Gemeentelijke regelgeving

Verordening Klachtenbehandeling ongewenste intimiteiten openbaar basisonderwijs

Gemeente Vlagtwedde · geldt sinds 14 maart 1995

Aanhef

De raad der gemeente Vlagtwedde;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 28 februari 1995, nr. 950200234, sector MZ;

overwegende dat het gewenst is een procedure vast te stellen voor de behandeling van klachten over ongewenste intimiteiten die plaatsvinden binnen of in samenhang met de onderwijssituatie;

gelet op de Algemene Wet Bestuursrecht en de Gemeentewet ;

gehoord de medezeggenschapsraden van de openbare basisscholen;

besluit :

vast te stellen de volgende "Verordening Klachtenbehandeling Ongewenste Intimiteiten Openbaar Basisonderwijs";

Artikel 1: Begripsbepalingen

Deze verordening verstaat onder:

a.Bevoegd gezag :

het college van burgemeester en wethouders;

b.Klacht :

een klacht over ongewenste intimiteiten waaronder valt ongewenste, sexueel getinte aandacht binnen of in samenhang met de onderwijssituatie, tot uiting komend in verbaal, fysiek en/of ander non-verbaal gedrag, dat zowel opzettelijk als onopzettelijk kan zijn;

c.Klager :

de natuurlijke persoon die een klacht heeft ingediend;

d.Aangeklaagde :

de natuurlijke persoon tegen wie een klacht is ingediend.

Artikel 2: Het indienen van een klacht

1Een klacht kan worden ingediend bij:

a.de vertrouwenspersoon;

b.de klachtencommissie;

c.het bevoegd gezag.

2Het indienen van een klacht kan zowel mondeling als schriftelijk gebeuren. Van de schriftelijke ingediende klacht krijgt de klager binnen 7 dagen een bericht van ontvangst, toegezonden door de instantie bij wie de klacht is ingediend. Van de mondeling ingediende klacht wordt terstond een proces-verbaal opgemaakt. De klager en de ontvanger van de klacht ondertekenen het proces-verbaal. De klager krijgt binnen 7 dagen nadat het proces-verbaal is opgemaakt een afschrift daarvan toegezonden door de instantie bij wie de klacht is ingediend.

3Een klacht die is ingediend bij de klachtencommissie of het bevoegd gezag wordt ter behandeling doorgezonden naar de vertrouwenspersoon. De klager ontvangt van de doorzending binnen 7 dagen schriftelijk bericht van de instantie die de klacht heeft doorgezonden.

4Een anoniem ingediende klacht wordt niet in behandeling genomen. In bijzondere gevallen kunnen de in het eerste lid genoemde ontvangers van een klacht hiervan afwijken.

5Indien het bevoegd gezag aangifte doet bij de officier van justitie van een klacht, inhoudende de melding van een strafbaar feit als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht , ontvangen de klager en aangeklaagde hiervan schriftelijk bericht.

Artikel 3: De vertrouwenspersoon

1Het bevoegd gezag stelt een of meer personen als vertrouwenspersoon aan.

2De vertrouwenspersoon is voor de uitvoering van zijn taken uitsluitend verantwoording schuldig aan het bevoegd gezag.

3Het bevoegd gezag stelt de vertrouwenspersoon in de gelegenheid zijn taken naar behoren te vervullen.

Artikel 4: Taken van de vertrouwenspersoon

De vertrouwenspersoon heeft tot taak:

a.na ontvangst van een klacht de klager direct bij te staan en van advies te dienen;

b.door bemiddeling te trachten tot een oplossing van de gesignaleerde problemen te komen;

c.de klager op diens verzoek te ondersteunen bij het indienen van een klacht bij het bevoegd gezag of een andere instantie;

d.voor zover nodig en gewenst, betrokkenen te verwijzen naar gespecialiseerde hulpverleningsinstanties;

e.het onderhouden van contact met de klager om te bezien of het indienen van de klacht niet leidt tot repercussies voor de klager en om te bezien of, nadat de klacht is afgehandeld, de aanleiding van de klacht daadwerkelijk is weggenomen;

f.het registreren van de aard en de omvang van de klachten die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, eerste lid, bij de vertrouwenspersoon zijn ingediend of die op grond van artikel 2, derde lid, naar de vertrouwenspersoon ter behandeling zijn doorgezonden;

g.het gevraagd en ongevraagd adviseren aan het bevoegd gezag over een beleid inzake ongewenste intimiteiten in het basisonderwijs;

h.het verzorgen van voorlichting over ongewenste intimiteiten in het basisonderwijs aan de leerlingen, de ouders van de leerlingen en het onderwijspersoneel van de scholen die door het bevoegd gezag in stand worden gehouden;

i.het jaarlijks schriftelijk verslag uitbrengen aan het bevoegd gezag over zijn werkzaamheden.

Artikel 5: Werkwijze van de vertrouwenspersoon

1De vertrouwenspersoon bepaalt zijn werkwijze.

2De vertrouwenspersoon is bevoegd informatie in te winnen bij de klager, de aangeklaagde, evenals bij getuigen en anderen, voor zover de uitvoering van zijn taken daartoe noodzaakt. Hij neemt daarbij de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht ter bescherming van de privacy van de direct-betrokkenen.

3Personen die door de vertrouwenspersoon uit hoofde van de in het voorgaande lid gegeven bevoegdheid worden benaderd, zijn, voor zover het betreft personeelsleden in dienst van het bevoegd gezag, verplicht de gevraagde informatie te verstrekken en omtrent verzoek en informatieverstrekking geheimhouding in acht te nemen. Deze verplichtingen gelden ook voor het bevoegd gezag.

4De vertrouwenspersoon is verplicht tot geheimhouding van hetgeen hem in verband met zijn werkzaamheden als vertrouwenspersoon ter kennis komt. Deze plicht geldt niet ten opzichte van het bevoegd gezag, de klager, de aangeklaagde en artsen. De geheimhoudingsplicht vervalt niet na beëindiging van de aanstelling als vertrouwenspersoon.

5De vertrouwenspersoon houdt van de door hem behandelde klachten een archief bij.

Artikel 6: Klachtenprocedure bij de vertrouwenspersoon

1De vertrouwenspersoon stelt de klager en de aangeklaagde in de gelegenheid te worden gehoord. Het horen gebeurt zo mogelijk binnen 14 dagen nadat de klacht overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 bij de vertrouwenspersoon is ingediend. Indien de klacht is ingediend door de ouders, voogden of verzorgers van een leerling, wordt ook de leerling gehoord, tenzij bijzondere omstandigheden - met name gelegen in het persoonlijk belang van de leerling - zich daartegen verzetten.

2De klager en de aangeklaagde kunnen zich door een raadsman of raadsvrouw laten bijstaan. De kosten hiervan komen voor rekening van degene die zich laat bijstaan. De klager en de aangeklaagde kunnen tijdens de behandeling van de klacht door de vertrouwenspersoon inzage krijgen in de op de klacht betrekking hebbende stukken.

3Van het horen bedoeld in het eerste lid stelt de vertrouwenspersoon een verslag op, dat door de gehoorde en de vertrouwenspersoon wordt ondertekend. Weigert een gehoorde de ondertekening, dan wordt daarvan, zo mogelijk onder vermelding van de redenen, door de vertrouwenspersoon op het verslag melding gemaakt. De gehoorde ontvangt binnen 7 dagen na het horen een afschrift van het verslag van de vertrouwenspersoon. Het verslag van het horen van een minderjarige leerling wordt door de ouders, voogden of verzorgers getekend als zij bij het horen aanwezig zijn geweest. Indien dat niet het geval is, tekent de minderjarige leerling zelf.

4Indien de klacht door de vertrouwenspersoon niet na het horen van ten minste de klager en de aangeklaagde kan worden afgehandeld, verwijst zij de klager naar de klachtencommissie of een andere instantie.

5De vertrouwenspersoon meldt de klacht onverwijld aan het bevoegd gezag als de inhoud van de klacht daartoe naar zijn mening aanleiding geeft.

6De klager kan tijdens de procedure bij de vertrouwenspersoon op ieder moment de klacht intrekken door dit schriftelijk of mondeling aan de vertrouwenspersoon mede te delen. Van een mondelinge mededeling wordt terstond door de vertrouwenspersoon een proces-verbaal opgemaakt dat door de klager en de vertrouwenspersoon wordt ondertekend. De klager ontvangt van de vertrouwenspersoon binnen 7 dagen nadat het proces-verbaal is opgemaakt een afschrift daarvan.

7De vertrouwenspersoon besluit of de door de klager ingetrokken klacht als anonieme klacht als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van deze verordening in behandeling wordt genomen.

Artikel 7: De Klachtencommissie

1Het bevoegd gezag stelt een klachtencommissie in voor de onder hem ressorterende openbare basisscholen.

2De klachtencommissie bestaat uit 3 leden en 3 plaatsvervangende leden.

3In de klachtencommissie hebben zowel mannen als vrouwen zitting.

4De vertrouwenspersoon, het bevoegd gezag, het onderwijspersoneel, de ouders van de leerlingen en de leerlingen van de basisscholen van het bevoegd gezag kunnen geen lid of plaatsvervangend lid zijn van de klachtencommissie.

5De leden en plaatsvervangende leden van de klachtencommissie worden door het bevoegd gezag benoemd en ontslagen.

6De leden en plaatsvervangende leden van de klachtencommissie worden benoemd voor een periode van 4 jaar. Zij treden na hun zittingsperiode af en zijn terstond herbenoembaar.

7Het bevoegd gezag stelt de klachtencommissie in de gelegenheid zijn taken naar behoren te vervullen.

8Aan de klachtencommissie kan door het bevoegd gezag ambtelijke ondersteuning worden verleend. De ambtelijke ondersteuning is verplicht tot geheimhouding van hetgeen hem in verband met zijn werkzaamheden als ambtelijke ondersteuning van de klachtencommissie ter kennis komt. Deze verplichting geldt niet ten opzichte van de leden en de plaatsvervangende leden van de klachtencommissie.

Artikel 8: Taken van de klachtencommissie

De klachtencommissie heeft tot taak:

a.het onderzoeken van de door tussenkomst van de vertrouwenspersoon ontvangen klachten en het daaromtrent rapporteren en adviseren aan het bevoegd gezag;

b.het gevraagd en ongevraagd adviseren aan het bevoegd gezag over een beleid inzake ongewenste intimiteiten in het basisonderwijs, en

c.het jaarlijks schriftelijk verslag uitbrengen aan het bevoegd gezag over zijn werkzaamheden.

Artikel 9: Werkwijze van de klachtencommissie

Het bepaalde in artikel 5 is van overeenkomstige toepassing op de werkwijze van de klachtencommissie.

Artikel 10: Klachtenprocedure bij de klachtencommissie

1Het bepaalde in artikel 6, behoudens het vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de klachtenprocedure bij de klachtencommissie.

2Van zijn bevindingen brengt de klachtencommissie schriftelijk rapport uit aan het bevoegd gezag, uiterlijk binnen 3 weken nadat het horen van de klager, de aangeklaagde en eventueel van getuigen en anderen is afgesloten.

3De klachtencommissie geeft in het rapport een gemotiveerd oordeel over de klacht.

4Indien de klachtencommissie de klacht gegrond acht, brengt zij in het rapport tevens advies uit omtrent de te treffen maatregelen die in eerste instantie gericht zijn op het beëindigen c.q. het voorkomen van herhaling van ongewenste intimiteiten door de aangeklaagde.

Artikel 11: Besluitvorming door het bevoegd gezag

1Voordat het bevoegd gezag naar aanleiding van het rapport van de vertrouwenspersoon tot besluitvorming overgaat, stelt het bevoegd gezag de klager en de aangeklaagde op de hoogte van de conclusies van de vertrouwenspersoon.

2Binnen 4 weken na ontvangst van het rapport van de vertrouwenspersoon neemt het bevoegd gezag een gemotiveerd besluit terzake.

3De in het vorige lid bedoelde termijn kan eenmaal met ten hoogste 4 weken worden verlengd.

4Een verlenging als bedoeld in het derde lid wordt voor de afloop van de in het tweede lid genoemde termijn schriftelijk medegedeeld aan:

a.de klager;

b.de aangeklaagde en

c.de klachtencommissie.

5Het besluit van het bevoegd gezag is met redenen omkleed en wordt terstond schriftelijk medegedeeld aan de in het vierde lid onder a,b en c genoemden.

Artikel 12: Niet voorziene gevallen

In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het bevoegd gezag.

Artikel 13: Wijziging van de verordening

Het bevoegd gezag vraagt over elk voorstel tot wijziging van deze verordening advies aan de vertrouwenspersoon, voordat hij het voorstel tot wijziging ter vaststelling aan de gemeenteraad voorlegt.

Artikel 14: Inzage en uitreiking van de verordening

1Een exemplaar van deze verordening wordt aan ieder onderwijspersoneelslid en aan de medezeggenschapsraad uitgereikt. Aan personeelsleden die in dienst treden wordt tegelijk met het aanstellingsbesluit een exemplaar van deze verordening uitgereikt.

2De schoolleiding draagt er zorg voor dat een exemplaar van deze verordening in de school op een voor alle belanghebbenden toegankelijke plaats ter inzage ligt.

Artikel 15: Inwerkingtreding

1Deze verordening kan worden aangehaald als "Klachtenregeling Ongewenste Intimiteiten Openbaar Basisonderwijs".

2Zij treedt in werking op de dag na vaststelling.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.