3. Ambities
3.1 Veiligheid
3.1.1. Verkeersveiligheid
Bij verkeersveiligheid is het van groot belang op welke wijze verschillende verkeersdeelnemers (gemotoriseerd verkeer, fietsers en voetgangers) elkaar tegen kunnen komen, de weg kunnen overzien en al dan niet een min of meer ‘vaste’ plaats op de weg hebben. Gescheiden wegdelen komen echter op Vlieland eigenlijk niet voor. De aanwezigheid van licht draagt bij aan overzichtelijke verkeerssituaties. Afhankelijk van de wegcategorie en de verkeerssituatie ter plaatse, kan het wenselijk zijn om alternatieve markering of verlichting toe te passen teneinde de verkeersveiligheid te bevorderen. Voor Vlieland geldt dat wij feitelijk alleen maar erf-toegangswegen type II hebben, waarbij geen markeringen zijn aangebracht en met fietsers op de rijbaan.
Bij de politie komen regelmatig meldingen binnen over de verkeersveiligheid. Over het algemeen betreffen dit meldingen over snelheid en plaats op de weg. Door het ontbreken van gescheiden wegdelen hebben de ongemotoriseerde verkeersdeelnemers het idee dat het gemotoriseerde verkeer op veel te hoge snelheid rijdt en onvoldoende ruimte laat. Dit leidt soms tot uitwijkmanoeuvres met valpartijen tot gevolg. Ook ontstaan er discussies tussen beide partijen over het gedrag. Meer verlichting zal hier niet een oplossing zijn, maar wellicht kan markering wel bijdragen tot een afname van meldingen en incidenten. De meldingen komen niet persé van één locatie maar van alle wegen. Door bijvoorbeeld het verplichte fietspad langs de havenweg is het voor de politie mogelijk weggebruikers te wijzen op hun plek op de weg en eventueel te handhaven. Een punt van aandacht zijn de witte stenen in de berm (o.a. Badweg) die zeer slecht zichtbaar zijn in het donker.
3.1.2. Sociale veiligheid
Sociale veiligheid en het gevoel veilig te zijn, hangt mede samen met de mate waarin een weggebruiker of voetganger zijn omgeving overzichtelijk vindt. Dit impliceert onder meer dat men passanten op een voldoende grote afstand kan herkennen en obstakels zoals bijvoorbeeld stoepranden of straatmeubilair op tijd kan waarnemen. Verlichting draagt bij aan de overzichtelijkheid van een gebied. Indien verlichting wordt geplaatst, voornamelijk in woon- leefgebieden, is gezichtsherkenning van belang. Dat wordt onder meer bepaald door het goed richten van het licht en de lichtkleur. In woonwijken wordt daarom bij vervangingen gebruik gemaakt van (warm) wit licht. De aanwezigheid van verlichting betekent echter niet dat een gebied ook daadwerkelijk veilig is, geen enkele technische voorziening geeft namelijk een garantie voor sociale veiligheid. Hiervoor is onder meer sociale controle (de aanwezigheid van anderen) noodzakelijk. Wanneer sociale controle ontbreekt, kan de gemeente ervoor kiezen om gebruik van bepaalde gebieden te ontmoedigen door hier bewust geen verlichting te plaatsen.
Op Vlieland voldoen wij niet aan de NPR, aangezien ons verlichtingsniveau voor herkenning van passanten te laag is. Dit komt door het bijzondere karakter van Vlieland (zie supra).
De kleinschaligheid van het dorp waar iedereen iedereen kent zorgt voor grote sociale controle.
Op bepaalde looproutes naar de camping is de verlichting aangepast om mensen te stimuleren voor deze routes te kiezen. Wat je vervolgens ziet is dat mensen zich ook hiernaar gaan gedragen, mensen lopen liever in beter verlichte gebieden.
Sociale veiligheid is een moeilijk te beoordelen thema. Objectieve sociale veiligheid kan bepaald worden op basis van het aantal incidenten zoals bijvoorbeeld inbraak. Licht kan daarbij een meetbaar effect hebben (positief maar ook negatief). Subjectieve sociale veiligheid gaat gepaard met beleving van de omgeving met of zonder licht.
Er is, voor zover bij de politie bekend, geen onderzoek gedaan naar sociale veiligheid afgezet tegen het al dan niet aanwezig zijn van verlichting. Er zijn geen meldingen bekend die hiermee verband houden.
3.2 Donkertebeheer en lichthinderreductie
3.2.1 Dark Sky Werelderfgoed Waddengebied
Duisternis is één van de unieke toeristische kernkwaliteiten van het Waddengebied. Door een groot aantal organisaties is het economische aspect van duisternis onderkend. De mate en de kwaliteit van de duisternis maken het Waddengebied erg bijzonder. Het is één van de donkerste gebieden in Europa, op een uurtje rijden van één van de lichtste gebieden ter wereld, de Randstad. Die potentie kan bij het vermarkten van het Werelderfgoed een belangrijke rol spelen, daarom verdient duisternis gekoesterd en versterkt te worden.
Op 13 oktober 2016 heeft het Dagelijks Bestuur van De Waddeneilanden ingestemd met het tekenen van de intentieverklaring Dark Sky Waddengebied. Op 29 oktober 2016, tijdens de Nacht van de Nacht, ondertekenden 43 partijen de intentieverklaring om te komen tot een ’Dark Sky’ voor het hele Waddengebied. Het opstellen van de intentieverklaring is een initiatief van het Programma naar een Rijke Waddenzee.
Met deze ondertekening spreken de betrokken organisaties uit:
•zich in te spannen voor vergroting van de bewustwording van het belang van duisternis voor mens en dier;
•samen in te zetten op versterking van de duisternis in en om de Waddenzee, passend binnen de wetgeving en veiligheidseisen ten aanzien van verlichting en;
•hiermee bij te dragen aan de economische en ecologische belangen in het Waddengebied.
Elke ondertekenaar verplichtte zich om voor 2018 minimaal één maatregel te nemen die de lichtuitstoot vermindert. Met het uitvoeren van de proef Dark Sky en de daaruit volgende aanpassingen aan de openbare verlichting heeft gemeente Vlieland voldaan aan deze inspanningsverplichting. Algemeen gezien voldoet de openbare verlichting op Vlieland ruimschoots aan ‘Dark Sky’, in de ruimste zin van het woord.
3.2.2 Lichthinder en donkerte
Duisternis is belangrijk voor mensen, dieren en planten. Teveel verlichting kan hinder of overlast veroorzaken en het bioritme verstoren. Daarnaast leidt lichthinder o.a. tot veranderingen in trek- en broedgedrag en in het zoeken naar voedsel. Een goed voorbeeld is de verstoring van aanvliegroutes van vleermuizen. Om lichthinder tot een minimum te beperken is het in de eerste plaats noodzakelijk de hoeveelheid verlichting terug te brengen en in de tweede plaats de hinder van verlichting te reduceren. In de afweging is dus van belang in hoeverre licht noodzakelijk is, welke alternatieven beschikbaar zijn en met welke technieken de lichthinder te beperken is.
Op Vlieland is het al heel donker, en willen we duisternis behouden en fauna zo min mogelijk verstoren.
Vermindering luchtvervuiling: In 2015 is de straatverlichting op de Havenweg in de omgeving van de veerdam vervangen door LED-verlichting, waarbij de lichtvervuiling langs de Waddenzee tot het minimum is gereduceerd. In het nieuwe fietspad zijn autonome LED-wegdekreflectoren die op zonnecellen werken aangebracht.
De openbare verlichting is in eigendom en beheer van de gemeente.
BIJLAGE 1 – Toelichting wettelijke kaders, normen en richtlijnen
Burgerlijk wetboek en wegenwet
Er bestaat geen wettelijke verplichting tot het plaatsen van openbare verlichting. In het kader van de Wegenwet en het Burgerlijk wetboek heef de gemeente bepaalde verantwoordelijkheden waaraan moet worden voldoen ten behoeve van een veilige, bruikbare en toegankelijke openbare ruimte.
Kort gezegd heeft de gemeente een zorgplicht om wegen in voldoende staat van onderhoud te laten verkeren. Dit geldt ook voor de zichtbaarheid en daarmee de verlichting van de weg. Doet de gemeente dat niet dan loopt ze het risico om door weggebruikers aansprakelijk gesteld te worden in geval van schade. Belangrijk gegeven is dat voor de openbare verlichting een inspanningsverplichting bestaat en geen resultaatverplichting. De gemeente spant zich in voor een adequate openbare verlichting waarbij een afweging wordt gemaakt tussen verkeersveiligheid, milieuaspecten en beschikbare financiële middelen.
Flora en fauna
De Flora- en Faunawet voorziet in bescherming van plant- en diersoorten en heeft daarmee uiteenlopende gevolgen voor de gemeente. Indien aangetoond kan worden dat verlichting verstorend is voor bepaalde soorten, kan op basis van deze wetgeving worden besloten dat de lichtbron aangepast of verwijderd zal moeten worden. Naast de Flora- en Faunawet heeft Nederland de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn geïmplementeerd in de wetgeving. Deze richtlijn voorziet in de bescherming van leefgebieden van verschillende plant- en diersoorten. Plannen/projecten met gevolgen voor een dergelijk gebied moeten worden getoetst aan bepaalde eisen, ook de openbare verlichting. Verlichting kan nadelige gevolgen hebben voor de fauna door bijvoorbeeld verstoring van het natuurlijke dag/nachtritme. Toetsing van dit aspect is dan ook noodzakelijk.
Een mogelijke oplossing is bijvoorbeeld het toepassen van een dimregime tijdens de nachtelijke uren, wat op Vlieland al gebeurt in die zin dat alle lichtmasten naar 50% van het lichtvolume gaan om 23.00u tot zonsopgang. Tevens hebben wij buiten de bebouwde kom geen of weinig openbare verlichtingspunten buiten de noodzakelijke.
Richtlijn openbare verlichting 2011
Er bestaat in Nederland één algemeen gehanteerde richtlijn voor openbare verlichting. Dat is de Richtlijn Openbare Verlichting 2011 (ROVL-2011), die opgesteld is door de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV). Deze richtlijn is bedoeld voor beheerders (eigenaren) van openbare terreinen en wegen, waaronder gemeenten. Het maken van een keuze tot verlichten, niet verlichten, of te besluiten tot een alternatieve maatregel is een beleidsafweging. De richtlijn geeft handreikingen voor het maken van dergelijke beleidskeuzes. Daarbij biedt deze richtlijn handvatten om per specifieke situatie de afweging te maken om al dan niet te verlichten en zo ja welk verlichtingsniveau dan gehanteerd wordt. Binnen de ROVL-2011 richtlijn hoeft (in tegenstelling tot de oude richtlijn NPR) niet elke situatie altijd verlicht te worden. Deze richtlijn biedt hierin beleidsvrijheid. De ROVL bekijkt de verlichtingscriteria vooral vanuit het verkeersgebruik. Met betrekking tot achterpaden heeft de ROVL geen richtlijnen opgenomen. In de ROVL wordt hiervoor verwezen naar de eisen van het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW, zie verder). Wanneer de sociale veiligheidssituatie van de locatie vraagt om aandacht dan beveelt de ROVL volgens "de geest van PKVW" beleid te maken.
De richtlijn openbare verlichting wordt op Vlieland wel als uitgangspunt gebruikt maar afgestemd op de lokale situatie, waarbij donkerdere waarden gehanteerd worden.
Nederlandse Praktijkrichtlijn Kwaliteitscriteria Openbare Verlichting NPR 13201-1
In 2015 zijn nieuwe Europese normen voor openbare verlichting gepubliceerd. Voor de Nederlandse situatie werden deze vertaald naar een nieuwe Nederlandse Praktijkrichtlijn (NPR). De NSVV heeft in samenwerking met NEN deze praktijkrichtlijn ‘Kwaliteitscriteria Openbare Verlichting’ NPR 13201 opgesteld, en aangevuld met ervaringen uit de ROVL-2011.
Deze NPR vervangt de NPR 13201: 2002 en de Richtlijn Openbare verlichting uit 2011 (ROVL-2011). De richtlijn helpt bij het maken van een keuze om al dan niet te gaan verlichten, en geeft vervolgens een aanwijzing voor de benodigde lichtkwaliteit. Voor het eerst is in een richtlijn aandacht besteed aan het effect van reflectie van wegdekken in relatie tot sociale veiligheid.
Politiekeurmerk Veilig Wonen
Dit keurmerk is sinds 1999 in heel Nederland geaccepteerd en beschrijft welke maatregelen helpen om inbraak te voorkomen. Het doel van het Politie Keurmerk Veilig Wonen (PKVW) is door zorgvuldig ontwerp en beheer van de bebouwde omgeving de kans op criminaliteit en vandalisme en het gevoel van onveiligheid zoveel mogelijk te verminderen. Het PKVW bestaat uit een pakket maatregelen voor woningen, maar ook worden er eisen gesteld aan de omgeving. Hierbij worden voor de openbare verlichting minimale eisen gesteld aan het verlichtingsniveau en de gelijkmatigheid van de verlichting. De gemeente is niet verplicht om dit keurmerk aan te vragen. Het heeft ook geen effect op de verzekeringspremie.
NEN-EN 50110 / NEN 3140: Installatie verantwoordelijkheid elektrotechnische installaties
EN 50110-1 is de Europese norm en dus geldig voor de EU. De norm beschrijft:
-De inspectie van elektrische installaties;
-Instructie en aanwijzen van personen.
NEN 3140 is een Nederlandse aanvulling en dus ook alleen in Nederland geldig en beschrijft:
-De inspectie van elektrische apparaten en toestellen.
De gemeente is verplicht om volgens het ARBO besluit de elektrische veiligheid van installaties te borgen. Door zich te houden aan de NEN 3140 te houden voldoet de gemeente daaraan .
Deze stelt de eigenaar van de installatie verplicht het veilig werken aan de installatie te waarborgen.
Elke elektrische installaties moet onder verantwoordelijkheid van één persoon vallen, de installatie-verantwoordelijke. Omdat de gemeente beschikt over een privaat laagspanningsnet voor openbare verlichting dient de installatieverantwoordelijkheid daarvoor te worden benoemd en ingericht.
Dit geldt ook voor de rioolgemalen en de installaties in gemeentelijke gebouwen.
De NEN 3140 beschrijft de aspecten welke georganiseerd moeten zijn om veilig te kunnen werken aan elektrische laagspanningsinstallaties. Overigens dient de gemeente dit eveneens voor andere elektrische installaties te organiseren zoals rioolpompen en -gemalen.
Nieuwe installaties dienen aangelegd en gekeurd te worden volgens de NEN 1010 en eventuele aanvullende normen die van toepassing zijn op specifieke toepassingen.
Het CROW (kenniscentrum voor verkeer, vervoer en infrastructuur)
Daarnaast zijn er de CROW-richtlijnen, deze hebben geen wettelijke status en geven alleen adviezen voor bijvoorbeeld de wegbeheerder.
BIJLAGE 2 – Toelichting theoretische berekeningen versus jaarafrekeningen energieverbruik
Energiekosten openbare verlichting areaal Vlieland
De berekeningen/vergelijkingen van het energieverbruik zijn niet bruikbaar.
De reden hiervoor is dat het afgerekende energieverbruik van de laatste jaren in zijn geheel niet overeenkomt met het theoretisch berekende model. Het theoretisch model vergelijkt op eenzelfde wijze de jaren, waardoor de verhoudingen beter zichtbaar worden.
In 2014 is het afrekende energie verbruik 32.000 kWh zijn het berekende theoretisch model 20.000 kWh. Voor 2016 is de afgerekende hoeveelheid energie 26.000 kWh, het theoretisch model 21.000 kWh. In 2019 was de afrekende energie 11.000 kWh en het theoretisch model 23.000 kWh.
Hierdoor zijn de verschillen te groot en derhalve niet bruikbaar en is naar een verklaring gezocht, juist omdat in 2019 de opgenomen waarden in de database goed zijn.
In de afgelopen jaren werd het energieverbruik berekend op een theoretisch model van schakeltijden en branduren omdat het energieverbruik niet werd bemeterd per mast of per sectie/clusters.
Daarbij vonden al die verrekeningen plaats op basis van gegevens die toen in de database aanwezig waren. Bij het migreren naar een andere opdrachtnemer voor het onderhoud (Citytec) en een ander softwarepakket (Moon) kwam dit aan het licht.
Toen bleken hierin de verkeerde gegevens te zijn opgenomen waaronder de zogenaamde SON/SOX lampen met een groter verbruik dan de uit aanwezige PL(L) lampen.
Sinds 2019 is de database volledig opgewerkt en aangepast aan de huidige situatie, daardoor zijn verbruiken aangepast. Zoals de wijzigingen op het Veerdam plein, Havenweg, de Jutter, Jachthaven.
BIJLAGE 4 – Tabel 7 meerjarenraming vervangingsinvesteringen openbare verlichting
Enkel ter informatie, onderstaande tabel is gebruikt voor de waardebepaling van het areaal (op basis van leeftijdsopbouw)