Aanhef
Het college van de gemeente Vlissingen
gelezen het voorstel van 06-05-2025
gelet op de Wet inburgering 2021;
besluit vast te stellen de Beleidsregels handhaving Wet Inburgering 2021 gemeente Vlissingen 2025
Beleidsregels handhaving Wet Inburgering 2021 gemeente Vlissingen 2025
Artikel 1 Handhaving verplichtingen bij de brede intake
1Wanneer de inburgeringsplichtige na de eerste oproep voor de brede intake niet verschijnt of onvoldoende meewerkt, geeft de gemeente een schriftelijke waarschuwing. Het college wijst daarbij op de gevolgen voor de inburgeringsplichtige als hij of zij opnieuw niet verschijnt na een oproep of als hij of zij op een andere manier onvoldoende meewerkt aan de brede intake. Het college nodigt de inburgeringsplichtige opnieuw uit om te verschijnen binnen 4 weken.
2Wanneer de inburgeringsplichtige na deze tweede oproep niet verschijnt of onvoldoende meewerkt, legt het college de inburgeringsplichtige een boete op. De hoogte van de boete is vastgesteld in artikel 7.1 lid 1 van het Besluit Wet Inburgering 2021.
3Voordat het college een boete oplegt, wordt onderzocht waarom de inburgeringsplichtige niet komt of onvoldoende meewerkt. De inburgeringsplichtige krijgt in een gesprek hierover de gelegenheid een verklaring te geven. Wanneer de inburgeringsplichtige niet verschijnt bij dit gesprek, biedt het college hem of haar de gelegenheid zijn of haar zienswijze binnen 2 weken per brief kenbaar te maken.
4Het college legt geen boete op wanneer aannemelijk is dat iedere verwijtbaarheid ontbreekt.
5De stelplicht en bewijslast van feiten en omstandigheden die aanleiding kunnen geven voor verlaging van de boete rust op de inburgeringsplichtige. Als het college op de hoogte is van bijzondere omstandigheden, wordt daarmee bij het opleggen van de boete rekening gehouden.
6In de beschikking waarmee de boete wordt opgelegd, nodigt het college de inburgeringsplichtige opnieuw uit om binnen 2 weken alsnog te verschijnen of mee te werken. Wanneer de inburgeringsplichtige hieraan niet voldoet, legt het college weer een boete op met inachtneming van artikel 7.1. lid 3 van het Besluit Wet Inburgering 2021.
Artikel 2 Handhaving tijdens het inburgeringstraject
1Het college legt een boete op als de inburgeringsplichtige de afspraken in het PIP tijdens het inburgeringstraject verwijtbaar niet of onvoldoende nakomt.
2Het college legt de asielstatushouder een boete op als hij of zij verwijtbaar niet of onvoldoende deelneemt aan de activiteiten van de gekozen leerroute.
3Voordat het college een boete oplegt, wordt onderzocht waarom de afspraken in het PIP of de afspraken over de activiteiten bij de gekozen leerroute niet zijn nagekomen. De inburgeringsplichtige krijgt in een gesprek hierover de gelegenheid een verklaring te geven. Wanneer de inburgeringsplichtige niet verschijnt bij dit gesprek, biedt het college hem of haar de gelegenheid zijn of haar zienswijze binnen 2 weken per brief kenbaar te maken.
4Mede op basis van het gesprek met de inburgeringsplichtige dan wel zijn of haar schriftelijke zienswijze bepaalt het college de mate van verwijtbaarheid. Als er sprake is van opzet, van grove schuld, van normale verwijtbaarheid of van verminderde verwijtbaarheid stemt het college de hoogte van de boete daarop af met inachtneming van artikel 7.1 lid 2 en lid 4 van het Besluit Wet Inburgering 2021.
5Het college legt geen boete op wanneer aannemelijk is dat iedere verwijtbaarheid ontbreekt.
Artikel 3 Samenhang met handhaving op grond van de Participatiewet
Wanneer een inburgeringsplichtige die een bijstandsuitkering ontvangt zich niet houdt aan verplichtingen en afspraken in het PIP (bevorderen van participatie, vergroten van de taalbeheersing, verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt en aan overige afspraken en verplichtingen in het PIP), legt het college een boete op grond van de wet inburgering op.
Als voor dezelfde gedraging de bijstand op grond van artikel 18 of 18b Participatiewet kan worden verlaagd en een boete op grond van de Wet inburgering 2021 op kan worden opgelegd, wordt er voor gekozen een bestuurlijke boete op grond van de Wet inburgering 2021 op te leggen.
Artikel 4 Inwerkingtreding en citeertitel
Deze beleidsregels treden in werking op 1 juni 2025.