Gemeentelijke regelgeving

Referendumverordening Veendam 2016

Gemeente Veendam · geldt sinds 16 november 2016

Aanhef

De raad van de gemeente Veendam;

Gelet op de artikelen 147 , 149 en 154 van de Gemeentewet;

Besluit:

Vast te stellen de Referendumverordening Veendam 2016.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a.raadplegend niet-correctief referendum: een volksstemming op initiatief van de raad, waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken over een concept-raadsbesluit.

b.raadplegend correctief referendum: een volksstemming op initiatief van de raad, waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken over een raadsbesluit.

c.raadgevend niet-correctief referendum: een volksstemming op initiatief van burgers, waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken over een concept-raadsbesluit.

d.raadgevend correctief referendum: een volksstemming op initiatief van burgers, waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken over een raadsbesluit.

e.Initiatiefgerechtigden: diegenen die op de dag van het indienen van de kennisgeving dan wel het verzoek voldoen aan het bepaalde in de Kieswet inzake de kiesgerechtigdheid voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Veendam, met dien verstande dat zij op die dag de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt.

f.stemgerechtigden: diegenen, die op de drieënveertigste dag voorafgaande aan de dag waarop het referendum wordt gehouden overeenkomstig het bepaalde in de Kieswet kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Veendam.

g.concept-raadsbesluit: een aan de raad ter besluitvorming voorgelegd concept-besluit dat op de agenda van een raadsvergadering is opgenomen.

h.raadsbesluit: een schriftelijke beslissing van de raad.

i.raad: de gemeenteraad van de gemeente Veendam.

j.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veendam.

k.burgemeester: de burgemeester van de gemeente Veendam.

Artikel 2 Toepassingsgebied

Een referendum wordt gehouden onder de stemgerechtigden van het hele grondgebied van de gemeente Veendam.

Artikel 3 Termijnen

Op de in deze verordening gestelde termijnen is de Algemene termijnenwet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4 Onderwerpen waarover een referendum niet mogelijk is

Een referendum wordt in ieder geval niet gehouden over een (concept-)raadsbesluit:

a.over individuele kwesties, zoals benoemingen en over rechtspositionele regelingen aangaande de griffier of griffiemedewerkers;

b.over het vaststellen van de gemeentelijke begroting en de jaarrekening;

c.over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen;

d.in het kader van deze verordening;

e.dat eerder aan een referendum onderworpen is geweest of dat zijn grondslag vindt in een eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden;

f.over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten;

g.over raadsconsultaties als bedoeld in artikel 169 lid 4 van de Gemeentewet;

h.ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever, waarbij de raad geen beleidsvrijheid heeft;

i.waarvan de inwerkingtreding of uitvoering niet kan worden uitgesteld vanwege de daarmee gemoeide spoedeisende gemeentelijke belangen. De raad bepaalt wanneer er sprake is van spoedeisende gemeentelijke belangen.

Hoofdstuk 2 Initiatief van de raad (raadplegend referendum)

Artikel 5 Raadplegend niet-correctief referendum

1De raad kan besluiten tot het houden van een referendum over een concept-raadsbesluit.

2Het bepaalde in de hoofdstukken 1 en 4 e.v. is op een raadplegend niet-correctief referendum van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6 Raadplegend correctief referendum

1De raad kan besluiten tot het houden van een referendum over een raadsbesluit.

2Het bepaalde in de hoofdstukken 1 en 4 e.v. is op een raadplegend correctief referendum van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 3 Initiatief van burgers (raadgevend referendum)

Artikel 7 Raadgevend niet-correctief referendum

1Initiatiefgerechtigden kunnen schriftelijk aangeven, dat zij een initiatief willen nemen tot een referendum over een concept-raadsbesluit.

2De kennisgeving moet bij de burgemeester worden ingediend uiterlijk zeven dagen vóór de raadsvergadering, waarvoor het besluit wordt geagendeerd. De burgemeester doet terstond mededeling aan (de griffier van) de raad van het feit dat er een kennisgeving is ingediend.

3Het bepaalde in de hoofdstukken 1 en 4 e.v. is op een raadgevend niet-correctief referendum van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8 Raadgevend correctief referendum

1Initiatiefgerechtigden kunnen schriftelijk aangeven, dat zij een initiatief willen nemen tot een referendum over een raadsbesluit.

2De kennisgeving moet bij de burgemeester worden ingediend uiterlijk veertien dagen na de bekendmaking van het besluit.

3Het bepaalde in de hoofdstukken 1 en 4 e.v. is op een raadgevend correctief referendum van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9 Kennisgeving

1De kennisgeving moet worden ondersteund door ten minste 1.000 initiatiefgerechtigden.

2In de kennisgeving wordt aangeven om welk (concept-)raadsbesluit het gaat. De kennisgeving gaat vergezeld van een handtekening van elke verzoeker, met een opgave van diens naam, adres, woonplaats en geboortedatum. Een kopie van het legitimatiebewijs (reisdocument of identiteitskaart) van verzoekers wordt bijgevoegd of soort en nummer van het legitimatiebewijs (reisdocument of identiteitskaart) worden op het formulier vermeld. Op de kennisgeving wordt tevens aangegeven wie als contactpersoon optreedt.

3De in het tweede lid bedoelde persoonsgegevens worden geplaatst op daartoe van gemeentewege verstrekte lijsten.

4De burgemeester onderzoekt na binnenkomst van de kennisgeving of deze voldoet aan de in dit artikel hiervoor gestelde eisen. Hij neemt hierover binnen zeven dagen na binnenkomst van de kennisgeving een besluit.

5Indien de kennisgeving niet voldoet aan de daaraan in dit artikel gestelde eisen, biedt de burgemeester verzoekers de gelegenheid om binnen zeven dagen een kennisgeving van hun referenduminitiatief in te dienen conform de gestelde eisen. De burgemeester doet terstond mededeling aan (de griffier van) de raad van het feit dat de kennisgeving niet aan de gestelde eisen voldoet.

6Indien een kennisgeving voor een niet-correctief referendum is gedaan volgens de hiervoor gestelde eisen, beslist de raad in dezelfde vergadering waarvoor het concept-raadsbesluit is geagendeerd, of over dit concept-raadsbesluit, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4, een referendum kan worden gehouden. De raad kan de beslissing of een referendum kan worden gehouden verdagen, uiterlijk naar zijn eerstvolgende vergadering volgens het reguliere vergaderschema.

7Indien een kennisgeving voor een correctief referendum is gedaan volgens de hiervoor gestelde eisen, beslist de raad in de eerstvolgende raadsvergadering of over het raadsbesluit, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4, een referendum kan worden gehouden.

Artikel 10 Verzoek

1Binnen drie weken na de dag waarop de raad heeft bekendgemaakt, dat op grond van de kennisgeving is besloten, dat een referendum kan worden gehouden, kan door initiatiefgerechtigden een verzoek tot het houden van een referendum worden ingediend. Het verzoek wordt ingediend bij de burgemeester. De burgemeester doet terstond mededeling aan (de griffier van) de raad van het feit dat er een verzoek is ingediend.

2Dit verzoek moet worden ondersteund door ten minste 3.000 initiatiefgerechtigden.

3Voor de vaststelling van het in het tweede lid bedoelde aantal worden de initiatiefgerechtigden, die de kennisgeving hebben ondersteund, meegerekend.

4In het verzoek wordt aangegeven om welk (concept-)raadsbesluit het gaat. Het verzoek gaat vergezeld van een handtekening van elke verzoeker, met een opgave van diens naam, adres, woonplaats en geboortedatum. Een kopie van het legitimatiebewijs (reisdocument of identiteitskaart) van verzoekers wordt bijgevoegd of soort en nummer van het legitimatiebewijs (reisdocument of identiteitskaart) worden op het formulier vermeld.

5De in het vierde lid genoemde persoonsgegevens worden geplaatst op daartoe van gemeentewege verstrekte lijsten.

6De burgemeester onderzoekt na binnenkomst van het verzoek of dit voldoet aan de in dit artikel hiervoor gestelde eisen. Hij neemt hierover binnen zeven dagen na binnenkomst van het verzoek een besluit.

7Indien het verzoek niet voldoet aan de daaraan in dit artikel gestelde eisen, biedt de burgemeester verzoekers de gelegenheid om binnen zeven dagen een verzoek in te dienen conform de gestelde eisen. De burgemeester doet terstond mededeling aan (de griffier van) de raad van het feit dat het verzoek niet aan de gestelde eisen voldoet.

8Indien het verzoek voldoet aan de hiervoor gestelde eisen, neemt de raad in zijn eerstvolgende vergadering een besluit over het houden van een referendum. De raad kan zijn beslissing verdagen, uiterlijk naar zijn eerstvolgende vergadering volgens het reguliere vergaderschema.

Artikel 11 Aanhouden besluitvorming concept-raadsbesluit

1Wanneer de raad bij besluit als genoemd in artikel 9 lid 6 bepaalt dat over een concept-raadsbesluit een referendum kan worden gehouden, dan wel wanneer de raad bij besluit als genoemd in artikel 10 lid 8 bepaalt dat over een concept-raadsbesluit een referendum zal worden gehouden, dan wordt het betreffende raadsvoorstel op de gangbare wijze behandeld.

2De stemming over het concept-raadsbesluit, zoals dat luidt na verwerking van de (eventueel) aanvaarde amendementen, wordt echter aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop het referendum wordt gehouden, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het verzoek wordt beslist.

Hoofdstuk 4 Financiën

Artikel 12 Budget

1De raad stelt, nadat is besloten tot het houden van een referendum, in dezelfde vergadering een budget beschikbaar voor voorlichting over en organisatie van het referendum door de gemeente.

2Aan initiatiefgerechtigden, die het initiatief nemen tot het houden van een referendum, wordt door de gemeente geen vergoeding voor gemaakte kosten verstrekt.

Hoofdstuk 5 De organisatie van een referendum

Artikel 13 Datum

1De raad stelt – gehoord het college - de dag vast waarop het referendum wordt gehouden, met dien verstande dat het referendum niet later plaatsvindt dan uiterlijk vier maanden na de dag waarop het verzoek als bedoeld in artikel 10 is ingewilligd of nadat de raad heeft besloten tot het houden van een referendum op basis van artikel 5 of 6.

2De raad kan besluiten de in het eerste lid genoemde termijn te verlengen met maximaal drie maanden indien binnen deze periode algemene verkiezingen worden gehouden.

3Een referendum kan worden gehouden tegelijk met een verkiezing waarop de Kieswet van toepassing is en/of een ander referendum.

4Een referendum vindt bij voorkeur niet plaats in de voor de regio aangewezen vakantieperiodes voor het basis- en voortgezet onderwijs, zoals vastgesteld door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

5Indien het raadsbesluit waarbij het verzoek als bedoeld in artikel 10 is ingewilligd, of indien het besluit tot het houden van een referendum op basis van artikel 5 of 6 is genomen, in de laatste raadsvergadering vóór de zomervakantie, wordt dit besluit geacht te zijn genomen in de eerste raadsvergadering na de zomervakantie.

Artikel 14 Vraagstelling

1Bij het referendum wordt aan de stemgerechtigden de vraag voorgelegd of zij vóór of tegen het (concept-)raadsbesluit zijn.

2De vraagstelling wordt weergegeven op de stempas.

3De vraagstelling moet helder, concreet en objectief zijn.

Artikel 15 Referendumcommissie

1Er is een commissie van advies en toezicht, genaamd ‘de Referendumcommissie’ (hierna: de commissie).

2De raad benoemt en ontslaat de leden van de commissie.

3Een lid van de commissie is niet tevens: wethouder, burgemeester, raadslid of ambtenaar van de gemeente Veendam dan wel De Kompanjie.

4De commissie heeft tot taak gevraagd en ongevraagd de raad en het college te adviseren over de uitvoering van deze verordening.

5De commissie houdt toezicht op de organisatie van het referendum, en op de objectiviteit van de te verstrekken voorlichting.

6De commissie brengt het gevraagde advies uit binnen zes weken nadat het verzoek daartoe door de raad of het college aan de commissie is gedaan. De commissie zendt een afschrift van haar advies aan de raad en het college.

7De referendumcommissie kan nadere regels vaststellen voor haar werkwijze en informeert de raad daarover.

Artikel 16 Uitvoering

1Het college is belast met de uitvoering van het raadsbesluit tot het houden van een referendum, een en ander volgens daarbij door de raad te stellen kaders en richtlijnen.

2Het college draagt op de gebruikelijke wijze zorg voor de bekendmaking van de besluiten van de raad in het kader van deze verordening.

3Het college regelt de bestuurlijke en ambtelijke coördinatie.

4Het college draagt zorg voor voldoende en evenwichtige voorlichting aan de burgers in het kader van de voorbereiding van het daadwerkelijke referendum.

Artikel 17 Organisatie van het referendum

1De organisatie geschiedt zoveel mogelijk op overeenkomstige wijze als ten aanzien van de verkiezing van de raad is voorgeschreven.

2Het college is bevoegd nadere regels te stellen en maatregelen te nemen, die nodig zijn voor een goed verloop van het referendum. De raad wordt hiervan tijdig op de hoogte gesteld.

Hoofdstuk 6 De stemming, de uitslag en de gevolgen van de uitslag

Artikel 18 De stemming

1Stemgerechtigden kunnen hun stem uitbrengen.

2Op de stemming in het kader van een referendum zijn de bepalingen van de Kieswet, betrekking hebbend op het stemmen in geval van raadsverkiezingen, voor zover nodig van overeenkomstige toepassing.

Artikel 19 De uitslag

De uitslag van het referendum wordt bepaald door de volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.

Artikel 20 Raadsbesluit na niet-correctief referendum

1In de eerstvolgende vergadering van de raad na de dag waarop het niet-correctief referendum is gehouden, vindt besluitvorming plaats over het concept-raadsbesluit, dat aan het referendum was onderworpen.

2De raad is niet gebonden aan de uitslag van het referendum.

Artikel 21 Procedure na correctief referendum

1In de eerstvolgende vergadering van de raad na de dag waarop het correctief referendum is gehouden, vindt beraadslaging plaats over het raadsbesluit, dat aan het referendum was onderworpen.

2De raad is niet gebonden aan de uitslag van het referendum.

Hoofdstuk 7 Slotbepalingen

Artikel 22 Strafbepalingen

Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie wordt bestraft degene die:

a.stembiljetten, volmachtbewijzen of oproepingskaarten namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

b.stembiljetten, volmachtbewijzen of oproepingskaarten die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken, dan wel deze met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, in voorraad heeft;

c.stembiljetten, volmachtbewijzen of oproepingskaarten voorhanden heeft met het oogmerk deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

d.als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is overleden;

e.bij een verkiezing een ander heeft gemachtigd voor hem te stemmen en niettemin in persoon aan de stemming deelneemt;

f.stelselmatig personen aanspreekt of anderszins persoonlijk benadert ten einde hen te bewegen het formulier op hun oproepingskaart, bestemd voor het stemmen bij volmacht, te ondertekenen en deze kaart af te geven.

Artikel 23 Wet bescherming persoonsgegevens

De burgemeester is belast met de uitvoering van de bepalingen van de Wet bescherming persoonsgegevens ten aanzien van verwerkingen van persoonsgegevens als gevolg van de uitvoering van deze verordening.

Artikel 24 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van haar bekendmaking.

Artikel 25 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als 'Referendumverordening Veendam 2016'.

Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Veendam in de openbare vergadering van 7 november 2016.

De burgemeester, De griffier,

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.