Aanhef
De raad van de gemeente Vlieland, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Vlieland; ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft; gelezen het voorstel van het college van 20 januari 2026;
Overwegende
-dat in 2020 de bezwaarprocedure van de gemeente Vlieland is aangepast door een commissie in de zin van artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in te stellen;
-de ervaringen van de afgelopen vijf jaar vragen om enkele kleine aanpassingen in de verordening;
gelet op het bepaalde in artikel 84 van de Gemeentewet en artikel 7:13 Awb;
besluit vast te stellen:
de Verordening Adviescommissie bezwaarschriften 2026
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen;
b.commissie: Adviescommissie bezwaarschriften;
c.Awb: Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 2 Inleidende bepaling commissie
1Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester.
2De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van:
a.een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de Wet waardering onroerende zaken;
b.de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Participatiewet, de Jeugdwet, het Besluit bijstandverlening zelfstandigen, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen, de Wet kinderopvang, de Wet inburgering, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c.de wet milieubeheer.
Artikel 3 Samenstelling van de commissie
1De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden.
2De (plaatsvervangend) voorzitter en de (plaatsvervangende) leden worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen.
3Het college benoemt zoveel leden als er nodig zijn voor een optimale bezetting van de commissie, die volgens een roulatieschema worden ingezet.
4Het college ontslaat de leden van de commissie die door handelen of nalaten ernstig nadeel toebrengen in het in hen gestelde vertrouwen.
Artikel 4 Zittingsduur
1De voorzitter en de leden van de commissie worden in principe benoemd voor een termijn van vier jaar, gelijk aan de raadstermijn.
2Indien er voor het eind van de termijn genoemd in het eerste lid een nieuw commissielid wordt benoemd, geldt een kortere termijn, die gelijktijdig met de nog zittende commissieleden eindigt.
3De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen.
4De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.
Artikel 5 Secretaris
1De secretaris van de commissie is een door het college aangewezen ambtenaar.
2Het college wijst tevens een of meer plaatsvervangers van de secretaris aan.
Artikel 6 Ingediend bezwaarschrift
1Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend.
2Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk in handen van de secretaris van de commissie gesteld.
3De ontvangst van het bezwaarschrift wordt zo spoedig mogelijk bevestigd.
Artikel 7 Uitoefening bevoegdheden
De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie of in mandaat door de secretaris:
a.artikel 2:1, tweede lid;
b.artikel 6:6, wat betreft het stellen van een termijn aan de indiener;
c.artikel 6:17, voorzover het de verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door de commissie;
d.artikel 7:4, tweede lid;
e.artikel 7:6, vierde lid;
f.artikel 7:10, derde lid.
Artikel 8. Informele behandeling
1Het verwerend orgaan onderzoekt of een bezwaarschrift zich leent voor een informele behandeling.
2Het verwerend orgaan stelt de commissie bij het toezenden van de stukken op de hoogte van de uitkomst van de informele behandeling van een bezwaarschrift.
Artikel 9 Vooronderzoek
1De voorzitter en secretaris van de commissie zijn bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.
2De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist.
3Alle bestuursorganen, bestuurders, commissies en ambtenaren zijn verplicht aan een verzoek van of namens de voorzitter te voldoen, om inlichtingen binnen een door hem te bepalen termijn.
Artikel 10 Ambtelijk horen
In bijzondere situaties kan in samenspraak met de secretaris en de voorzitter worden besloten ambtelijk te horen. Dit kan onder andere wanneer er sprake is van:
a.een bezwaar die inhoudelijk gelijk is aan een eerder bezwaar die reeds is voorgekomen;
b.het niet mogelijk is om een hoorzitting in te plannen binnen een redelijke termijn gezien de omstandigheden van het geval;
c.op verzoek van bezwaarmaker.
Artikel 11 Hoorzitting
1De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.
2De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb op advies van de secretaris.
3Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan en wordt door de secretaris een advies voorbereid waarin dit besluit wordt gemotiveerd.
4Het horen vindt bij voorkeur plaats ten overstaan van de voltallige commissie, maar kan indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven ook ten overstaan van de meerderheid van het aantal leden van de commissie plaatsvinden, onder wie in elk geval de voorzitter of zijn plaatsvervanger.
Artikel 12 Niet-deelneming aan de behandeling
De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.
Artikel 13 Openbaarheid zitting
1De zitting van de commissie is openbaar.
2De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.
3Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten deuren.
Artikel 14 Schriftelijke verslaglegging
1Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid.
2Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.
3Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvond, of indien belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding.
4Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht.
5Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie.
Artikel 15 Nader onderzoek
1Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek houden.
2De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden.
3De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op zo'n verzoek.
4Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
Artikel 16 Raadkamer en advies
1De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies.
2De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.
3Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.
4Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt indien die minderheid dat verlangt.
5Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.
6Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend.
Artikel 17 Uitbrengen advies en verdaging
1Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in artikel 14 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie en nader verslag, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.
2Indien naar het oordeel van de secretaris van de commissie de termijn van 12 weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, treedt hij in overleg met het verwerend orgaan om tijdig de beslissing te verdagen.
3Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de belanghebbenden een afschrift.
Artikel 18 Inlichtingen en verslag
1De commissie verstrekt op verzoek van een der bestuursorganen alle inlichtingen.
2De commissie brengt jaarlijks schriftelijk verslag uit van de bevindingen inzake de haar opgedragen taak.
3De commissie is bevoegd om aan de bestuursorganen alle door haar nodig geachte voorstellen te doen.
Artikel 19 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.
2De Verordening Commissie bezwaarschriften wordt ingetrokken.
Artikel 20 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als:
Verordening Commissie bezwaarschriften Vlieland 2026.
Toelichting
Opmerking bij Artikel 3 Samenstelling commissie
De commissie wordt zoveel mogelijk als volgt samengesteld:
-de voorzitter;
-een extern lid;
-een eilander lid*.
* Een eilander lid dient woonachtig te zijn op het eiland. Indien een eilander lid van het eiland af verhuist, kan besloten worden dat dit lid de termijn van vier jaar afmaakt.