Gemeentelijke regelgeving

Subsidieregeling Peuteropvang met voorschoolse educatie gemeente Vlaardingen 2025

Gemeente Vlaardingen · geldt sinds 23 april 2025

Aanhef

Het College van burgemeester en wethouders van Vlaardingen,

gelet op afdeling 4.2.2. en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 4 van de Algemene Subsidieverordening Vlaardingen 2024;

overwegende dat het wenselijk is nadere regels en beleidsregels vast te stellen, voor de subsidieverlening aan kinderopvangorganisaties ter uitvoering van het Onderwijskansenbeleid 2023-2026 Vlaardingen;

Besluit vast te stellen de volgende:

Subsidieregeling Peuteropvang met voorschoolse educatie gemeente Vlaardingen 2025.

Artikel 1 | Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.ASV 2024: de Algemene Subsidieverordening Vlaardingen 2024 van de gemeente Vlaardingen;

b.college: het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen;

c.dagopvanggroep met voorschoolse educatie (verder: Dagopvanggroep): een groep voor hele dagopvang in Vlaardingen die werkt volgens een VVE-programma (of binnen afzienbare tijd gaat werken volgens een VVE-programma), bij voorkeur gehuisvest is in of nabij een Vlaardingse basisschool waarmee wordt samengewerkt (of binnen afzienbare tijd wordt samengewerkt), en waar Doelgroeppeuters en overige Peuters beiden binnen dezelfde groep deelnemen;

d.doelgroeppeuter (in Vlaardingen): Peuter vanaf 2,5 jaar oud tot aan de uitstroom naar de basisschool, die in aanmerking komen voor VVE op indicatie van het Centrum voor Jeugd en Gezin in Vlaardingen. Het deelnemen aan de voorschoolse educatie is vanaf 2,0 jaar mogelijk in de gemeente Vlaardingen, waarin het eerste half jaar opbouwend is naar de 16 uur per week wanneer een Peuter 2,5 jaar oud wordt;

e.gemeente: gemeente Vlaardingen;

f.houder: de rechtspersoon aan wie een onderneming, als bedoeld in de Handelsregisterwet, toebehoort, waarbij onder “onderneming” wordt begrepen een vestiging in Vlaardingen die in het LRK vermeld staat als kinderdagverblijf;

g.kinderopvang: Kinderopvang in kindcentra van een in het LRK geregistreerde Houder;

h.kinderopvangtoeslag: een tegemoetkoming van de Rijksoverheid voor ouders in de kosten van kinderopvang;

i.LRK: Landelijk Register Kinderopvang;

j.peuteropvanggroep met voorschoolse educatie (verder: Peuteropvanggroep): een groep voor peuteropvang in Vlaardingen die werkt volgens een VVE-programma (of binnen afzienbare tijd gaat werken volgens een VVE-programma), bij voorkeur gehuisvest is in of nabij een Vlaardingse basisschool waarmee wordt samengewerkt (of binnen afzienbare tijd wordt samengewerkt), en waar Doelgroeppeuters en overige Peuters beiden binnen dezelfde groep deelnemen;

k.peuteropvangplaats: plaats voor een Peuter, vanaf 2,5 jaar tot aan de uitstroom naar de basisschool, in een Peuteropvanggroep van twee dagdelen op twee verschillende dagen en minimaal 6 en maximaal 8 uur totaal per week. Het deelnemen aan de voorschoolse educatie is vanaf 2,0 jaar mogelijk in de gemeente Vlaardingen, waarin het eerste half jaar opbouwend is naar wanneer een Peuter 2,5 jaar oud wordt;

l.peuter (in Vlaardingen): een kind van 2,5 jaar tot 4 jaar oud woonachtig in de gemeente Vlaardingen. Het deelnemen aan de voorschoolse educatie is vanaf 2,0 jaar mogelijk in de gemeente Vlaardingen, waarin het eerste half jaar opbouwend is naar (de 16 uur per week) wanneer een Peuter 2,5 jaar oud wordt;

m.taakuren: niet groepsgebonden uren die de beroepskrachten in de Dagopvanggroep of Peuteropvanggroep met voorschoolse educatie besteden aan voorbereiding, contacten met ouders, bijhouden kindgegevens, Warme Overdracht en andere werkzaamheden die de kwaliteit van de voorschoolse educatie ten goede komen;

n.vergoeding inzet pedagogisch beleidsmedewerker (pbm) VE: subsidie voor de extra personele Inzet pedagogisch beleidsmedewerker (pbm) VE, zoals omschreven in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie;

o.VVE: Voor- en vroegschoolse educatie; aan de hand van een VVE-programma wordt op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling van kinderen vanaf 2,5 jaar tot en met groep 2 van de basisschool gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling;

p.VVE-plaats: plaats voor een Doelgroeppeuter, vanaf 2,5 jaar tot aan de uitstroom naar de basisschool, in een Dagopvanggroep of Peuteropvanggroep waar de Doelgroeppeuter recht heeft op 16 uur VE per week, verdeeld over minimaal drie of vier of maximaal vijf verschillende dagen per week en maximaal 5,5 uur per dag. Het deelnemen aan de voorschoolse educatie is vanaf 2,0 jaar mogelijk in de gemeente Vlaardingen, waarin het eerste half jaar opbouwend is naar de 16 uur per week wanneer een Peuter 2,5 jaar oud wordt;

q.VVE-programma: een programma dat door het Nederlands Jeugdinstituut als VVE-programma erkend is;

r.VVE-vergoeding kwaliteit: subsidie voor het realiseren van de door de gemeente Vlaardingen vereiste verhoogde kwaliteit ten aanzien van VVE;

s.warme overdracht: overdrachtsgesprek tussen de kinderopvang en de basisschool, al dan niet met de ouders;

t.wet: Wet kinderopvang.

Artikel 2 | Doel

Deze regeling heeft ten doel het realiseren van een kwalitatief goed aanbod van peuteropvang met voorschoolse educatie gericht op de stimulering van de ontwikkeling van peuters met een doorgaande lijn met Vlaardingse basisscholen.

Artikel 3 | Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

1Op grond van deze regeling kan subsidie worden verstrekt ten behoeve van een Vlaardingse Peuter voor deelname aan een Dagopvanggroep of Peuteropvanggroep in Vlaardingen.

2In de in het eerste lid genoemde Dagopvanggroep of Peuteropvanggroep bestaat het aanbod uit:

a.minimaal 16 uur en maximaal 16,5 uur per week voor Doelgroeppeuters, verdeeld over drie of vier of vijf verschillende dagen per week, waarvan maximaal 5,5 uur per dag en maximaal 660 uur per Doelgroeppeuter op jaarbasis subsidiabel is; of

b.minimaal 6 en maximaal 8 uur per week voor een Vlaardingse Peuter, niet zijnde Doelgroeppeuter waarvan ouders geen recht hebben op Kinderopvangtoeslag, verdeeld over twee verschillende dagen per week, waarvan maximaal 4 uur per dag en maximaal 320 uur per Peuter op jaarbasis subsidiabel is.

3Op grond van deze regeling kan aan de Houder, per Doelgroeppeuter waarvoor de subsidie ingevolge artikel 3, tweede lid sub a is verleend, een VVE-vergoeding kwaliteit worden verstrekt.

4Op grond van deze regeling kan aan de Houder, per Doelgroeppeuter in een Dagopvanggroep, een VVE-vergoeding kwaliteit worden verstrekt.

5Om in aanmerking te komen voor de vergoeding genoemd in het vierde lid, dient het aangeboden VVE-programma voor een Doelgroeppeuter in de Dagopvanggroep minimaal te bestaan uit 640 uur per jaar en te voldoen aan de wettelijke criteria van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.

6Op grond van deze regeling kan aan de Houder per Doelgroeppeuter voor zowel een Dagopvanggroep als Peuteropvanggroep een Vergoeding Inzet pedagogisch beleidsmedewerker (pbm) VE worden verstrekt.

7Indien op grond van deze regeling subsidie wordt verstrekt, kan aan de Houder tevens op aanvraag subsidie voor Taakuren worden verstrekt.

Artikel 4 | Subsidievoorwaarden

1Er moet aantoonbaar sprake zijn van een samenwerking met een basisschool gericht op het optimaliseren van voor- en vroegschoolse educatie ingevolge artikel 7 van deze subsidieregeling.

2De bevindingen van de Inspectie van het Onderwijs en/of de GGD aanleiding geven om de activiteiten te mogen starten.

3Er loopt geen bestuursrechtelijke handhavingsprocedure tegen de kinderopvanglocatie binnen de gemeente.

4Aannemelijk is dat de Houder, dan wel de (lopende) activiteiten, voldoen aan de eisen gesteld in deze subsidieregeling, de Wet Kinderopvang, wettelijke regelingen met betrekking tot kinderopvang met voorschoolse educatie of andere relevante juridische voorwaarden en regelingen, alsmede de kwaliteitscriteria voor VVE van de Inspectie van het Onderwijs.

5De subsidie is uitsluitend aan te vragen door een Vlaardingse Houder en het college subsidieert uitsluitend aan een Vlaardingse Houder.

6De Peuter, ten behoeve waarvan subsidie wordt gevraagd, is een Vlaardingse Peuter.

7De ouder/verzorger (verder: ouder) van een Peuter, niet zijnde Doelgroeppeuter, heeft geen recht op Kinderopvangtoeslag voor minimaal twee dagdelen per week.

8Er wordt geen subsidie verleend voor zover de kosten reeds worden gedekt door financiering op grond van een (sociaal) medische indicatie.

Artikel 5 | Aanvraag

1Een aanvraag kan uitsluitend worden ingediend door een Houder ten behoeve van ouders van een Peuter voor hun deelname aan een Dagopvangroep of Peuteropvanggroep in Vlaardingen.

2De in het eerste lid genoemde aanvraag vindt plaats op basis van en is onderbouwd met:

a.een reële inschatting van het aantal bezette (VVE) Peuterplaatsen en te factureren ouderbijdragen;

b.inschatting van de deelname in aantal contacturen en dagdelen per week.

3Het College stelt een aanvraagformulier/aanvraagformat beschikbaar, waarmee de Houder haar aanvraag indient.

4De Houder dient bij de aanvraag haar pedagogisch beleidsplan bij te voegen, waaruit blijkt hoe er vorm gegeven wordt aan de uitvoering van peuteropvang met voorschoolse educatie.

5Voor een Peuter, niet zijnde Doelgroeppeuter, kan alleen subsidie worden aangevraagd indien ouders geen recht hebben op Kinderopvangtoeslag.

6Voor een Peuter kan slechts subsidie worden aangevraagd indien hij/zij een Vlaardingse Peuter is.

Artikel 6 | Criteria algemeen

1In een Dagopvanggroep en Peuteropvanggroep wordt er gewerkt volgens een VVE-programma en volgens een methode van opbrengstgericht werken.

2De kwaliteit van het eigen aanbod wordt door de Houder geëvalueerd, verbeterd en geborgd en hier wordt jaarlijks verslag van gedaan.

3De Houder streeft aantoonbaar naar een zo hoog mogelijke kwaliteit die naar beoordelingen door de Inspectie van het Onderwijs en de GGD minimaal geldt als voldoende of hoger.

4De Houder houdt de brede ontwikkeling van kinderen bij in een observatiesysteem, in ieder geval op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling.

5De Houder verleent medewerking aan monitoring, resultaatafspraken, of aan andere door de gemeente aangewezen systemen en/of organisaties.

6De Houder meldt het ontstaan van wachtlijsten en verleent bijdrage/medewerking aan de Gemeente om mogelijke beleidsaanpassingen indien nodig mogelijk te maken.

7De Peuteropvanggroep is structureel 16 uur per week open of tot maximaal 16,5 uur per week, verdeeld over tenminste drie of vier of vijf verschillende dagen.

8In de Peuteropvanggroep zorgt de Houder voor een aanbod van totaal tenminste 6 uur tot maximaal 8 uur verdeeld over twee verschillende dagen per week voor niet Doelgroeppeuters, waarvoor ouders geen recht hebben op Kinderopvangtoeslag en die woonachtig zijn in Vlaardingen.

9In aanvulling op het zevende lid en achtste lid geldt in de Peuteropvanggroep de verplichting dat het aanbod op jaarbasis (minimaal) 640 uur voor de Doelgroeppeuters en (minimaal) 240 uur voor de overige Peuters dient te bedragen.

10In aanvulling op het zevende lid geldt dat het aanbod aantal uren op jaarbasis wordt geteld vanaf de leeftijd 2,5 jaar van een Peuter. In de leeftijdsfase van een Peuter tussen de 2,0 jaar en 2,5 jaar bouwt de Peuter het aantal uren per week op naar de 16 uur per week.

11Door de Houder wordt ernaar gestreefd dat Doelgroeppeuters die 16 uur per week deelnemen zoveel mogelijk doorstromen (wegens het bereiken van de leeftijd van 4 jaar) naar de basisschool waarmee wordt samengewerkt.

12De Houder geeft Doelgroeppeuters voorrang bij plaatsing van Peuters op beschikbaar gekomen plaatsen.

13De Houder voldoet aan alle van toepassing zijnde wet- en regelgeving inzake Peuteropvang en Voorschoolse Educatie, alsmede hetgeen in deze subsidieregeling is bepaald.

14De Houder werkt, indien nodig, samen met zorgaanbieders en wijknetwerken.

Artikel 7 | Criteria inzake samenwerking voor- en vroegschoolse educatie

1De Houder heeft met het schoolbestuur van een dichtbijgelegen Vlaardingse basisschool een VVE samenwerking. Hierin zijn minimaal de afspraken vastgelegd voor de uitvoering van de voor- en vroegschoolse educatie, waaronder de wijze waarop de doorgaande leerlijn naar de basisschool wordt gerealiseerd.

2In afwijking van het eerste lid zijn er geen specifieke samenwerkingsafspraken noodzakelijk indien uit de statuten blijkt dat de voorschoolse voorziening en het schoolbestuur onderdeel uitmaken van dezelfde organisatie.

3De Houder streeft naar afstemming met de basisschool over het observatiesysteem voor het volgen van de brede ontwikkeling van kinderen.

4De Houder zorgt na schriftelijke toestemming van de ouders voor overdracht van gegevens over het kind en diens ontwikkeling bij de doorstroom naar de basisschool. Waar mogelijk gaat dit gepaard met een Warme Overdracht. De Warme Overdracht vindt in ieder geval plaats bij Doelgroeppeuters en Peuters waarover zorgen bestaan.

Artikel 8 | Criteria inzake Personeel

1De beroepskracht in de Dagopvangroep en Peuteropvanggroep dient aantoonbaar minimaal aan de basiseisen die de Rijksoverheid aan VVE-personeel stelt, te voldoen.

2In aanvulling op het eerste lid dient de beroepskracht in de Dagopvanggroep en de Peuteropvanggroep aantoonbaar aan de kwalificatie voorschoolse educatie te voldoen. Hiermee wordt bedoeld:

a.Een aanvullende scholing in de voorschoolse educatie bestaande uit minimaal twaalf dagdelen binnen de opleiding; of:

b.Een aanvullende scholing in de voorschoolse educatie bestaande uit minimaal twaalf dagdelen bij een gecertificeerde trainer van een VVE-methodiek, erkend door het NJI.

3De beroepskrachten in de Dagopvanggroep en Peuteropvanggroep zijn volledig gecertificeerd voor het VVE-programma waarmee zij werken, of bezig zich te certificeren. Met bezig te certificeren wordt bedoeld de eerste training binnen 6 maanden te gaan volgen en binnen twee kalenderjaren de scholing af te ronden.

4De beroepskrachten in de Dagopvangroep en Peuteropvanggroep worden gestimuleerd jaarlijks aan (maximaal) twee dagdelen nascholing deel te nemen ten behoeve van (borging van) de kwaliteit in de voorschoolse educatie vanuit VE-scholing in het Onderwijskansenbeleid van de gemeente.

Artikel 9 | Criteria inzake de relatie met de ouders

1De Houder zorgt ervoor dat ouders worden betrokken bij de Dagopvang of Peuteropvang. Er is sprake van een gericht ouderbeleid dat mimimaal voldoet aan de daaraan door de Inspectie van het Onderwijs gestelde voorwaarden en conform het wettelijk kader kinderopvang.

2De Houder int de (ouder)bijdragen voor de deelname van hun kind(eren) aan de Dagopvanggroep en Peuteropvanggroep bij de ouders.

3De Houder biedt ouders van een Doelgroeppeuter, die recht hebben op Kinderopvangtoeslag, slechts gebruik van de Peuteropvanggroep aan, indien zij een maximaal uurtarief betalen wat lager of gelijk is aan het fiscaal maximale uurtarief voor de Kinderopvangtoeslag.

4De Houder brengt bij ouders zonder recht op Kinderopvangtoeslag een inkomensafhankelijke ouderbijdrage in rekening volgens een ouderbijdragetabel die jaarlijks vastgesteld wordt door het College. Voor de berekening van de hoogte van deze inkomensafhankelijke ouderbijdrage, worden de eigenbijdragepercentages en inkomensgroepen van de kinderopvangtoeslagtabel van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangehouden.

5Voor de in het vierde lid genoemde berekening maakt de Houder gebruik van de door de ouders aan de Houder overgelegde inkomensverklaring van de Belastingdienst en een door het College vastgestelde Eigen Verklaring waarmee de ouders verklaren geen recht te hebben op Kinderopvangtoeslag.

6Ouders die hiervoor in aanmerking komen, worden door de Houder gewezen op de mogelijkheid om Bijzondere Bijstand aan te vragen.

Artikel 10 | Subsidie

1De grondslag voor de subsidie is het werkelijk aantal (Doelgroep)Peuters en het werkelijk aantal uren dat gebruik wordt gemaakt van de Dagopvanggroep en Peuteropvanggroep.

2Het College stelt jaarlijks de maximaal subsidiabele uurprijs per Peuteropvangplaats en per VVE-plaats vast.

3Het College stelt jaarlijks de hoogte van de subsidie Vergoeding Inzet pedagogisch beleidsmedewerker (pbm) VE vast.

4Het College stelt jaarlijks de hoogte van de VVE-vergoeding kwaliteit per VVE-plaats vast.

5De hoogte van de subsidie Taakuren bedraagt 25% van het uurprijs per Peuteropvangplaats of per VVE-plaats.

6Het College hanteert een subsidiebedrag maximaal tot het door het College vastgestelde als subsidiebedrag voor ouders met een Peuter zonder VVE-indicatie het door de Houder werkelijk gehanteerde uurtarief, doch maximaal tot het door het College vastgestelde maximum uurtarief.

7De subsidie wordt aan de Houder van de Dagopvanggroep en de Peuteropvanggroep verleend.

Artikel 11 | Subsidieplafond

1Voor de toepassing van deze subsidieregeling geldt een subsidieplafond zoals is opgenomen in het Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid. Dit bedrag is onder voorbehoud van de jaarlijkse vaststelling van de begroting door de gemeenteraad en onder voorbehoud van verkrijging van de gemeentelijke onderwijsachterstandsmiddelen van de Rijksoverheid. Het subsidieplafond kent een hoogte van € 3.000.000,- per kalenderjaar.

2Indien honorering van alle aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, hebben aanvragen ten behoeve van de deelname van Peuters bij een Houder die reeds gesubsidieerde peuteropvang met voorschoolse educatie in Vlaardingen exploiteerde voorrang boven andere aanvragen.

Artikel 12 | Subsidievaststelling

1De bepalingen in hoofdstuk 9 van de Algemene Subsidieverordening Vlaardingen 2024 zijn onverminderd van toepassing op de verantwoording en vaststelling van de subsidie.

2Bij de vaststelling van de subsidie wordt de door de Houder in rekening gebrachte ouderbijdrage in mindering gebracht. De Houder int zelf de ouderbijdrage en is verantwoordelijk voor het bijbehorende risico van niet-betalers (wanbetalers).

3Vaststelling van subsidie vindt plaats na afloop van het subsidietijdvak aan de hand van de daadwerkelijke overeenkomst(en) met ouders van Doelgroeppeuters en overige Peuters voor hun plaatsing in de Dagopvanggroep of Peuteropvanggroep en de daadwerkelijk in rekening gebrachte ouderbijdragen.

4De vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van het daadwerkelijk gebruik van het aantal Doelgroeppeuters dat per januari van het betreffende subsidiejaar deelneemt.

Artikel 13 | Deelname niet-Vlaardingse Peuters

1In afwijking van artikel 4 en artikel 5, zesde lid, kunnen niet-Vlaardingse Doelgroeppeuters in aanmerking komen voor subsidie voor deelname aan een Peuteropvanggroep met voorschoolse educatie in Vlaardingen. Deze subsidie is gemaximeerd op 15% van het totaal aantal Doelgroeppeuters per Houder.

Artikel 14 | Slotbepalingen

1Deze Subsidieregeling treedt in werking de dag na bekendmaking.

2Gelijktijdig volgt intrekking van de ‘Subsidieregeling Peuteropvang met voorschoolse educatie gemeente Vlaardingen 2023’.

3Deze Subsidieregeling wordt aangehaald als ‘Subsidieregeling Peuteropvang met voorschoolse educatie gemeente Vlaardingen 2025’.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.