Gemeentelijke regelgeving

Uitvoeringsbesluit gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Vlissingen 2026

Gemeente Vlissingen · geldt sinds 1 september 2026

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen,

gelet op de ‘Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Vlissingen 2026’

Gelet op het bepaalde in de Wet op de lijkbezorging;

Besluit:

vast te stellen het uitvoeringsbesluit voor het beheer en gebruik van grafbedekkingen, graven en asbezorging op de gemeentelijke begraafplaatsen Vlissingen 2026.

Artikel 1. Openstelling en begraaftijden

1De begraafplaatsen zijn dagelijks geopend van zonsopgang tot zonsondergang.

2De werktijd van het begraven van lijken en het bezorgen van as is op werkdagen van 9.00 uur tot 15.00 uur en op zaterdag van 9.00 tot 12.00 uur.

3Zowel de begin- als eindtijd van de plechtigheid op de begraafplaatsen dient tussen de in het tweede lid aangegeven tijden te liggen.

4Per plechtigheid wordt uitgegaan van een tijdreservering van één uur.

5Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken waarbij een extra toeslag in rekening wordt gebracht bij de rechthebbende of belanghebbende van het graf.

Artikel 2. Aantal overledenen en asbussen

1Per graf mogen maximaal worden geplaatst:

a.particulier graf 1 of 2 personen en 2 asbussen

b.particulier Islamitisch graf 1 persoon

c.algemeen graf 2 personen

d.algemeen Islamitisch graf 1 persoon

e.particulier kindergraf 1 persoon

f.particulier Islamitisch kindergraf 1 persoon

g.particuliere urnennis 2 asbussen of urnen

h.particulier urnengraf 4 asbussen of urnen

2In algemene graven mogen geen asbussen of urnen worden bijgezet.

3De graven bestaan uit maximaal twee lagen. De tweede laag betreft de eerst begravene en de eerste laag de laatst begravene.

4Het is toegestaan een graf samen te voegen waarbij maximaal twee stoffelijke resten worden samengevoegd op de tweede begraaflaag. Het college bepaalt of het samenvoegen technisch mogelijk is door de grondwaterstand. Hierbij wordt artikel 5.4 van het Besluit op de Lijkbezorging in acht genomen. De gemeente compenseert rechthebbenden niet indien er geen mogelijkheid is tot nieuwe begraving.

5Het samenvoegen van een particulier graf kan per graf maximaal één keer plaats vinden.

6As mag verstrooid worden over graven die zijn voorzien van een graftuintje. Nabestaanden dienen een verzoek tot asverstrooiing bij het college in te dienen.

Artikel 3. Graftermijnen

1Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaatsen dat toelaat, de volgende uitsluitende rechten:

a.het recht op een particulier graf voor een termijn van 20 jaar;

b.het recht op een particulier kindergraf voor een termijn van 40 jaar;

c.het recht op een particuliere urnennis of particulier urnengraf voor een termijn van 5, 10, 15 of 20 jaar;

d.het recht op het plaatsen van een gedenkblaadje aan de gedenkboon voor een termijn van vijf jaar.

2In lid 1a, 1b en 1c van dit artikel bedoelde recht kan op aanvraag van de rechthebbende worden verlengd telkens met een termijn van 5, 10, 15 of 20 jaar.

3In lid 1d van dit artikel bedoelde recht kan op aanvraag van de rechthebbende worden verlengd telkens een termijn van 5 jaar.

4Algemene graven worden ter beschikking gesteld voor een termijn van 15 jaar. Deze termijn kan niet worden verlengd.

5Het in het eerste en tweede lid bedoelde grafrecht wordt door het college schriftelijk bevestigd door middel van een grafakte.

Artikel 4. Afmetingen graf

1De afmetingen (lxb) van het grafoppervlak bedragen:

a.particulier graf 200 x 100 cm

b.algemeen graf 200 x 100 cm

c.particulier kindergraf 150 x 80 cm

d.particulier urnengraf 60 x 60 cm

Artikel 5. Voorwaarden gedenktekens

1Voor de gedenktekens mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt, zoals natuursteen, metaal, keramiek, duurzame kunststoffen of een verduurzaamde hout soort.

2De onderdelen moeten vast aan het gedenkteken zijn verbonden.

3Urnen moeten stevig verankerd worden op een bijpassende grondplaat of sokkel, zodanig dat verwijdering door onbevoegden wordt voorkomen.

4Gedenktekens moeten zodanig worden gefundeerd, dat verzakking niet mogelijk is. De constructie moet zodanig zijn, dat zij uit en in elkaar gezet kan worden zonder de cementvoegen te verbreken. Eventuele verbindingen moeten vakkundig worden aangebracht.

Artikel 6. Vergunning gedenkteken

1Voor het plaatsen of vervangen van een gedenkteken is een door het college verleende vergunning vereist.

2Een vergunning voor het plaatsen of vervangen van een gedenkteken dient schriftelijk bij het college te worden aangevraagd. Bij de schriftelijke aanvraag behoort een werktekening te worden ingediend. Op deze werktekening dienen tenminste voor te komen:

a.een boven-, voor- en zijaanzicht met alle hoogte- , breedte-, dikte- en lengtematen;

b.de soort, kleur en bewerking van het te gebruiken materiaal;

c.de vermelding of de letters etc. ingehakt, opgehakt of van metaal zijn;

d.de woordindeling van het opschrift en de plaats van figuratie(s);

e.het materiaal van de fundering en de wijze van bevestiging van het gedenkteken daarop;

f.een foto of afbeelding indien deze uitmaakt van het gedenkteken;

3Op particuliere urnengraven wordt alleen een gedenkteken toegestaan.

4De gemeente voorziet de particuliere urnennissen niet van afsluitplaten.

5Het college kan het ontwerp van een gedenkteken weigeren als dit als kwetsend en/of aanstootgevend wordt aangemerkt.

6De beslissing op de aanvraag wordt door het college schriftelijk medegedeeld.

7De kosten voor het verlenen van een vergunning worden voldaan door of in naam van de rechthebbende of belanghebbende.

8Het plaatsen of vervangen van een gedenkteken wordt altijd in afstemming met de beheerder gepland. Een vergunning wordt niet eerder verstrekt, dan nadat tenminste drie maanden zijn verlopen sinds een begrafenis in het betreffende graf.

9Een vergunning wordt alleen verstrekt voor graven waarvan de graftermijn niet verlopen is.

10Na plaatsing van het gedenkteken controleert de beheerder of dat het voldoet aan de gestelde eisen.

Artikel 7. Afmetingen gedenktekens

1De afmetingen van een gedenkteken op een particulier graf moet voldoen aan de volgende eisen:

a.situatie liggend lengte 200 cm x breedte 75 cm

b.situatie staand hoogte 100 cm x breedte 75 cm

c.uitzondering hierop zijn:

1Het Rooms-Katholieke deel op de Noorderbegraafplaats:

lengte 200 cm x breedte 75 cm x hoogte 130 cm

2Vak 7 op de begraafplaats Oost-Souburg

lengte 170 cm x breedte 75 cm x hoogte 100 cm

2Op één algemeen graf mag per overledene een gedenkteken geplaatst worden, tot een maximum van twee per graf. Er is enkel een liggend gedenkteken toegestaan. De steen mag pas geplaatst worden na de laatste begraving. De afmetingen van een gedenkteken op een algemeen graf moet voldoen aan de volgende eisen:

a.situatie liggend lengte 95 cm x breedte 75 cm x 20 cm hoogte

3Het gedenkteken aanwezig op het algemene graf wordt op volgorde van hoofeinde naar voeteneinde geplaatst. De belanghebbende heeft geen vrije keuze hierin.

4De afmetingen van een gedenkteken op een particulier kindergraf moet voldoen aan de volgende eisen:

a.situatie liggend lengte 90 cm x breedte 60 cm

b.situatie staand hoogte 70 cm x breedte 60 cm

5De afmetingen van een gedenkteken op een particulier urnengraf moet voldoen aan de volgende eisen:

a.situatie liggend lengte 40 cm x breedte 40cm

b.situatie staand hoogte 60 cm x breedte 40 cm

6De particuliere urnennissen zijn voorzien van een afsluitplaat. De rechthebbende kan deze laten voorzien van een inscriptie, gedenkteken en of belettering in of op de plaat aangebracht met een maximale diepte of maximale dikte van 1 cm.

7De afmetingen van een gedenkplaatje zijn 12,5 cm x 7 cm. Voor het gedenkplaatje mag alleen niet-doorzichtig materiaal worden gebruikt. De rechthebbende is verantwoordelijk voor de aanschaf van het gedenkplaatje. De gemeente voorziet niet in deze naamplaatjes.

8De gemeente voorziet in de gedenkblaadjes die aan de gedenkboom komen te hangen.

Artikel 8. Plaatsing gedenkteken

1Het tijdstip van plaatsing, herstel of vervanging van het gedenkteken dient ten minste twee werkdagen van tevoren kenbaar gemaakt te worden aan de beheerder. In overleg met de beheerder wordt bepaald wanneer en onder welke voorwaarden de werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd.

2Het plaatsen van de gedenktekens dient plaats te vinden op maandag t/m vrijdag onder de in artikel 1, eerste lid gestelde tijden.

3Indien er beschadigingen ontstaan ten gevolge van werkzaamheden op of aan het gedenkteken, moet de veroorzaker hiervan zich melden bij de beheerder van de begraafplaats. In overleg met de beheerder wordt bepaald of de schade door of op kosten van de veroorzaker worden hersteld.

4Voor het bijzetten van een lijk of een asbus in een particulier graf of het bijzetten van een asbus in een particulier urnennis of urnengraf worden grafbedekkingen of afdekplaten door of namens de rechthebbende verwijderd en/of herplaatst.

Artikel 9. Voorwaarden gedenkblaadjes gedenkboom

1Een gedenkblaadje is voor eenieder die een dierbare wil herdenken. Dit kan na het ruimen van een graf zijn, na het verstrooien van de as, of wanneer iemand elders begraven, verstrooid of vermist is.

2De gemeente is verantwoordelijk voor de aanschaf en plaatsing van het gedenkblaadje. Daarnaast is de gemeente verantwoordelijk voor het onderhoud aan de gedenkboom.

3Rechthebbende is verantwoordelijk voor het onderhoud en schoonhouden van het gedenkblaadje.

4Bij schade of verlies is er geen mogelijkheid tot restitutie.

5Op één gedenkblaadje mogen de namen van meerdere overledenen gegraveerd worden.

6Het is niet toegestaan om losse voorwerpen rondom de gedenkboom aan te brengen.

Artikel 10. Grafbeplanting

1Het oppervlak van het particulier graf kan door de rechthebbende van het graf worden beplant met gewassen die de voor het graf beschikbare oppervlakte, in artikel 4, niet overschrijden of die door snoeien binnen de oppervlakte kunnen worden gehouden. De hoogte van deze gewassen mag de voor het gedenkteken toegestane hoogte op het graf niet overschrijden, zie artikel 7.

2Gewassen die buiten de ruimte van het grafoppervlak worden geplant of overhangen, kunnen van gemeentewege verwijderd worden, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is. Dit geldt ook voor afgestorven beplanting.

3Op een particulier graf kunnen potplanten en bloemen in vazen worden geplaatst. Het is toegestaan op een graf losse bloemen te leggen. Op een graf mogen éénjarige gewassen worden geplant.

4De winterharde gewassen die op de particuliere graven worden geplant mogen bij volle wasdom een maximale hoogte van 100 cm hebben en de voor het graf beschikbare oppervlakte niet overschrijden of moeten door besnoeiing binnen de oppervlakte kunnen worden gehouden.

Artikel 11. Slotbepalingen

1Dit uitvoeringsbesluit kan worden aangehaald als: ‘Uitvoeringsbesluit gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Vlissingen 2026'.

2Het Uitvoeringsbesluit graven, asbezorging en gedenkplaatsen Vlissingen 2010 en het uitvoeringsbesluit voor de grafbedekkingen Vlissingen 2010 worden ingetrokken.

3Dit uitvoeringsbesluit treedt inwerking een dag na publicatie.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.