Aanhef
Ruimte voor ontmoeting
Voorwoord
Gemeenschapshuizen vormen de basis voor een vitale en sociale samenleving. Zij zijn een randvoorwaarde voor leefbare dorpen en wijken, en misschien zelfs een onmisbare basisvoorziening.
Na een lange periode waarin de gemeenschapshuisbesturen herhaaldelijk hun inbreng gaven, geduld en uithoudingsvermogen toonden door vol te houden ondanks onduidelijkheid vanuit de gemeente, ligt er nu een beleidskader. Dit document is het resultaat van enorme betrokkenheid en de wil om samen tot een helder en toekomstbestendig kader te komen. We zijn trots op de inzet van alle betrokkenen, ambtelijk en vooral de vele besturen en vrijwilligers.
Onze gezamenlijke ambitie is het behoud van ons maatschappelijk kapitaal: de sociale ontmoetingsplaatsen waar een gemeenschap ontstaat. We zijn toe aan duidelijkheid, zodat besturen en vrijwilligers zich kunnen richten op wat echt telt: het organiseren van activiteiten en het versterken van de gemeenschap.
Vertrouwen in een ondersteunende, faciliterende gemeente is daarbij essentieel. Want als je de stenen wegneemt uit deze plekken, blijft ontmoeting en gemeenschap over. Dit is waar het in dorpen en wijken écht om draait. Ontmoeting in je directe leefomgeving ontstaat vaak vanzelf, maar voor ontmoetingen buiten gezin, geloof en school is een plek nodig – een broedplaats voor nieuwe initiatieven en sterkere gemeenschappen.
Met dit beleidskader willen we ervoor zorgen dat als het gaat om stenen, de besturen zich kunnen richten op het bouwen van gemeenschappen, dat als het gaat om energie, de besturen zich kunnen richten op nieuwe activiteiten en dat als het gaat om onderhoud, zij zich kunnen richten op het goede gesprek. Zo geven we onze sociale ontmoetingsplaatsen een toekomstbestendige basis.
Ad Jongenelen
Wethouder
Kees Bel
Wethouder
4 Nieuw beleidskader
4.2 Beleidskeuzes
4.2.1 Gemeenschapshuizen in dorpen en wijken
1a
We faciliteren voor elk dorp en elke wijk waar nu nog geen gemeenschapshuis is een toekomstbestendige locatie voor een gemeenschapshuis.
De vorming of de aanwezigheid en continuïteit van een beheerstichting (gemeenschapshuisbestuur) zijn daarbij randvoorwaarden.
1b
Bij een verzoek voor een nieuw gemeenschapshuis in een dorp of wijk waar er nu geen is, wegen we transparant af of een nieuw gemeenschapshuis passend is. Om een zorgvuldige afweging te maken of er wel of niet een nieuw gemeenschapshuis moet worden gerealiseerd, werken we in de uitvoeringsfase afwegingscriteria verder uit. Onderdeel hiervan zijn in ieder geval de definitie en criteria gemeenschapshuis, de aanwezigheid van een gedegen activiteitenplan, en de betrokkenheid van de inwoners uit het dorp of de wijk zelf.
1c
Welk gebouw of welke ruimte geschikt is, bekijken we per dorp of wijk in samenspraak met alle betrokkenen.
15Inwoners, gemeenschapshuisbestuur, wijk- of dorpsraad, de betrokken vakteams bij de gemeente en eventuele andere betrokken zoals woningbouwcorporaties of sociaal werk.
We onderzoeken daarbij de mogelijkheden van clustering met andere functies, hergebruik van een bestaand pand, werken met een dependance en nieuwbouw.
16In de meerjareninvesteringsplanning gaan we uit van een ruimtebehoefte van 322 m2 voor gemeenschapshuizen. In de uitvoering zal er sprake zijn van maatwerk.
1d
We maken een Duurzaam Integraal Huisvestingsplan Gemeenschapshuizen (DIHPG) met een daarin een meerjarenplanning.
17In het Duurzaam Integraal Huisvestingsplan Gemeenschapshuizen (DIHPG) wordt beschreven en weergegeven wat de huidige onderhoudsstaat van de gemeenschapshuizen is. Vanuit dit beeld wordt gekeken naar de wenselijkheid of noodzakelijkheid voor verduurzaming, renovatie of nieuwbouw. Dit wordt weergegeven in een meerjarenplanning per object. Gemeenschapshuizen in eigendom van woningbouwcorporaties worden niet in het DIHPG opgenomen.
Dit nemen we op in de investeringsplanning voor de gemeentelijke begroting.
1f
Wanneer er sprake is van verbouw van of nieuwbouw voor een bestaand gemeenschapshuis (op basis van bouwjaar en/of staat van het gebouw) in een dorp of wijk met meerdere gemeenschapshuizen, bepalen we in samenspraak met de betrokkenen opnieuw of één gemeenschapshuis volstaat. Het besluit om over te gaan op nieuwbouw en/of het behouden of laten vervallen van een tweede gemeenschapshuis in een dorp of wijk leggen we voor aan de raad.
4.2.2 Eigendom en staat gebouwen
2a
De gemeente neemt een rol bij het ontzorgen in de ‘gebouwenlast’, opdat tijd en energie van de besturen naar het faciliteren van de activiteiten kan gaan.
2b
De gemeente verstrekt hiervoor een instandhoudingssubsidie voor elk gemeenschapshuis waarmee:
–Een deel van het periodieke onderhoud bekostigd wordt op basis van een meerjarenonderhoudsplan (MJOP);
–De toegankelijkheid van de gebouwen verbeterd wordt
18Minimaal toegankelijkheidsniveau: entree, gebruiksruimten en toilet zijn rolstoeltoegankelijk.
;
–De bestaande huurkosten
19Het verhuurbeleid gemeentelijk vastgoed in is ontwikkeling, waardoor gemeenschapshuizen, die in eigendom zijn van de gemeente, mogelijk te maken gaan krijgen met een aanpassing van de huur op grond van de Wet Markt en Overheid (kostprijs dekkende huur). Voor de gemeenschapshuizen in eigendom van de gemeente is in de berekeningen al rekening gehouden met een kostprijsdekkende huurprijs.
(in geval van huur) of de bestaande kapitaallasten (rente en aflossing) gedekt worden;
–De kosten voor de onroerendezaakbelasting (OZB) gedekt worden.
2c
Wanneer een gemeenschapshuisbestuur aanspraak maakt op een instandhoudingssubsidie:
–Is het hebben en uitvoeren van een actueel MJOP een voorwaarde;
–Geldt een inspanningsverplichting van de gemeenschapshuisbesturen om activiteiten gericht op ontmoeting faciliteren;
–Draagt de gemeente niet langer bij aan incidentele aanvragen, zoals voor een kapot dak, een nieuwe vloer of een tekort in de exploitatie.
2d
Een gemeenschapshuisbestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van een meerjarenonderhoudsplan (MJOP). Dit MJOP dient opgesteld te worden op basis van de NEN 2767, waarbij conditieniveau 3 als uitgangspunt geldt.
20De keuze voor de NEN 2767-methodiek zorgt voor een objectieve en uniforme wijze van conditiemeting en voorkomt discussies over de kwaliteit van het onderhoud. Conditieniveau 3 (redelijk) sluit aan bij de landelijke normering en biedt een realistisch en kostenefficiënt uitgangspunt voor het beheer. Door het MJOP bij een onafhankelijk adviesbureau te laten opstellen, is de kwaliteit en betrouwbaarheid van het plan gewaarborgd. Het gezamenlijk doornemen van het plan door bestuur en gemeente bevordert transparantie, zorgt voor afstemming over prioriteiten en borgt dat de afspraken over onderhoud en financiën aansluiten bij de wederzijdse verwachtingen.
Het bestuur verstrekt hiervoor zelf opdracht aan een onafhankelijk adviesbureau. In de uitvoeringsfase onderzoeken we of, en zo ja hoe, we dit collectief via de gemeente kunnen laten uitvoeren. Het MJOP wordt elke vier jaar geactualiseerd.
2e
We nemen verduurzamingsmaatregelen, (met als doel een duurzame verlaging van de energiekosten), nieuwbouw en renovatie op als investering in het DIHPG. Op die manier ontstaat samenhang in de toekomst van de gemeenschapshuizen.
21Voor verduurzamingsmaatregelen laten we adviesrapporten opstellen, waarmee helder wordt wat de verbruiken (en gebruik) zijn van de energielasten.
2f
Voor de verduurzamingsmaatregelen gelden de uitgangspunten zoals vastgesteld in de Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed 2025-2050.
22RWD 1105199 1. Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed.pdf
Gemeenschapshuizen die eigendom zijn van woningcorporaties kunnen hier geen aanspraak op maken; de verantwoordelijkheid voor verduurzaming ligt in deze gevallen bij de woningcorporaties.
2g
We onderzoeken of en hoe een algemeenbelangbesluit van meerwaarde is bij de gemeentelijke ondersteuning van de gemeenschapshuizen.
23De Wet Markt en Overheid bevat gedragsregels voor de gehele overheid. Zo moet de gemeente alle integrale kosten van een economische activiteit (verhuur bijvoorbeeld) in rekening brengen. Als er sprake is van een maatschappelijk belang kan de gemeenteraad op grond van artikel 25h lid 5 en 6 van de Mededingingswet bepalen dat de gedragsregels uit de Wet Markt en Overheid niet gelden voor economische activiteiten die plaatsvinden in het algemeen belang.
2h
Wanneer er sprake is van het opstarten van een nieuw gemeenschapshuis, onderzoeken we in samenspraak met alle betrokkenen wat de best passende eigendomsvorm is.
2i
Wanneer een gemeenschapshuisstichting met een gemeenschapshuis in eigendom stopt, kijken we in samenspraak met alle betrokkenen wat we met het gemeenschapshuis doen. Wanneer er geen nieuwe inwoners of lokale (sociaal) ondernemers zijn die het gemeenschapshuis willen voortzetten en het eigendom willen overnemen, vervalt het eigendom van het gebouw om niet aan de gemeente.
24Deze bepaling wordt vastgelegd in de statuten en/of overeenkomst met het gemeenschapshuisbestuur. Dit is gerechtvaardigd omdat de gemeente in de loop der tijd substantieel heeft bijgedragen aan de (realisatie en) instandhouding van het gebouw.
2j
Voor 2026 voorzien we in een Transitiefonds incidentele ondersteuning gemeenschapshuizen, zodat gemeenschapshuizen bij onvoorziene zaken tijdens de transitieperiode kunnen blijven bestaan.
4.2.3 Functies en activiteiten voor ontmoeting
3a
Gemeenschapshuisbesturen en andere inwoners kunnen in aanmerking komen voor een waarderingssubsidie Sociaal Domein of een aanvraag doen voor een inwonersinitiatief voor activiteiten gericht op ontmoeten.
25Dit zijn bestaande regelingen: Subsidie aanvragen | Gemeente Vijfheerenlanden
3b
Bij de herijking van de waarderingssubsidies sociaal domein onderzoeken we of en zo ja, hoe hierin aanpassingen nodig zijn voor activiteiten voor ontmoeting.
3c
We ontwikkelen in samenspraak met alle betrokkenen een kader Toegevoegde waarde gemeenschapshuis (en daarmee een ondergrens) op basis van de definitie en criteria voor gemeenschapshuizen en het Afbakeningskader sociale basis. Dit kader vormt de basis voor de verantwoording van de subsidie voor activiteiten gericht op ontmoeting en het voldoen aan de inspanningsverplichting die hoort bij de instandhoudingssubsidie.
4.2.4 Inkomsten en exploitatie
4a
We passen de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) aan om de gemeenschapshuisbesturen meer ruimte te geven voor ondernemerschap en genereren van inkomsten. We maken hierbij afspraken om oneerlijke concurrentie (zoals bedoeld in de Wet Markt en Overheid) met horecaondernemingen in de dorpen en wijken in Vijfheerenlanden te voorkomen.
4b
We zorgen dat elk gemeenschapshuis over actuele vergunningen beschikt. Dit doen we door een zogenoemde actualisatie van de APV-vergunningen.
4.2.5 Eigenheid en ondernemerschap
5a
We organiseren een vervolg op het samenwerkingstraject met de gemeenschapshuisbesturen, om kennis te delen tussen de besturen onderling en tussen de gemeente en de besturen op onderwerpen zoals inkoop (van bijvoorbeeld energie), verduurzaming van de panden, subsidieaanvragen bij externe partijen ten behoeve van de verduurzaming en het werven van vrijwilligers.
4.2.6 Klaar voor de toekomst
6a
We breiden de ambtelijke capaciteit voor ondersteuning van de gemeenschapshuizen uit.
26Een uiteenzetting van de benodigde capaciteit voor welke werkzaamheden is opgenomen in het financieel kader (paragraaf 6.2).
6b
We maken heldere afspraken over wederzijdse verwachtingen en verplichtingen. Daarin nemen we in ieder geval afspraken op met betrekking tot de frequentie en invulling van de afstemming over:
–Jaarlijkse onderhoudsplan en MJOP;
–Toegevoegde waarde gemeenschapshuis (activiteiten en criteria gemeenschapshuis).
Het vaststellen van deze beleidsuitgangspunten en beleidskeuzes geeft duidelijkheid: dit is waar we naar toe willen, waar gemeenschapshuisbesturen en andere inwoners op kunnen rekenen en wat dat voor de gemeente betekent. Na vaststellen van dit beleidskader begint de weg naar uitvoering. Daar gaan we in hoofdstuk 5 op in.
6 Financieel kader
6.1 Financiële ondersteuning gemeenschapshuizen
6.1.1 Subsidie instandhouding gebouwen
Zoals vermeld in hoofdstuk 4 bij de uitgangspunten in paragraaf 4.2.2 zal de gemeente een rol nemen om de stichtingsbesturen van de gemeenschapshuizen op het gebouw te ontzorgen. Hiervoor zal een instandhoudingssubsidie worden verstrekt. Met deze instandhoudingssubsidie worden een deel van het periodieke onderhoud bekostigd op basis van een meerjarenonderhoudsplan (MJOP), de toegankelijkheid van de gebouwen verbeterd, bestaande huurkosten (in geval van huur) of de bestaande kapitaallasten (rente en aflossing) en de kosten voor de onroerendezaakbelasting (OZB) gedekt.
Uit de doorrekening van deze kosten voor de gemeenschapshuizen blijkt dat hiervoor een structureel bedrag van € 1.119.000 nodig is.
Hiervoor bestaat een dekking in de huidige begroting welke bestaat uit huidige subsidies, kostprijsdekkende huur en de onderhoudslasten van Het Bosch en Het Spant. Deze totale dekking bedraagt € 642.355.
Dit betekent tevens dat er sprake is van een structureel tekort van € 632.305. Dit leidt tot een extra ombuigingsopgave.
6.1.2 Toegankelijkheid gebouwen
Op het onderdeel toegankelijkheid van de gemeenschapshuizen is gebleken dat niet alle locaties rolstoeltoegankelijk zijn. Het beleid is dat deze ruimtes minimaal toegankelijk moeten zijn: de entree, toilet en gebruiksruimtes. Om hieraan te voldoen is een eenmalig investeringskrediet nodig van € 48.000. Voorgesteld wordt om dit krediet af te schrijven over 25 jaar wat resulteert in een kapitaallast van € 2.160 vanaf 2027 op het deelproject van de gemeenschapshuizen.
6.1.3 Transitiefonds incidentele ondersteuning gemeenschapshuizen
Voor 2026 voorzien we in een Transitiefonds incidentele ondersteuning gemeenschapshuizen, zodat gemeenschapshuizen bij onvoorziene zaken tijdens de transitieperiode kunnen blijven bestaan. Dit is opgenomen in het incidentele uitvoeringsbudget voor 2026.
6.1.4 Subsidie activiteiten
Gemeenschapshuisbesturen en andere inwoners kunnen in aanmerking komen voor een waarderingssubsidie Sociaal Domein of een aanvraag doen voor een inwonersinitiatief voor activiteiten gericht op ontmoeten. Dit zijn bestaande regelingen en hebben geen financieel effect op de begroting.
6.2 Ambtelijke capaciteit
6.2.1 Team Vergunningen
Het kunnen genereren van inkomsten tijdens activiteiten welke gecombineerd worden met horeca en zaalverhuur wordt beperkt door de bestemming van de locatie en de huidige paracommerciële vergunning. Om de stichtingsbesturen meer ruimte te geven als paracommerciële instelling, zal gekeken moeten worden naar de mogelijkheden voor een aanpassing van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en het verruimen van de vergunning. Hiervoor is incidentele capaciteit nodig van het Team Vergunningen.
6.2.2 Verhuurbeleid gemeentelijk vastgoed
Doordat het verhuurbeleid van de gemeente in ontwikkeling is en de stichtingsbesturen te maken gaan krijgen met kostprijsdekkende huur op grond van de Wet Markt en Overheid, zal per gemeenschapshuis berekend moeten worden welke huur gaat gelden, zodat dit opgenomen kan worden in de instandhoudingssubsidie. Hiervoor is incidentele capaciteit nodig voor het team Vastgoed.
6.2.3 Onderhoud, verduurzaming, renovatie en nieuwbouw
Omdat aan de berekening van de instandhoudingssubsidie een onderzoek naar de staat van het gebouw volgens de methodiek van meerjarige onderhoudsplanning ten grondslag ligt, vraagt dit afstemming over de toegankelijkheid, verduurzaming en renovatie.
Het gemeentelijk vastgoed is opgenomen in de routekaart verduurzaming. Ook voor het niet-eigendom van de gemeente zal moeten worden onderzocht wat de mogelijkheden zijn. Hierbij wordt gekeken naar verbetering van de energielabels en externe dekkingsbronnen. Dit wordt opgenomen in de investeringsplanning.
Voor het team Vastgoed houdt dit in dat er 13 gemeenschapshuizen worden toegevoegd. In de komende jaren zal ook sprake zijn van nieuwe gemeenschapshuizen. Er is dan ook structurele formatie nodig in de vorm van een toezichthouder vastgoed die zorg draagt dat de werkzaamheden worden uitgevoerd door de stichtingsbesturen.
6.2.4 Duurzaam Integraal Huisvestingsplan Gemeenschapshuizen
Om te kunnen voorzien in de instandhouding van de gemeenschapshuizen dient er integraal gekeken te worden naar dorpsvisies en de staat en mogelijkheden van de verschillende gemeenschapshuizen. In een Duurzaam integraal huisvestingsplan gemeenschapshuizen (DIHPG) wordt beschreven en weergegeven wat de huidige onderhoudsstaat van de gemeenschapshuizen is. Vanuit dit beeld wordt gekeken naar de mogelijkheden voor renovatie of nieuwbouw. Dit wordt weergegeven in een meerjarenplanning per object. Voor de gemeenschapshuizen ontstaat daarmee een investeringsplanning met bijbehorende kapitaallasten welke kan worden opgenomen in de begroting. Dit vraagt structurele formatie binnen het team financiën om de verschillende financiële stromen goed te verwerken in de begroting.
6.2.5 Samenwerking
Tijdens de bijeenkomsten in het participatieve traject is de behoefte bij de gemeenschapshuizen naar voren gekomen om kennis te delen tussen de stichtingsbesturen onderling en tussen de gemeente en de stichtingsbesturen op onderwerpen zoals inkoop (van bijvoorbeeld energie), verduurzaming van de panden, subsidieaanvragen bij de provincie ten behoeve van de verduurzaming en het werven van vrijwilligers. Om dit mogelijk te maken, organiseren we opnieuw participatieve bijeenkomsten om dit te faciliteren en de onderlinge samenwerking te versterken. Voor deze bijeenkomsten zijn zowel incidentele als structurele inzet nodig van diverse vakteams.
6.2.6 Overgangsperiode van oud naar nieuw
De complexiteit van deze transitie, met raakvlakken op het gebied van vergunningen, juridische zaken, financiën en vastgoed, vereist specialistische inzet en regie. Zonder deze versterking ontstaat het risico op vertraging, juridische complicaties en onvoldoende financiële dekking. Extra formatie zorgt voor een versnelling van het proces, kwalitatieve borging en heldere afstemming tussen betrokken domeinen, waardoor het nieuwe beleid effectief en duurzaam kan worden geïmplementeerd. Daarom is inzet op het gebied van projectleiding, juridische zaken en beleid incidenteel nodig.
6.2.7 Uitvoeringsbudget
Om voor verduurzaming, renovatie of nieuwbouw tot een goede planvorming te komen zijn diverse onderzoeken nodig. Met een incidenteel uitvoeringsbudget kan hier in 2026 direct mee worden gestart. Dit uitvoeringsbudget in combinatie met het incidentele transitiefonds bedraagt € 147.500.
De totale incidentele lasten van € 345.400 bestaan uit het uitvoeringsbudget van
€ 147.500 en het budget voor incidentele personeelslasten (inhuur of tijdelijke dienstverbanden) van € 197.900. Deze incidentele lasten kunnen niet worden gedekt binnen de bestaande begroting. Daardoor is een eenmalige onttrekking uit de algemene reserve noodzakelijk.
Het voorgaande is samengevat in de onderstaande tabel:
ONDERDEEL
BEDRAG (€)
Structurele lasten
1.274.660
Subsidie instandhouding
1.119.000
Structurele inzet personeel
153.500
Kapitaallast krediet toegankelijkheid
2.160
Structurele dekking
642.355
Bestaande subsidies
215.593
Hogere huurinkomsten
302.153
Onderhoudslasten Het Bosch en Het Spant
124.609
Structureel tekort
632.305
Incidentele lasten
345.400
Inhuurbudget
197.900
Uitvoeringsbudget (2026)
147.500
Incidentele dekking
345.400
Algemene reserve
345.400
Bijlage - Huidige gemeenschapshuizen
In onderstaand overzicht geven we de huidige gemeenschapshuizen per dorp of wijk weer. We gaan daarbij uit van de dorpen en wijken uit de Omgevingsvisie Vijfheerenlanden. Uitzondering: de wijk Broekgraaf (wel in onderstaand overzicht, nog niet als aparte wijk in de Omgevingsvisie Vijfheerenlanden benoemd).
Dorp/stad
Wijk
Gemeenschapshuis
Ameide
Het Spant
Hoef en Haag
x
Lexmond
Huis het Bosch
Eigen gebouw Lexmond
Meerkerk
De Linde
De Pukkel
Everdingen
‘t Knooppunt
Hagestein
De Biezen
Hei- en Boeicop
Internos
Kedichem
De Stoof
Leerbroek
De Schakel
Leerdam
Centrum
Noorderberg
Leerdam-Noord
x
Leerdam-Oost
x
Leerdam-West
West-End Het Dak
Broekgraaf
x
Nieuwland
Het Brandpunt
De Dijk
Oosterwijk
De Zangershof
Schoonrewoerd
x
Tienhoven aan de Lek
x
Vianen
Centrum
x
Vianen Oost
De Prenter
Vianen West
Ammo
Zijderveld
De Krooshof
Tabel 1: Overzicht gemeenschapshuis per dorp en wijk
Vijfheerenlanden kent ook buurtschappen en subwijken. Voor de volledigheid geven we die weer in onderstaand overzicht. Zij vormen op dit moment geen basis voor het beleidskader gemeenschapshuizen.
Dorp/stad
Buurtschap
Subwijk
Ameide
Sluis
Hoef en Haag
Lexmond
Achthoven
Kortenhoeven
Lakerveld
Meerkerk
Broek
Everdingen
Tienhoven
Hagestein
Hei- en Boeicop
Kedichem
Leerbroek
Middelkoop
Weverwijk
Leerdam
Loosdorp
Ter Leede (Leerdam Noord)
Hoogeind
Varssenveld (Leerdam Oost)
Overheicop
Nieuwland
Achterdijk
Geer
Oosterwijk
Schoonrewoerd
Diefdijk
Kortgerecht
Overboeicop
Tienhoven aan de Lek
Vianen
Hogeland (Vianen Centrum)
Blankenborch (Vianen Centrum)
De Hagen (Vianen Oost)
De Biezen (Vianen Oost)
Monnikenhof (Vianen West)
Amaliastein (Vianen West)
Zijderveld
Tabel 2: Overzicht buurtschappen en subwijken per dorp en stad