Aanhef
De raad van de gemeente Velsen,
Gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders, nummer …………van …………..
Gelet op artikel 224 van de Gemeentewet
Besluit
Vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2026
artikel 1 Begripsomschrijvingen
artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam “toeristenbelasting” wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de gemeentelijke basisregistratie personen zijn opgenomen.
artikel 3 Belastingplicht
1Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf, als bedoeld in artikel 2.
2De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.
3Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.
artikel 4 Vrijstellingen
De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:
1van degene die verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders;
2van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c,d,f,g,h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 2 van de Verordening , onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.
artikel 5 Maatstaf van heffing
De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.
artikel 6 Belastingtarief
Het tarief bedraagt per overnachting, per persoon voor
a.hotels en recreatiewoningen € 3,00
b.andere overnachtingsvormen (strandhuisjes, campings en Bed & Breakfast,
cruiseschepen) € 2,00
artikel 7 Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
artikel 8 Wijze van heffing
1De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
2Wanneer er sprake is van overnachten op passagiersschepen, die binnen de gemeente hun verblijf houden, wordt de belasting geheven bij wege van voldoening op aangifte.
3Na aanvang van het belastingjaar kan aan de belastingplichtige een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het aantal overnachtingen waarop de aanslag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld.
artikel 9 Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de voorlopige aanslagen, ingeval het totaalbedrag op het aanslagbiljet meer is dan € 75,--, doch minder dan € 10.000,-- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven worden betaald in maximaal acht termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
2In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslagen, voor zover niet bedoeld in het eerste lid, worden betaald in één termijn die vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
3De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijnen.
artikel 10 Kwijtschelding
Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.
artikel 11 Aanmeldingsplicht
De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d van de Gemeentewet.
artikel 12 Registratieplicht
1De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid is gehouden een nachtverblijfregister bij te houden. is verplicht, gehouden per belastingtijdvak een nachtverblijfregister bij te houden.
2Het nachtverblijfregister bevat met betrekking tot ieder aan wie gelegenheid tot overnachten verschaft tenminste gegevens betreffende:
•naam en woonplaats;
•datum van aankomst en datum van vertrek;
•het aantal overnachtingen ter zake waarvan belasting verschuldigd is.
artikel 13 Overgangsrecht
De "Verordening toeristenbelasting 2025", vastgesteld bij raadsbesluit van 28 november 2024, sedertdien gewijzigd ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
artikel 14 Inwerkingtreding
1De verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
artikel 15 Citeerartikel
Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening toeristenbelasting 2026".