Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels lijkbezorging van gemeentewege gemeente Venlo

Gemeente Venlo · geldt sinds 12 november 2025

Aanhef

Burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo;

gezien het voorstel van 21 oktober 2025;

gelet op artikelen 20, 21 en 22 van de Wet op de lijkbezorging;

overwegende, dat het wenselijk is beleidsregels vast te stellen voor uitvaarten waarvan de burgemeester zorgdraagt voor de lijkbezorging;

besluiten:

vast te stellen: de ‘Beleidsregels lijkbezorging van gemeentewege gemeente Venlo’.

Artikel 1 Begrippen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

a.nabestaanden: erfgenamen en andere naaste verwanten van de overledene;

b.erfgenamen: personen aan wie volgens wet of testament (een deel van) de erfenis wordt nagelaten door de overledene;

c.lijkbezorging: het verzorgen van een uitvaart;

d.de wet: de Wet op de lijkbezorging.

Artikel 2 Opdracht geven tot de lijkbezorging

1De burgemeester van de gemeente waar de overledene zich bevindt, is op het moment dat niemand opdracht geeft tot het verzorgen van de uitvaart, verantwoordelijk voor de lijkbezorging (artikel 21 van de wet). Dat kan dus een andere gemeente zijn dan de gemeente waar de overledene woonachtig was (bijvoorbeeld omdat betrokkene in een ziekenhuis, een hospice of bij familie/vrienden elders is overleden).

2Als er sprake is van een gevonden stoffelijk overschot, dan is de burgemeester van de gemeente waar het stoffelijk overschot wordt gevonden of aan land wordt gebracht verantwoordelijk voor de lijkbezorging.

3Als na melding van overlijden niet duidelijk is wie opdracht geeft tot lijkbezorging, maakt de politie of de burgemeester met de uitvaartverzorger de afspraak zorg te dragen voor het verplaatsen van de overledene naar een uitvaartcentrum. In afwachting van de opdracht tot lijkbezorging.

4De opdracht tot lijkbezorging wordt uiterlijk op de zesde werkdag na het overlijden gegeven (artikel 16 van de wet). Onder bijzondere omstandigheden is het mogelijk om daarvan af te wijken. De burgemeester is bevoegd om een andere termijn te stellen (artikel 17 van de wet) na raadpleging van een arts. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn bij een vermoeden van een niet-natuurlijke dood of bij ontbrekende duidelijkheid over de identiteit van de overledene.

5De burgemeester kan daarnaast een andere termijn stellen omdat het onderzoek naar de nabestaanden nog niet is afgerond. De gemeente doet maximaal vier weken onderzoek naar nabestaanden.

Artikel 3 Nabestaanden

1De burgemeester doet onderzoek of er nabestaanden zijn als deze niet bekend zijn.

2Indien er een of meerdere nabestaanden bekend zijn, wordt aan deze nabestaande(n) verzocht de opdracht tot lijkbezorging te geven.

3Het onderzoek naar de eventuele nabestaanden strekt zich niet verder uit dan de tweede graad van bloedverwantschap.

4De burgemeester verricht geen bovenmatige inspanningen om de nabestaanden op te sporen.

Artikel 4 Betreden van de woning

1De burgemeester betreedt de woning niet, tenzij dat noodzakelijk is voor de lijkbezorging of de lijkschouwing.

2Indien de woonruimte van de overledene wordt betreden, dan gebeurt dit door minimaal twee daartoe gemachtigde ambtenaren van de gemeente, een en ander in overleg met de eventuele verhuurder of een nabestaande, zo nodig in het bijzijn van de politie.

Artikel 5 Beheersmaatregelen

1De burgemeester beperkt de beheersmaatregelen tot het veiligstellen van sieraden die de overledene op moment van overlijden droeg waaruit de uitvaart kan worden bekostigd.

2De burgemeester kan onderzoek doen naar een testament of uitvaartpolis. Voor het onderzoek naar een testament of een uitvaartpolis kan het centraal testamentenregister of het verbond van verzekeraars ingeschakeld worden.

Artikel 6 Invulling van de uitvaart

1De burgemeester houdt alleen rekening met de door de overledene vastgelegde wens over de wijze van uitvaart voor zover dit begraven, cremeren of ter beschikking stellen van de wetenschap omvat.

2De burgemeester gaat in beginsel over tot begraven van de overledene.

3Crematie is alleen mogelijk indien dit testamentair is vastgelegd.

4Er wordt geen rekening gehouden met specifieke aanvullende wensen van nabestaanden als deze niet passen binnen de omschrijving van een sobere uitvaart zoals aangegeven in artikel 7 van deze beleidsregels.

Artikel 7 Criteria en voorwaarden voor een sobere uitvaart

1De burgemeester hanteert het uitgangspunt van de wet over een sobere, maar respectvolle uitvaart.

2De burgemeester geeft opdracht aan een uitvaartondernemer om de uitvaart namens de gemeente te verzorgen waarbij in beginsel de volgende kosten worden vergoed:

a.overbrengen van de overledene van de plaats van overlijden naar het mortuarium;

b.eerste verzorging van de overledene;

c.verblijf in het mortuarium;

d.aanschaf van een eenvoudige kist;

e.kisten van de overledene;

f.verzorgen van de noodzakelijke formaliteiten en registratie;

g.rouwvervoer (geregeld door de uitvaartondernemer) van de overledene naar de begraafplaats of het crematorium op de dag van de uitvaart;

h.het plaatsen van de kist in het graf door de uitvaartondernemer;

i.uitvaartleider op de dag van de uitvaart;

j.cremeren in het crematorium en het bewaren van de as. De as wordt na een wachttijd van zes maanden vrijgegeven door het crematorium en verstrooid op het terrein van het crematorium. Nabestaanden tot en met de tweede graad kunnen aanspraak maken op de asbus, zij moeten dan binnen de hiervoor genoemde termijn van zes maanden een verzoek indienen bij de burgemeester. De eventuele kosten hiervoor zijn voor rekening van de nabestaanden;

k.begraven in een graf op de algemene begraafplaats. Conform de regels van de algemene begraafplaats wordt gekozen voor de meest sobere variant. De overledene wordt begraven in een graf dat voor tien jaar wordt uitgegeven. De gemeente blijft rechthebbende van het graf. Slechts de gemeente heeft zeggenschap over het graf;

3de begraving of crematie vindt plaats zonder gebruik van faciliteiten;

4de uitvaart kan plaatsvinden in aanwezigheid van nabestaanden. Er wordt eenmalig de gelegenheid aan nabestaanden (maximaal tien personen) geboden om op de begraafplaats of in het crematorium afscheid te nemen van de overledene;

5op het graf mag geen grafmonument geplaatst worden. Pas na betaling van de kosten van het graf en de begraving door nabestaanden wordt dit toegestaan. De nabestaanden worden dan immers rechthebbende van het graf;

6er wordt rekening gehouden met de geloofsovertuiging van de overledene indien bekend. We accepteren in beperkte mate daartoe behorende rituele uitvaarthandelingen die op de locatie van (en in overleg met) de uitvaartverzorger uitgevoerd kunnen worden, voor zover daaraan voldaan kan worden binnen een sobere uitvaart zoals omschreven in dit artikel en de kosten daarvan door de nabestaanden worden betaald.

Artikel 8 Verhaal van kosten

1De burgemeester kan de gemaakte kosten van de uitvaart verhalen op de nalatenschap, de nabestaanden of de uitvaartverzekering.

2Voor de afwikkeling van onbeheerde nalatenschappen kan het Rijksvastgoedbedrijf ingeschakeld worden.

Artikel 9 Hardheidsclausule

Als het strikt toepassen van een regel in deze beleidsregels in onverwachte situaties tot onredelijke of vervelende gevolgen zou leiden, besluit de burgemeester (of het college van burgemeester en wethouders, als het om hun bevoegdheid gaat) of er van de regel afgeweken kan worden.

Artikel 10 Slotbepaling

1Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels lijkbezorging van gemeentewege gemeente Venlo.

2Deze beleidsregels treden de dag na publicatie in werking.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.