Gemeentelijke regelgeving

Verordening voor de behandeling van bezwaarschriften Vlissingen 2025

Gemeente Vlissingen · geldt sinds 9 juli 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Vlissingen;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de volgende verordening::

Verordening voor de behandeling van bezwaarschriften Vlissingen 2025.

Hoofdstuk 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

-Awb: Algemene wet bestuursrecht;

-bestuursorgaan: gemeentelijk orgaan dat het bestreden besluit heeft genomen: de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester;

-bezwaarmaker: indiener van een bezwaarschrift;

-commissie: adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb;

-voorzitter: voorzitter van de commissie.

Hoofdstuk 2. INFORMELE AFHANDELING

Artikel 2. Informele behandeling

1Na binnenkomst wordt onderzocht of het bezwaarschrift informeel kan worden afgehandeld alvorens het verder in behandeling te nemen.

2Als het bezwaar in der minne wordt afgewikkeld, worden de gemaakte afspraken schriftelijk vastgelegd en wordt zo nodig een nieuw besluit genomen.

Hoofdstuk 3. COMMISSIE

Artikel 3. Inleidende bepaling commissie

1Er is een commissie die de bestuursorganen van de gemeente Vlissingen adviseert ten aanzien van de beslissingen op bezwaarschriften.

2De commissie is niet bevoegd te adviseren ten aanzien van:

a.bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de Wet waardering onroerende zaken;

b.bezwaarschriften die betrekking hebben op de wet- en regelgeving uitgevoerd in het kader van de Gemeenschappelijke Regeling Orionis Walcheren.

Artikel 4. Samenstelling van de commissie

1De commissie bestaat uit een voorzitter en tenminste twee leden.

2De voorzitter en de leden worden door het college van burgemeester en wethouders benoemd, geschorst en ontslagen.

3De commissie regelt onder haar leden zelf de vervanging van haar voorzitter.

4De voorzitter en de leden van de commissie mogen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente Vlissingen.

Artikel 5. Secretaris

1De secretaris wordt door het college van burgemeester en wethouders aangewezen.

2Het college van burgemeester en wethouders benoemt tevens één of meer plaatsvervangers van de secretaris.

Artikel 6. Zittingsduur

1De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor een termijn van vier jaar. Zij treden na het verstrijken van deze periode af. Het college van burgemeester en wethouders kan hen éénmaal voor een termijn van vier jaar herbenoemen.

2De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college van burgemeester en wethouders.

3De aftredende of ontslagnemende voorzitter of leden blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.

4De voorzitter en leden die reeds lid waren op het tijdstip waarop deze verordening in werking treedt, treden af volgens een daartoe door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde overgangsregeling.

Artikel 7. Uitoefening bevoegdheden

1De voorzitter van de commissie oefent, tijdens de behandeling door de commissie, de bevoegdheden van de hierna genoemde artikelen van de Awb zelfstandig uit:

a.artikel 2:1, derde lid (verzoeken om een schriftelijke machtiging);

b.artikel 6:6, (stellen van een termijn voor het herstellen verzuim);

c.artikel 6:17, (het aan de gemachtigde ter beschikking stellen van stukken);

d.artikel 7:2, (uitnodiging hoorzitting);

e.artikel 7:3, (afzien horen belanghebbende);

f.artikel 7:4, tweede lid (het voorafgaand aan de hoorzitting ter inzage leggen van stukken);

g.artikel 7:6, vierde lid (oordelen over geheimhouding van het verhandelde tijdens de hoorzitting na het afzonderlijk horen).

2De voorzitter kan deze bevoegdheden mandateren aan de secretaris.

Artikel 8. Vooronderzoek

1De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.

2De voorzitter van de commissie kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Als daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college van burgemeester en wethouders vereist.

Artikel 9. Uitnodiging hoorzitting

1De voorzitter van de commissie bepaalt de datum, de plaats en het tijdstip van de hoorzitting waarin de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.

2De voorzitter nodigt de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan ten minste twee weken voor de hoorzitting schriftelijk uit.

3Binnen drie werkdagen na de uitnodiging kunnen de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden of het bestuursorgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken de datum en/of het tijdstip van de hoorzitting te wijzigen.

4De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor de datum van de hoorzitting aan de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan meegedeeld.

5De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen, genoemd in het tweede tot en met vierde lid.

Artikel 10. Quorum

1Voor het houden van een hoorzitting is vereist dat in elk geval de voorzitter, of zijn plaatsvervanger, en één lid aanwezig zijn.

2De advisering vindt plaats door ten minste de voorzitter, of zijn plaatsvervanger, en twee leden.

Artikel 11. Onpartijdigheid leden

De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift als daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Zij laten zich zo nodig vervangen.

Artikel 12. Openbaarheid hoorzitting

1De hoorzitting van de commissie is in beginsel openbaar.

2In afwijking van het eerste lid vindt de hoorzitting achter gesloten deuren plaats voor wat betreft Wmo- en Jeugdwet zaken.

3De deuren kunnen verder worden gesloten als de voorzitter of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.

4Als de commissie naar aanleiding van het derde lid beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de hoorzitting verzetten, vindt de hoorzitting plaats achter gesloten deuren. Beraadslaging hierover vindt plaats achter gesloten deuren.

Artikel 13. Verslaglegging

1Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb, bevat in ieder geval:

a.namen van de aanwezigen, behoudens die van toehoorders, en hun hoedanigheid;

b.zakelijke vermelding van wat over en weer is gezegd en wat verder op de hoorzitting is voorgevallen;

c.vermelding als de hoorzitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvond en/of als belanghebbenden of hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord;

d.verwijzing naar de op de hoorzitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht.

2Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris.

Artikel 14. Nader onderzoek

1De commissie is bevoegd nader onderzoek te doen als zij dit na afloop van de hoorzitting wenselijk acht.

2De uit nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan toegezonden.

3De bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan kunnen binnen een door de commissie nader te bepalen termijn na verzending van de nadere informatie schriftelijk reageren en indien gewenst binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de voorzitter vragen om een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op dit verzoek.

4Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 15. Raadkamer en advies

1De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het uit te brengen advies.

2De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.

3Als bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.

4Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt als die minderheid dat verlangt.

5Het advies is gemotiveerd en bevat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.

6Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend.

Artikel 16. Uitbrengen advies en verdaging

1Het advies wordt tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.

2Als naar het oordeel van de voorzitter in een bezwaar waarover de commissie nog niet heeft geadviseerd de termijn van twaalf weken, genoemd in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het bestuursorgaan tijdig de beslissing te verdagen.

3Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en belanghebbenden een afschrift.

Artikel 17. Beslissing

Het bestuursorgaan zendt de commissie een afschrift van de beslissing op het bezwaarschrift.

Artikel 18. Jaarverslag

De commissie brengt jaarlijks aan de bestuursorganen verslag uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar.

Hoofdstuk 4. SLOTBEPALINGEN

Artikel 19. Intrekking oude regeling

De Verordening commissie bezwaarschriften Vlissingen 2005 wordt ingetrokken.

Artikel 20. Inwerkingtreding en citeertitel

1Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2025.

2Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening voor de behandeling van bezwaarschriften 2025.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.