Gemeentelijke regelgeving

Verordening Raadsonderzoeken

Gemeente Veendam · geldt sinds 11 oktober 2004

Aanhef

Nummer : 858 / Griffie

De raad van de gemeente Veendam,

gelet op de artikelen 155a tot en met 155f Gemeentewet;

B E S L U I T:

vast te stellen de volgende:

Verordening op het onderzoeksrecht van de Raad

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.onderzoek: een onderzoek als bedoeld in artikel 155a, eerste lid, van de Gemeentewet;

b.onderzoekscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet.

Artikel 2 Instellen van het onderzoek/onderzoekscommissie

1Op voorstel van een of meer van zijn leden kan de raad besluiten een onderzoek in te stellen.

2In de eerstvolgende raadsvergadering na dit besluit stelt de raad een onderzoekscommissie in van tenminste drie leden.

3De raad wijst een genoegzaam aantal plaatsvervangende leden aan.

4Bij de instelling van de onderzoekscommissie stelt de raad nadere regels vast met betrekking tot de rapportage van de onderzoekscommissie aan de raad.

Artikel 3 Voorzitter/plaatsvervangend voorzitter

1De leden van de onderzoekscommissie kiezen uit hun midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.

2De voorzitter is belast met:

a.het leiden van de beraadslaging en zitting;

b.het handhaven van de orde;

c.het doen naleven van bij of krachtens deze verordening gestelde regels;

d.hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.

Artikel 4 Beëindiging van het lidmaatschap

1Het lidmaatschap van de onderzoekscommissie eindigt indien:

a.de raad besluit tot opheffing van de onderzoekscommissie;

b.een lid ophoudt lid te zijn van de raad;

c.de onderzoekscommissie besluit een lid van zijn commissie te horen;

d.een lid ontslag neemt.

2Een lid van de onderzoekscommissie kan op elk moment ontslag nemen. Hiervan brengt hij de raad en de voorzitter van de onderzoekscommissie zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte.

3In openstaande vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.

4De leden 1 tot en met 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangende leden.

Artikel 5 Bevoegdheden van de onderzoekscommissie

1De onderzoekscommissie besluit alvorens het eerste getuigenverhoor plaats vindt of getuigen uitsluitend verhoord worden na het afleggen van de eed of belofte.

2De onderzoekscommissie kan buiten de in artikel 155b, eerste lid, van de Gemeentewet genoemde personen tevens anderen verzoeken om medewerking aan het onderzoek te verlenen. Laatstgenoemde medewerking geschiedt slechts op vrijwillige basis.

3De onderzoekscommissie kan besluiten derden in te schakelen voor het uitvoeren van opdrachten die zij in het kader van de onderzoeksopdracht en de uitoefening van haar taak nodig acht.

4De onderzoekscommissie kan in het belang van het onderzoek in beslotenheid met een ieder informatieve gesprekken voeren, welke als zodanig geen onderdeel van het onderzoek uitmaken. Er bestaat hiertoe geen plicht tot medewerking.

5De onderzoekscommissie kan de bovengenoemde bevoegdheden uitsluitend uitoefenen indien ten minste drie van haar leden aanwezig zijn.

6De onderzoekscommissie besluit met meerderheid van stemmen.

7De verordening op de raadscommissies is niet van toepassing.

Artikel 6 Ambtelijke bijstand

1De raad benoemt ter ondersteuning van de onderzoekscommissie een commissiegriffier.

2De commissiegriffier is bij iedere zitting aanwezig.

3Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt zijn plaats ingenomen door een daartoe door de raad aangewezen vervanger.

4De verordening ambtelijke bijstand is niet van toepassing.

Artikel 7 Zittingen

1De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting en brengt die ter openbare kennis.

2De voorzitter roept de leden van de onderzoekscommissie, getuigen en deskundigen ten minste twee weken voor de zitting op.

3Binnen drie werkdagen na verzending van de oproep kunnen de getuigen en deskundigen onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.

4De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de betrokken getuige of deskundige medegedeeld.

Artikel 8 Toehoorders en de pers

1De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare zittingen bijwonen.

2Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.

3De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken.

Artikel 9 Geluid- en beeldregistraties

Degenen die tijdens de zitting geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.

Artikel 10 Verslaglegging zitting

1De commissiegriffier draagt zorg voor de verslaglegging van de zitting.

2Het verslag vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid voor zover van belang.

3Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.

4Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht.

5Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de commissiegriffier.

Artikel 11 Beraadslagingen

1De onderzoekscommissie beraadslaagt indien een lid dat nodig acht.

2De onderzoekscommissie beraadslaagt achter gesloten deuren.

Artikel 12 Afronding onderzoek

Na afronding van het onderzoek door de onderzoekscommissie worden haar bevindingen voorgelegd aan de raad.

Artikel 13 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 11-10-2004.

Artikel 14 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening raadsonderzoeken”.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 oktober 2004

De voorzitter, De griffier,

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.