geluidgevoelige gebouwen. Als dit niet mogelijk is, omdat het perceel zich midden tussen meerdere geluidgevoelige gebouwen bevindt, dan is een draaiend emissiepunt loop toegestaan.
8Er mag op agrarische percelen kleiner of gelijk aan 2 hectare maximaal 1 geluidsapparaat worden gebruikt.
9Op agrarische percelen groter dan 2 hectare mag per 2 hectare agrarisch perceel 1 geluidsapparaat worden gebruikt.
10Er moeten, naast geluidsapparatuur, minimaal twee andere verjagingstechnieken worden toegepast.
4. Knalapparatuur
1De loop van een knalapparaat dient te zijn afgewend van geluidgevoelige gebouwen. Als dit niet mogelijk is, omdat het perceel zich midden tussen meerdere geluidgevoelige gebouwen bevindt, dan is een draaiende loop toegestaan.
2De knalfrequentie bedraagt in de dagperiode van 07.00 tot 19.00 uur maximaal 8 knallen per uur, in de periode van 19.00 tot 22.00 uur bedraagt de knalfrequentie maximaal 4 knallen per uur.
3Twee keer in de dagperiode van 07.00 tot 19.00 uur mag binnen een tijdsbestek van 15 minuten maximaal 15 keer geschoten worden. Voor het overige deel van de dagperiode van 07.00 tot 19.00 uur mag dan geen knalapparatuur ingezet worden.
4Wanneer op een perceel meerdere knalapparaten worden geplaatst, dan dient een afstand van minimaal 300 meter tussen de knalapparaten in acht te worden genomen. Staan meerdere knalapparaten op minder dan 300 meter van een geluidgevoelig gebouw opgesteld dan geldt samen het maximum van 8 knallen per uur in de dagperiode van 07.00 tot 19.00 uur en 4 knallen per uur in de avondperiode van 19.00 tot 22.00 uur.
5. Overige
1Geluidsapparatuur moet voorzien zijn van een duidelijk leesbaar label waarop de naam, adres en (mobiel)telefoonnummer van de gebruiker staan vermeld.
2Met het gebruik van geluidsapparatuur mag niet worden gehandeld in strijd met de bepalingen in of krachtens de Omgevingswet en de Omgevingsverordening Limburg.
Tegen deze voorschriften kan geen bezwaar worden gemaakt. In een toekomstig te verlenen ontheffing geluidhinder gebruik geluidsapparatuur ter voorkoming van gewasschade ex artikel 4.4 van de Algemene plaatselijke verordening Voerendaal zullen de rechtsbeschermingsmiddelen worden vermeld.