Gemeentelijke regelgeving

Verordening precariobelasting Vlieland 2026

Gemeente Vlieland · geldt sinds 19 december 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Vlieland

gezien: het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november 2025

gelet op: artikel 228 van de Gemeentewet

besluit vast te stellen de volgende verordening:

VERORDENING PRECARIOBELASTING VLIELAND 2026

Artikel 1 Definities en uitgangspunten

1In deze verordening wordt verstaan onder "openbare gemeentegrond" de gemeentegrond, welke voor de openbare dienst is bestemd.

2Een gedeelte van een vierkante meter wordt als een gehele vierkante meter berekend.

3De belasting wordt berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie op de grond van de voorwerpen. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening.

Artikel 3 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die, al dan niet met vergunning of ontheffing, het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting bedraagt voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven openbare gemeentegrond per kalenderjaar per m2: € 64,96.

Artikel 5 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven voor:

1het hebben op, onder of boven openbare gemeentegrond van voorwerpen, welke aan de gemeente of gemeentelijke instellingen in eigendom behoren of die bij de gemeente in gebruik zijn

2het hebben op openbare gemeentegrond van wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB en van andere overeenkomstige instellingen;

3het hebben op, onder of boven openbare gemeentegrond van voorwerpen, welke daar ingevolge wettelijk voorschrift kosteloos of tegen een bij of krachtens dat voorschrift bepaalde vergoeding moeten worden gedoogd

4het hebben van voorwerpen op, boven of onder gemeentegrond, waarvoor uit andere hoofde betaling aan de gemeente moet geschieden

5het hebben van voorwerpen op, boven of onder gemeentegrond voor niet-commerciële instellingen die diensten verlenen in het kader van sociale, culturele en of educatieve doeleinden

6het hebben van voorwerpen op, boven of onder gemeentegrond door natuurlijke personen voor niet-bedrijfsmatige en/of niet-commerciële particuliere doeleinden

Artikel 6 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld

1De precariobelasting is verschuldigd bij de aanvang van het kalenderjaar of, indien de belasting¬plicht in de loop van het kalenderjaar aan¬vangt, bij de aanvang van de belasting¬plicht.

2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 8 Termijnen van betaling

1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen dertig dagen na dagtekening van de aanslag.

2In afwijking van het eerste lid geldt dat zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt aan het einde van de kalendermaand volgend op de kalendermaand van de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 9 Kwijtschelding

Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel

1De "Verordening precariobelasting 2025" van 16 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing. Zij blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

4Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening precariobelasting Vlieland 2026".

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.