Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal;
Overwegende dat
-Het college er in ieder geval zorg voor draagt dat voor ingezetenen onafhankelijke clientondersteuning beschikbaar is (Wmo, art. 2.2.4).
-Het college op 20 december 2018 Model Veenendaal 2020 heeft vastgesteld;
-De gemeente (samenwerkende) organisaties wil stimuleren om de onafhankelijke cliëntondersteuning te ontwikkelen in lijn met de dienstverlening volgens model 2020 en die bijdraagt aan de beleidsdoelen zoals opgenomen in het integraal beleidskader ‘Sterker door verbinding’ (IBK) en aan het versterken van de zelfredzaamheid van Veenendalers met een hulpvraag.
-Onafhankelijke cliëntondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen;
-Het gewenst is in het proces van deze subsidieregeling inzicht te krijgen in mogelijkheden tot het verder ontwikkelen van algemene of basisvoorzieningen op het gebied van ondersteuning van de inwoners van Veenendaal.
Gelet op
Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 2 lid 2 van de Algemene subsidieverordening gemeente Veenendaal (Asv) en artikel 1.1 en 2.2.4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo);
Besluit
vast te stellen De Subsidieregeling onafhankelijke cliëntondersteuning Veenendaal
Artikel 1 Begripsbepalingen
Voor toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
a.Asv
Algemene subsidieverordening Veenendaal
b.Awb
Algemene wet bestuursrecht
c.Cliënt
een persoon aan wie onafhankelijke cliëntondersteuning wordt geleverd
d.Cliëntondersteuning
onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene, kortdurende ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, wonen, werk en inkomen
e.Onafhankelijk
onafhankelijk van het besluit dat de gemeente uiteindelijke neemt om een inwoners wel of niet een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget toe te kennen en onafhankelijk van een zorgaanbieder
f.Organisatie
een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie die werkzaam is op het gebied van zorg, ondersteuning en welzijn en zich ten doel stelt zonder winstoogmerk activiteiten te verrichten
g.Penvoerder
de door het samenwerkingsverband aangewezen penvoerende organisatie die deelneemt aan het samenwerkingsverband
h.Plan
het bij de aanvraag in te dienen plan waarin aangeven wordt hoe aan de doelstellingen en criteria van deze subsidieregeling wordt voldaan
i.Professioneel
beroepsmatig
j.Samenwerkingsverband
een samenwerkingsverband dat is gevormd ten behoeve van uitvoering van activiteiten, bestaande uit tenminste twee niet in een groep verbonden organisaties
k.Wmo
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
Artikel 2. Doelgroep
De doelgroep die in aanmerking komt voor subsidies uit deze regeling betreft:
a.Organisaties die professionele onafhankelijke clientondersteuning kunnen bieden aan inwoners van Veenendaal, waarbij het belang van de inwoner uitgangspunt is en bekend zijn met of ervaring hebben met cliëntondersteuning, in de gemeente Veenendaal;
b.Organisaties die vanuit hun levensbeschouwelijke achtergrond professionele cliëntondersteuning kunnen bieden aan inwoners van Veenendaal, waarbij het belang van de inwoner uitgangspunt is en die bekend zijn met en ervaring hebben met cliëntondersteuning;
c.Vrijwilligersorganisaties die professionele cliëntondersteuning kunnen bieden aan de inwoners van Veenendaal, waarbij het belang van de inwoner uitgangspunt is, bekend zijn met en ervaring hebben met cliëntondersteuning, in de gemeente Veenendaal.
Artikel 3. Doel en duur subsidie
1Het college wil met de inzet van de subsidieregeling organisaties stimuleren onafhankelijke cliëntondersteuning te ontwikkelen die invulling geeft aan de doelstellingen uit het IBK en een bijdrage levert aan alle volgende doelen:
a.Alle inwoners van Veenendaal kunnen gebruik maken van onafhankelijke clientondersteuning.
b.Bekendheid bij inwoners en hun mantelzorgers dat zij op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, wonen, werk en inkomen, gratis gebruik kunnen maken van onafhankelijke clientondersteuning;
c.De zelfredzaamheid en participatie van inwoners wordt vergroot;
d.Stimuleren van eigen verantwoordelijkheid en het gebruik van algemene of collectieve voorzieningen;
2De onafhankelijk cliëntondersteuning is primair gericht op het belang van de cliënt en sluit aan bij de lokale infrastructuur en is gericht op samenwerking met relevante partijen zoals:
a.cliëntorganisaties/ervaringsdeskundigen;
b.wijkteams;
c.welzijnsorganisatie;
d.vrijwilligersorganisaties;
e.De gemeentelijke loketten voor Wmo, Jeugdzorg, inkomen, werk en het budgetloket.
Artikel 4. Toetsingscriteria
1Voor subsidie komen plannen in aanmerking die voldoen aan de volgende criteria:
Criteria
Toelichting/bijbehorende vragen
Doelgroep
Behoort de aanvrager tot de doelgroep van artikel 2?
Professionaliteit
–Zijn de onafhankelijke clientondersteuners daartoe opgeleid en gecertifieerd (minimaal hbo opgeleid)?
–Is er voldoende kennis van levensgebieden (opvoeding en ontwikkeling, leren en werken, wonen en samenleven, regelgeving en geldzaken)?
–Is er voldoende kennis van de sociale wetgeving zoals Wmo, Wlz, ZvW, Jeugdwet en Participatiewet?
Onafhankelijkheid
De organisatie mag geen rol en verantwoordelijkheid hebben bij het besluiten over gemeentelijke voorzieningen.
Bereik
Kunnen jongeren, volwassenen en ouderen gebruik maken van clientondersteuning, op alle levensterreinen?
Resultaten
Zijn de resultaten benoemd die met de subsidie voor het Plan moeten worden bereikt?
Zijn de resultaten meetbaar?
Op welke van de volgende resultaten richt het Plan zich:
1Alle inwoners met een hulpvraag en hun mantelzorgers weten dat zij gratis gebruik kunnen maken van onafhankelijke clientondersteuning;
2De zelfredzaamheid en participatie van kwetsbare inwoners wordt vergroot;
3Eigen verantwoordelijkheid en gebruik van algemene of collectieve voorzieningen wordt gestimuleerd;
4Bevorderen samenwerking en delen expertise met relevante partijen.
Samenwerking
Wordt samengewerkt met de verschillende loketten van de gemeente?
Wordt samengewerkt met Stichting Veens Welzijn?
Wat is het resultaat van samenwerking met andere relevante partijen?
Communicatie
Bij de aanvraag of uiterlijk in januari 2021 wordt een communicatieplan opgeleverd waarin de planning van de alle communicatie en PR- activiteiten in is opgenomen.
Kosten
Zijn de begrote kosten duidelijk omschreven en onderbouwd?
Capaciteit
Expertise
Hoe is de verdeling aan capaciteit, expertise, financiën tussen de partijen die betrokken zijn bij de uitvoering van het Plan?
2Voor subsidie komen in ieder geval niet in aanmerking, de activiteiten waarvoor reeds op grond van een gemeentelijke subsidieregeling of anderszins bekostiging door de gemeente plaatsvindt.
Artikel 5. Aanvragen subsidie
1In afwijking van artikel 8 van de Asv kan de aanvraag voor subsidie 2021 nog bij het college ingediend worden tot 1 februari 2021.
2Bij de subsidieaanvraag wordt een plan overgelegd waaruit blijkt op welke manier aan de doelstellingen en de criteria in artikel 4 van deze subsidieregeling wordt voldaan.
3Indien als vereiste is opgenomen dat de organisaties samenwerken in een samenwerkingsverband, dan dient een penvoeder namens de organisaties de subsidieaanvraag in.
4Door ondertekening van de bij de aanvraag bijgevoegde samenwerkingsverklaring, verklaren de aan het samenwerkingsverband deelnemende organisaties dat de deelnemer aan het 4 samenwerkingsverband die de aanvraag heeft ondertekend, optreedt als penvoerder en verklaren de deelnemers akkoord te zijn met de inhoud van de aanvraag en bijlagen.
Artikel 6. Samenwerkingsverband (bij gezamenlijke aanvragen)
1Indien de subsidie wordt verstrekt aan het samenwerkingsverband:
a.verzendt het college de beschikkingen omtrent de subsidie, waaronder in ieder geval de beschikking tot subsidieverlening, -wijziging en -vaststelling aan de penvoerder.
b.verstrekt het college de voorschotten aan de penvoerder. Deze betalingen gelden als betalingen aan de subsidie ontvangende organisaties en worden door de penvoerder per ommegaande doorbetaald aan de subsidie ontvangende organisaties.
2De subsidieontvangers in het samenwerkingsverband:
a.dienen hun tussentijdse rapportages, overeenkomstig het bepaalde in de verleningsbeschikking, in via de penvoerder;
b.stellen het college, via de penvoerder, onverwijld schriftelijk in kennis van al hetgeen, waaronder wijzigingen, dat van belang is voor de subsidieverstrekking, de uitvoering van de activiteiten of het nakomen van de verplichtingen.
3Het college voert correspondentie en overleg met de penvoerder over uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten of het nakomen van de verplichtingen, overeenkomstig het bepaalde in de verleningsbeschikking. De penvoerder informeert over al hetgeen voor de subsidieontvangers in het samenwerkingsverband van belang is om de gesubsidieerde activiteiten goed uit te kunnen voeren en subsidieverplichtingen na te kunnen komen.
4Onverminderd het bepaalde in artikel 4:57 Awb worden de aan de subsidieontvangers in het samenwerkingsverband onverschuldigd betaalde subsidiebedragen van de penvoerder teruggevorderd als de penvoerder de doorbetalingsverplichting als bedoeld in het tweede lid niet of niet geheel nakomt.
Artikel 7. Subsidieplafond en wijze van verdeling
1Het college stelt jaarlijks, na de vaststelling van de gemeentebegroting, een subsidieplafond vast voor het subsidiëren van de activiteiten op grond van deze subsidieregeling.
2Het subsidieplafond voor 2021 bedraagt € 112.000. Voor de jaren daaropvolgende bedraagt het subsidieplafond eveneens € 112.000 onder voorbehoud van de vaststelling van dit bedrag in de programmabegroting door de gemeenteraad voor het betreffende jaar.
3Het college kan een eerder vastgesteld subsidieplafond verhogen of verlagen.
4De aanvragen worden afgewikkeld in volgorde van binnenkomst.
5Het college beoordeelt of de activiteiten in voldoende mate aansluiten bij de beleidsdoelstellingen en betrekt hierbij een afweging in kosten (hoeveelheid subsidie) versus opbrengst (bijdrage aan beleidsdoelstellingen). Een gedeeltelijke verlening en weigering van de subsidie is op basis van deze afweging mogelijk.
Artikel 8. Subsidiabele kosten
1Subsidie voor de redelijk te maken kosten van uitvoering van de activiteiten wordt verstrekt tot het maximum van de aantoonbare behoefte.
2Alleen kosten die niet op een andere wijze reeds gefinancierd zijn komen in aanmerking voor subsidie.
Artikel 9. Verplichtingen
1Het college legt, in aanvulling op hoofdstuk 6 van de Asv, aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen op:
a.de subsidieontvanger verleent alle medewerking aan evaluatie en monitoring van gesubsidieerde activiteiten, o.a. op basis van de verantwoordingsrapportages
b.de subsidieontvanger informeert het college onverwijld indien de continuïteit van de gesubsidieerde activiteiten in het geding is;
c.de subsidieontvanger blijft gedurende de looptijd van de subsidie voldoen aan de eisen en criteria zoals genoemd in deze subsidieregeling;
d.de subsidieontvanger is op de hoogte van en neemt, indien nodig, deel aan relevante netwerken voor informatie-uitwisseling en gebruikt lokale en landelijke knooppunten/expertisecentra bij het uitvoeren van haar dienstverlening; en,
e.de subsidieontvanger is op de hoogte van en sluit aan bij gemeentelijke en wijkgerichte ontwikkelingen op het gebied van welzijn, ondersteuning en zorg;
2Het college kan daarnaast bij de subsidieverlening nog overige doelgebonden verplichtingen opleggen.
Artikel 10. Voorschotten
1Aan de subsidieontvanger c.q. de penvoerder wordt per kwartaal een voorschot van het verleende subsidiebedrag uitbetaald, tenzij in de toelichting of de verleningsbeschikking anders is bepaald.
2Het voorschot wordt na de subsidieverlening in termijnen betaalbaar gesteld.
Artikel 11. Besluit tot subsidievaststelling
1De aanvraag tot definitieve vaststelling van de subsidie dient uiterlijk op 30 april in het jaar na afloop van het kalenderjaar waarvoor subsidie is verleend, bij het college te worden ingediend.
2De artikelen 21 en 22 van de Asv zijn van toepassing op de vaststelling van de subsidie.
3De informatie als bedoeld in artikel 21 lid 2 van de Asv, alsmede het verslag als bedoeld in artikel 21 bevat kwantitatieve gegevens, een activiteitenverslag en een klanttevredenheidsmeting.
4Indien de subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, dienen zij hun aanvraag tot subsidievaststelling in via de penvoerder. Betaling van het vastgestelde subsidiebedrag, onder verrekening van reeds vastgestelde voorschotten, geschiedt aan de penvoerder. Deze betaling geldt als betaling aan de subsidieontvangers.
Artikel 12. Afwijkingsbevoegdheid
Het college kan in, bijzondere gevallen, afwijken van één of meerdere bepalingen van deze regeling.
Artikel 13. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2021 en wordt voor het eerst toegepast op subsidieaanvragen voor activiteiten in 2021 en daarna.
Artikel 14. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: subsidieregeling onafhankelijke clientondersteuning Veenendaal.