Gemeentelijke regelgeving

Algemene Subsidieverordening Veenendaal

Gemeente Veenendaal · geldt sinds 13 maart 2020

Aanhef

De raad van de gemeente Veenendaal;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 september 2011, nummer 2011.00060;

gehoord en gelezen :

het amendement A9 van de fractie van Lokaal Veenendaal waarin het

volgende wordt overwogen.

In de door het college voorgestelde subsidieverordening hoeven subsidies

tot € 5.000,- niet langer verantwoord te worden. Ook bij relatief kleine

bedragen is het belangrijk om zorgvuldig om te gaan met

gemeenschapsgeld. Daarom wordt hierbij voorgesteld om ook voor

bedragen beneden de €5.000,- verantwoording te vragen. Het college krijgt

middels deze bepaling de bevoegdheid een eenvoudig format te

ontwikkelen naar eigen inzicht, waarmee het verantwoordingsproces

eenvoudig(er) kan worden ingericht. Hiertoe wordt artikel 19 lid 2 gewijzigd.

Op deze wijze blijven de administratieve lasten voor de ontvanger en de

gemeente beperkt, terwijl de gemeente toch op een verantwoorde wijze

zicht kan houden op de besteding van gemeenschapsgeld.

gelet op:

artikel 149 van de Gemeentewet en titel 4.2 van de Algemene wet

bestuursrecht;

Besluit:

vast te stellen de Algemene Subsidieverordening Veenendaal.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.Awb:

de Algemene wet bestuursrecht;

b.college:

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal;

c.eenmalige subsidie:

subsidie voor de uitvoering van een eenmalige activiteit;

d.Europees steunkader:

een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld.

e.jaarlijkse subsidie:

subsidie die per boekjaar of voor een bepaald aantal boekjaren voor een periode van maximaal vier jaar wordt verstrekt;

f.KPI’s:

kritische prestatie-indicatoren;

g.Onderneming:

iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent.

h.subsidie:

eenmalige of jaarlijkse subsidie.

i.Verdrag:

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEU C 326/47).

Artikel 2 Reikwijdte verordening

1Deze verordening is van toepassing op de subsidiëring van activiteiten op de hierna vermelde beleidsterreinen, tenzij daarin bij afzonderlijke subsidieverordening is voorzien:

a.burger en bestuur;

b.openbare orde en veiligheid;

c.openbare buitenruimte;

d.economie;

e.educatie;

f.evenementen en recreatie;

g.sport, cultuur en welzijn;

h.werk en inkomensondersteuning;

i.zorg;

j.milieu;

k.bouwen en wonen.

2Het college kan bij nadere regeling vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.

3Ten aanzien van subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet kan het college bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.

Artikel 3 Bevoegdheid college

Het college is het bevoegde bestuursorgaan met betrekking tot het nemen van beslissingen op grond van of krachtens deze verordening, tenzij in deze verordening anders is bepaald.

Artikel 4 Ontvanger subsidie

1Alleen rechtspersonen kunnen in aanmerking komen voor subsidie.

2In bijzondere omstandigheden kan het college een eenmalige subsidie verstrekken aan een natuurlijke persoon of een groep van natuurlijke personen.

Artikel 4a. Staatssteunregels

1Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen.

2Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader.

3Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader.

4Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader.

5Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader.

Hoofdstuk 2 Subsidieplafonds en begrotingsvoorbehoud

Artikel 5 Subsidieplafonds

1Het college kan subsidieplafonds vaststellen.

2Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.

3Het college kan een subsidieplafond verlagen als:

a.het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en,

b.de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.

4Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.

Artikel 6 Begrotingsvoorbehoud

Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.

Hoofdstuk 3 Aanvraag van de subsidie

Artikel 7 In te dienen gegevens

1De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college met behulp van een aanvraagformulier.

2Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens:

a.een beschrijving van de activiteiten waar subsidie voor wordt aangevraagd;

b.de doelstellingen en resultaten, die daarmee worden nagestreefd, en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen. In bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door het gemeentebestuur vastgestelde doelen of beleidsterreinen;

c.een begroting van en dekkingsplan voor de kosten van de activiteiten, waar de subsidie voor wordt aangevraagd. Het dekkingsplan bevat mede een opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;

d.indien van toepassing bij een jaarlijkse subsidie, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag.

Artikel 8 Aanvraagtermijn

1Een aanvraag voor een eenmalige subsidie wordt uiterlijk acht weken voordat met de activiteit wordt gestart ingediend.

2Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt ingediend uiterlijk 30 april voorafgaand aan het jaar, of de jaren waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft. Een aanvraag die vóór 30 april is ingediend wordt geacht op 30 april te zijn ingediend.

3Het college kan in bijzondere gevallen bepalen dat een aanvraag op een ander tijdstip of een andere termijn ingediend mag worden.

4Het college kan in de nadere regels als bedoeld in het tweede lid van artikel 2, andere termijnen stellen voor het indienen van een aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies.

Artikel 9 Beslistermijn

1Het college beslist op een aanvraag voor een eenmalige subsidie voor het lopende kalenderjaar binnen acht weken na ontvangst daarvan.

2Het college beslist op een aanvraag tot subsidieverlening voor het komende kalenderjaar binnen zes weken nadat de raad de begroting voor dat kalenderjaar heeft vastgesteld, doch uiterlijk op 31 december van het jaar van aanvraag.

3Het college kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen. Hiervan doet het voor afloop van de in het eerste en tweede lid vermelde termijn mededeling aan de aanvrager.

4Indien het college een tijdstip heeft bepaald waarop aanvragen uiterlijk moeten zijn ingediend, gaat de in het eerste lid vermelde termijn in op de dag na die waarop dit tijdstip is verstreken.

Hoofdstuk 4 Weigering van de subsidie

Artikel 10 Weigeringsgronden

1Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb weigert het college de subsidie in ieder geval als:

a.de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt; of,

b.het een aanvrager betreft tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.

2Daarnaast weigert het college de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat:

a.subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader; of

b.de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader.

3Onverminderd de vorige leden kan het college de subsidie verder in ieder geval weigeren als:

a.de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of niet of nauwelijks ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;

b.de activiteiten niet binnen door het gemeentebestuur vastgestelde doelen of het beleid passen;

c.niet wordt voldaan aan de eisen of verplichtingen die opgenomen zijn in de op grond van artikel 2, lid 2, vastgestelde nadere regels;

d.de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;

e.de aanvrager ook zonder subsidie over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen hetzij uit middelen van derden, kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken.

f.de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt.

Artikel 11 Wet Bibob

Het college kan voor subsidies binnen door de raad vast te stellen beleidsterreinen of onderdelen daarvan bepalen dat de gevraagde subsidie kan worden geweigerd of de verleende subsidie kan worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de

Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Hoofdstuk 5 Verlening van de subsidie

Artikel 12 Verlening

1Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college aan op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaats vindt.

2Het college is bevoegd om verplichtingen aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden met betrekking tot het beheer en gebruik van de subsidie.

Artikel 13 Voorschotten en verrekening

1Het college verleent geen voorschotten op de subsidie zodra het kennis heeft genomen van het ontbinden van de subsidieontvanger, conservatoir beslag op (een deel van) het vermogen van de subsidieontvanger, een ten aanzien van de subsidieontvanger verleende surseance van betaling dan wel uitgesproken faillissement.

2Subsidies die op grond van deze verordening zijn verleend of vastgesteld, kunnen worden verrekend:

a.met vorderingen van de gemeente op de subsidieontvanger die verband houden met de verhuur van gemeentelijke accommodaties;

b.met vorderingen van de subsidieontvanger in geval van diens faillissement, surseance van betaling of bij toepassing van de schuldsanering natuurlijke personen, onverminderd de artikelen 53, 234, 235 en 307 van de Faillissementswet.

Hoofdstuk 6 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 14 Tussentijdse rapportage

1Bij subsidies, hoger dan € 50.000,-, welke verleend worden voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het college de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten.

2De verplichting als bedoeld in lid 1 kan worden opgelegd in de vorm van een schriftelijke of mondelinge verantwoording

3Een tussentijdse verantwoording wordt niet vaker dan drie keer per jaar gevraagd.

Artikel 15 Meldingsplicht

De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk melding aan het college, zodra aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, niet geheel of geheel niet zullen worden verricht of dat niet geheel of geheel niet aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

Artikel 16 Restitutie vermogensvorming

1De subsidieontvanger is een vergoeding aan de gemeente verschuldigd voor zover het verstrekken van subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, indien sprake is van de in artikel 4:41, tweede lid Awb genoemde gevallen.

2Indien de subsidieontvanger zijn inkomsten geheel of in overwegende mate ontleent aan de subsidie is hij de maximale vergoeding aan de gemeente verschuldigd.

3Indien het tweede lid niet van toepassing is, wordt de hoogte van de vergoeding bepaald naar evenredigheid van de hoogte van het subsidiebedrag op het totaal van de inkomsten.

4Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen.

5Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door een door het college in overleg met de subsidieontvanger aangewezen onafhankelijke deskundige.

6Bij het vervreemden van eigendommen die met subsidie van de gemeente zijn verkregen of in stand gehouden, dient een eventueel voordelig verschil tussen boekwaarde en de op het moment van de vervreemding geldende marktwaarde ten gunste van het resultaat te worden gebracht.

Artikel 17 Egalisatiereserve

1Het college kan de subsidieontvanger verplichten een egalisatiereserve te vormen als bedoeld in artikel 4:72 Awb.

2De hoogte van de egalisatiereserve mag niet meer bedragen dan 10% van het verleende subsidiebedrag.

3Het college kan afwijken van het in het tweede lid genoemde percentage.

Artikel 18 Overige verplichtingen subsidieontvanger

1De subsidieontvanger verricht de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend.

2De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over:

a.besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon;

b.relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;

c.ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen.

d.wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders of het doel van de rechtspersoon.

3De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 van de Awb, behoudens lid b.

4De subsidieontvanger is verplicht mee te werken aan onderzoek dat is ingesteld door of namens de gemeente en verstrekt daarbij op verzoek mondeling en schriftelijk informatie over de besteding van de subsidie.

5Het college kan in nadere regels, als bedoeld in artikel 2, lid 2, de subsidieontvanger ook andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

6Het college kan in nadere regels, als bedoeld in artikel 2, lid 2, de subsidieontvanger ook verplichtingen opleggen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. Deze verplichtingen kunnen slechts betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht.

Hoofdstuk 7 Verantwoording en vaststelling subsidie

Artikel 19 Verantwoording subsidies tot € 5.000

1Subsidies tot € 5.000 worden door het college:

a.direct vastgesteld of;

b.ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht.

2Bij de onder lid 1 bedoelde subsidies verplicht het college de subsidieontvanger binnen 8 weken op de door het college aangegeven wijze aan te tonen, dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen. Het college kan steekproefsgewijs de ingediende verantwoording controleren.

Artikel 20 Verantwoording subsidies vanaf € 5.000 tot € 50.000

1Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 5.000, maar minder dan € 50.000, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college:

a.bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten;

b.bij een jaarlijkse subsidie, uiterlijk op 30 april in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk binnen 4 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend. Een aanvraag die vóór 30 april is ingediend wordt geacht op 30 april te zijn ingediend.

2De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend en waarvoor KPI’s zijn gesteld, zijn verricht.

3Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd, dan wel dat de gegevens en bescheiden op een ander tijdstip moeten worden overgelegd.

Artikel 21 Verantwoording subsidies vanaf € 50.000

1Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 50.000, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college:

a.bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten;

b.bij een jaarlijkse subsidie, uiterlijk op 30 april in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk binnen 4 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend. Een aanvraag die vóór 30 april is ingediend wordt geacht op 30 april te zijn ingediend.

2De aanvraag tot vaststelling bevat:

a.een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend en waarvoor KPI’s zijn gesteld, zijn verricht;

b.een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag);

c.de jaarrekening;

d.een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop en

e.een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

3Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd, dan wel dat de gegevens en bescheiden op een ander tijdstip moeten worden overgelegd.

Artikel 22 Vaststelling subsidie

1Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast.

2Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid genoemde termijn, bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.

3Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat de subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in te dienen.

4Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor de in artikel 20 of 21 genoemde tijdstippen is ontvangen, gaat het college acht weken na een eenmalig rappel over tot ambtshalve vaststelling.

Hoofdstuk 8 Overige bepalingen

Artikel 23 Intrekking

De Algemene subsidieverordening gemeente Veenendaal (2007), vastgesteld bij besluit van 13 december 2007, wordt ingetrokken.

Artikel 24 Overgangsbepalingen

Op subsidies die zijn verleend of vastgesteld op grond van de in artikel 23 genoemde verordening, blijven de bepalingen van deze verordeningen van toepassing.

Artikel 25 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2012.

Artikel 26 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als Algemene subsidieverordening Veenendaal.

Toelichting

Toelichting

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.