Aanhef
De raad van de gemeente Venlo;
gelezen het voorstel van het college van 30 september 2025, registratienummer 476052;
gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen:
De Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden Venlo 2026
(Verordening marktgelden Venlo 2026)
Artikel 1 Definities
Deze verordening verstaat onder:
a.markt: de warenmarkt, welke krachtens besluit van de gemeenteraad op de daartoe aangewezen plaats, dag en tijd wordt gehouden;
b.standplaats: de op en voor de duur van de markt door het bestuursorgaan aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel;
c.vaste standplaats: een standplaats, waarvoor het bestuursorgaan voor onbepaalde tijd een vergunning heeft verleend;
d.dagplaats: een standplaats, die per marktdag beschikbaar wordt gesteld;
e.standwerkplaats: een dagplaats, bestemd voor het uitoefenen van de handel op een wijze als bij standwerken gebruikelijk is.
Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam "marktgelden" wordt overeenkomstig de volgende bepalingen een recht geheven voor het gebruik van een standplaats op gemeentegrond, welke als markt is aangewezen, alsmede het genot van de door of vanwege het gemeentebestuur ontplooide promotieactiviteiten.
Artikel 3 Belastingplicht
1Het marktgeld wordt geheven van degene, aan wie door de marktmeester een standplaats, als bedoeld in artikel 2, is toegewezen.
2Indien er ten aanzien van eenzelfde belastbaar feit, meer dan één belastingplichtige valt aan te wijzen, zijn zij allen hoofdelijk aansprakelijk, met dien verstande, dat betaling door de één de andere(n) bevrijdt en dat de nota, de kennisgeving of de andere schriftuur, als bedoeld in artikel 7, gesteld wordt ten name van één van hen met toevoeging van de afkorting "c.s.".
Artikel 4 Maatstaf van heffing
1De heffingsmaatstaf voor de berekening van het marktgeld is het aantal m2 dat als standplaats op gemeentegrond, als bedoeld in artikel 2, wordt ingenomen.
2Een gedeelte van een vierkante meter (m2) wordt voor een volle vierkante meter berekend.
Artikel 5 Belastingtarief
A. Op de markt in het stadsdeel Blerick en in het stadsdeel Tegelen:
1voor dagplaatsen: per m² in gebruik genomen ruimte of gedeelte daarvan per marktdag of gedeelte daarvan;
€
1,47
2voor vaste standplaatsen: per m² in gebruik genomen ruimte of gedeelte daarvan per marktdag of gedeelte daarvan, vermeerderd met een bedrag (promotiegeld) per standplaats per maand of gedeelte daarvan;
€
€
1,18
10,00
3voor standwerkplaatsen: per m² in gebruik genomen ruimte of gedeelte daarvan;
a.per marktdag of gedeelte daarvan
€
1,56
b.per marktdag of gedeelte daarvan, indien een vaste standplaats, als bedoeld onder A.2., wordt ingenomen, vermeerderd met een bedrag (promotiegeld) per standplaats per maand of gedeelte daarvan.
€
€
1,47
10,00
B. Op de markt in het stadsdeel Venlo:
1voor dagplaatsen: per m² in gebruik genomen ruimte of gedeelte daarvan per marktdag of gedeelte daarvan;
€
1,83
2voor vaste standplaatsen: per m² in gebruik genomen ruimte of gedeelte daarvan per marktdag of gedeelte daarvan;
€
1,47
3voor standwerkplaatsen: per m² in gebruik genomen ruimte of gedeelte daarvan;
a.per marktdag of gedeelte daarvan;
€
2,13
b.per marktdag of gedeelte daarvan, indien een vaste standplaats, als bedoeld onder B.2., wordt ingenomen.
€
1,83
Artikel 6 Teruggaaf
1Gehele of gedeeltelijke terugbetaling van een niet of niet ten volle gebruikt abonnement, heeft niet plaats, behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel.
2Indien een abonnementhouder door overmacht geen gebruik heeft kunnen maken van de hem toegewezen standplaats, wordt hem, door het college van burgemeester en wethouders naar evenredigheid restitutie van het betaalde abonnementsgeld verleend over het aantal volle kalendermaanden, waarin van de standplaats geen gebruik is gemaakt.
Artikel 7 Wijze van heffing
1Het recht, als bedoeld in artikel 5, leden A, sub 1 en 3.a., B, sub 1 en 3.a., wordt geheven door middel van een met een doorlopend nummer voorziene standplaatskaart.
2Het recht, als bedoeld in artikel 5, leden A, sub 2 en 3.b., B, sub 2 en 3.b., wordt geheven door middel van een gedagtekende nota, kennisgeving of andere schriftuur.
3Het verschuldigde bedrag wordt op de standplaatskaart, de nota, de kennisgeving of de andere schriftuur vermeld.
4Het college van burgemeester en wethouders stelt de modellen van de in dit artikel bedoelde bescheiden vast.
Artikel 8 Tijdstip van betaling
1Het recht, als bedoeld in artikel 5, leden A, sub 1 en 3.a., B, sub 1 en 3.a., dient te worden voldaan vóórdat een standplaats wordt ingenomen.
2Het recht, als bedoeld in artikel 5, leden A, sub 2 en 3.b., B, sub 2 en 3.b., dient te worden voldaan vóór de eerste marktdag van het betreffende kwartaal.
3Indien het verschuldigde bedrag niet op het in het eerste en/of het tweede lid genoemd tijdstip kan worden vastgesteld, moet het recht worden betaald binnen 1 maand na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving, de nota of de andere schriftuur.
4De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste tot en met derde lid gestelde termijnen.
Artikel 9 Overgangsrecht
De "Verordening marktgelden 2025" vastgesteld bij raadsbesluit van 8 november 2024, of zoals laatstelijk gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 10 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 11 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening marktgelden Venlo 2026".