Gemeentelijke regelgeving

Verordening gemeentelijke ombudsman Vlaardingen 2005

Gemeente Vlaardingen · geldt sinds 1 januari 2016

Aanhef

De gemeenteraad van Vlaardingen,

Gelezen het voorstel van het presidium van 13 september 2005, R.nr 57.1;

Overwegende dat het noodzakelijk is naar aanleiding van de wijziging van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 81 p tot en met z van de Gemeentewet de regels omtrent de gemeentelijke ombudsman aan te passen;

Gelet op het bepaalde in titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede hoofdstuk IVC en artikel 149 van de Gemeentewet;

Gehoord de ondernemingsraad;

Besluit:

Vast te stellen de volgende Verordening gemeentelijke ombudsman Vlaardingen 2005:

Paragraaf 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Gemeentelijke ombudsman

1Er is een gemeentelijke ombudsman.

2De gemeentelijke ombudsman treedt tevens op als gemeentelijke kinderombudsman.

Artikel 2 Benoeming en herbenoeming ombudsman en plaatsvervangend ombudsman

1Benoeming vindt slechts plaats nadat ten aanzien van de kandidaat-ombudsman of kandidaat-plaatsvervangend ombudsman een verklaring omtrent het gedrag is afgegeven als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.

2De raad besluit ten minste zes maanden voor afloop van de benoemingsperiode over het al dan niet herbenoemen van de ombudsman en diens plaatsvervanger.

Paragraaf 2 BEKOSTIGING

Artikel 3 Bekostiging van de ombudsman

1De financiering van de ombudsman vindt plaats door middel van een jaarlijkse bijdrage in de kosten.

2De hoogte van deze bijdrage wordt gerelateerd aan het aantal inwoners van de gemeente.

3Voor de vaststelling van het aantal inwoners, bedoeld in het tweede lid, geldt als peildatum 1 januari van het betreffende jaar.

4De ombudsman verantwoordt de baten en lasten van het vorig begrotingsjaar in het verslag aan de raad, als bedoeld in artikel 81 u van de Gemeentewet.

Paragraaf 3 TAKEN EN BEVOEGDHEDEN

Artikel 4 Klachten

1De ombudsman kan mondelinge klachten in behandeling nemen.

2Indien de ombudsman dit nodig acht, kan hij klagers behulpzaam zijn bij het op schrift stellen van een klacht.

Artikel 5 Overige bevoegdheden

1De ombudsman kan het beschikkingsbevoegde orgaan verzoeken om de uitvoering van een bepaald besluit of regeling voor bepaalde tijd op te schorten. Het orgaan kan dat verzoek gemotiveerd afwijzen.

2De ombudsman heeft indien het onderwerp van de beraadslagingen betrekking heeft op klachten, klachtrecht of klachtbehandeling in het algemeen, het recht om –in overleg met de agendacommissie- in de vergadering van de raad of een raadscommissie het woord te voeren.

3De ombudsman kan, in overleg met de agendacommissie, onderwerpen op de agenda plaatsen van de raad of een raadscommissie.

Paragraaf 4 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 6 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2006.

Artikel 7 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening gemeentelijke ombudsman Vlaardingen 2005.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.