Aanhef
De raad van de gemeente Vlaardingen;
gezien het voorstel van het college;
gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht en art. 149 van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende
Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Vlaardingen 2022
Artikel 1. Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.ambtelijk hoorder: door het bestuursorgaan aangewezen medewerker die bevoegd is om bezwaarschriften te behandelen;
b.ambtelijk horen: horen van bezwaarmakers en belanghebbenden als bedoeld in artikel 7:5 van de Algemene wet. bestuursrecht;
c.Awb: Algemene wet bestuursrecht;
d.bestuursorgaan: gemeentelijk orgaan dat het bestreden besluit heeft genomen;
e.bezwaarmaker: indiener van een bezwaarschrift;
f.commissie: adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb;
g.voorzitter: voorzitter van de commissie.
Artikel 2. Ingediend bezwaarschrift
1Het bestuursorgaan registreert het ingediende bezwaarschrift met de datum van ontvangst.
2Daarna wordt zo spoedig mogelijk contact opgenomen met de bezwaarmaker en eventuele andere belanghebbenden. Hierbij geeft het bestuursorgaan een uitleg over het vervolg van de procedure en de duur van de behandeling van het bezwaarschrift.
Artikel 3. Vooronderzoek en informele behandeling
1Het bestuursorgaan onderzoekt of het bezwaarschrift informeel kan worden afgehandeld alvorens het verder in behandeling te nemen.
2De informele aanpak start door kort na binnenkomst van het bezwaarschrift hierover contact op te nemen met de bezwaarmaker en de voorbereider van het primaire besluit.
3Als het bezwaar in der minne wordt geschikt, legt het bestuursorgaan de gemaakte afspraken schriftelijk vast en neemt het zo nodig een nieuw besluit.
Artikel 4. Ambtelijk horen
1Het bestuursorgaan kan bij afzonderlijk besluit categorieën van bezwaarschriften aanwijzen waarbij het horen ambtelijk kan plaatsvinden.
2De ambtelijk hoorder wordt door het bestuursorgaan aangewezen.
3De ambtelijk hoorder bepaalt de wijze en het tijdstip van het horen.
4De ambtelijk hoorder brengt advies uit aan het bestuursorgaan over het bezwaarschrift waarbij ambtelijk is gehoord.
5Als de bezwaarmaker of het bestuursorgaan het bezwaarschrift aan de commissie wil voorleggen, kan de ambtelijk hoorder besluiten dat het horen door de commissie plaatsvindt.
Artikel 5. Horen en adviseren door de commissie
1Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaarschriften tegen besluiten van de raad, het college, de burgemeester en de leerplichtambtenaar.
2De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen:
a.besluiten op grond van de Huisvestingsverordening Stadsregio Rotterdam;
b.besluiten die in mandaat namens het college door of namens het bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Stroomopwaarts MVS zijn genomen
3De voorzitter van de commissie beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb.
Artikel 6. Samenstelling van de commissie
1De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste vijf leden.
2De voorzitter en de leden worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen.
3Het college kan plaatsvervangende leden benoemen.
4De commissie regelt de vervanging van de voorzitter.
5De voorzitter en de leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan.
Artikel 7. Instellen van kamers
1De commissie kan voor categorieën bezwaarschriften kamers instellen.
2Elke kamer bestaat uit ten minste drie leden:
a.een voorzitter overeenkomstig artikel 7:13 Awb, zijnde de voorzitter of één van de leden van de commissie, uit haar midden aangewezen;
b.ten minste twee andere leden, door de commissie aangewezen uit haar midden.
3Op de werkwijze van de kamers is het bepaalde in deze verordening zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
Artikel 8. Secretaris
1De secretaris van de commissie is een door het college aangewezen persoon.
2Het college wijst tevens één of meer -plaatsvervangend- secretarissen aan voor de door de commissie ingestelde kamers.
Artikel 9. Zittingsduur
1De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor een termijn van vier jaar.
2De voorzitter en de leden van de commissie treden af op de dag nadat de zittingsduur genoemd in het eerste lid is verlopen. Met in achtneming van het eerste lid, kunnen zij terstond maximaal éénmalig worden herbenoemd.
3Het college kan voor het aflopen van de benoemingstermijn als bedoeld in het eerste lid, als het betreffende commissielid niet naar behoren functioneert, dan wel als door veranderde omstandigheden het lidmaatschap van het commissielid niet meer verenigbaar is met de (onafhankelijke) aard van de commissie, het betreffende commissielid ontslaan.
4De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college.
5De aftredende of ontslag nemende voorzitter of leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.
Artikel 10. Uitoefening bevoegdheden
1De voorzitter van de commissie dan wel van de kamer aan welke de behandeling van het bezwaarschrift is opgedragen, draagt er zorg voor dat al het noodzakelijke wordt gedaan om de behandeling ervan genoegzaam voor te bereiden.
2De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb zijn aan de secretaris gemandateerd: of de voorzitter oefent de bevoegdheden van de hierna genoemde artikelen van de Awb zelfstandig uit:
a.verzoeken om een schriftelijke machtiging aan een gemachtigde (artikel 2:1, tweede lid);
b.stellen van een termijn aan de bezwaarmaker (artikel 6:6),
c.de verzending van stukken door de commissie (artikel 6:17);
d.ter inzage leggen van het bezwaarschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken, dan wel toezenden daarvan aan een belanghebbende (artikel 7:4, tweede lid);
e.al dan niet op verzoek van een belanghebbende afzien van het op de hoogte stellen van het verhandelde tijdens een hoorzitting van een andere belanghebbende, voor zover geheimhouding om gewichtige reden is geboden (artikel 7:6, vierde lid).
Artikel 11. Onderzoek
1De voorzitter en de secretaris van de commissie zijn bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.
2De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist.
Artikel 12. Hoorzitting
1De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de hoorzitting waarin de bezwaarmaker, eventuele belanghebbenden en het bestuursorgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.
2De voorzitter kan besluiten de hoorzitting niet fysiek plaats te laten vinden. Hij neemt hierbij de belangen van de bezwaarmaker, eventuele belanghebbenden en het bestuursorgaan in acht.
3De voorzitter kan besluiten dat het horen van een minderjarige gebeurt door één lid van de commissie, bijgestaan door de secretaris van de commissie.
4De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb.
Artikel 13. Onpartijdigheid leden
De voorzitter en de leden nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift als daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Zij laten zich zo nodig vervangen.
Artikel 14. Uitnodiging hoorzitting
1De secretaris nodigt de bezwaarmaker, eventuele belanghebbenden en het bestuursorgaan ten minste twee weken voor de hoorzitting schriftelijk uit.
2Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de bezwaarmaker, eventuele belanghebbenden of het bestuursorgaan onder opgaaf van redenen de secretaris verzoeken het tijdstip van de hoorzitting te wijzigen.
3De beslissing van de secretaris op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de hoorzitting aan de bezwaarmaker, eventuele belanghebbenden en het bestuursorgaan meegedeeld.
4De secretaris is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het eerste tot en met het derde lid.
Artikel 15. Quorum
1Voor het houden van een hoorzitting is vereist dat in elk geval de voorzitter, of zijn plaatsvervanger, en ten minste twee leden aanwezig zijn.
2In bijzondere gevallen kan de voorzitter, in overleg met de aanwezige leden, besluiten de in artikel 12 bedoelde hoorzitting te houden door minder dan het aantal in het eerste lid genoemde leden. In dat geval wordt het besluit omtrent het uit te brengen advies aangehouden en wordt in de eerstvolgende vergadering waarin het in het eerste lid genoemde aantal leden aanwezig is, nadat zij kennis hebben genomen van het betreffende verslag, een besluit omtrent het uit te brengen advies genomen.
3Bij het horen van een minderjarige kan de voorzitter besluiten de in artikel 12 bedoelde hoorzitting te laten houden door één lid van de commissie. In dat geval wordt in een volgende vergadering een besluit over het uit te brengen advies genomen aan de hand van het verslag dat van de hoorzitting is opgesteld.
Artikel 16. Openbaarheid hoorzitting
1De hoorzitting van de commissie is openbaar.
2De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de commissie of één van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een bezwaarmaker of eventuele belanghebbenden daartoe een verzoek doet.
3Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de hoorzitting verzetten, vindt de hoorzitting plaats met gesloten deuren.
Artikel 17. Verslaglegging
1Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid.
2Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder ter hoorzitting is voorgevallen.
3Indien de hoorzitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvond, of indien bezwaarmaker of eventuele belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding.
4Het verslag verwijst naar de op de hoorzitting overgelegde documenten, die aan het verslag kunnen worden gehecht.
5Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie.
6De voorzitter kan besluiten om het horen digitaal op te nemen.
Artikel 18. Nader onderzoek
1Indien na afloop van de hoorzitting, maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek houden.
2De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het bestuursorgaan, de bezwaarmaker en de belanghebbenden toegezonden.
3De leden van de commissie, het bestuursorgaan, de bezwaarmaker en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op zo’n verzoek.
4Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
Artikel 19. Raadkamer en advies
1De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies.
2De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.
3Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.
4Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt indien die minderheid dat verlangt.
5Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.
6Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend.
Artikel 20. Uitbrengen advies en verdaging
1Het advies wordt, onder meezending van het verslag als bedoeld in artikel 17 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie en nader verslag, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.
2Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van 10 weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het bestuursorgaan tijdig de beslissing te verdagen.
3Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie, bezwaarmaker en de belanghebbenden een afschrift.
Artikel 21. Jaarverslag
De commissie brengt jaarlijks vóór 1 maart aan de bestuursorganen van de gemeente verslag uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar.
Artikel 22. Intrekking oude regeling
De Verordening commissie bezwaarschriften 2016 wordt ingetrokken.
Artikel 23. Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van bekendmaking.