Aanhef
Plaatsingsleidraad voor openbare laadinfra
Criteria en eisen van de gemeente Veere bij het aanwijzen van locaties voor publieke laadpalen of het opstellen van een laadkaart.
Versie 1 april 2023
Wanneer de gemeente Veere een verzoek van een (aanstaande) e-rijder ontvangt en deze goedkeurt, is het belangrijk een geschikte locatie te kiezen voor het realiseren van een laadpaal. In veel gevallen is deze locatie al aangewezen op de strategische plankaart. In sommige gevallen wordt er een nieuwe locatie aangewezen.
Bij de keuze voor een locatie dient er met een aantal veiligheids- en technische aspecten rekening gehouden te worden. Zorgvuldig gekozen locaties voor laadpalen zorgen voor een laadnetwerk dat veiliger is, effectiever wordt gebruikt, en sneller te realiseren is.
De locatie kan zodanig gekozen worden dat de gebruikersgroep die bediend wordt met de laadpaal zo groot mogelijk is. Het beoogt een betere acceptatie van laadpalen (er worden geen palen neergezet die nauwelijks gebruikt worden) en effectief gebruik van de openbare ruimte omdat met minder laadpalen meer mensen bediend kunnen worden.
Deze beleidsregel is ter uitvoering van het bepaalde in artikel 2.10 van de Algemene plaatselijke verordening.
Eisen en criteria
Om doorlooptijden te versnellen en de kwaliteit van de laadlocaties te verhogen, dient bij het kiezen van een nieuwe oplaadlocatie rekening gehouden te worden met verschillende criteria en eisen. We maken een onderscheid tussen criteria en eisen voor de keuze van de locatie.
•Alle locaties moeten aan de eisen voldoen.
•De criteria sturen de afweging voor de juiste locatie.
Tezamen helpen de verschillende soorten criteria en eisen om de (maatschappelijke) kosten van de ontwikkeling van elektrisch vervoer te beheersen. De criteria en eisen zijn geordend volgens onderstaande thema’s. Daarnaast zijn achteraan dit document een aantal veel voorkomende opstellingsvoorbeelden bijgevoegd.
1. Algemeen
1.1 Criteria
•Zo veel mogelijk gebruikersgroepen worden bediend, zoals bewoners, forenzen, bezoekers en toeristen.
•Zo veel mogelijk zichtbaarheid en vindbaarheid.
•Mogelijkheid tot uitbreiding van de locatie naar een opstelling met meerdere Oplaadobjecten op één aansluiting.
•De gemeente stelt zich zo goed mogelijk op de hoogte van eventueel geplande werkzaamheden in het gebied om te voorkomen dat laadpalen op korte termijn verwijderd en/of verplaatst dienen te worden.
•• Type parkeerplek, aflopend naar voorkeur:
i.Parkeerterrein: Parkeervakken tegenover elkaar, vanaf 4 parkeervakken;
ii.haaks parkeren;
iii.Langsparkeren.
2. Installatie & onderhoud
2.1 Eisen
•Onderhoud en installatie moet veilig uitgevoerd kunnen worden (gelet op oriëntatie ten opzichte van verkeersstromen).
•Oplaadobject dient in het midden tussen twee vakken geplaatst te worden.
•Oplaadobject dient minimaal op gelijke hoogte met de parkeervakken geplaatst te worden en maximaal op gelijke hoogte met het trottoir. Binnen die bandbreedte is ook mogelijk.
•Oplaadobject dient op grond in eigendom van de gemeente geplaatst te worden.
•Rondom het Oplaadobject dient tenminste 50cm ruimte voor onderhoud beschikbaar te zijn.
•Het Oplaadobject dient minimaal 1 meter buiten de kroonprojectie van een boom te staan.
•Openbreken van een betonnen- of asfalt weg is niet mogelijk voor het aansluiten van het Oplaadobject. Boringen uitvoeren onder een betonnen- of asfaltweg is wel mogelijk.
•Uitgangspunt niet in een groenstrook.
•• Indien wel in groenstrook gewenst dient de gemeente zorg te dragen voor:
o Het aanbrengen van verharde ondergrond rondom het Oplaadobject (bijvoorbeeld rij stoeptegels);
o Het vrijhouden van minimaal 50cm bosschages/groenwerk rondom het Oplaadobject.
•• Oplaadobject dient niet aanrijdgevoelig opgesteld te worden:
o Minimale afstand vanaf stoeprand: 1 stoeptegel + band ( +/- 45 cm);
o Indien toch gekozen wordt voor locatie met aanrijdrisico, dan dient de exploitant zorg te dragen voor het aanbrengen van aanrijdbeveiliging.
2.2 Criteria
•Kortst mogelijke afstand tot aanwezige laagspanningsnet (LS-net) en bij voorkeur binnen 25 meter.
•LS-net bij voorkeur aan dezelfde kant van de weg als het Oplaadobject.
•Minimale hoeveelheid noodzakelijke opbrekingen en graafwerkzaamheden.
•Het voorkomen van beschadiging van boomwortels en bomen, niet onder de kruin van een boom.
•Niet tussen het struikgewas of (boom)wortels.
•Oplaadobjecten kunnen niet worden geplaatst op een schuin talud.
3. Gebruiksvriendelijkheid & veiligheid
3.1 Eisen
•Minimale doorgang van het trottoir na plaatsing Oplaadobject: 120 cm (4 stoeptegels 30 x 30 cm);
o Een uitstapstrook is een uitzondering, want hier is doorloopruimte geen factor.
o Het is niet mogelijk om een trottoir de functie van uitstapstrook te geven om de mogelijkheid tot het plaatsen van Oplaadobjecten te creëren.
•Voorkomen van wegversperring voor aanrijdroutes van hulpdiensten.
•Aannemers die een kabelgoot aanleggen voor een vergunningshouder dienen dit over de kortst mogelijke afstand te doen.
•Vergunninghouders die gebruik maken van een kabelgoot dienen hun laadkabel altijd in de kabelgoot te leggen. Goed onderhoud van de kabelgoot is eigen verantwoordelijkheid.
3.2 Criteria
•• Voorkomen struikelgevaar door kabels;
o Streven naar minimale afstand van parkeervakken tot Oplaadobject.
•Voorkomen van belemmering voor doorstroming van het overige wegverkeer, langzame verkeersstromen etc.
•Voorkomen van Oplaadobjecten aan hoofdverkeerswegen.
•Voorkomen van Oplaadobjecten in gebieden met een afwijkend parkeerregime (zoals winkelstraten of andere locaties met een parkeerduurbeperking).
•• Het Oplaadobject wordt bij voorkeur niet geplaatst voor de deur of het raam van een woonhuis. We hanteren de volgende oriëntatie t.o.v. bebouwing, aflopend naar voorkeur:
i.Blinde gevel;
ii.Zijgevel;
iii.Voorgevel.
•Oplaadobject niet in de directe nabijheid van andere objecten in de openbare ruimte zoals fietsenrekken, vuilcontainers, struiken, bomen en straatmeubilair.
•• Houd rekening met de toegankelijkheid van het laadobject voor minder valide e-rijders:
o Zo mogelijk bij een reeds aanwezige gereserveerde mindervalide parkeerplaats;
•Bij voorkeur niet midden tussen andere parkeervakken (i.v.m. ruimte voor uitstappen);
•Bij voorkeur zo dicht mogelijk in de buurt van meest gebruikte bestemming.
In de gemeente Veere beschouwen we de kern Veere als een historisch centrum. Hier gelden afwijkende plaatsingsregels.
5. Historische centra
5.1 Eisen
•In historische centra worden alleen Oplaadobjecten geplaatst op aanvraag van en voor gebruik door bewoners.
•Er geldt een afwijkende eis voor het type Oplaadobject dat zorgt voor het behoud van ruimtelijke kwaliteit.
•Oplaadobjecten worden niet in de zichtlijnen van monumenten geplaatst.
Voor de kern Veere geldt verder de aanpak waarbij de afwijkende Oplaadobjecten in één opdracht worden gerealiseerd. Zie voor deze aanpak het Programma openbare laadinfrastructuur.
6. Toeristische locaties
6.1 Criteria
De Oplaadobjecten bij toeristische bestemmingen worden minst aantrekkelijke plekken van het parkeerterrein geplaatst. De laadplekken kunnen daardoor niet misbruikt worden om “de beste plek” op het parkeerterrein in te nemen:
•Hierbij blijft de beschikbaarheid van een netaansluiting leidend.
7. Opstellingsvoorbeelden
7.1 Opstellingsvoorbeeld: plaatsing Oplaadobject op trottoir bij haaksparkeren
Toelichting minimale afmetingen zoals weergeven in afbeelding:
•Minimale afmetingen haakse parkeervakken:500 x 250 cm .
•Lengte bestelbussen: ~600 cm.
•Minimale doorloopruimte o.b.v. beleidsregels: 120 cm (+/- 4 stoeptegels).
•Oppervlak Oplaadobject:~1 stoeptegel (30 x 30 cm).
•50 cm ruimte rondom om de Oplaadobject voor werkzaamheden.
•Minimale afstand tussen Oplaadobject en parkeervak: +- 45 cm (1 stoeptegel + trottoirband) .
•Let op: in nieuwbouwwijken kom het steeds vaker voor dat een stoep een afmeting heeft van max. 180 cm, in dit geval kan overwogen worden om toch de afstand van parkeervak tot laadpaal in te korten teneinde wel de beoogde doorloopruimte van 120 cm te bereiken, dit dient per geval te worden beoordeeld.
7.2 Opstellingsvoorbeeld: plaatsing Oplaadobject op vrije / groene ruimte
Toelichting minimale afmetingen zoals weergeven in afbeelding
•Minimale afmetingen parkeervak 500 x 250 cm bij haaksparkeren en 200 x 600 cm bij langsparkeervakken.
•Lengte bestelbussen: ~600 cm.
•Minimale doorloopruimte o.b.v. beleidsregels 120 cm (+/- 4 stoeptegels).
•Oppervlak Oplaadobject ~1 stoeptegel (30 x 30 cm).
•50 cm ruimte rondom om de Oplaadobject voor werkzaamheden.
•Minimale afstand tussen Oplaadobject en parkeervak: +- 45 cm (1 stoeptegel + trottoirband) .
7.3 Opstellingsvoorbeeld: plaatsing Oplaadobject bij langs parkeervakken
Toelichting minimale afmetingen zoals weergeven in afbeelding:
•Minimale afmetingen parkeervak: 200 x 600 cm.
•Lengte bestelbussen: ~600 cm.
•Minimale doorloopruimte o.b.v. beleidsregels: 120 cm (+/- 4 stoeptegels).
•Oppervlak Oplaadobject: ~1 stoeptegel (30 x 30 cm).
•50 cm ruimte rondom om de Oplaadobject voor werkzaamheden.
•Minimale afstand tussen Oplaadobject en parkeervak: +- 15 cm (trottoirband)