Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de raadscommissie Veere 2026

Gemeente Veere · geldt sinds 27 mei 2026

Aanhef

De raad van de gemeente Veere;

gelezen het voorstel van het presidium;

gelet op artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen:

de Verordening op de raadscommissie Veere 2026;

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

-commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;

-commissielid: lid van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;

-steunfractielid: een niet-raadslid benoemd tot commissielid in de zin van deze verordening;

-commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;

-griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger.

Artikel 2. Instelling raadscommissies

1De raad stelt de volgende raadscommissies in:

a.Ruimtelijke Ontwikkeling;

b.Maatschappelijke Ontwikkeling;

2De raadscommissie Ruimtelijke Ontwikkeling adviseert en overlegt over de volgende taakvelden uit het Besluit Begroten en Verantwoorden: -bestuur en ondersteuning -veiligheid -volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing -economie -verkeer, vervoer en waterstaat

3De raadscommissie Maatschappelijke Ontwikkeling adviseert en overlegt over de volgende taakvelden uit het Besluit Begroten en Verantwoorden: -sociaal domein -onderwijs -sport, cultuur en recreatie - volksgezondheid en milieu

Artikel 3 Taken

Een raadscommissie:

a.brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben

b.kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a;

c.voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen bedoeld onder a.

Artikel 4. Samenstelling; benoeming commissievoorzitter

1Een raadscommissie is als volgt samengesteld: fracties die bestaan uit 4 of meer leden hebben 3 zetels per fractie, de overige fracties 2 zetels per fractie.

2Op voordracht van een fractie in de raad kan een niet-raadslid benoemd worden tot steunfractielid.

3De raad benoemt een commissievoorzitter en kan daarnaast buitengewone leden benoemen.

4Een lid van een commissie kan zowel raadslid als steunfractielid zijn,

5Een fractie kan niet meer dan drie steunfractieleden laten benoemen.

6Een steunfractielid kan te allen tijde ontslag nemen. Ontslagneming met terugwerkende kracht is niet mogelijk.

7De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een steunfractielid. Het voldoen aan deze vereisten wordt onderzocht door de commissie als bedoeld in artikel 5, lid 1 van het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Veere. Voor dit onderzoek is artikel 5, lid 2 van het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Veere van overeenkomstige toepassing.

8Artikel X1, lid 1, artikel X 5 en artikel X 8, lid 1 t/m 5 van de Kieswet zijn van overeenkomstige toepassing.

9De benoemde leden die steunfractielid zijn leggen bij de installatie in de handen van de voorzitter van de raad de eed (verklaring en belofte) af, overeenkomstig artikel 14 van de Gemeentewet.

10Steunfractieleden vallen onder de Gedragscode integriteit politieke ambtsdragers Veere en het Protocol vermoedens integriteitsschendingen politieke ambtsdragers Veere.

11Per commissie is elke fractie met maximaal één steunfractielid vertegenwoordigd.

Artikel 5 Zittingsduur en vacatures

1De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.

2Een commissielid houdt op lid te zijn als niet meer voldaan wordt aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen.

3De raad kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen.

4De raad kan haar commissievoorzitter ontslaan.

5Een commissielid en de commissievoorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.

6Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.

7Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van commissieleden die op voordracht van die fractie zijn benoemd van rechtswege.

Artikel 6 De commissiegriffier

1De griffier van de raad benoemt ter ondersteuning van iedere raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar, als commissiegriffier.

2Een commissiegriffier is aanwezig in vergaderingen of wordt vervangen door een daartoe door de griffier van de raad aangewezen op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar.

3Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen.

Hoofdstuk 2. Vergaderingen

Paragraaf 1. Voorbereidingen

Artikel 7. Oproep en voorlopige agenda

1De commissievoorzitter zendt ten minste tien dagen voor een vergadering de commissieleden een digitale oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken.

2Als een aanvullende agenda als bedoeld in artikel 8, eerste lid, wordt vastgesteld, wordt deze met de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden.

Artikel 8. Aanvullende agenda; vaststellen agenda

1In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. De daarbij behorende stukken worden openbaar gemaakt.

2Als omtrent de inhoud van stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier en verleent deze de commissieleden op verzoek inzage.

3Een agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de raadscommissie vastgesteld.

Artikel 9. Ter inzage leggen van stukken

1Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raadscommissie en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving.

2Stukken die digitaal beschikbaar zijn worden op de website van de gemeente geplaatst.

3Als omtrent stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de commissieleden op verzoek inzage.

Artikel 10. Openbare kennisgeving

Commissievergaderingen worden ten openbare kennis gebracht door aankondiging op de website van de gemeente en in een plaatselijk verschijnend huis- aan-huisblad.

Paragraaf 2. Ter vergadering

Artikel 11. Presentielijst

1De commissiegriffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van vergaderingen.

2Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen commissieleden de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de commissievoorzitter en de commissiegriffier door ondertekening vastgesteld.

Artikel 12. Opening vergadering en quorum

1Een vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende commissieleden tegenwoordig is.

2Als ingevolge het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de commissievoorzitter opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen.

3Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid is het eerste lid niet van toepassing. Een raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, als blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende commissieleden tegenwoordig is.

Artikel 13. Verslag

1Een commissiegriffier draagt zorg voor een besluitenlijst van de vergaderingen.

2Een verslag bevat in ieder geval: a. de namen van de commissievoorzitter, de griffier, de commissiegriffier, de burgemeester, de wethouders en de commissieleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke commissieleden afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een zakelijke samenvatting van het gesprokene door de fractievertegenwoordiger; e. een samenvatting van het advies aan de raad onder vermelding van de fracties die het voorstel al dan niet rijp vinden voor behandeling in de raad; f. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 16 door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.

3Een concept besluitenlijst worden gelijktijdig met de verzending aan de commissieleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de vergadering waarop het betrekking heeft.

4Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de commissievoorzitter en commissiegriffier.

5De besluitenlijsten worden op de website van de gemeente geplaatst.

Artikel 14. Advies; geen stemmingen

1Als een raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de commissievoorzitter over de inhoud van het advies.

2In het advies worden opgenomen de standpunten van alle fracties en commissieleden die geen raadslid zijn.

3In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van over geheimhouding en met betrekking tot de orde.

Artikel 15. Aantal spreektermijnen

1Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist.

2Spreektermijnen worden door de commissievoorzitter afgesloten.

3Commissieleden mogen in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.

4Bij de bepaling hoeveel malen een commissielid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

Artikel 16. Deelname aan de beraadslaging door anderen

Een raadscommissie kan op enig moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

Artikel 17. Spreekrecht burgers

1Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren (spreekrecht) over geagendeerde en niet geagendeerde onderwerpen.

2Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit binnen een redelijke termijn voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover het woord gevoerd wenst te worden.

3De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De spreektijd per inspreker is maximaal 5 minuten. De commissievoorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering.

4De spreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.

5De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.

6Het spreekrecht is niet van toepassing op: -een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft open gestaan; -benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; -een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.

Artikel 18. Handhaving orde en schorsing

1De commissievoorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de vergadering.

2Hij kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.

3Hij kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.

4Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven, kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp.

Artikel 19. Voorstellen van orde

Commissieleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raadscommissie beslist hier terstond over.

Paragraaf 3. Besloten vergaderingen

Artikel 20. Toepassing verordening op besloten vergaderingen

Op besloten vergaderingen is deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 21. Besluitenlijst besloten vergadering

1Conceptbesluitenlijsten van besloten vergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de commissieleden ter inzage gelegd bij de commissiegriffier.

2Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet openbaar maken van het verslag.

3De vastgestelde besluitenlijsten worden door de commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend.

Artikel 22. Opheffing geheimhouding

Als de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.

Paragraaf 4. Toehoorders en pers

Artikel 23. Toehoorders en pers

1Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.

2Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.

3De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de ord in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken.

4Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.

Artikel 24. Geluid- en beeldregistraties

Degenen die van een openbare vergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de commissievoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Artikel 25. Intrekken oude verordening

De Verordening op de raadscommissies Veere 2015 wordt ingetrokken.

Artikel 26. Inwerkingtreding en citeertitel

1Deze verordening treedt in werking op 8 mei 2026.

2Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de raadscommissie Veere 2026.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.