Aanhef
Het college van de gemeente Vlaardingen
Besluit
gelet op artikel 125 Ambtenarenwet;
gelet op hoofdstuk 6 van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten (CAR) en de Uitwerkingsovereenkomst (UWO);
gelet op artikel 160 Gemeentewet en
na verkregen instemming van de Ondernemingsraad
tot vaststelling van de navolgende regeling en deze op te nemen in de arbeidsvoorwaardenregeling van de gemeente Vlaardingen:
Verlofregeling gemeente Vlaardingen
Artikel 1 Begripsomschrijving
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
1Medewerker
De ambtenaar in de zin van artikel 1:1, eerste lid, onder a van de CAR.
2Voltijd
De volledige betrekking als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onder k van de CAR.
3Deeltijd
De naar rato van de volledige betrekking vastgestelde arbeidsduur per week.
4Werkpatroon
Het aantal te werken uren per week die verdeeld zijn over de werkdagen.
5Individueel Keuze Budget (IKB)
In geldwaarde uitgedrukte aanspraken resulterend in een saldo dat de medewerker kan aanwenden voor de landelijke in de CAR-UWO neergelegde en lokaal aangewezen doelen.
Artikel 2 Omvang basis vakantieverlof
1De vakantie van de medewerker met een volledige dienstbetrekking bedraagt overeenkomstig art. 6:2 CAR-UWO ten minste 144 wettelijke verlof uren per kalenderjaar. Het bovenwettelijk verlof van de medewerker met een volledige dienstbetrekking bedraagt 14,4 uren per kalenderjaar. De financiële tegenwaarde van dit bovenwettelijk verlof is opgenomen in het IKB.
2Een medewerker die vóór 1 januari 2011 in dienst is getreden heeft, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, recht op 7,2 uur extra bovenwettelijk verlof per kalenderjaar.
3Voor de medewerker die is aangesteld voor een arbeidsduur van minder dan 36 uur per week geldt een naar evenredigheid lager aantal uren zoals bedoeld in het eerste of tweede lid.
4Afronding van het verlof geschiedt op 2 cijfers achter de komma volgens de gebruikelijke rekenregels.
5In het geval een medewerker ziek is op een verlofdag wordt het verlof als niet genoten beschouwd.
Artikel 3 Vermeerdering vakantieverlof
1Het basisverlof kan overeenkomstig artikel 6:2:1, derde en vierde lid van de CAR worden vermeerderd vanwege volbrachte diensttijd of bereikte leeftijd en/of als gevolg van onregelmatige dienst en/of beschikbaarheidsdienst.
2Voor de medewerker die is aangesteld voor een arbeidsduur van minder dan 36 uur per week geldt een naar evenredigheid lager aantal uren. Bij deze verlofberekening wordt allereerst het totale verlofrecht op basis van een volledige betrekking bepaald alvorens het evenredige deel te berekenen.
3In het geval van samenloop tussen het bovenstaande en de bepalingen uit de CAR-UWO prevaleert de meest gunstige optie voor de medewerker.
4Voor de medewerker in dienst vóór 1 januari 2017, wordt het bovenwettelijk verlof conform art. 6: 2 CAR-UWO vermeerderd met 14,4 uur per kalenderjaar vanwege het vervallen van de lokale feestdagen 1 en 5 mei.
5Voor de medewerker die is aangesteld voor een arbeidsduur van minder van 36 uur per week, geldt met betrekking tot het bepaalde in lid 4 een naar evenredigheid lager aantal uren.
Artikel 3a Vermeerdering vakantieverlof op basis van leeftijd- en/of overheidsdiensttijd
1De bedoelde vermeerdering vanwege volbrachte diensttijd of bereikte leeftijd in het eerste lid van artikel 3 is afhankelijk van de datum van indiensttreding en bedraagt:
Medewerker in dienst gemeente Vlaardingen vóór 1 januari 1997
Leeftijd of diensttijd
Extra verlofuren per jaar
Leeftijd van 35 tot en met 44 jaar of een diensttijd van 15 tot en met 24 jaar
7,20 uren
Leeftijd van 45 tot en met 54 jaar of een diensttijd van 25 tot en met 34 jaar
21,60 uren
Leeftijd van 55 tot en met 59 jaar of een diensttijd van 35 tot en met 39 jaar
28,80 uren
Leeftijd van 60 of ouder of een diensttijd van 40 jaar of meer
36,00 uren
Medewerker in dienst gemeente Vlaardingen op of na 1 januari 1997
Leeftijd of diensttijd
Extra verlofuren per jaar
Leeftijd van 45 tot en met 54 jaar of een diensttijd van 25 tot en met 34 jaar
7,20 uren
Leeftijd van 55 tot en met 59 jaar of een diensttijd van 35 tot en met 39 jaar
14,40 uren
Leeftijd van 60 of ouder, of een diensttijd van 40 jaar of meer
21,60 uren
2Bepalend voor de verlofrechten is de leeftijd of diensttijd die de medewerker het betreffende jaar bereikt.
Artikel 3b Vermeerdering vakantieverlof als gevolg van onregelmatigheidsdienst en/of beschikbaarheidsdienst
De bedoelde vermeerdering als gevolg van onregelmatige dienst en/of beschikbaarheidsdienst bedraagt:
Categorie
Extra verlofuren per jaar
De medewerker, die arbeid verricht waarvoor een toelage onregelmatige dienst is toegekend
14,40 uren
De medewerker die in een periode van 12 aaneengesloten maanden regelmatig gemiddeld 60% per (36- urige) werkweek arbeid verricht waarvoor een toelage onregelmatige dienst is toegekend.
21,60 uren
De medewerker die in een periode van 12 aaneengesloten maanden regelmatig gemiddeld 75% per (36- urige) werkweek arbeid verricht waarvoor een toelage onregelmatige dienst is toegekend.
28,80 uren
De medewerker die in een periode van 12 aaneengesloten kalendermaanden regelmatig gedurende 13 of meer volle kalenderweken beschikbaarheidsdiensten heeft verricht.
14,40 uren
De medewerker die in een periode van 12 aaneengesloten kalendermaanden regelmatig gedurende 6 maar niet meer dan 12 volle kalenderweken beschikbaarheidsdiensten heeft verricht.
7,20 uren
Artikel 4 Feestdagen
De medewerker heeft recht op verlof met behoud van salaris en de toegekende salaristoelage(n) op de volgende feestdagen conform artikel 4:5, derde lid van de CAR-UWO:
•Nieuwjaarsdag;
•Tweede paasdag;
•Dag waarop de verjaardag van de koning wordt gevierd;
•Hemelvaartsdag;
•Tweede pinksterdag;
•Eerste en tweede kerstdag.
In aanvulling daarop wordt de volgende dag eveneens aangemerkt als feestdag:
•Goede Vrijdag;
Artikel 5 Vaststellen collectief verlof
1Jaarlijks kan de gemeentesecretaris met instemming van de Ondernemingsraad uren van het verloftegoed aanwijzen als collectieve verlofuren.
2Indien een werkdag gelegen is tussen het weekend en twee aaneengesloten feestdagen is deze dag een brugdag met collectief verlof waarvoor geen verlof hoeft te worden opgenomen.
Artikel 6 Verlenen vakantieverlof
1De leidinggevende beslist over het verlenen van verlof op basis van het dienstbelang. Hierbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de wensen van de medewerker.
2Verlofaanvragen dienen tijdig voorgelegd worden aan de leidinggevende. Tijdig betekent voor incidentele verlofdagen minimaal 2 werkdagen voorafgaand aan de opname. Voor aaneengesloten perioden vakantieverlof geldt een maximum van 2 maanden. In overleg met de leidinggevende kunnen afwijkende afspraken worden gemaakt
Artikel 7 Opnemen verlofuren
1Verlofuren behoren in de regel te worden opgenomen in het kalenderjaar waarover ze zijn toegekend.
2Verlofopname geschiedt op basis van het aantal uren dat de medewerker volgens het werkpatroon op de betreffende dag geacht wordt te werken.
3In het geval dat op verzoek van de medewerker in enig kalenderjaar niet het gehele vakantieverlof is verleend mag de medewerker het verlof over laten schrijven naar het volgende kalenderjaar. Het wettelijke verlof vervalt na 12 maanden na het einde van dat kalenderjaar. Het bovenwettelijke verlof vervalt na 60 maanden na het einde van dat kalenderjaar.
4In tegenstelling tot het bepaalde in lid 3, geldt de vervaltermijn niet als de medewerker tot aan dat tijdstip om medische redenen redelijkerwijs niet in staat is geweest om dit vakantieverlof op te nemen, of dit vanwege dienstbelang niet mogelijk is geweest.
5Een medewerker kan een verzoek indienen om zijn wettelijk verlof gedeeltelijk in te zetten voor een langere verlofperiode. Het college kan daarbij de in lid 3 genoemde termijn verlengen.
6In geval van ontslag dient de medewerker in overleg met zijn leidinggevende zo veel mogelijk verlof voor de ontslagdatum te hebben opgenomen.
Artikel 8 Buitengewoon verlof
1Het buitengewoon verlof is geregeld in de artikelen 6:4 tot en met 6:4:4 van de CAR-UWO. Hierbuiten kent de gemeente Vlaardingen extra faciliteiten toe aan de medewerker tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten.
2De bedoelde extra faciliteiten in het eerste lid zijn:
a.bij overlijden van echtgenoot of de geregistreerd partner, ouders, pleegouders, stiefouders, kinderen, pleegkinderen, stief- en aangehuwde kinderen gedurende vier werkdagen;
b.bij overlijden van bloed- en aanverwanten in de 2e graad gedurende twee werkdagen, tenzij de medewerker is belast met de regeling van de begrafenis c.q. crematie of (en) nalatenschap. In dat geval wordt ten hoogste vier werkdagen verlof toegekend.
Artikel 9 Ouderschapsverlof
De medewerker heeft in aanvulling op het bepaalde in de Wet Arbeid en Zorg, recht op betaald ouderschapsverlof conform de bepalingen in hoofdstuk 6 van de CAR-UWO. Het percentage van doorbetaling wordt gebaseerd op het bepaalde in artikel 6:5 lid 2 van de CAR-UWO.
Artikel 10 Onvoorziene omstandigheden
In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet kan het college een voorlopige voorziening treffen.
Artikel 11 Inwerkingtreding regeling
Deze regeling treedt in werking met terugwerkende kracht per 1 januari 2017.