Gemeentelijke regelgeving

Nadere regels gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam 2024

Gemeente Veendam · geldt sinds 1 januari 2024

Aanhef

Nadere regels voor graven, asbezorging, gedenkplaatsen en grafbedekkingen gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam

Geldend vanaf 01-01-2024

Nadere regels gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam

Het college van de gemeente Veendam;

gelet op de artikelen 11, tweede lid en 19, derde lid van de Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Veendam;

gelet op artikel 35 Wet op de lijkbezorging;

gelet op artikel 149 Gemeentewet;

B e s l u i t : vast te stellen de

”Nadere regels gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam”

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze nadere regels wordt verstaan onder:

1graf: een zandgraf of keldergraf;

2grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere lijken worden begraven of asbussen, urnen of aszakken worden bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand;

3particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

a.het doen begraven en begraven houden van lijken;

b.het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen, urnen of aszakken;

4algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;

5asbus, urn of aszak: een voorwerp ter berging van as van een overledene;

6particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen, urnen of aszakken;

7algemeen urnengraf: (gereserveerd);

8particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen of urnen;

9enkeldiep graf: een graf met één begraaflaag, waarin ten hoogste één lijk of twee asbussen, urnen of aszakken kunnen worden bijgezet;

10dubbel graf: een graf met één begraaflaag, waarin ten hoogste twee lijken of twee keer twee asbussen, urnen of aszakken kunnen worden bijgezet. Bestaat uit twee naast elkaar gelegen grafruimten;

11dubbeldiep graf: een graf waarin ten hoogste twee lijken of twee keer twee asbussen, urnen of aszakken kunnen worden bijgezet. Bestaat uit twee boven elkaar gelegen grafruimten.

12grafruimte: een ruimte in een graf, waarin ten hoogste één lijk of twee asbussen, urnen of aszakken kunnen worden bijgezet.

13gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het recht is verleend om overledenen te gedenken.

14grafbedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf, urnenzuil of urnennis;

15gedenkteken: een voorwerp ter nagedachtenis aan een overledene zoals een steen, zerk, afsluitplaat, urnament of ander monument;

16grafbeplanting: beplanting ten behoeve van een graftuininrichting;

17duurzame materialen: vaste, niet buigzame materialen van natuursteen, beton, glas, hout, keramiek, kunststof en metaal, welke van nature of middels een daartoe speciale behandeling weerbestendig zijn, niet breukgevoelig en welke bestaan uit één geheel en waarvan de praktische toepasbaarheid zoals opnemen, verplaatsen, e.d. gewaarborgd is.

18betonsloof: betonnen balk aan de verst gelegen breedtezijde van het graf, gerekend vanaf het pad binnen het grafveld, waarop het gedenkteken dient te worden aangebracht.

19het college: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veendam.

20urnament: een kunstwerk op een urnenzuil;

21particuliere urnenzuil: een kolom waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen of aszakken. Elke urnenzuil is voorzien van een urnament.

22verstrooiingsplaats: een plaats waaraan aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het recht is verleend om daarop as te verstrooien.

23gemeentelijke uitvaart: Een uitvaart voor de verantwoordelijkheid van de gemeente, wanneer niemand anders zorg draagt voor de uitvaart van de overledene.

BEZORGING EN UITGIFTE

Artikel 2. Mogelijkheden tot begraven, bijzetten of verstrooien

1Op de gemeentelijke begraafplaats ‘Centrum’ worden de volgende mogelijkheden tot lijkbezorging geboden:

a.Bijzetten in een particulier graf;

b.Bijzetten in een familiegraf;

2Op de gemeentelijke begraafplaats ‘Buitenwoelhof’ worden de volgende mogelijkheden geboden:

a.Begraven in een algemeen graf;

b.Begraven of bijzetten in een particulier graf;

c.Begraven of bijzetten in een particulier kindergraf;

d.Begraven of bijzetten in een particulier familiegraf;

e.Bijzetten in een particulier urnengraf;

f.Bijzetten in een particuliere urnennis;

g.Bijzetten in een particuliere urnenzuil;

h.Verstrooien van as op een verstrooiingsplaats.

3Op de gemeentelijke begraafplaats ‘Dalweg 36’ worden de volgende mogelijkheden geboden:

a.Begraven of bijzetten in een particulier graf;

b.Begraven of bijzetten in een particulier kindergraf;

c.Bijzetten in een particulier urnengraf;

d.Bijzetten in een particuliere urnennis;

e.Verstrooien van as op een verstrooiingsplaats.

Artikel 3. Indeling en uitgifte van graven

1Algemene graven: Op de begraafplaats Buitenwoelhof worden algemene graven uitgegeven, waarin gelegenheid wordt gegeven lijken te begraven voor de tijd van 10 jaren; Voor de algemene graven geldt dat deze bij de gemeente in beheer blijven, er geen grafbedekking op geplaatst mag worden en er niet verlengd kan worden. Deze graven zijn uitsluitend bedoeld voor gemeentelijke uitvaarten.

2De particuliere graven worden onderverdeeld in graven uitgegeven voor de tijd van 10 jaren, 20 jaren, 40 jaren of voor onbepaalde tijd. Hierbij wordt de mogelijkheid geboden voor het begraven of bijzetten van maximaal één lijk of twee asbussen, urnen of aszakken per grafruimte.

3Het college kan, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen verzoek, toestemming verlenen voor het bijzetten van een asbus, urn of aszak in een grafruimte met één lijk, mits dit technisch uitvoerbaar is.

a.Een bijzetting van een asbus, urn of aszak bij een lijk moet per geval worden beoordeeld door de begraafplaatsmedewerker waarbij gekeken wordt of en op welke wijze de bijzetting technisch uitvoerbaar is.

Artikel 4. De bezorging van as

1De particuliere urnengraven worden onderverdeeld in graven uitgegeven voor de tijd van 20 jaren, 40 jaren of onbepaalde tijd. Hierbij wordt de mogelijkheid geboden voor het daarin bijzetten van maximaal twee asbussen of aszakken per graf.

2De particuliere urnennissen worden uitgegeven voor de tijd van 10 jaren, 15 jaren en 20 jaren. Hierbij wordt de mogelijkheid geboden voor het daarin bijzetten van maximaal twee asbussen of urnen.

3De particuliere urnenzuilen worden uitgegeven voor de tijd van 5 jaren. Hierbij wordt de mogelijkheid geboden voor het daarin bijzetten van maximaal twee asbussen of aszakken.

4Verstrooien van as is mogelijk op de daartoe aangewezen verstrooiingsplaats.

Artikel 5. Gedenkplaatsen

(gereserveerd)

WIJZE VAN BEGRAVEN

Artikel 6. Wijze van begraven

1Op de gemeentelijke begraafplaats ‘Centrum’ wordt enkeldiep begraven.

2Op de gemeentelijke begraafplaats ‘Dalweg 36' wordt dubbeldiep begraven met uitzondering van kindergraven. Op verzoek bestaat de mogelijkheid om enkeldiep te begraven. De begraafplaatsbeheerder bepaalt in overleg met de nabestaande de plek en kijkt of dit technisch uitvoerbaar is en geen andere bezwaren geeft.

3Op de gemeentelijke begraafplaats ‘Buitenwoelhof’ wordt zowel dubbeldiep als enkeldiep begraven, afhankelijk van het type graf.

4Op de gemeentelijke begraafplaats ‘Buitenwoelhof’ is een daartoe aangewezen gedeelte beschikbaar voor het begraven van levenloos geboren kinderen. Het plaatsen van een gedenkteken of beplanting op dit gedeelte is niet toegestaan.

AANVRAAG VERGUNNING

Artikel 7. De vergunning voor grafbedekking

1Een vergunning voor het hebben van grafbedekking dient schriftelijk bij het college te worden aangevraagd middels een aanvraagformulier vergunning plaatsen grafbedekking, onder overlegging van een ontwerptekening schaal 1:10 en een duidelijke omschrijving van de toe te passen materialen.

2Op deze ontwerptekening dienen tenminste vermeld te worden:

a.een boven-, voor- en zijaanzicht met alle hoogte-, breedte-, dikte- en lengtematen;

b.het materiaal van de fundering en de wijze van bevestiging van de grafbedekking ;

c.de soort, kleur en bewerking van het te gebruiken materiaal;

d.de tekst en woordindeling van het opschrift en eventueel de plaats van figuratie(s);

e.de handtekening van de rechthebbende.

3Bij afwijkingen van de in deze verordening genoemde maten en materialen beslist het college.

4Bij elke verandering of vervanging van de bestaande grafbedekking geldt een meldingsplicht waarbij gebruikt gemaakt dient te worden van het meldingsformulier wijziging grafbedekking.

5Bij vergunningverlening verbindt men zich aan het bepaalde in de artikelen 19, 21 en 23 van de ’Beheersverordening gemeentelijk begraafplaatsen gemeente Veendam'.

Artikel 8. Beslissing

De beslissing op de aanvraag of melding wordt door het college schriftelijk medegedeeld.

OPPERVLAKTE GRAVEN, GEDENKTEKENS EN MATERIAAL

Artikel 9. Afmetingen grafoppervlak

Grafsoort

Lengte

Breedte

Particulier graf

2.00 m.

1.00 m

Kindergraf

1.50 m

1.00 m

Familiegraf

6.00 m

6.00 m

Urnengraf

0.70

0.70

Urnenzuil

0.40

0.40

Particulier graf veld 7

2.00 m

Variabel per strekkende meter

Afmetingen van bestaande graven kunnen afwijken van deze afmetingen.

Artikel 10. Gedenkteken en materiaal

1Voor de gedenktekens mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt.

2Voor een afsluitplaat in de urnenmuur geldt dat deze uitsluitend door een steenhouwer aangebracht mag worden middels verlijming met kit. Schroeven zijn niet toegestaan.

3De onderdelen moeten vast aan het gedenkteken zijn verbonden.

4Het college kan in uitzonderingsgevallen ontheffing verlenen voor de toepassing van andere materialen.

Artikel 11. Toegestane gedenktekens per locatie

1Op de gemeentelijke begraafplaatsen mogen de gedenktekens bestaan uit liggende of staande gedenktekens.

2Op begraafplaats ‘Buitenwoelhof’ mogen de gedenktekens op de urnenzuilen vervangen worden door een eigen gedenkteken. Hierbij is artikel 7 lid 4 van deze nadere regels van toepassing.

Artikel 12. Afmetingen gedenktekens graven

De lengte en breedte van het gedenkteken mag die van het grafoppervlak niet overschrijden.

1Voor gedenktekens op nieuw uitgegeven graven gelden de volgende maximale afmetingen:

Grafsoort

Lengte

Breedte

Hoogte

Particulier graf

2.00 m.

1.00 m

1.00 m

Particulier dubbelgraf

2.00 m

2.00 m

1.00 m

Particulier graf natuurveld

0.50 m

0.50 m

0.10 m

Kindergraf

1.50 m

1.00 m

1.00 m

Familiegraf (6 keer)

2.00 m

1.00 m

1.00 m

2Indien er staande monumenten worden toegepast, dienen deze zoveel mogelijk in de rij met de andere staande monumenten te worden geplaatst. Zie hiervoor ook artikel 13 lid 2 van deze nadere regels.

3Het gedenkteken dient recht boven de grafruimte geplaatst te worden.

4Het is toegestaan, indien het graf een dubbelgraf betreft, ten behoeve van de twee naast elkaar liggende graven, één gedenkteken op te richten.

5In afwijking van de voorgaande leden van dit artikel, biedt Veld 7 op de begraafplaats ‘Buitenwoelhof’, ruimere mogelijkheden aangaande afmetingen en de vorm van een gedenkteken. De lengte dient, net als andere particuliere graven, maximaal 2.00 meter te zijn. Hiertoe kan conform artikel 7 van deze nadere regels een aanvraag worden gedaan.

6Voor bestaande graven geldt dat voor het plaatsen of wijzigen van gedenktekens altijd overlegd dient te worden met de beheerder. Dit in verband met mogelijke afwijkingen van de genoemde afmetingen.

Artikel 13. Afmetingen gedenktekens urnengraven

1Voor gedenktekens op urnengraven gelden de volgende afmetingen:

Grafsoort

Lengte

Breedte

Hoogte/dikte

Urnengraven

0.70 m

0.70 m

0.50 m

Urnennissen

0.385 m

0.55

0.03 m

Urnamenten op urnenzuilen

0.50 m

0.50 m

0.50 m

2Een staand gedenkteken mag uitsluitend aan de verst gelegen breedtezijde van het graf, gerekend vanaf het pad binnen het grafveld worden aangebracht. Over de overige oppervlakte van het graf zijn uitsluitend liggende gedenktekens toegestaan.

VOORSCHRIFTEN GEDENKTEKENS EN VOORWERPEN

Artikel 14. Voorschriften plaatsing gedenkteken

1Het plaatsen of ophalen van het gedenkteken dient vooraf te worden afgestemd met de begraafplaatsmedewerker. De begraafplaatsmedewerker bepaalt of het voorgestelde moment past. Het plaatsen of ophalen van de gedenktekens dient plaats te vinden op werkdagen van maandag t/m vrijdag van 08:00 uur tot 15:00 uur.

Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.

1aBij het ophalen van een gedenkteken op de begraafplaats door een steenhouwer mag de gemeente ervan uitgaan dat dit met toestemming van de rechthebbende van het graf gebeurt. Gevolgen voorvloeiend uit het door de steenhouwer onrechtmatig ophalen van een gedenkteken van de begraafplaats, komen voor rekening van de steenhouwer.

2Men is verplicht, bij plaatsing, het staande gedenkteken aan te brengen op de betonsloof (indien deze aanwezig is).

3Het is verboden de betonsloof, indien aanwezig, te bewerken zodat deze in zijn functionaliteit wordt beschadigd.

4Gedenktekens op een urnengraf dienen op het deksel van de urnenkelder te worden bevestigd.

5Het is niet toegestaan om, door de rechthebbende of nabestaande, in eigen beheer funderingsconstructies aan te brengen.

6De fundering van een grafmonument dient deugdelijk te worden aangebracht.

7Het na verzakking opnieuw stellen van het gedenkteken, is voor rekening en risico van de rechthebbende.

8Alle sporen van afval, ontstaan ten gevolge van werkzaamheden op of aan de gedenkteken, dienen van de begraafplaats te worden meegenomen.

9Beschadigingen, ontstaan ten gevolge van werkzaamheden op of aan de gedenktekens, moeten worden hersteld door of namens de verantwoordelijke voor de beschadiging(en).

Artikel 15. Te overleggen documenten bij plaatsing gedenkteken

1Bij het (terug)plaatsen van een gedenkteken dient de steenhouwer altijd in het bezit te zijn van een vergunning voor het desbetreffende monument óf een akkoord op de melding die middels een meldingsformulier voorafgaand is ingediend overeenkomstig het bepaalde in artikel 7 van deze nadere regels.

2Ter plaatse kan de begraafplaatsmedewerker aan de steenhouwer vragen om het bewijs van akkoord van de gemeente te laten zien.

3Indien de steenhouwer bij het plaatsen van een gedenkteken niet in het bezit is van een geldige vergunning of akkoord op een meldingsformulier, óf wanneer niet is voldaan aan het gestelde in artikel 14 van deze nadere regels, dan kan de gemeente de steenhouwer weigeren het gedenkteken op te halen, te plaatsen of binnen een redelijk gestelde termijn te verzoeken het gedenkteken te (laten) verwijderen al dan niet op kosten van de steenhouwer.

Artikel 16. Overige voorschriften

1Het is niet toegestaan losse voorwerpen van glas of een ander breekbaar materiaal op een graf te leggen.

2Het aanbrengen van kettingen en hekwerken is niet toegestaan.

3Het is niet toegestaan om:

a.dozen met bloemen of kunstbloemen op de graven aan te brengen of te hebben; Hiervoor zijn er prikvazen op de begraafplaats beschikbaar.

b.betonnen roeven hoger dan 20 cm op de graven aan te brengen of te hebben;

c.urnennissen te verven;

d.brandende voorwerpen met open vuur in urnennissen te plaatsen.

4Het vermelden van een firmanaam of enige andere reclame op een gedenkteken of onderdeel daarvan is niet toegestaan. Gedeelten van graftekenen, welke hiervan zijn voorzien worden niet tot plaatsing toegelaten.

VOORSCHRIFTEN GRAFBEPLANTING EN BLOEMEN

Artikel 17. Vaste grafbeplanting

1Indien door de rechthebbende of gebruiker wordt gekozen voor grafbeplanting, dient de oppervlakte van het particuliere graf te worden beplant met éénjarige planten of winterharde gewassen, die de voor het graf beschikbare oppervlakte niet overschrijden of door snoeien binnen de oppervlakte kunnen worden gehouden. De hoogte van deze gewassen mag niet meer zijn dan de maximale hoogte van het gedenkteken op het graf.

2Gewassen die buiten bovengenoemde ruimte geplant worden of groeien, kunnen door de gemeente verwijderd worden, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is.

3Indien gekozen wordt voor alleen een staand gedenkteken, kan in overleg met de beheerder een graftuin-inrichting worden gekozen. In dat geval is de rechthebbende zelf verantwoordelijk voor het onderhoud van deze graftuin-inrichting.

4Op het natuurveld is geen graftuin inrichting toegestaan. Dit in verband met het al natuurlijke beheer van het veld.

Artikel 18. Bloemen op de verstrooiingsplaats

Op de verstrooiingsplaats is het toegestaan om eenmalig, direct na verstrooiing, bloemen neer te leggen. Na verwelking worden deze door de gemeente verwijderd. Daarna is er de mogelijkheid bloemen neer te leggen op de daarvoor bestemde bloementafel of indien deze niet aanwezig is, bij de herdenkingszuilen.

Artikel 19. Tijdelijke verwijdering

Op een graf aangebrachte beplanting of ander materiaal wordt verwijderd indien in een graf bijgezet moet worden. Deze materialen worden, indien mogelijk, weer teruggeplaatst na de ter aarde bestelling. Een en ander conform het bepaalde in de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam.

ONDERHOUD

Artikel 20. Onderhoud door gemeente

Overeenkomstig het bepaalde in de Beheersverordening Begraafplaatsen artikel 20 lid 1, voorziet de gemeente in het onderhoud van de begraafplaats, anders dan het onderhoud op ‘particuliere graven’.

Artikel 21. Onderhoud door de rechthebbenden of gebruikers

1Overeenkomstig artikel 21 van de geldende beheersverordening is de rechthebbende of de eigenaar verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen.

a.Het afval dat vrijkomt bij het onderhoud dient in de daarvoor aanwezige afvalbakken te worden gedeponeerd of afgevoerd. Al dan niet in overleg met de begraafplaatsbeheerder.

b.Het gebruiken van chemische middelen voor het onderhouden van de grafbedekking en de omgeving is niet toegestaan.

SLOTBEPALINGEN

Artikel 22. Intrekking oude regeling

Nadere regels voor grafbedekkingen gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam, vastgesteld op 20 december 2022, nummer 202200765 wordt ingetrokken.

Artikel 23. Overgangsbepaling

1Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de nadere regels voor grafbedekkingen gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam, vastgesteld op 20 december 2022, gelden als besluiten genomen krachtens de nadere regels gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam, vastgesteld op 21 november 2023 .

2Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van de nadere regels gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam, vastgesteld op 21 november 2023, afspraken dan wel activiteiten plaatsvinden op grond van de nadere regels voor grafbedekkingen gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam, vastgesteld op 20 december 2022, en voor het tijdstip van inwerkingtreding van de nadere regels gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam, vastgesteld op 21 november 2023, niet is besloten, worden daarop de nadere regels gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam, vastgesteld op 21 november 2023 toegepast.

Artikel 24. Inwerkingtreding

Deze nadere regels treden in werking met ingang van 1 januari 2024.

Artikel 25. Citeertitel

Deze nadere regels worden aangehaald als:

‘’Nadere regels gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Veendam ’’

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.