Artikel 1 Boetebepalingen
1Overtreding door een natuurlijk persoon of rechtspersoon van het bij of krachtens de volgende artikelen van de Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 bepaalde of de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen kan worden bestraft met een bestuurlijke boete: 2.7, eerste lid, 2.10, eerste en tweede lid, 2.10a, eerste en derde lid, 2.11, eerste lid, 2.13, eerste lid, 2.14, eerste lid, 2.16, eerste, tweede en derde lid, 2.17, 2.18, 2.20, eerste lid sub a en sub b, 2.21, eerste lid, 2.25a, 2.27 eerste lid, 2.34, eerste lid, 2.36, tweede lid, 2.37, eerste en tweede lid , 2.41, eerste en tiende lid, 2.44, eerste en tweede lid, 2.45b, 2.46, tweede lid, 2.47, eerste en tweede lid, 2.49c, eerste en tweede lid, 2:49f, 2.55, leden eerste en tweede lid, 2.56, eerste, tweede, vijfde en zevende lid, 2.57, eerste lid, 2.60 leden 1a, 1b en tweede lid, 2.64, tweede en derde lid, 2.66, leden 1a, 1b en tweede lid, 2.67, 2.68, 2.69, 2.69a, 2.70, eerste en tweede lid, 2.72, eerste lid, 2.73 eerste en vijfde lid, 2.74, eerste, vierde en vijfde lid, 2.75 eerste lid, 2.76, eerste lid, 2.77, leden 1a en 1b, 2.78, eerste en tweede lid, 2.85, eerste lid, 2.86, eerste en tweede lid, 2.86a tweede en derde lid, 2.89 (slechts voor art. 3 Opiumwet), 2.89a, eerste en tweede lid, 3.18, 3.19, 3.20, 3.21, 4.6, eerste lid, 4.40, 4.41, 4.42, eerste lid, 4.47, eerste lid, 5.2, leden 3a en 3b, 5.3, eerste lid, 5.4, 5.5, eerste lid, 5.6, leden 1a, 1b en 1c, 5.7, eerste lid, 5.8, eerste en tweede lid, 5.9, eerste lid, 5.10a, 5.11, eerste lid 1, 5.12, 5.13, 5.15, eerste lid, 5.18, eerste lid, 5.22, 5.22a, 5.22b, 5.23, 5.24, 5.25, eerste lid, 5.26, eerste lid, 5.27, eerste lid, 5.28, eerste lid, 5.29, eerste en derde lid, 5.30, eerste lid.
2Overtreding door een natuurlijk persoon of rechtspersoon van het bij of krachtens de volgende artikelen van de Afvalstoffenverordening Vlaardingen 2014 bepaalde kan worden bestraft met een bestuurlijke boete: 7, eerste lid, 8, 9, 10, eerste en tweede lid, 11, eerste, tweede en zesde lid, 12, tweede lid 2, 15, eerste en vijfde lid, 16, tweede lid, 17, eerste lid, 18, eerste en tweede lid, 19, eerste en tweede lid, 20, 21, 22, eerste en tweede lid, 23, eerste lid 1, 24.
3Overtreding door een natuurlijk persoon of rechtspersoon van het bij of krachtens de volgende artikelen van de Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen Holy en Emaus 2025 bepaalde kan worden bestraft met een bestuurlijke boete: 3, derde lid, 4, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 6, 10 en 12, derde lid.
4Bij overtreding door een natuurlijk persoon van een voorschrift als genoemd in het eerste, tweede of derde lid van dit artikel is de hoogte van de bestuurlijke boete gelijk aan het bedrag dat is vermeld bij het betreffende voorschrift in de bijlage bij het Besluit bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte.
5Indien de bijlage bij het Besluit bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte geen bedrag bevat voor het overtreden van een voorschrift als genoemd in het eerste tot en met het derde lid van dit artikel dan is de hoogte van de bestuurlijke boete gelijk aan het bedrag dat in de bijlage bij deze verordening is vermeld bij het betreffende voorschrift.
6Bij overtreding door een rechtspersoon van een voorschrift als genoemd in het eerste tot en met het derde lid van dit artikel wordt de hoogte van de boete die geldt voor een natuurlijk persoon vermenigvuldigd met factor twee.
7Indien het boetebedrag hoger is dan het wettelijk maximum boetebedrag als bedoeld in artikel 154b, zesde lid, van de Gemeentewet, geldt het wettelijk maximum boetebedrag.
Artikel 2 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag na de dag waarop zij is bekendgemaakt.
Artikel 3 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als Verordening bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte Vlaardingen.
Bijlage 1 als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van de Verordening Bestuurlijke Boete Overlast in de Openbare Ruimte Vlaardingen
APV Vlaardingen 2019
artikel
Onderwerp
Boete in euro’s
2.7, eerste lid
Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen
150
2.10, eerste en tweede lid
Straatartiest en straatmuzikant
200
2.10a, eerste en derde lid
Draaiorgel
200
2.11, eerste lid
Voorwerpen op, aan of boven de weg
250
2.13, eerste lid
Aanleggen, beschadigen, opbreken en veranderen van een weg
300
2.14, eerste lid
Maken, veranderen van een uitweg
300
2.16, eerste lid
Winkelwagentjes (rechthebbende op een bedrijf)
100
2.16, tweede en derde lid
Winkelwagentjes (gebruiker)
100
2.17
Hinderlijke beplanting of voorwerp
100
2.18
Openen straatkolken e.d.
100
2.20, eerste lid, sub a
Rookverbod in bossen en natuurterreinen
150
2.20, eerste lid, sub b
Rookverbod in bossen en natuurterreinen (brandende voorwerpen)
300
2.21, eerste lid
Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp
100
2.25a
(Slaap)verblijf op de weg, in voertuigen en in kampeermiddelen
150
2.27, eerste lid
Vergunningplicht evenement
100
2.34, eerste lid
Exploitatievergunning horeca-inrichting
100
2.36, tweede lid
Exploitatie horeca-inrichting, niet meer voldoen aan eisen Alcoholwet
100
2.37, eerste lid
Toezicht in horeca-inrichting (afwezigheid ondernemer of leidinggevende)
415
2.37, tweede lid
Toezicht in de horeca-inrichting (voorkomen strafbare feiten)
415
2.41, eerste en tiende lid
Sluitingstijden
300
2.44, eerste lid
Aanwezigheid bezoekers in door burgemeester gesloten horeca-inrichting
100
2.44, tweede lid
Toelating bezoekers in door burgemeester gesloten horeca-inrichting
300
2.45b
Het bij zich hebben van lachgas in of om een openbare inrichting, om dit te verkopen of te gebruiken.
100
2.46, tweede lid
Handel in horeca-inrichting
100
2.47, eerste en tweede lid
Ordeverstoring en aanzegging
100
2.49c, eerste en tweede lid
Sluitingstijden inrichtingen van paracommerciële rechtspersonen
150
2.49f
Proeverijen in slijterijen
150
2.55, eerste lid
Betreden gesloten woning of lokaal (art. 174a Gemeentewet
100
2.55, tweede lid
Betreden gesloten woning of lokaal (art. 13b Opiumwet)
100
2.56, eerste lid
Plakken en kladden (algemeen)
150
2.56, tweede lid
Plakken en kladden (aanplakbiljet; met bepaalde stoffen)
150
2.56, vijfde lid
Plakken en kladden (handelsreclame)
150
2.56, zevende lid
Plakken en kladden (tonen schriftelijke toestemming)
100
2.57, eerste lid
Vervoer plakgereedschap e.d.
150
2.60, lid 1a
Hinderlijk gedrag op of aan de weg (klimmen op beeld, monument etc.)
100
2.60, lid 1b
Hinderlijk gedrag op of aan de openbare weg (zich ophouden, overig)
150
2.60, tweede lid
Verblijf op aangewezen plaatsen waar dit is verboden
150
2.64, tweede en derde lid
Verboden drankgebruik/bezit
100
2.66, lid 1a
Hinderlijk gedrag in portiek of poort
100
2.66, lid 1b
Hinderlijk gedrag in, op of tegen raamkozijn of drempel
100
2.66, tweede lid
Hinderlijk gedrag in voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van een gebouw
100
2.67
Zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze ophouden in een voor het publiek toegankelijke ruimte
150
2.67
Een voor het publiek toegankelijke ruimte verontreinigen
150
2.67
Een voor het publiek toegankelijke ruimte voor een ander doel gebruiken
100
2.68
Neerzetten van fietsen e.d.
50
2.69
Met een fiets of bromfiets op markten/kermisterrein e.d. zich bevinden
50
2.69a
Overig hinderlijk gedrag
100
2.70, eerste lid
Bespieden van personen (kennelijke bedoeling)
150
2.70, tweede lid
Bespieden van personen
150
2.72, lid 1a
Loslopende honden op kinderspeelplaats e.d.
150
2.72, lid 1b
Loslopende honden op een weg binnen de bebouwde kom
100
2.72, lid 1c
Loslopende honden op een aangewezen plaats buiten de bebouwde kom
100
2.72, lid 1d
Loslopende honden niet voorzien van halsband of ander identificatiekenmerk
100
2.73, eerste lid
Verontreiniging door honden
150
2.73, vijfde lid
Opruimmiddel bij zich dragen en niet tonen op eerste vordering
100
2.74, eerste lid
Gevaarlijke honden aanlijngebod en muilkorfgebod
250
2.74, vierde lid
Gevaarlijke honden microchip
250
2.74, vijfde lid
Hinderlijk gedrag hond; blaffen of janken
150
2.75, eerste lid
Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
150
2.76, eerste lid
Loslopend vee
150
2.77, lid 1a
Bijen (bij woningen of gebouwen)
100
2.77, lid 1b
Bijen (bij de weg)
100
2.78, eerste en tweede lid
Voederverbod overlast gevende vogels
100
2.85, eerste lid
Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk zonder vergunning
250
2.86, eerste lid
Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling (aangewezen gebied)
250
2.86, tweede lid
Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling (schade, overlast e.d.)
250
2.86a, tweede lid
Verbod carbid schieten op een openbare plaats
250
2.86a, derde lid
Verbod materialen te vervoeren of voorhanden te hebben op een openbare plaats die klaarblijkelijk bestemd zijn voor het schieten van carbid.
200
2.89
Openlijk drugsgebruik (slechts artikel 3 Opiumwet)
100
2.89a, eerste lid
Overlast door lachgas
150
2.89a, tweede lid
In een aangewezen gebied, lachgas bij zich hebben, gebruiken, of voorbereidingen treffen voor het gebruik
100
3.18
Raamprostitutie
250
3.19
Straatprostitutie
250
3.20
Het geen gehoor geven aan een bevel van een politie agent of toezichthouder, gegeven met oog op de naleving van het verbod artikel 3.19 van de APV Vlaardingen 2019 om zich te verwijderen in een bepaalde richting
400
3.21
Verbodsbepalingen klanten
250
4.6, eerste lid
Overige geluidhinder
150
4.40
Natuurlijke behoefte doen
150
4.41
Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen
100
4.42, eerste lid
Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
150
4.47, eerste lid
Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
150
5.2, lid 3a
Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. (op de weg)
150
5.2, lid 3b
Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. (gebruik weg als werkplaats)
150
5.3, eerste lid
Te koop aanbieden van voertuigen
250
5.4
Defecte voertuigen
150
5.5, eerste lid
Voertuigwrakken
410
5.6, lid 1a
Kampeermiddelen e.a. (langer dan drie achtereenvolgende dagen)
100
5.6, leden 1b en 1c
Kampeermiddelen e.a. (in strijd met belemmering uitzicht of uiterlijk aanzien gemeente)
100
5.7, eerste lid
Parkeren van reclamevoertuigen
250
5.8, eerste lid
Parkeren van grote voertuigen (strijd met uiterlijk aanzien gemeente)
100
5.8, tweede lid
Parkeren van grote voertuigen (verdeling beschikbare parkeerruimte)
100
5.9, eerste lid
Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen
100
5.10a
Parkeren anders dan op de rijbaan
100
5.11, eerste lid
Aantasting groenvoorziening door motorvoertuigen met twee of meer dan twee wielen
150
5.11, eerste lid
Aantasting groenvoorziening door bromfietsen of snorfietsen
100
5.11, eerste lid
Aantasting groenvoorziening door fietsers, bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor en overige weggebruikers
60
5.12
Overlast van fiets of bromfiets op aangewezen plaatsen
50
5.13
Inzameling van geld of goederen
150
5.15, eerste lid
Venten op verboden plaats of tijd
150
5.18, eerste lid
Een standplaats innemen zonder vergunning
150
5.22
Beschadigen van waterstaatswerken
100
5.22a
Voorwerpen op, in of boven openbaar water
100
5.22b
Magneetvissen
150
5.23
Reddingsmiddelen
150
5.24
Zwemverbod
100
5.25, eerste lid
Veiligheid op het water
150
5.26, eerste lid
Overlast aan vaartuigen
100
5.27, eerste lid
Gemotoriseerd verkeer op crossterreinen
100
5.28, eerste lid
Beperking verkeer in natuurgebieden door motorvoertuigen met twee of meer dan twee wielen
150
5.28, eerste lid
Beperking verkeer in natuurgebieden door bromfietsen of snorfietsen
100
5.28, eerste lid
Beperking verkeer in natuurgebieden voor fietsers, bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor en overige weggebruikers (waaronder onder andere wordt verstaan ruiter met paard)
60
5.29, eerste en derde lid
Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
300
5.30, eerste lid
Reclameborden
250
Afvalstoffen-verordening Vlaardingen 2014 artikel
Onderwerp
Boete in euro’s
7, eerste lid
Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens aanwijzing als inzamelaar
150
8
Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan anderen
100
9
Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen
100
10, eerste en tweede lid
Niet afzonderlijk ter inzameling aanbieden
100
11, eerste, tweede en zesde lid
Onjuist ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
100
12, tweede lid
Op het verkeerde moment ter inzameling aanbieden
100
15, eerste en vijfde lid
Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst dan wel deze in strijd met de regels aanbieden
100
16, tweede lid
Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst in strijd met door het college gestelde regels.
100
17, eerste lid
Diffuse milieuverontreiniging
410
18, eerste en tweede lid
Achterlaten van straatafval
150
19, eerste en tweede lid
Het verstoren van reeds ter inzameling aangeboden afvalstoffen
150
20
Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren en het schoonhouden van de omgeving
150
21
Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal
150
22, eerste en tweede lid
Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden
150
23, eerste lid
Verbod opslag van afvalstoffen
250
24
Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden
410
Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen Holy en Emaus 2025
Onderwerp
Boete in euro’s
3, derde lid
Zich op een gesloten begraafplaats bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.
100
4, eerste lid
Het met een voertuig rijden op de begraafplaats zonder toestemming dan wel in strijd met de aanwijzingen gegeven door de beheerder.
150
4, eerste lid
Het sneller dan 10 km per uur rijden op de begraafplaats.
100
4, eerste lid
Het met zich meevoeren van een fiets, bromfiets of scooter.
50
4, derde lid
Het niet opvolgen van de aanwijzingen van de beheerder.
150
4, vierde lid
Het maken van foto’s en video-opnamen zonder toestemming van de beheerder.
500
4, vijfde lid
Zich niet op aanzegging van de beheerder van de begraafplaats verwijderen.
200
6
Het aanwezig zijn bij de opgraving van lijken of asbussen of de ruiming van graven zonder met werkzaamheden belast te zijn door de beheerder.
150
10
Het uitstrooien van as op de begraafplaats anders dan op de aangewezen verstrooiingsplaats.
200
12, derde lid
Het zonder melding of in strijd met een verbod van de beheerder gebruik maken van een geluidsinstallatie op de begraafplaats.
150
Toelichting behorende bij de Verordening Bestuurlijke Boete Overlast in de Openbare Ruimte Vlaardingen
1Wettelijk kader
De mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen bij overlastfeiten is geregeld in de Gemeentewet (artikel 154b e.v.) en de daarop gebaseerde AMvB, het Besluit Bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte (Bboor). De Gemeentewet geeft gemeenten een zelfstandige bevoegdheid om tegen veel voorkomende en overlastgevende lichte overtredingen op te treden met een bestuurlijke boete. Uitgangspunt is dat de bestuurlijke boete geldt voor overtreding van alle voorschriften uit gemeentelijke verordeningen betreffende gedragingen die kunnen leiden tot overlast in de openbare ruimte en die tevens krachtens artikel 154 Gemeentewet strafbaar zijn gesteld. Dergelijke overtredingen zijn met name opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening. Ook een Afvalstoffenverordening bevat voorschriften waarvan de overtreding kan leiden tot overlast voor het publiek. Om een bestuurlijke boete te kunnen opleggen, moeten deze voorschriften bij verordening worden aangewezen.
In deze verordening is bepaald voor overtreding van welke voorschriften uit de hiervoor genoemde verordeningen een bestuurlijke boete kan worden opgelegd. De mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen, sluit niet uit dat daarnaast of in plaats daarvan een bestuursrechtelijke herstelsanctie wordt opgelegd, zoals een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang. Ook een herstelsanctie als de (tijdelijke) intrekking van een vergunning kan gepaard gaan met het opleggen van een bestuurlijke boete.
De mogelijkheden om een bestuurlijke boete voor overlastfeiten in te voeren, zijn op een aantal manieren begrensd door de wetgever. Zo is een klein aantal feiten opgenomen in een zogenaamde negatieve lijst (artikel 2 Besluit Bboor). Ten aanzien van de feiten die zijn genoemd in de negatieve lijst kan de gemeenteraad niet bepalen dat daarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd. Het gaat hierbij om voorschriften waarvan de overtreding gepaard kan gaan met geweld, zoals voorschriften met betrekking tot het hinderlijk gebruik van alcohol of het gebruik van harddrugs. Ook voorschriften met een gevaarzettend karakter (zoals voorschriften met betrekking tot samenscholingen, ongeregeldheden of vechten), of die evident raken aan ernstiger strafbare feiten (zoals voorschriften met betrekking tot de handel in drugs, heling, het meevoeren van rooftassen, steekwapens, inbrekerswerktuig en voorschriften met betrekking tot de exploitatie van prostitutie), zijn uitgezonderd van de bevoegdheid om een bestuurlijke boete op te leggen. Voor deze feiten is uitsluitend strafrechtelijke handhaving mogelijk. Daarnaast zijn voorschriften met betrekking tot het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie niet in deze verordening opgenomen. De handhaving van deze voorschriften vindt voornamelijk plaats middels herstelsancties (bij overtreding van vergunningvoorschriften), en strafrechtelijk (bij constateringen van mensenhandel).
Voor overtreding van de Afvalstoffenverordening Vlaardingen 2014 onder het regime van de bestuurlijke boete geldt een zogenaamde positieve lijst (artikel 3 Besluit Bboor). Alleen voor de feiten die op deze positieve lijst zijn opgenomen, kan een bestuurlijke boete worden ingevoerd. Het gaat hierbij om voorschriften die betrekking hebben op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen en bedrijfsafvalstoffen en om voorschriften met betrekking tot het achterlaten van straatafval en zwerfafval. Vrijwel alle voorschriften uit de gemeentelijke Afvalstoffenverordening Vlaardingen 2014 vallen onder deze positieve lijst en zijn opgenomen in deze verordening, zodat bij overtreding daarvan een bestuurlijke boete kan worden opgelegd.
De verschillende boetecategorieën en de hoogte van de bestuurlijke boete is ten aanzien van een groot aantal overtredingen in (de bijlage bij) het Besluit Bboor vastgelegd. Voor zover ten aanzien van een voorschrift de boetecategorie en de hoogte van de boete niet uit het Besluit Bboor volgt, kan de gemeenteraad de boetehoogte zelf bij verordening vaststellen. Daarbij gelden echter wel de in de Gemeentewet vastgelegde maxima. De bestuurlijke boete kan voor een natuurlijk persoon (per gedraging) niet hoger zijn dan € 415,- en voor rechtspersonen niet hoger dan
€ 2.250,-. Voor de niet in het Besluit Bboor vastgestelde tarieven is met het oog op de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid nu voor tarieven gekozen die zoveel mogelijk in lijn zijn met de wel bij dat Besluit Bboor vastgestelde tarieven.
Vanwege de overzichtelijkheid zijn alle beboetbare feiten en de boetehoogte ten aanzien van natuurlijke personen in de bijlage bij de verordening opgenomen. Wanneer de boetehoogte is bepaald in het Besluit Bboor is achter het desbetreffende feit de vermelding ‘bijlage Bboor’ opgenomen. Ontbreekt deze vermelding dan wordt de boetehoogte door de raad vastgesteld.
Bij overtredingen door rechtspersonen wordt het boetebedrag voor een natuurlijk persoon vermenigvuldigd met de factor twee.
2Artikelsgewijs
Artikel 1 Boetebepalingen
Eerste en tweede lid, boetebepalingen
Uit het wettelijk regime ten aanzien van de bestuurlijke boete voor overlast in de openbare ruimte volgt dat de overtreding van een voorschrift dat ziet op gedragingen die leiden tot overlast in de openbare ruimte bestuurlijk kunnen worden beboet. Voorwaarde daarvoor is dat de betreffende bepaling tevens strafbaar is gesteld krachtens artikel 154 Gemeentewet en niet voorkomt op de negatieve lijst als bedoeld in artikel 2 van het Besluit Bboor. In het eerste en tweede lid zijn de voorschriften uit respectievelijk de Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 en de Afvalstoffenverordening Vlaardingen 2014 aangewezen, waarvan de overtreding kan leiden tot het opleggen van een bestuurlijke boete. Daarbij is rekening gehouden met de positieve lijst uit artikel 3 van het Besluit Bboor.
Derde lid, hoogte bestuurlijke boete natuurlijk persoon
Het Besluit Bboor bepaalt de verschillende boetecategorieën en de hoogte van de bestuurlijke boete. Voor zover de hoogte van de bestuurlijke boete niet uit het Besluit Bboor volgt, stelt de gemeenteraad deze bij verordening vast. De bestuurlijke boete kan niet hoger zijn dan het bedrag van de geldboete van de eerste categorie als bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De hoogte van de boete die maximaal per gedraging kan worden opgelegd is opgenomen in een afzonderlijke bijlage die onderdeel uitmaakt van deze verordening. Voor het bepalen van de hoogte van de bestuurlijke boete voor feiten die niet in het Besluit Bboor zijn opgenomen, is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de wel in het Besluit Bboor genoemde (categorieën van) voorschriften. De boetebedragen worden jaarlijks geïndexeerd.
In artikel 154b, zesde lid Gemeentewet is bepaald dat de bestuurlijke boete voor natuurlijke personen per gedraging niet hoger kan zijn dan het bedrag van de geldboete van de eerste categorie (op 1 juli 2018 maximaal € 415,-) en voor rechtspersonen per gedraging niet hoger dan € 2.250,- (bedrag op 1 juli 2018). De in de bijlage genoemde boetehoogten gelden voor natuurlijke personen die ten tijde van de overtreding 16 jaar of ouder waren
In het zevende lid van artikel 154b Gemeentewet is bepaald dat een bestuurlijke boete slechts kan worden opgelegd aan personen die ten tijde van de overtreding 12 jaar of ouder waren. De bestuurlijke boete wordt voor personen die ten tijde van de overtreding nog geen zestien jaar oud waren, gehalveerd.
Vierde lid, hoogte bestuurlijke boete rechtspersoon
Uit artikel 154b Gemeentewet volgt dat de boetebedragen die gelden voor een natuurlijk persoon kunnen worden verhoogd als de overtreding wordt begaan door een rechtspersoon. In lid 4 is bepaald dat indien de overtreding wordt begaan door een rechtspersoon, het boetebedrag als genoemd in de bijlage, wordt vermenigvuldigd met de factor twee. De reden hiervoor is dat rechtspersonen door het begaan van een overtreding veelal een bepaald economisch voordeel zullen behalen. Dit rechtvaardigt dat aan hen een hogere boete wordt opgelegd.
Artikel 2 Inwerkingtreding
Op de inwerkingtreding van verordeningen is de regeling van artikel 142 van de Gemeentewet van toepassing. Deze luidt dat alle verordeningen in werking treden op de achtste dag na bekendmaking, tenzij een ander tijdstip daarvoor is aangewezen. In artikel 2 is als tijdstip voor inwerkingtreding bepaald de dag na die waarop zij is bekendgemaakt.
Artikel 3 Citeertitel
Deze bepaling is geformuleerd overeenkomstig aanbeveling 75 (Igr 75) van de “100 Ideeën voor de gemeentelijke regelgever” (VNG, 2018).