Gemeentelijke regelgeving

Uitvoerings- en handhavingsbeleid 2023-2026

Gemeente Valkenswaard · geldt sinds 11 februari 2023

Aanhef

Vergunningen, Toezicht & Handhaving Omgevingsrecht

Woord vooraf

Dit beleid is opgesteld en vastgesteld vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Op het moment dat de Omgevingswet daadwerkelijk in werking treedt , dan zal dit beleid worden aangepast, vastgesteld en bekend gemaakt. Tot die tijd is dit het geldend beleid. Waar in dit beleid na het in werking treden van de Omgevingswet verwijzingen staan naar ‘oude wetten en regelingen’ die zijn komen te vervallen, dienen deze te worden gelezen zoals ze op dat moment zijn opgenomen in de Omgevingswet.

Hoofdstuk 2 Uitgangspunten, doelen en activiteiten

2.4 Doelen en activiteiten

2.4.1 Thema Veiligheid en Ondermijning

Het thema veiligheid heeft betrekking op het (brand)veilig gebruik en de (fysieke) veiligheid van bouwwerken, open erven en terreinen om zodoende een fysiek veilige leefomgeving te waarborgen en bevorderen. Het thema Ondermijning heeft tot doel om ondermijnende activiteiten zoveel mogelijk te voorkomen, tegen te gaan, te verstoren en te stoppen.

1Thema Veiligheid en Ondermijning

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we ervoor doen?

1.1 het bewaken van de constructieve en brand- veiligheid bij nieuwbouw van bouwwerken met hoge prioriteit. (indeling conform figuur 4 en 6)

Bij vergunningaanvragen (maatgevende onderdelen m.b.t.) constructieve- en brandveiligheid van bouwwerken met prioriteit hoog, toetsen op het hoogste toetsniveau.

Bij toezicht op de vergunningen aandacht op dezelfde accenten leggen. De toets- en toezichtmatrices worden hierop afgestemd.

Bij handhaving repressief optreden daar waar de constructieve – en/of brandveiligheid in het geding is.

1.2 Integraal risicogericht toezicht door de brandweer in samenwerking met de bouwtoezichthouder.

De VRBZO adviseert over vooraf afgesproken categorieën bouwwerken zoals bestuurlijk vastgesteld in het regionaal uitvoeringsbeleid en houdt tijdens de realisatie- en gebruiksfase van deze bouwwerken in overleg met de bouwtoezichthouder samen integraal toezicht.

1.3 Waarborgen en optimaliseren van het inzetten van de beschikbare bestuurlijke middelen om ondermijnende activiteiten zoveel mogelijk te voorkomen, tegen te gaan, te verstoren of te stoppen.

We continueren onze aanpak en waar mogelijk breiden we deze uit. Te denken valt aan de wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) waarmee preventief vergunningen kunnen worden geweigerd of repressief worden ingetrokken, of het sluiten van panden met het Damoclesbeleid.

1.4 Waarborgen veiligheid op bedrijventerreinen/ van en nabij bedrijfsgebouwen.

Inventariseren en stapsgewijs vanuit bestemmingsplan aanpakken van veiligheid bij bedrijventerreinen/ van en nabij bedrijfsgebouwen. Het gaat dan voornamelijk om het aanpakken en voorkomen van risicovolle situaties, zoals opslag op/nabij de perceelgrens, installaties en brandoverslag.

1.5 Panden die niet geschikt zijn voor bewoning, maar wel bewoond worden, niet meer als zodanig laten gebruiken.

Voorkomen en/of optreden tegen onrechtmatig gebruik van woningen en panden door bijvoorbeeld op te treden bij signalen van over bewoning of onrechtmatig gebruik.

1.6 Het realiseren en optimaliseren van bestuurlijke handhavingssamenwerking

Het blijven participeren in het Dommelstroom Interventie Team samen met 5 andere gemeenten: Heeze-Leende, Cranendonck, Geldrop-Mierlo, Nuenen ca en Son en Breugel. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan regionaal ontwikkelde of nog te ontwikkelen aanpakken van criminaliteitsgevoelige branches en -locaties, zoals bedrijventerreinen en recreatieparken.

1.7 Beschadigde of verweerde asbestdaken laten verwijderen

Inventariseren en verder aanpakken van locaties waar verweerde asbestdaken aanwezig zijn door toepassing van de landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht, voorafgegaan door gesprekken met de eigenaren en gebruikers van de bouwwerken.

2.4.2 Thema Leefbaarheid

Het thema leefbaarheid heeft betrekking op het waarborgen en bevorderen van de kwaliteit van de leefomgeving alsmede het behoud van natuur- en cultuurhistorische waarden.

2Thema Leefbaarheid

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we ervoor doen?

2.1 Waarborgen van de woonfunctie in bestemmingsplannen (strijdige (ver)bouw en gebruik bij woonfuncties)

Voorkomen en bestrijden van strijdige (ver)bouw en gebruik op of aangrenzend aan de in het bestemmingsplan vastgelegde woonfunctie.

2.2 In standhouden van (archeologische) monumenten en objecten/ gebieden met cultuurhistorische waarde.

Actualiseren en actueel houden van lokale regelgeving en tijdig ingrijpen bij overtredingen om schade te beperken. Beschadiging van deze bouwwerken en verstoring van archeologische gebieden zijn vaak onomkeerbaar.

2.3 Voorkomen van bedrijfsmatige activiteiten/ gebruik anders dan bij woonfuncties, waar dit (op basis van het bestemmingsplan) niet is toegestaan.

Bestrijden bedrijfsmatig gebruik en bewoning van gebouwen waar dit op basis van het bestemmingsplan niet is toegestaan.

2.4 Zorgen dat landschapsversterkende maatregelen daadwerkelijk worden uitgevoerd.

Bij vergunningverlening toetsing op en bij toezicht toezien op uitvoering van landschappelijke inpassingsplannen of landschapsversterkingsplannen die als toetsingskader zijn opgenomen in vastgestelde ruimtelijke regels.

2.5 Het in standhouden van een aangenaam woon- en leefklimaat in Valkenswaard.

Deelname aan het vangnetoverleg en bijdragen aan de daaruit voortvloeiende casuïstiek met als hulpmiddelen de APV, ruimtelijke regelgeving en/of de beleidsregel wet aanpak woonoverlast.

2.4.3 Thema Dienstverlening

Het thema Dienstverlening heeft betrekking op het waarborgen en bevorderen van de manier waarop (in communicatie, snelheid) de organisatie met belanghebbenden (aanvragers, klagers, etc.) omgaat. Het dienstverleningsconcept van de gemeente Valkenswaard speelt hier ook een grote rol in.

3Thema Dienstverlening

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we ervoor doen?

3.1 Omgaan met initiatiefnemers en burgers vanuit kernwaarden

Empathisch: Zowel in schriftelijk als persoonlijk contact blijk geven van ons inlevingsvermogen in de situatie en vraag van onze klant.

Gelijkwaardig: We zijn partners en trekken samen op met respect voor ieders rol en verantwoordelijkheid.

Oplossingsgericht: We zijn meedenkers en geen ‘nee’ denkers.

Daadkrachtig: We tonen een gezonde ambitie om onze voornemens ten uitvoer te brengen.

3.2 Besluitvorming op vergunningaanvragen binnen wettelijke termijnen.

Er worden geen vergunningen van rechtswege verleend, daar waar dit tactisch gezien gewenst is maken we onder voorwaarden incidenteel gebruik van deze wettelijke mogelijkheid.

3.3 Het proces van omgevingsvergunningen verbeteren.

Bij negatieve adviezen oplossingsgericht meedenken door adviesgevers en behandelaars van zaken en de initiatiefnemers laten participeren in het vergunningenproces.

3.4 Behoorlijke besluitvorming op verzoeken om handhaving binnen wettelijke termijnen.

Conform de geldende wet- en regelgeving pakken wij handhavingsverzoeken altijd op. Op verzoeken om handhaving binnen een termijn van 8 weken besluiten of verlengen wanneer voor de behandeling van het verzoek langere termijn van vooronderzoek noodzakelijk is.

3.5 Behoorlijke afhandeling van klachten van eigenaren en gebruikers van gronden/ bouwwerken over overtredingen.

Bij klachten en meldingen zal worden beoordeeld of acuut ingrijpen noodzakelijk is. Mocht dat niet het geval zijn dan zullen betrokkenen daarover worden geïnformeerd. De signalen en meldingen kunnen wel worden gebruikt om de informatiepositie over de problematiek op te bouwen. Deze informatie kan (op termijn) alsnog aanleiding zijn om handhavend op te treden.

2.4.4 Thema Uitvoeringskwaliteit diensten & producten

Het thema Uitvoeringskwaliteit van diensten & producten heeft betrekking op het waarborgen en bevorderen van de mate waarin een product voldoet aan juridische doelen (zoals geformuleerd in de relevante wet- en regelgeving en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur) en bijdraagt aan de omgevingsdoelen.

4Thema Uitvoeringskwaliteit diensten & producten

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we ervoor doen?

4.1 Borging uitvoeringskwaliteit van afgehandelde vergunningszaken (audit op juiste afhandeling bij of krachtens wettelijke regelgeving).

Ieder kalenderjaar volgens een vast protocol interne kwaliteitscontroles houden waarbij steekproefsgewijs 25 in het betreffende kalenderjaar afgehandelde vergunningen –volgens een audit door een medewerker (die niet betrokken is geweest bij de afhandeling van de zaak)– beoordeeld worden.

4.2. Borging uitvoeringskwaliteit bij toezicht en handhavingszaken

In komende beleidsperiode audit ontwikkelen of toezichts- en/ of handhavingszaken volgens wettelijke termijnen en lokale beleidsstukken afgehandeld zijn.

4.3 Uniforme uitvoering en afhandeling VTH-zaken.

Actueel houden van (handboek met) werkprocessen en protocollen, door periodiek te screenen op actualiteit.

4.4 Zorgdragen voor een gedegen juridische kwaliteit bij de bezwaar- en beroepschriften.

Opstellen werkprocessen en actueel houden en borgen van kennis/ opleiding, hanteren checklists.

4.5 Waarborgen continuïteit van diensten en producten.

De kwaliteitscriteria m.b.t. kritieke massa geactualiseerd houden en waar nodig verder implementeren samen met de competentieprofielen. Waar nodig acties ondernemen om te (blijven) voldoen aan deze criteria qua kwaliteit en kwantiteit.

4.6 Een gedegen en zorgvuldige manier van gegevens verwerking met name waar het privacygevoelige gegevens betreft.

Op grond van artikel 33 Wpg dienen we elke 4 jaar vanaf 1 januari 2019 (inwerkingtreding van de nieuwe WPG) een externe audit uit te voeren over de persoonsgegevens die onze boa’s verwerken voor hun opsporingstaken. Daarbij dient elk jaar een interne audit te worden uitgevoerd. Wanneer uit een audit blijkt dat niet volledig wordt voldaan aan de Wpg, dan moet binnen 1 jaar een hercontrole worden uitgevoerd. De eerste externe audit die uitgevoerd gaat worden betreft het jaar 2021.

2.4.5 Thema Financiën

Het thema Financiën heeft betrekking op de inzet van middelen in relatie tot de kwaliteit van de geleverde diensten en/of producten.

5Thema Financiën

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we ervoor doen?

5.1 Inzicht in de kosten van (de gestelde doelen en daarvoor uit te voeren activiteiten m.b.t.) vergunningverlening, toezicht en handhaving.

De voor het bereiken van de gestelde doelen en de daarvoor uit te voeren benodigde en beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk maken.

5.2 Borging van benodigde/ beschikbare middelen in de gemeentelijke financiële cyclus.

Doelen en activiteiten op een overzichtelijke wijze opnemen in de (programma)begroting en waar nodig budget aanvragen/bijstellen.

2.5 Prioritering

2.5.1 Analyse van inzichten Vergunningverlening

Inleiding

De gemeente Valkenswaard beschikt niet over voldoende personeel en financiële middelen om het verlenen van omgevingsvergunningen en het afhandelen van meldingen volledig zelf uit te voeren of te laten uitvoeren. Het voeren van beleid is noodzaak. Beleid voeren betekent dus kiezen welke inspanningen wij op dit gebied verrichten. Het maken van een goede keuze begint bij een inventarisatie van welke concrete taken wij op het gebied van vergunningverlening en afhandeling van meldingen hebben. Daarna vindt –binnen de wettelijke c.q. juridische mogelijkheden– prioritering plaats.

Stap 1: Inventarisatie concrete taken op gebied van vergunningverlening en meldingen

De Wabo bepaalt in artikel 5.1 voor welke wetgeving (o.a. Wet ruimtelijke ordening, Wet milieubeheer, Woningwet, Wet Natuurbescherming, etc.) de Wabo van toepassing is en welke overheidsinstantie het bevoegd gezag is. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering ligt bij het bevoegd gezag. De wetgeving bepaalt ook dat de Omgevingsdienst een aantal milieutaken, de basistaken, voor ons moet uitvoeren. Wij voeren dus geen basistaken uit maar zijn wel verantwoordelijk voor de besluitvorming. Ook de niet verplichte milieu gerelateerde taken voert de Omgevingsdienst voor ons, als verzoektaak, uit. Voor de uitvoering van de basis- en verzoektaken geldt specifiek beleid, namelijk uniform regionaal uitvoeringsbeleid

4ROK vergunningverlening ODZOB

. Voor de volgende concrete taken, die wij zelf uitvoeren, zijn wij het bevoegd gezag:

Wet

Artikel

Omschrijving

Wabo

2.1, lid 1 onder a

Omgevingsvergunning activiteit “Bouwen van een bouwwerk”

2.1, lid 1 onder b

Omgevingsvergunning activiteit “Uitvoeren van een werk of werkzaamheden”

2.1, lid 1 onder c

Omgevingsvergunning activiteit “Gebruik in strijd met bestemmingsplan”

2.1, lid 1 onder d

Omgevingsvergunning activiteit “Brandveilig gebruik”

2.1, lid 1 onder e

Omgevingsvergunning voor het oprichten, het veranderen of veranderen van de werking of het in werking hebben

van een inrichting of mijnbouwwerk,

2.1, lid 1 onder f

Omgevingsvergunning activiteit “Beschermde rijks-monumenten”

2.1, lid 1 onder g

Omgevingsvergunning activiteit “Slopen”(o.a. bestemmingsplan/voorbereidingsbesluit)

Wabo/ Erfgoedverordening

2.2, lid 1 onder b en c/ Erfgoedverordening

Omgevingsvergunning activiteit “Beschermde gemeentelijke (archeologische/ groen) monumenten” en “een als zodanig verordening aangewezen stads- of dorpsgezicht”

2.2, lid 2/ Erfgoedverordening

Omgevingsvergunning voor objecten of gebieden met een zeer hoge cultuurhistorische waarde zoals aangeduid op de gemeentelijke cultuurhistorische beleidskaart

Wabo/ APV

2.2, lid 1 onder d juncto art. 2:11 APV

Omgevingsvergunning activiteit “(Wijzigen) aanleg weg”

2.2, lid 1 onder e

Omgevingsvergunning activiteit “een uitweg te maken, te hebben of te veranderen of het gebruik daarvan te veranderen”

2.2, lid 1 onder g juncto 4:11 APV

Omgevingsvergunning activiteit “(Doen) vellen van een houtopstand”

2.2, lid 1 onder h

Omgevingsvergunning activiteit “op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken”

Bouwbesluit

1.18

Gebruiksmelding

1.26

Sloopmelding

Figuur 3: Tabel 1 Wabo gerelateerde uitvoeringstaken

Stap 2: Prioritering

Niet alle voorschriften in het Omgevingsrecht zijn rechtstreeks van toepassing op initiatiefnemers, bewoners en/of gebruikers van een bouwwerk, open erf of terrein, maar vormen toetsingsgronden waaraan het college een ingediende aanvraag om omgevingsvergunning toetst.

Op deze manier vindt de waarborging plaats dat in overeenstemming met de geldende regelgeving wordt gehandeld. Dit brengt met zich mee dat het college de verantwoordelijkheid heeft alleen omgevingsvergunningen te verlenen in overeenstemming met het wettelijke toetsingskader. Wij toetsen de aanvragen om omgevingsvergunning dan ook integraal, zoals de aard van het vergunningenstelsel dit ook verplicht. Het is daarom niet mogelijk om invulling aan deze taak te geven door middel van bijvoorbeeld een selectieve of steekproefsgewijze toetsing of het naar eigen inzicht bepaalde onderdelen van de regelgeving wel en andere niet te controleren. Ook prioritering binnen de diverse (deel)activiteiten omgevingsvergunning achten wij daarom niet aan de orde c.q. relevant.

Wel biedt het wettelijke kader gemeenten de ruimte om –op basis van een risicoanalyse– te variëren in intensiteit van toetsing van (verschillende typen bouwwerken) aan het Bouwbesluit. Variëren in de intensiteit van toetsing is noodzakelijk om de beschikbare capaciteit effectief in te zetten.

Om te bepalen met welke intensiteit een bepaald onderdeel binnen het Bouwbesluit wordt getoetst, hebben wij -conform de procescriteria in het Bor en Mor en de “Kwaliteitscriteria”- aansluiting gezocht bij de Landelijke Toetsmatrix Bouwbesluit (LTB 2012). Prioriteiten bij de lokaal meest voorkomende typen bouwwerken zijn daarbij bepaald aan de hand van het -door het Expertisecentrum Rechtshandhaving van het Ministerie van Justitie ontwikkelde- instrument van de “risicomatrix”. Gemeenten kunnen met dit instrument op een snelle maar verantwoorde wijze prioriteiten stellen. De ingevulde risicomatrix is hierna opgenomen.

Toelichting ingevulde risicomatrix

Voor een toelichting op de ingevulde risicomatrix (uitleg effecten, schalen, en dergelijke) verwijzen wij naar bijlage 1.

Voor vergunningverlening hebben wij aan de hand van de risicomatrix behorend bij de analyse van inzichten (zie in bijlage 2) bepaald welke bouwwerken prioriteit hoog, midden en laag hebben:

Prioriteit Hoog

Prioriteit Midden

Prioriteit Laag

✓ Meerlaagse hoofdgebouwen zoals: woongebouwen, appartementen, kamerverhuur

✓ Logiesgebouw, restaurant, café, horeca, bedrijf, kantoor, winkel

✓ Maatschappelijke gebouwen, scholen, (kinder)-dagverblijven, zorg, sport

✓ Woningen (grondgebonden, bijv. eengezinswoningen)

✓ Uitbouw, aanbouw, bijgebouw, dakkapel, gevelwijziging of gelijkwaardig

✓ Bouwwerken geen gebouw zijnde

Figuur 4: Prioriteiten vergunningverlening

Bouwwerken met een hoge prioriteit krijgen bij de vergunningverlening de meeste aandacht en worden voor veiligheid getoetst op het hoogste niveau. De midden en lage prioriteit bouwwerken krijgen minder aandacht en toetsen wij op een lager niveau. Echt geen prioriteit geven aan een vergunningaanvraag is wettelijk gezien niet mogelijk aangezien er te allen tijde een vergunning of besluit genomen dient te worden. Bij de vergunningenstrategie in hoofdstuk 3 gaan we hier verder op in

2.5.2 Probleemanalyse Toezicht en Handhaving

Inleiding

De gemeente Valkenswaard beschikt niet over voldoende personeel en financiële middelen om alle toezicht- en handhavingstaken volledig zelf uit te voeren of te laten uitvoeren. Het voeren van beleid is noodzaak. Beleid voeren betekent dus kiezen welke inspanningen wij op dit gebied verrichten. Het maken van een goede keuze begint bij een inventarisatie van welke concrete toezicht- en handhavingstaken er zijn en/of welke concrete gedragingen om handhaving vragen. Daarna vindt prioritering plaats.

Stap 1: Inventarisatie concrete toezicht- en handhavingstaken / concrete gedragingen

De Wabo bepaalt in artikel 5.1 voor welke wetgeving (o.a. Wet ruimtelijke ordening, Wet milieubeheer, Woningwet, Wet Natuurbescherming etc.) de Wabo van toepassing is en welke overheidsinstantie het bevoegd gezag is. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering ligt bij het bevoegd gezag. De wetgeving bepaalt ook dat de Omgevingsdienst (het toezicht op en de handhaving van) een aantal milieutaken, de basistaken, voor ons moet uitvoeren. Wij voeren dus geen basistaken uit maar zijn wel verantwoordelijk voor de besluitvorming. Ook de niet verplichte milieu gerelateerde toezicht- en handhavingstaken voert de Omgevingsdienst voor ons, als verzoektaak, uit. Voor de uitvoering van de basis- en verzoektaken geldt specifiek beleid, namelijk de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht. Voor de volgende concrete toezicht- en handhavingstaken, die wij zelf uitvoeren, zijn wij het bevoegd gezag:

Wet

Artikel

Omschrijving

Wabo

2.1, lid 1 onder a

Verbod op bouwen van een bouwwerk zonder omgevingsvergunning

2.1, lid 1 onder b

Verbod op uitvoeren van een werk of werkzaamheden/ zonder omgevingsvergunning

2.1, lid 1 onder c

Verbod op gebruik in strijd met bestemmingsplan zonder omgevingsvergunning

2.1, lid 1 onder d

Verbod op activiteit brandveilig gebruik zonder omgevingsvergunning

2.1, lid 1 onder f

Verbod op activiteit “beschermde (rijks) monumenten” zonder omgevingsvergunning

2.1, lid 1 onder g

Verbod op activiteit slopen zonder omgevingsvergunning

2.2, lid 1 onder b en c Erfgoedverordening

Verbod op slopen, veranderen of wijzigen van beschermde (gemeentelijke en archeologische/ groen) monumenten of een als zodanige verordening aangewezen stads- of dorpsgezicht zonder omgevingsvergunning

2.2, lid 1 onder d juncto artikel 2:11 APV

Verbod op (wijzigen) aanleg weg zonder omgevingsvergunning

2.2, lid 1 onder e

Omgevingsvergunning activiteit “een uitweg te maken, te hebben of te veranderen of het gebruik daarvan te veranderen”

2.2, lid 1 onder g juncto 4:11 APV

Verbod op (doen) vellen van een houtopstand zonder omgevingsvergunning

2.2, lid 1 onder h

Omgevingsvergunning activiteit “op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken´ (of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats)

2.2, lid 2/ Erfgoedverordening

Verbod om zonder omgevingsvergunning objecten of gebieden met een zeer hoge cultuurhistorische waarde zoals aangeduid op de gemeentelijke cultuurhistorische beleidskaart, te wijzigen, te beschadigen of te verstoren.

Wet

Artikel

Omschrijving

2.3

Verbod op handelen in strijd met voorschriften van omgevingsvergunning voor bovenstaande activiteiten

2.3a

Verbod op in stand laten van een (deel van een) bouwwerk zonder omgevingsvergunning

2.33

Intrekken omgevingsvergunning

Wro

1onder a

Verbod op gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met een voorbereidingsbesluit of verklaring van onze Minister of Provinciale Staten

Woningwet

1b, lid 1 en 4

Verbod bouwen en in stand laten van een (gedeelte van) een bouwwerk in strijd met Bouwbesluit

1b, lid 2

Verbod bestaand bouwwerk, open erf of terrein in een staat te brengen, laten komen of houden in strijd met Bouwbesluit (staat bouwwerken, open erven en terreinen)

1b, lid 3

Verbod bouwwerk, open erf of terrein in gebruik te nemen of (laten) gebruiken in strijd met Bouwbesluit

1b, lid 5

Verbod slopen in strijd met Bouwbesluit

7b

Verbod bouwen/ in stand laten bouwwerk in strijd met Bouwverordening (o.a. bouwen verontreinigde bodem)

12d

Verplichting opstellen onderhoudsplan i.v.m. aanpak leefbaarheid gebied

13

Verplichting treffen voorzieningen aan bouwwerk/ Bouwbesluit

13a

Verplichting treffen voorzieningen/ Bouwwerk in ernstige mate in strijd met redelijke eisen van welstand

13b

(Lid 1) Verplichting overdragen beheer gebouw aan bevoegd gezag i.c.m. verplichting treffen voorzieningen (na staking gebruik gebouw, open erf of terrein i.v.m. sluiting daarvan)

(Lid 5) Verbod verrichten beheershandelingen (na staking gebruik gebouw, open erf of terrein i.v.m. sluiting daarvan)

Figuur 5: Tabel Wabo gerelateerde toezicht- en handhavingstaken

Op basis van klachten en ambtshalve constateringen c.q. constateringen door derden zijn er daarnaast specifiek voor onze gemeente concrete gedragingen te benoemen die om handhaving vragen. Dit wordt per melding of klacht afgewogen binnen de prioritering.

Handhavingsverzoeken pakken wij te allen tijde op, maar kijken daarbij ook naar de gestelde prioriteiten. Zo kan het zijn dat bij een handhavingsverzoek met een lagere prioriteit er een nadere termijn wordt gesteld waarbinnen het handhavingsverzoek zal worden afgehandeld. In de overige gevallen worden de verzoeken binnen de gestelde tijd afgehandeld.

Stap 2: Prioritering

Om vervolgens op een snelle maar verantwoorde wijze prioriteiten te stellen ten aanzien van de gemeentelijke taken op het gebied van toezicht en handhaving, hanteren wij het (door het Expertisecentrum Rechtshandhaving van het Ministerie van Justitie ontwikkelde) instrument van de “risicomatrix”. De risicomatrix past in het beleidsconcept programmatisch handhaven en sluit daarmee aan op de wettelijk gestelde procescriteria. Vooraf wordt opgemerkt, dat de uitkomst van de risicomatrix subjectief is. De uitkomst wordt immers beïnvloed door politieke keuzes en gebeurtenissen in de maatschappij. De ingevulde risicomatrix voor onze lokale toezicht- en handhavingstaken is hierna opgenomen.

Toelichting ingevulde risicomatrix

Voor een toelichting op de ingevulde risicomatrix (uitleg effecten, schalen, en dergelijke) verwijzen wij naar bijlage 1. Voor toezicht en handhaving hebben wij de prioriteiten aan de hand van de risicomatrix behorend bij de probleemanalyse in bijlage 3 bepaald welke bouwwerken en activiteiten prioriteit hoog, midden en laag hebben:

Toezicht en Handhaving (OV = Omgevingsvergunning)

Prioriteit Hoog

Prioriteit Middel

Prioriteit Laag

✓ Bouwen met OV:

✓ Woongebouwen, appartementen, kamerverhuur

✓ Logiesgebouw, restaurant, café, horeca, bedrijf, kantoor, winkel

✓ Maatschappelijke gebouwen, scholen, (kinder)dagverblijven, zorg, sport

✓ (Ver)bouwen midden en hoge prioriteit bouwwerken zonder OV

✓ Onveilig/ ongezond gebruik van bouwwerk, open erf of terrein (na brand of andere calamiteit)

✓ Bouwen of in gebruik hebben of van een bouw-werk of gronden met OV

✓ (Permanente) bewoning of woningsplitsing in strijd met bestemmingsplan zonder OV

✓ Afloop instandhoudings-termijn en termijn tijdelijke ontheffing/ beschikking/ ( vergunningsvrije) mantelzorgwoningen

✓ Bedrijfsmatig slopen met asbest zonder sloopmelding

✓ Bouwen met OV:

✓ Woningen (grondgebonden, bijv. eengezinswoningen)

✓ (Ver)bouwen midden en hoge prioriteit bouwwerken zonder OV

✓ Bedrijfsmatige activiteiten op een perceel in strijd met ruimtelijke regels zonder OV

✓ Particuliere sloop met asbest met sloopmelding

✓ Particuliere sloop met asbest zonder sloopmelding

✓ Wijzigen, slopen of in afwijking verbouwen beschermd monument met OV of inst.h.plicht

✓ Wijzigen, slopen of in afwijking verbouwen beschermd monument zonder OV of inst.h.plicht

✓ Realisatie/ uitvoering landschappelijke inpassingen zonder OV

✓ Bouwen met OV:

✓ Uitbouw, aanbouw, bijgebouw, dakkapel, gevelwijziging

✓ Bouwwerken geen gebouw zijnde

✓ Bouwwerk(en) in ernstige mate in strijd met redelijke eisen van welstand

✓ Bouwen (incl. in stand laten) op verontreinigde grond

✓ Vergunningvrij bouwen in strijd met bijlage 2 BOR

✓ Bestaande bouw, bv. slecht bouwkundige of ongezonde staat van bouwwerken

✓ Bouwen (incl. in stand laten) op verontreinigde grond en/of onveilige situatie op open erven of terreinen

✓ Gebruik gronden/ bouwwerken in strijd met voorb.besluit / verklaring van Minister of Provinciale Staten

✓ Slopen bouwwerken (best.plan/ vb.besluit/ erfgoedverordening) met OV

✓ Sloopactiviteiten met sloopmelding

✓ Slopen in strijd met Bouwbesluit, bestemmingsplan, vb. besluit of erfgoedverordening (bv. veiligheid, geluidshinder, beschermd stads- en dorpsgezicht)

✓ Realisatie/ uitvoering landschappelijke inpassingen met OV

✓ Uitvoeren of aanbrengen handelsreclame met of zonder OV

Figuur 6: Prioriteiten toezicht en handhaving

De geselecteerde hoge handhavingsprioriteiten pakken wij met voorrang op. In de volledige risicomatrix (zie bijlage 3) staan ook activiteiten met prioriteit geen opgenomen, hieraan zal vanuit toezicht en handhaving geen prioriteit aan worden gegeven. Dit betekent echter niet dat dergelijke zaken nooit worden opgepakt, maar dat zal per zaak bekeken worden en is afhankelijk van het geval.

Bij het stellen van doelen is ook zoveel mogelijk aangehaakt bij deze prioriteiten. Deze prioritering betekent ook dat andere zaken minder aandacht krijgen of niet meer danwel niet direct worden aangepakt. Bij de nalevingsstrategie in hoofdstuk 4 gaan we hier verder op in.

2.5.3 Aanpak overige taken

Dat er speerpunten zijn betekent niet dat tegen andere geconstateerde overtredingen niet wordt opgetreden. Wanneer er bijvoorbeeld sprake is van activiteiten die worden uitgevoerd zonder een daarvoor benodigde vergunning wordt de activiteit direct stilgelegd. Met het direct stilleggen van de activiteiten wordt, naast het bevriezen van de situatie, geprobeerd om de betrokkene ertoe te bewegen om een vergunning aan te vragen. Achteraf is er vaak meer vertraging en er worden meer kosten gemaakt doordat werkzaamheden maar gedeeltelijk af zijn. Indien het onaannemelijk is dat er een vergunning verleend kan worden wordt de betrokkene daar ook op gewezen. Wij verwachten dat van deze werkwijze een preventieve werking uit gaat.

Zoals aangegeven in de landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht zullen wij ook direct optreden tegen ernstige overtredingen, calculerend gedrag en malafide overtreders, verder wordt er voor de overige werkzaamheden gekeken naar de prioritering van bepaalde taken.

Daarnaast kunnen we tegenwoordig ook gebruik maken van de Wet Aanpak Woonoverlast (WAW). Deze wet is een bevoegdheid die voortkomt uit de Gemeentewet, maar heeft ook directe koppeling met de WABO-gerelateerde regelgeving zoals de Woningwet en het Bouwbesluit. De beleidsregel die voort komt uit de WAW vraagt om integraal te kijken naar vraagstukken die betrekking hebben op woonoverlast.

2.5.4. (Thema)gerichte toezichtstaken

Door voorvallen en calamiteiten worden er door de landelijke en provinciale overheid extra taken opgelegd zoals bv het onderzoek naar breedplaatvloeren, of brandwerendheid gevels. Deze van bovenaf opgelegde taken zullen te allen tijde prevaleren boven de vastgestelde prioritering en als gevolg daarvan zal er bijgestuurd moeten worden op de uitvoering van de vastgestelde prioriteiten aan de hand van een afweging van de risico’s.

Ondermijnende criminaliteit is geen specifieke Wabo-taak. Toch bieden de WABO en APV wel al handvatten om zowel preventief als repressief hiertegen te kunnen handhaven. Hierbij valt te denken aan toepassing van wet Bibob bij aanvragen voor omgevings- of APV-gerelateerde vergunningen, maar bijvoorbeeld ook door gewoonweg periodieke controles uit te voeren op strijdig gebruik, bouw- en milieucontroles.

Ondermijnende criminaliteit kan met een brede scope aan handvatten uit de Wabo en andere wetgeving, zoals de Wet BRP, worden aangepakt, echter dient dit nog voldoende in de uitvoering van de VTH-taken te worden geactiveerd. Hierin speelt het kennisniveau en de bewustwording van de medewerkers van de VTH-taken een grote rol.

2.6 Methodiek evalueren en monitoring

2.6.1 Indicatoren

In bijlage 4 is per doelstelling aangegeven welke indicator wij hanteren en de daarvoor benodigde gegevens om de voortgang van de doelrealisatie te meten.

Richtlijnen voor monitoring

Als richtlijnen bij de monitoring wordt aangehouden:

✓ Alle indicatoren worden gescoord in hetzelfde kalenderjaar (gelijklopend met het jaarlijkse uitvoeringsprogramma);

✓ Aantallen worden volledig in kaart gebracht;

✓ Niet voor elke doel hoeft een 100% controle plaats te vinden, maar kan volstaan worden met een steekproef van minimaal 5 cases;

✓ Wellicht ten overvloede: de monitoring heeft alleen betrekking op de Wabo gerelateerde taken die binnen de reikwijdte van dit beleid vallen.

2.6.2 Verantwoording en verslaglegging (artikel 7.6 Bor)

Monitoring van bovenstaande indicatoren vindt jaarlijks plaats.

Daarnaast monitoren wij, conform het bepaalde in artikel 7.6 van het Besluit Omgevingsrecht en artikel 10.6 Regeling Omgevingsrecht, periodiek de uitvoering van het uitvoeringsprogramma. Dit doen wij door in ieder geval gegevens betreffende het aantal verleende omgevingsvergunningen, het aantal uitgevoerde controles, geconstateerde overtredingen, opgelegde bestuurlijke sancties, en ontvangen klachten bij te houden. De (eind)resultaten worden in het jaarverslag opgenomen. Dit jaarverslag wordt door ons college vastgesteld en ter kennisname aan de raad voorgelegd.

Indien uit de monitoring van de indicator blijkt dat de doelstelling niet gerealiseerd wordt, nemen wij hiervoor een verklaring op in het jaarverslag. Indien nodig worden verbetermaatregelen voorgesteld die ertoe dienen te leiden dat in de komende periode de doelstelling wel gerealiseerd wordt. In het verslag over die komende periode wordt dan weer ingegaan op het effect van de verbetermaatregelen.

Hoofdstuk 3 Vergunningenstrategie

3.3 Toets-strategie

3.3.1 Meldingen

Diverse vergunningstelsels zijn de afgelopen jaren vervangen door een systeem van meldingen, zoals de melding Activiteitenbesluit of de meldingen brandveilig gebruik en slopen uit het Bouwbesluit. Bij meldingen gaat de wetgever er vanuit dat voor bepaalde activiteiten volstaan kan worden met een mededeling aan het bevoegd gezag. Aan het bevoegd gezag is het de taak te beoordelen of de activiteit inderdaad meldingsplichtig is en of de melding volledig is ingediend. Een inhoudelijke beoordeling van de melding is vastgelegd door de wetgever. Het accent van de taken van de gemeente met betrekking tot meldingen verplaatst zich daarom naar het uitvoeren van toezicht.

3.3.1.1 Werkwijze melding

Wij hanteren de volgende algemene werkwijze voor de behandeling van een melding, waarvoor wij een afzonderlijk handboek hanteren:

1Intake:

✓ Inboeken en zo nodig digitaliseren van de melding, registeren melding in backoffice applicatie(s), toekennen aan casemanager;

2Toets volledigheid:

✓ Toets melding aan de indieningsvereisten (volledigheid melding) en mogelijkheid tot aanvulling van een incomplete melding (casemanager);

3Toets inhoud:

✓ Is voldoende aannemelijk dat de melding overeenkomt met het werkelijk (voorgenomen) gebruik of de (voorgenomen) uitvoering van werken? Het betreft een uiterst globale schouwing op basis van opleiding en ervaring.

✓ De ingediende gegevens worden verder niet inhoudelijk getoetst, tenzij wettelijk voorgeschreven. Indien wettelijk voorgeschreven: (specialistische) toetsing en advisering door casemanager en/of andere interne en of externe adviseur(s) m.b.t. alle relevante beoordelingskaders;

✓ Globale beoordeling of mogelijk nadere voorwaarden nodig zijn;

✓ Publiceren melding (administratie) en verzending bevestiging ontvangst/procedure (casemanager).

Figuur 8: Algemene werkwijze melding

3.3.1.2 Toetsing

De criteria voor de volledigheid en eventuele inhoudelijke toets van een melding staan in de betreffende wettelijke voorschriften of lokale verordening(en). In deze paragraaf staan wij stil bij de beoordeling van enkele ‘bijzondere’ meldingen.

Melding Activiteitenbesluit

Voor veel inrichtingen is geen omgevingsvergunning voor de activiteit milieu meer nodig, maar kan worden volstaan met een melding. Op basis van het Bor worden deze meldingen voor zover zij betrekking hebben op inrichtingen die vallen onder de wettelijke basistaken, als basistaak aangemerkt en door de omgevingsdiensten afgehandeld. Bij een melding activiteitenbesluit wordt door de casemanager de melding als adviesverzoek doorgezet naar de ODZOB en toetst de casemanager de gemelde activiteiten aan het geldende bestemmingsplan en stuurt de uitkomst hiervan mee naar de ODZOB. In de gemeente Valkenswaard worden alle meldingen Activiteitenbesluit door de ODZOB overeenkomstig het kader “uniforme operationele uitvoeringsbeleid” afgehandeld.

Sloopmelding

Met de inwerkingtreding van het Bouwbesluit 2012 is voor het verwijderen van asbesthoudende materialen of meer dan 10 m3 sloopafval geen omgevingsvergunning voor de activiteit slopen meer nodig. Wel geldt er een meldingsplicht, die niet valt onder de Wabo. In het Bouwbesluit zijn de procedurele voorschriften voor het indienen van een sloopmelding opgenomen, alsmede de gegevens en bescheiden die bij de melding verstrekt moeten worden (indieningsvereisten). De specifieke werkwijze voor het afhandelen van sloopmeldingen met betrekking bedrijfsmatige sloopactiviteiten met asbest is opgenomen in het Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbest Taken van de ODZOB. Aan de hand van de risicomatrix uit dit beleid wordt tevens bepaald of naar aanleiding van de melding (aanvullend) toezicht nodig is.

Naast een sloopmelding is er voor het verwijderen van asbest en/of sloopafval uit een beschermd monument ook een omgevingsvergunning nodig.

Melding brandveilig gebruik c.q. gebruiksmelding

In het Bouwbesluit zijn de procedurele voorschriften voor het indienen van een gebruiksmelding opgenomen, alsmede de gegevens en bescheiden die bij de melding verstrekt moeten worden (indieningsvereisten).

Bij een melding brandveilig gebruik wordt door de casemanager de melding als adviesverzoek doorgezet naar de VRBZO. In afwijking van de algemene werkwijze toetst de VRBZO (i.p.v. de casemanager) of de melding volledig is. Vervolgens toetst de VRBZO op basis van de geldende wet- en regelgeving het adviesverzoek inhoudelijk, in die zin dat er beoordeeld wordt of er sprake is van onveilige situaties. Dit gebeurt aan de hand van een vastgestelde checklist. Het regionaal vastgestelde toetsprotocol van de brandweer bepaalt het niveau van diepgang in de advisering

5Verwezen wordt naar “Taken Risicobeheersing, een werkwijzer voor gemeenten” van de VRBZO

. De VRBZO adviseert in de regel binnen 10 werkdagen na het adviesverzoek melding brandveilig gebruik.

Wij nemen het advies van de VRBZO over, tenzij er concrete aanknopingspunten zijn voor twijfel aan de juistheid of de volledigheid van de advisering. Indien het op basis van de melding niet aannemelijk is dat het voorgenomen gebruik voldoende brandveilig is, stellen wij nadere voorwaarden (zie paragraaf 3.3.3).

3.3.1.3 Nadere voorwaarden bij meldingen

Op basis van een ontvangen melding kan het nodig zijn dat wij nadere voorwaarden moeten stellen. Het gaat dan om een besluit in de zin van de Awb. Het stellen van nadere voorwaarden is aan de orde bij sloopmeldingen en meldingen brandveilig gebruik.

Nadere voorwaarden sloopmelding

Wij kunnen na ontvangst van een sloopmelding nadere voorwaarden aan het slopen opleggen. In principe zijn de procedurele en inhoudelijke voorschriften van het Bouwbesluit toereikend om de uitvoering van sloopwerkzaamheden verantwoord te laten plaatsvinden. In het algemeen zullen wij dan ook geen noodzaak zien om na een sloopmelding nadere voorwaarden te stellen. Voor het incidentele geval dat dit toch nodig blijkt te zijn, is maatwerk aan de orde en beoordelen wij het specifieke geval op zich.

Nadere voorwaarden brandveilig gebruik

Ook wanneer een gebruiksmelding nodig is, moet het gebruik van het bouwwerk voldoen aan de geldende wet en regelgeving (Bouwbesluit). Wanneer het voorgenomen gebruik beoordeeld naar de uitgangspunten van het Bouwbesluit niet voldoende brandveilig wordt geacht, kunnen wij na een gebruiksmelding nadere voorwaarden aan het brandveilig gebruik van dat bouwwerk stellen. Omdat de algemene eisen uit het Bouwbesluit 2012 in het algemeen voldoende zijn om het brandveilig gebruik te waarborgen, zullen wij in de meeste gevallen geen noodzaak zien om nadere voorwaarden op te leggen. In die specifieke gevallen waarin deze noodzaak wel aan de orde is, is maatwerk aan de orde. Dit zal vooral aan de orde zijn bij bijeenkomstgebouwen met een hoge personenbezetting zoals cafés, discotheken, zalencentra en restaurants. De nadere voorwaarde zal dan vaak betrekking hebben op het maximaal aantal personen dat tegelijk in (een deel van) het gebouw aanwezig mag zijn, veelal een gebruiksbeperking genoemd. Net zoals bij de inhoudelijke advisering over brandveilig gebruik volgen wij in deze in beginsel het advies van de VRBZO.

Wijziging nadere voorwaarden

Op verzoek van de melder of indien een verandering van inzichten of van omstandigheden gelegen buiten het bouwwerk die bij de beoordeling van de melding een rol hebben gespeeld dit noodzakelijk maakt, kunnen wij de nadere voorwaarden wijzigen. Hierbij wordt de wettelijke procedure gevolgd. Ook hier geldt dat wij in beginsel beslissen op basis van het advies van de VRBZO.

3.3.2 Reguliere en Uitgebreide procedure

De meeste procedures hebben betrekking op het verlenen van omgevingsvergunningen met de in de Wabo vastgelegde reguliere of uitgebreide procedure. Welke (voorbereidings)procedure moet worden gevolgd hangt af van wat er precies wordt aangevraagd. In de Wabo is aangegeven welke procedure in welke gevallen van toepassing is.

3.3.2.1 Werkwijze aanvragen om omgevingsvergunning

Bij de reguliere en uitgebreide procedure bestaat de algemene werkwijze samengevat uit de onderstaande stappen. Opgemerkt wordt dat stap 4 (ontwerpbesluit) enkel betrekking heeft op de uitgebreide procedure. Deze stap is daarom cursief gedrukt.

1Intake:

✓ Inboeken en eventueel digitaliseren van de aanvraag, registeren aanvraag in backoffice applicatie(s), toekennen aan casemanager (DIV);

✓ De WABO casemanager omgevingsvergunningen bepaalt:

✓ Bevoegd gezag;

✓ Uitgebreide of reguliere procedure;

✓ Meervoudige of enkelvoudige aanvraag;

✓ Publiceren aanvraag (administratie) en verzending bevestiging ontvangst/procedure (casemanager);

2Toets ontvankelijkheid:

✓ Toets aanvraag aan de indieningsvereisten (volledigheid aanvraag) en mogelijkheid tot aanvulling van een incomplete aanvraag (casemanager);

✓ Controleren of Wet natuurbescherming aanhaakt en de daarvoor benodigde documenten aanwezig zijn. Zo nodig verzoek om verklaring van geen bedingen aanvragen bij bevoegde gezag (casemanager).

✓ Controleren of Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) met bijbehorende beleid van toepassing is. Zo nodig aanvrager aanvullend het Bibob-formulier laten invullen (casemanager).

3Toets inhoudelijk:

✓ (Specialistische) toetsing en advisering door casemanager en/of andere interne en of externe adviseurs m.b.t. alle relevante beoordelingskaders;

4Ontwerpbesluit:

✓ Opstellen ontwerpbesluit (casemanager) en publiceren (administratie of adviseur

6De adviseur publiceert eventuele publicaties in de Staatscourant / huis- aan-huisbladen.

);

✓ Afhandelen van eventuele zienswijze(n) door casemanager of interne adviseur;

5Besluitvorming:

✓ Opstellen omgevingsvergunning met eventuele voorwaarden of voorschriften

7Het gaat dan om het opnemen van voorwaarden of voorschriften die nodig zijn met het oog op het belang dat voor de betrokken activiteit is aangegeven in de geldende wet- en regelgeving. De aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften zijn steeds op elkaar afgestemd.

, collegiale toets en verzenden omgevingsvergunning (inclusief administratieve afwikkeling);

✓ Publiceren omgevingsvergunning (administratie of adviseur

8De adviseur publiceert eventuele publicaties in de Staatscourant / huis- aan-huisbladen.

).

Figuur 9: Algemene werkwijze (aanvraag) omgevingsvergunning

3.3.2.2 Toetsing: ontvankelijkheid

Alle vergunningaanvragen moeten aan een aantal wettelijke indieningsvereisten voldoen. Het gaat o.a. om algemene eisen die op iedere aanvraag van toepassing zijn, zoals informatie over de aanvrager, de locatie van het project en de inhoud van het project. Daarnaast kent elk soort vergunningaanvraag zijn eigen specifieke eisen die terug zijn te vinden in de bijbehorende wet- en regelgeving, zoals de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor), het Activiteitenbesluit, Bouwbesluit en Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Wij nemen de indieningsvereisten in de vorm van checklists op in de backoffice applicatie. Voor alle activiteiten controleren wij de indieningsvereisten volledig.

✓ Werkwijze

Aan de hand van de checklists bekijken wij of alle benodigde informatie aanwezig is, om zo een oordeel te kunnen geven over de vergunningaanvraag. Dit gebeurt in de hoofdregel door de casemanager. Een uitzondering hierop vormt de activiteit “Brandveilig gebruik” waarbij de VRBZO binnen 5 dagen de ontvankelijkheidstoets uitvoert. Als wij oordelen dat de vergunningaanvraag ontvankelijk is, nemen wij deze in behandeling. Als de aanvraag niet-ontvankelijk blijkt te zijn, kunnen wij de indiener om aanvullende informatie vragen om de aanvraag compleet te maken.

✓ Termijn

De Awb kent geen termijn waarbinnen de gemeente aanvullende gegevens op mag vragen. Tot op de laatste dag van de beslistermijn mogen wij dus nog aanvullende stukken opvragen. Wel gaat direct na ontvangst van de gegevens (of deze nu juist zijn of niet) de beslistermijn weer ‘lopen’. Vanuit het oogpunt van m.n. dienstverlening streeft de gemeente Valkenswaard er echter naar om zo spoedig mogelijk (binnen 5 tot 10 werkdagen) na ontvangst van de aanvraag eventuele aanvullende stukken op te vragen.

3.3.2.3 Toetsing: inhoudelijke criteria

De criteria die bepalen of wij een omgevingsvergunning voor een bepaalde activiteit moeten verlenen of weigeren staan genoemd in de betreffende wettelijke voorschriften of lokale verordening(en). Bij enkele criteria is sprake van (enige) beoordelingsruimte en/of beleidsvrijheid. Hieronder gaan wij per activiteit nader in op de toetsingscriteria en het niveau van toetsing.

Activiteit “bouwen van een bouwwerk” - artikel 2.1, lid 1 aanhef en onder a Wabo

Op deze activiteit is de reguliere procedure van toepassing. De beoordeling bestaat uit een toets aan het bestemmingsplan, redelijke eisen van welstand, de gemeentelijke bouwverordening en het Bouwbesluit. In bepaalde gevallen is een (aanvullende) Bibob-toets aan de orde.

✓ Bestemmingsplan

De planologische regeling voor het grondgebied van de gemeente Valkenswaard ligt vast in bestemmingsplannen, waarbij eventuele voorbereidingsbesluiten (tijdelijk) van kracht kunnen zijn. In de bestemmingsplannen staan de criteria vermeld waaraan bouwwerken en gebruik moeten voldoen. Beoordeling van aanvragen vindt integraal plaats op basis van de eisen zoals opgenomen in het bestemmingsplan of voorbereidingsbesluit. Indien blijkt dat de activiteit niet voldoet aan de regels moet van rechtswege beoordeeld worden of hiervan afgeweken kan worden met de activiteit “gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan” zoals bedoeld in artikel 2.1, lid 1 aanhef en onder c van de Wabo. Voor de invulling van dat onderdeel verwijzen wij dan ook naar die betreffende activiteit.

Op basis van het bestemmingsplan kan een archeologisch onderzoeksrapport vereist zijn. De toets archeologie lichten wij nader toe bij de activiteit “beschermde monumenten/objecten of gebieden”- artikel 2.1, lid 1 aanhef en onder f Wabo, artikel 2.2, lid 1 aanhef en onder b & artikel 2.2, lid 2 Wabo.

✓ Redelijke eisen van welstand

Bouwplannen die voldoen aan de regels van het bestemmingsplan of waarvoor mogelijk kan worden afgeweken van die regels toetsen wij aan redelijke eisen van welstand. Voor deze toets maken wij gebruik van de gemeentelijke welstandsnota. In deze nota staan de welstandscriteria.

De gemeente is ingedeeld in een aantal deelgebieden. De welstandsnota beschrijft de deelgebieden met bijbehorende toetsingsniveaus. Bepaalde gedeelten van de gemeente kunnen welstandsvrij zijn. In die gevallen geldt alleen een excessenregeling: criteria die aangeven wanneer een bouwwerk in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand. In de welstandsnota zijn ook sneltoetscriteria opgenomen voor veelvoorkomende bouwwerken. Als het plan niet voldoet aan deze criteria leggen wij het plan voor aan de welstandscommissie. In de hoofdregel nemen wij het advies van de welstandscommissie over, tenzij wij concrete aanknopingspunten hebben voor twijfel aan de juistheid of de volledigheid van de advisering.

In het welstandsbeleid is aangegeven in welke gevallen wij van het welstandsadvies kunnen afwijken en/of wij een vergunning in strijd met redelijke eisen van welstand niettemin kunnen verlenen.

✓ Bouwverordening

De gemeentelijke bouwverordening bevat een afwijkingsmogelijkheid op het verbod tot bouwen op verontreinigde grond, in die zin dat wij voorwaarden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen kunnen verbinden. Dit in het geval dat wij op grond van de in de bouwverordening genoemde onderzoeksresultaten of saneringsplan(nen) van oordeel zijn dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel, maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt. In de regel zal dit zich niet veelvuldig voordoen. Voor het incidentele geval dat dit toch nodig blijkt te zijn, is maatwerk aan de orde en beoordelen wij het specifieke geval op zich.

✓ Bouwbesluit (BB):

De toets aan het Bouwbesluit betreft een aannemelijkheidstoets en vindt plaats aan de hand van lokale toetsmatrix. Hierin maken wij inzichtelijk wat het gehanteerde minimale toetsniveau is én wat wij in welke mate toetsen. In de gemeente Valkenswaard hanteren wij een toetsmatrix waarin per type bouwwerk is opgenomen welke prioriteit (toetsniveau) wordt toegekend aan de toetsingsonderdelen van het Bouwbesluit.

De gemeentelijke uitgangspunten hiervoor komen in grote lijnen overeen met de normen voor de praktische toepassing van bouwplantoetsing die zijn vastgelegd in de Landelijke Toetsmatrix Bouwbesluit 2012

10In de kwaliteitscriteria 2.1 wordt verwezen naar het Toetsprotocol CKB online, met de zogenaamde CKB matrix als onderlegger. De CKB matrix is begin 2011 opgevolgd door de BRIStoets en met de LTB 2012 aangepast aan het Bouwbesluit 2012. De matrix fungeert als samenvatting van gemeentelijk toetsbeleid en als praktische hulpmiddel bij de uitvoering van de bouwplantoetsing.

(LTB). Zo stemt het toetsingsniveau voor type bouwwerken met een hoge prioriteit, met uitzondering van afdeling 6.2 Bouwbesluit waaraan wij i.v.m. duurzaamheid voor alle type bouwwerken op een hoger niveau dan de landelijke norm toetsen, overeen met het toetsniveau in de LTB. Bouwwerken met een heel hoge prioriteit toetsen wij op meerdere onderdelen op een hoger niveau dan de LTB. Het gaat hier vooral om de constructieve- en brandveiligheid. De type bouwwerken die een gemiddelde of lage prioriteit hebben, toetsen wij op een aantal onderdelen lager dan de LTB. Hierdoor hoeft een aanvrager minder gegevens in te dienen en kunnen wij de Bouwbesluittoets sneller uitvoeren. Het gaat dan om aspecten waarvan wij vinden dat een hogere toetsing onevenredig veel tijd kost en in verhouding maar een geringe kwaliteitswinst oplevert.

In bijlage 5 is de toetsmatrix met de minimale niveaus van toetsing opgenomen. De opbouw van de matrix is als volgt: Langs de y-as (de rijen) van de matrix staan de hoofdstukken en de daarbij behorende afdelingen, oftewel de aspecten waarop de toetsing plaatsvindt. Deze corresponderen met de opbouw van het Bouwbesluit. Langs de x-as (kolommen) staan de gebruiksfuncties. Op deze wijze ontstaat een tabel waarop per afdeling en functie het toetsniveau kan worden ingevuld. De toetsniveaus kennen een schaalverdeling van 1 tot en met 4, waarbij niveau 1 staat voor een minimale toets en 4 voor het maximale niveau.

Soms zijn er redenen om uitzonderingen te maken op de voorschriften van het Bouwbesluit. In die gevallen verlenen wij een ontheffing of is er sprake van gelijkwaardigheid. Op deze bijzondere gevallen gaan wij hieronder in.

✓ Ontheffing geluidshinder

Op basis van het Bouwbesluit kan het college ontheffing verlenen van de dagwaarden en de daarbij behorende maximale blootstellingsduur waarbinnen bedrijfsmatige bouw- of sloopwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd. Wij hebben hier geen specifiek beleid voor opgesteld. Wij zien in beginsel geen noodzaak om van het bepaalde in het Bouwbesluit af te wijken. Voor het incidentele geval dat dit toch nodig blijkt te zijn is maatwerk aan de orde en beoordelen wij het specifieke geval op zich.

✓ Beoordeling gelijkwaardigheid

Kenmerkend voor het Bouwbesluit is dat het de voorschriften voor de bouw koppelt aan prestatie-eisen voor het desbetreffende onderdeel. Het komt voor dat onderdelen van een bouwplan niet voldoen aan die prestatie-eis, maar wel aan wat met een voorschrift wordt beoogd. Er is dan sprake van gelijkwaardigheid van de voorgestelde oplossing. Wij kunnen in die gevallen afwijken van een voorschrift, mits de gelijkwaardigheid naar onze beoordeling voldoende wordt aangetoond. Er moet dan wel echte gelijkwaardigheid zijn, dat wil zeggen dat de oplossing ‘tenminste dezelfde mate van veiligheid, bescherming van de gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en bescherming van het milieu biedt, als is beoogd met de (…) gestelde voorschriften’ (Bouwbesluit 2012, artikel 1.3). Anders gezegd moet de aanvrager aantonen dat op een andere wijze aan het voorschrift wordt voldaan. Dit kan bijvoorbeeld door:

✓ het overleggen van erkende kwaliteitsverklaringen;

✓ een wetenschappelijke publicatie;

✓ Een onderwerp uit de uitgave van BIM Media: ‘Vragen, antwoorden en gelijkwaardigheid Bouwbesluit 2012’ waarbij gelijkwaardigheid een rol speelt;

✓ De ‘Handreiking gelijkwaardige oplossingen’ van het Ministerie van BZK die is opgesteld door de voormalige werkgroep gelijkwaardigheid van de Vereniging Stadswerk Nederland;

✓ Een publicatie van de Adviescommissie praktijktoepassing brandveiligheidsvoorschriften;

✓ De methode ‘Beheersbaarheid van Brand’ in het geval van brandcompartimenten die de maximaal toegestane grenswaarde overschrijden.

Bij gelijkwaardigheidsvraagstukken kan de lokale situatie een belangrijke rol spelen. Bij brandveilig-heidsvraagstukken is onder meer de ligging en bereikbaarheid van het gebouw en ook de capaciteit van de lokale brandweer relevant voor de beoordeling van een voorgestelde gelijkwaardige oplossing. Dit is maatwerk waarbij een net zo veilige situatie moet worden gerealiseerd als met de geldende regelgeving is bedoeld. Daarom kan het zo zijn dat een gelijkwaardige oplossing in verschillende situaties anders moet worden benaderd. De gemeente heeft, vooral ook als het gaat over veiligheid, wettelijk een belangrijke rol en moet een zorgvuldige overweging maken om al dan niet akkoord te gaan met een gelijkwaardige oplossing.

Bij complexe materie vragen wij advies aan de deskundigen. Voor brandveiligheidsvraagstukken heeft de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost een grote rol. In de hoofdregel nemen wij het advies van de deskundige over, tenzij wij concrete aanknopingspunten hebben voor twijfel aan de juistheid of de volledigheid van de advisering.

✓ Bibob-toets

De “Wet bevordering integriteit beoordelingen door het openbaar bestuur” (Wet Bibob) geeft het gemeentebestuur een instrument om zich te beschermen tegen het risico dat zij onbewust criminele activiteiten, personen of samenwerkingsverbanden faciliteert. Denk hierbij aan het witwassen van zwart geld en het gebruik van crimineel geld in reguliere ondernemingen. De Wet Bibob geeft een aantal mogelijkheden om deze risico-inschatting op een juiste wijze te kunnen maken en biedt een weigering- en/of intrekkingsgrond, waarop onder andere vergunningen en ontheffingen kunnen worden geweigerd. Binnen het toepassingsbereik van de Wet Bibob vallen onder andere Drank- en Horecavergunningen, APV-exploitatievergunningen en Wabo-vergunningen (bouwen en milieu).

Voor de in het Bibob-beleid aangewezen gevallen voert de gemeentelijke veiligheidscoördinator aan de hand van het daarvoor bestemde formulier en conform het beleid de Bibob-toets uit.

Activiteit “uitvoeren werk of werkzaamheden”/ (wijzigen) aanleg weg - artikel 2.1, lid 1 aanhef en onder b & artikel 2.2, lid 1 aanhef en onder d Wabo

In het bestemmingsplan is aangegeven in welke gevallen een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken- geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden, danwel het (wijzigen) van de aanleg van een weg vereist is en welke toetscriteria daarvoor gelden. Een dergelijk ‘aanlegvergunningenstelsel’ in een bestemmingsplan is er op gericht een bestemming te beschermen tegen de uitvoering van werken en werkzaamheden die daarin mogelijk niet passen. Op deze activiteiten is de reguliere procedure van toepassing. De beoordeling vindt integraal plaats op basis van de eisen zoals opgenomen in het bestemmingsplan of voorbereidingsbesluit en waar aan de orde de APV. Indien de aanvraag niet voldoet aan deze eisen stellen wij waar mogelijk voorwaarden aan de vergunning om alsnog te kunnen voldoen aan de eisen. Is dit niet mogelijk dan weigeren wij de aanvraag.

Op basis van het bestemmingsplan kan een archeologisch onderzoeksrapport vereist zijn. De toets archeologie lichten wij nader toe bij de activiteit “beschermde monumenten/objecten of gebieden”- artikel 2.1, lid 1 aanhef en onder f Wabo, artikel 2.2, lid 1 aanhef en onder b & artikel 2.2, lid 2 Wabo.

Activiteit “gebruik in strijd met bestemmingsplan” - artikel 2.1, lid 1 aanhef en onder c Wabo

De planologische regeling voor het grondgebied van de gemeente Valkenswaard ligt vast in bestemmingsplannen, waarbij eventuele voorbereidingsbesluiten (tijdelijk) van kracht kunnen zijn. In de bestemmingsplannen staan de criteria vermeld waaraan bouwwerken en gebruik moet voldoen. Ook wordt in het bestemmingsplan aangegeven in welke gevallen een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken- geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden vereist is en welke toetscriteria daarvoor gelden. Wij toetsen een activiteit volledig aan het bestemmingsplan.

Als een aanvraag niet voldoet aan de regels in het bestemmingsplan kan voor de in de Wabo genoemde gevallen en voorwaarden hiervan worden afgeweken. Hierbij geldt dat voor het voormalige projectbesluit (art. 2.1 lid 1, onder c, in samenhang met art. 2.12 lid 1, onder a, onder 3°) de uitgebreide (voorbereidings)procedure moet worden gevolgd. In de overige gevallen is op deze activiteit de reguliere procedure van toepassing. Voor het afwijken van het bestemmingsplan hanteert de gemeente Valkenswaard de volgende werkwijze:

✓ Voldoet de activiteit aan de in het bestemmingsplan genoemde mogelijkheden en criteria c.q. voorwaarden om van de regeling in het bestemmingsplan af te wijken, dan verlenen wij hier in beginsel medewerking aan.

✓ Voor de overige gevallen beoordelen wij per geval of van het bestemmingsplan wordt afgeweken. Omdat vaak maatwerk aan de orde is kiezen wij ervoor geen specifieke regeling op te stellen. Criteria die bij de beoordeling tot afwijken een rol kunnen spelen zijn aspecten als omvang en aard van de activiteit, de ruimtelijke impact van de activiteit op de omgeving, de ruimtelijke inpassing, de lokale situatie, archeologische-, cultuurhistorische-, landschappelijke- en natuurlijke waarden, milieuaspecten, waterhuishouding, parkeren en externe veiligheid.

Verklaring van geen bedenkingen

In de uitgebreide procedure is in bepaalde gevallen een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad vereist om een omgevingsvergunning te kunnen verlenen. Deze gevallen zijn benoemd in het Besluit Omgevingsrecht (Bor). De gemeenteraad van Valkenswaard hanteert voor het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen geen specifiek beleid of criteria, maar beoordeelt ieder geval op zich. Het gaat hier om maatwerk.

Activiteit “brandveilig gebruik” - artikel 2.1, lid 1 aanhef en onder d Wabo

Op aanvragen voor de activiteit “brandveilig gebruik” is de uitgebreide procedure van toepassing. De casemanager zet de aanvraag conform de werkwijzer

11Werkwijzer “Taken Risicobeheersing, een werkwijzer voor gemeenten”

van de VRBZO als adviesverzoek door naar de VRBZO, die de aanvraag toets aan de geldende wet- en regelgeving. De VRBZO adviseert over de volledigheid van de aanvraag, de inhoudelijke beoordeling en het opnemen van eventuele voorwaarden en/of voorschriften. De diepgang van de advisering is bepaald in het toetsprotocol van de brandweer

12Voor het toetsprotocol van de brandweer verwijzen wij naar “Taken Risicobeheersing, een werkwijzer voor gemeenten” van de VRBZO

. De VRBZO adviseert in de regel binnen 20 werkdagen op vergunningaanvragen “brandveilig gebruik”.

Wij nemen het advies van de VRBZO in beginsel over, tenzij wij concrete aanknopingspunten hebben voor twijfel aan de juistheid of de volledigheid van de advisering.

Activiteit “milieu” - artikel 2.1, lid 1 aanhef en onder e Wabo

De vergunningplichtige (milieu) inrichtingen of mijnbouwwerken behoren tot de basistaken van de omgevingsdienst en vallen daarmee buiten de reikwijdte van dit beleid. Wij verwijzen daarvoor naar het regionale uniforme uitvoeringsbeleid voor de basistaken.

Activiteit “beschermde monumenten/objecten of gebieden”- artikel 2.1, lid 1 aanhef en onder f Wabo, artikel 2.2, lid 1 aanhef en onder b & artikel 2.2, lid 2 Wabo

Voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van (rijks)monumenten of het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van (rijks)monumenten is vaak een omgevingsvergunning nodig. Er zijn twee categorieën monumenten:

✓ Rijksmonumenten, welke worden beschermd door de Erfgoedwet (artikel 2.1 Wabo);

✓ Gemeentelijke monumenten/objecten of gebieden (artikel 2.2 Wabo), welke worden beschermd door de gemeentelijke Erfgoedverordening. Het kan dan o.a. gaan om bouwwerken aangewezen als monument, beschermde stads- en dorpsgezichten, archeologische verwachtingswaarden, groenmonumenten en/of cultuurhistorische waarden.

Voor handelingen die een wijziging inhouden van een rijksmonument is de uitgebreide procedure van toepassing. In de overige gevallen geldt de reguliere procedure.

Inhoudelijke toetsing vindt plaats door advisering van respectievelijk de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en de A2 Erfgoedcommissie. De beslissing op de aanvraag voor deze activiteiten baseren wij op deze advisering. In de hoofdregel geldt dat wij het advies overnemen, tenzij wij concrete aanknopingspunten hebben voor twijfel aan de juistheid of de volledigheid van de advisering.

✓ Toets archeologie

Bij de uitvoering van projecten moet soms een archeologisch onderzoeksrapport worden ingediend. Archeologische onderzoeksrapporten worden altijd getoetst. De toetsing wordt uitgevoerd door een deskundige op gebied van archeologie, welke taak wij als verzoektaak bij de omgevingsdienst belegd hebben.

Activiteit “Slopen” - artikel 2.1, lid 1 aanhef en onder g en h & artikel 2.2, lid 1 aanhef en onder c Wabo

Op grond van de Wabo is het verboden om een bouwwerk te slopen zonder omgevingsvergunning met de activiteit “slopen op grond van ruimtelijke regels”. Hiermee wordt bedoeld slopen in geval het bestemmingsplan dit verbiedt en slopen in een door het Rijk (artikel 2.1 Wabo), provincie of gemeente (artikel 2.2 Wabo) aangewezen beschermd stads- en dorpsgezicht. Doel is het voorkomen dat waardevolle bouwwerken worden gesloopt. De reguliere procedure is in deze van toepassing.

Vaak is voor deze activiteit van belang dat aannemelijk moet worden gemaakt dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. Dit geldt tevens voor slopen in een beschermd stads- of dorpsgezicht. Voor zover van toepassing op grond van de Erfgoedwet verlangen wij een rapport waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk is vastgesteld. De toetsingskaders voor aanvragen om sloopvergunning zijn dus vooral gelegen in de vorm van indieningvereisten (Mor) en wat is bepaald in bestemmingplannen of voorbereidingsbesluiten. Deze toetsen wij volledig.

Volledigheidshalve merken wij op dat de regels voor het slopen van gebouwen en bouwwerken, inclusief de verwijdering van asbesthoudende materialen, niet vallen onder het stelsel van de Wabo. Hiervoor is een systeem van meldingen opgenomen in het Bouwbesluit 2012 (zie paragraaf 3.3.1).

Activiteit “(doen) vellen van een houtopstand” - artikel 2.2, lid 1 aanhef en onder g

Het toetsingskader voor deze zogenaamde kapvergunning is opgenomen in de APV. Het betreft een reguliere procedure. De inhoudelijke toets wordt uitgevoerd door een deskundige aan de hand van geldende (lokale) wet- en regelgeving, waaronder de (waardevolle) bomenlijst en bomenverordening. Het gaat om een volledige toetsing.

Hoofdstuk 4 Nalevingsstrategie

4.3 Toezichtstrategie

4.3.1 Algemene werkwijze toezicht

De wijze waarop wij toezicht voorbereiden en uitvoeren verschilt per casus en is afhankelijk van de fase van het toezicht (zie ook paragraaf 4.3.2 en 4.3.3). Wel is hierbij de onderstaande algemene werkwijze als rode draad te herkennen.

1Voorbereiding toezicht (afhankelijk van het type controle aan de orde)

✓ Verrichten dossieronderzoek op basis van aanwezig materiaal in digitale systemen of archief waarbij, voor zover het van toepassing is, onder meer het volgende wordt onderzocht:

✓ Wie is de (pand)eigenaar?

✓ Welk bedrijf is in het pand gevestigd/wie is gebruiker van het pand?

✓ Welke personen staan ingeschreven in de BRP?

✓ Wat is de bestemming van het pand?

✓ Welke vergunningen zijn verleend?

✓ Wat is de toezicht- en handhaving historie?

✓ Welke regelgeving is van toepassing? (o.a. bouw, bestemmingsplan)

✓ Bepalen wat het doel van toezicht bezoek is en aankondigen of niet.

2Uitvoering toezicht

✓ Een toezichthouder deelt de reden van zijn komst mede en toont altijd legitimatiebewijs.

✓ De toezichthouder voert het benodigde toezicht uit op betreffende locatie, noteert eigen waarnemingen en neemt indien nodig verklaringen op.

✓ Voor zover mogelijk brengt de toezichthouder de betrokken persoon op de hoogte van de bevindingen en de eventuele consequenties van de bevindingen.

✓ Daar waar nodig geven wij voorlichting (bijvoorbeeld over actuele ontwikkelingen, gevoerd handhavingsbeleid) en advies.

3Afwerking controle

✓ Van het controlebezoek maken wij afhankelijk van het type controle ofwel een notitie in de zaak aan of een constateringsrapport op, conform de daarvoor vastgestelde format.

✓ Naar aanleiding van de uitkomsten van zijn bevindingen past de toezichthouder zo nodig het stappenplan behorende bij de sanctiestrategie toe (paragraaf 4.4) en legt de doorlopen stappen en genomen beslissingen vast.

✓ Indien noodzakelijk koppelen wij de betrokkenen het resultaat van de controle terug.

Figuur 11: Algemene werkwijze toezicht

4.3.2 Toezicht tijdens de realisatiefase

In de realisatiefase controleren wij de realisatie van een verleende omgevingsvergunning. De mate waarin wij toezicht houden en de manier waarop wij dit doen is afhankelijk van de toegekende prioriteit en complexiteit van de vergunde activiteit.

Tijdens de realisatiefase kan sprake zijn van de volgende type controles:

Type controle

Toelichting

Reguliere controle

Controles ter plekke tijdens de uitvoering. Het kan hier gaan om controles met en zonder wachtmoment (waarbij de uitvoerder niet verder kan nadat de controle is uitgevoerd).

Administratieve controle

Controle op de naleving van regels/ voorschriften zonder fysiek bezoek. Bijvoorbeeld op basis van gegevens aangeleverd door de vergunninghouder en/of (lucht)foto’s.

Eindcontrole

Controle ter plekke of op basis van gegevens aangeleverd door de uitvoerder of vergunninghouder/ (lucht)foto’s, ter gereedmelding van de realisatiefase.

Figuur 12: Type controles realisatiefase

In paragraaf 3.3.2 van de toets-strategie geven wij per te vergunnen activiteit aan welke toetsniveau wordt toegepast. De toezichtstrategie sluit hierop aan in die zin dat wij de accenten die wij bij de vergunning toets “binnen” belangrijk vinden en/of volledig toetsen ook de accenten zijn waarop wij “buiten” specifiek en/of volledig toezicht houden. Hieronder gaan wij in op de omgevingsvergunning activiteiten waarop wij op specifieke aspecten toezicht houden en/of geen volledig toezicht houden.

Bouwfase

Toelichting

1Aanloop

m.n. oriënteringsgesprek, uitzetten bouw, uitgraven bouwput, fundering op staal, fundering op palen

2Onderbouw

m.n. funderingscontrole, riolering, begane grond

3Bovenbouw

m.n. wanden/kolommen, stempels/steigers, vloeren en balken, constructie overige verdiepingen

4.Gevel/dak

m.n. dak constructies, dakafwerking, buitenblad gevel, gevelopeningen.

5Afbouw

Inclusief eindcontrole

Figuur 13: Toezichtmomenten tijdens de bouwfase

Activiteit “Bouwen van een bouwwerk”

Het is praktisch onmogelijk en bovendien niet efficiënt om elk bouwwerk op elk moment in de bouw te controleren. Daartoe ontbreken kortweg de mogelijkheden. Wij richten ons toezicht dan ook op de cruciale momenten in het bouwproces. Hiervoor onderscheiden wij tijdens de bouw de onderstaande toezichtmomenten. Per bouwfase kunnen meerdere controles gehouden worden.

De controle(s) of gebouwd wordt volgens de verleende vergunning vinden –net zoals bij de toetsing van deze activiteit– plaats op basis van aannemelijkheid en aan de hand van lokale toezichtmatrix. In de matrix maken wij inzichtelijk welk toezichtsniveau per gebouwtype wordt gehanteerd. De diepgang van de controle heeft daarbij een directe relatie met de diepgang van de toets van de aanvraag. In de gemeente Valkenswaard hanteren wij één toezichtmatrix waarin rekening wordt gehouden met de aan een type bouwwerk toegekende prioriteit uit de probleemanalyse. In totaal kennen wij vier prioriteiten: bouwwerken met geen, lage, midden en hoge prioriteit.

De toepassing van de toezichtmatrix is naast de prioriteit van het type bouwwerk ook afhankelijk van de omvang (oppervlakte, aantal bouwlagen, etc.) en aard van de vergunde activiteit. Zo zullen wij bij nieuwbouw van een woning op meerdere momenten en andere onderwerpen toezicht houden dan bijvoorbeeld bij een ondergeschikte gevelwijziging bij bestaande bouw. In de praktijk zal de mate van toezicht per gebouwtype dus niet altijd hetzelfde zijn.

Het uitgangspunt bij het uitvoeren van het toezicht in de realisatiefase is evenwel dat alle verleende (BAG-relevante) omgevingsvergunningen minimaal via een (administratieve) eindcontrole worden gecontroleerd. Deze eindcontrole is ook een juridisch belangrijk moment omdat daarmee de werking van de vergunning eindigt en het bouwwerk een bestaand bouwwerk is geworden en als zodanig geregistreerd kan worden in de Basisadministratie Gebouwen (BAG) .

In de praktijk zal er verder vaak op basis van het principe van ‘opbouwen van vertrouwen’ worden gewerkt. Dit betekent dat tijdens de uitvoering, afhankelijk van de geconstateerde kwaliteit, de frequentie en diepgang van het toezicht naar boven of beneden kan worden bijgesteld. De toezichtmatrix vormt daarom een leidraad. Het is uiteindelijk aan de toezichthouder zelf om op basis van de waargenomen situatie te bepalen wanneer en met welke intensiteit er tijdens de uitvoering van een project moet worden gecontroleerd om naleving van de vergunning en regels te bewerkstelligen.

De uitgangspunten van de lokale toezichtmatrix zijn qua referentieniveau afgestemd op de matrix bij het landelijk geaccepteerde Integraal Toezicht Protocol

13Het integraal Toezicht Protocol is een door Vereniging BWT Nederland ontwikkeld hulpmiddel bij de uitvoering van het omgevingstoezicht. Het protocol beschrijft met behulp van een toezichtmatrix wat, wanneer en met welke diepgang een inspecteur controleert tijdens bouw/gebruik/sloop.

. Er is echter gekozen voor een andere vormgeving van de matrix: waar de landelijke matrix het niveau in beginsel koppelt aan de bouwfase, koppelen wij het niveau in beginsel aan de afdelingen in het Bouwbesluit. Hiermee is de lokale toezichtmatrix afgestemd op de lokale toetsmatrix. Op deze wijze menen wij ook dat de toezichtmatrix meer volledig en overzichtelijk is. In bijlage 5 is de toezichtmatrix met de niveaus van toezicht opgenomen. De toezichtniveaus kennen een schaalverdeling van 1 tot en met 4, waarbij niveau 1 staat voor minimaal toezicht en 4 voor het maximaal toezicht. In zijn algemeenheid geldt: hoe hoger de prioriteit van het bouwwerk, hoe intensiever het toezicht.

Controle van aanvullingen op grond van vergunningsvoorwaarden

In een omgevingsvergunning voor de activiteit “bouwen van een bouwwerk” kunnen voorschriften zijn opgenomen. Veel voorkomende voorschriften hebben betrekking op het op een later tijdstip indienen van tekeningen en berekeningen. Het betreft dan vooral constructieve tekeningen en berekeningen en installatietechnische tekeningen en berekeningen. In de Mor is het op een later tijdstip indienen van dergelijke zaken wettelijk geregeld.

De vergunninghouder is zelf verantwoordelijk voor het tijdig aanleveren van de stukken De gemeentelijk toezichthouder bewaakt de tijdige indiening van de stukken en gaat na of onderdelen niet worden gerealiseerd vóórdat wij de stukken hebben beoordeeld en geaccordeerd. Wanneer deze vergunningvoorschriften niet worden nageleefd, volgen wij de sanctiestrategie in paragraaf 4.4 met doorgaans tot gevolg dat wij de werkzaamheden stilleggen. De in te dienen stukken worden op basis van de toets-strategie in paragraaf 3.3.2 door de casemanager vergunningverlening of daarvoor aangewezen andere deskundige(n) beoordeeld.

Integrale risicogerichte controle met brandweer tijdens realisatiefase

Bij omgevingsvergunningen waarbij de VRBZO (op basis van het wettelijke basistakenpakket) een advies heeft gegeven, houdt de toezichthouder van de gemeente tijdens de realisatiefase samen met de toezichthouder van de VRBZO een integrale controle. Deze controle is afhankelijk van de prioritering van het bouwwerk uit de vastgestelde risicomatrix van de VRBZO

14Taken risicobeheersing, toets- en toezichtsmatrix VRBZO.

.

Activiteit “brandveilig gebruik” en/of “milieu”

Het toezicht op omgevingsvergunningen voor de activiteit “brandveilig gebruik” en meldingen brandveilig gebruik maakt onderdeel uit van het wettelijke takenpakket voor de VRBZO en is vanuit (provinciale) regelgeving opgedragen aan de (toezichthouders van de) VRBZO.

Het lokale controlebestand wordt geactualiseerd met de verleende vergunningen en meldingen. De VRBZO of ODZOB voert een opleveringscontrole uit na instemming of verlening en controleert of een bouwwerk voldoet aan de omgevingsvergunning of melding. De diepgang van het toezicht is bepaald in het regionaal vastgestelde toezichtprotocol van beide diensten en hangt af van de risicoclassificatie, de geschiedenis van het bouwwerk en het soort gebruik. Waar mogelijk worden controles zoveel mogelijk integraal gehouden c.q. afgestemd op met de controles van de gemeentelijke toezichthouders.

4.3.3 Toezicht tijdens de beheer- of gebruiksfase

De beheer- of gebruiksfase is veelal aan de orde nadat een omgevingsvergunning is gerealiseerd of bij bestaande bouwwerken, bouwen en/of gebruiken zonder omgevingsvergunning. Wij zien er op toe of het bouwwerk en/of gebruik daarvan (nog steeds) voldoet aan de in de vergunning of andere wettelijke kaders omschreven bouw- en gebruiksvoorschriften.

Bij het toezicht in de beheer- of gebruiksfase kunnen wij onderstaande typen controles houden:

Type controle

Toelichting

Routinematige/ periodieke controle

Systematisch toezicht op eenzelfde object waarbij wij jaarlijks controles inplannen op basis van een vastgelegde frequentie, hierbij valt te denken aan controles van de milieu-inrichtingen en brandveiligheid

Objectgerichte controle

Toezicht op bestaande objecten en /of bouwwerken en percelen tijdens de gebruiksfase in het kader van tijdelijkheid of het bestemmingplan.

Projectmatige/ thematische controle

(Thematische) toezicht dat plaatsvindt in het kader van vooraf benoemde projecten of een projectmatige aanpak vergt.

Inventariserende controle

(Administratieve) controle gericht op het in kaart brengen van mogelijke overtredingen, knelpunten en/of risico’s bij een object, in een gebied of op een bepaald thema ter voorbereiding van objectgerichte en/of projectmatige/thematische controle(s).

Administratieve controle

Controle op de naleving van regels / voorschriften zonder fysiek bezoek. Bijvoorbeeld administratieve check of een vergunning nodig is, beoordeling van stukken, internetonderzoek of het vergelijken van luchtfoto’s.

Controle n.a.v. verzoek om handhaving

Controle naar aanleiding van een verzoek om handhaving.

Toezicht op klachten en meldingen

Toezicht naar aanleiding van klachten en meldingen van burgers.

Ongewoon voorval

Controles naar aanleiding van een calamiteit c.q. ongewoon voorval.

Signaal toezicht

Een overkoepelende vorm van toezicht waarbij de toezichthouder een signaal doorgeeft als een geconstateerde overtreding buiten zijn expertise en of bevoegdheid valt. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld signalen over wettelijk verplichte basistaken of overige milieutaken die door de omgevingsdienst worden uitgevoerd.

Figuur 14: type controles tijdens de beheer- of gebruiksfase

De routinematige/ periodieke controles, objectgerichte controles, projectmatige/ thematische controles, inventariserende controles en administratieve controles betreffen zogenaamde “programmatische” controles. Dit betekent dat deze controles vooraf jaarlijkse uitvoeringsprogramma worden aangegeven. De overige controles vinden ad hoc plaats. Het gaat hier om controles die vooraf niet in het uitvoeringsprogramma te plannen zijn. In paragraaf 4.7 gaan wij nader in op de strategie voor klachten en verzoeken om handhaving.

Voor de omvang of diepgang van de controles verwijzen wij naar wat bij de realisatiefase in paragraaf 4.3.1 is aangegeven en dat van overeenkomstige toepassing is.

Aankondiging controles

Alleen routinematige/periodieke controles kondigen wij in beginsel altijd aan, tenzij er een belangrijke reden is om af te zien van aankondiging. Indien een controle aanleiding geeft om een hercontrole te houden kondigen wij de nieuwe controle in beginsel niet aan, tenzij er een belangrijke reden is om de her controle wel aan te kondigen. Dit is afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het geval.

De overige controles kondigen wij in beginsel niet aan.

Samenwerking en afstemming

Als uitgangspunt hanteren wij samenwerking bij controles en voeren wij deze waar mogelijk en van toegevoegde waarde multidisciplinair of integraal uit. Hiervoor zoeken wij de samenwerking met gemeentelijke toezichthouders (o.a. BRP, BAG) en/of toezichthouders van andere handhavingsorganisaties (Politie, VRBZO, ODZOB, Belastingdienst, andere gemeenten of andere instanties). Het kan dan o.a. gaan om op zichzelf staande gezamenlijke controles of bijvoorbeeld een gezamenlijke actiedag. Op deze manier kunnen wij efficiënter en effectiever toezicht houden en is de toezichtlast voor burgers en ondernemers lager. Waar multidisciplinaire of integrale controles niet mogelijk zijn werken wij zoveel mogelijk met signaal toezicht. Daarnaast wisselen wij onderling informatie uit. Samenwerking en/of afstemming vindt in ieder geval plaats met de ODZOB, VRBZO, politie, OM, belastingdienst en Waterschap. De externe samenwerkingsverbanden lichten wij in hoofdstuk 5 toe.

Systematisch toezicht

Wij houden systematisch toezicht in de vorm van routinematige/periodieke controles. In de gemeente Valkenswaard is dit type controle alleen van toepassing bij het door de omgevingsdienst uitgevoerde milieutoezicht en het door de VRBZO uitgevoerde toezicht op brandveilig gebruik van bouwwerken. Het gaat hier in beide gevallen om wettelijke takenpakketten die verplicht of opgedragen zijn aan de eerder genoemde uitvoeringsinstanties.

Op de controlefrequentie van het toezicht op brandveilig gebruik, gaan wij hieronder nader in.

De controlefrequentie wordt bepaald op basis van de regionale risicomatrix die de VRBZO samen met de ODZOB, Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant en andere afdelingen van de VRBZO heeft opgesteld. Hiertoe heeft de VRBZO in de gemeente Valkenswaard risicovolle bouwwerken geclassificeerd en met een risicoklasse A (laag risico), B (midden risico) en C (hoog risico)

15De classificatie risicovolle gebouwen is toegelicht in “Taken Risicobeheersing; Een werkwijzer voor gemeenten” van VRBZO.

opgenomen in een controlebestand. De hieraan toegewezen controlefrequentie is op dit moment als volgt:

Risicoklasse

Controle frequentie

Toelichting

A

0

Alleen op specifiek en gemotiveerd verzoek van de gemeente

B

0,5 of 0,3

1xper 2 of 3 jaar

C

1

1xper jaar

Figuur 15: Controlefrequenties routinematige controles VRBZO

Jaarlijks werken wij een controleprogramma uit in overleg met de VRBZO, en dit wordt dan opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Hiermee houden wij in beginsel de regie op de daadwerkelijke uitvoering.

Jaarlijks stelt ook de ODZOB een controleprogramma op en dit wordt vooraf ook afgestemd met de gemeentelijke toezichthouders om desgewenst gezamenlijke controles in te kunnen plannen. De regie op het daadwerkelijk uitvoeren van de controleprogramma ligt bij de ODZOB zelf en wordt aan de hand van budgetbeheer periodiek opgevolgd door de gemeente. Is het noodzakelijk om tussentijds een (gezamenlijke) controle uit te voeren, dan gaat dit ten koste van het controleprogramma.

4.3.4 Strategie toezicht klachten en meldingen

De toegekende prioriteiten uit de risicomatrix toezicht en handhaving uit bijlage 3 zijn bepalend voor de mate waarin wij toezichtactiviteiten in beginsel uitvoeren.

Bij een hoge prioriteit voeren wij actief toezicht uit en krijgt de afhandeling van signalen voorrang op andere werkzaamheden. Bij een gemiddelde prioriteit handelen wij signalen af afhankelijk van de aard en omvang en kunnen wij planmatig toezicht uitvoeren. Bij een lage prioriteit voeren wij passief toezicht uit. Mocht dat niet het geval zijn informeren wij betrokkenen daarover.

Signalen en meldingen kunnen worden gebruikt om de informatiepositie over de problematiek op te bouwen. Deze informatie kan (op termijn) alsnog aanleiding zijn om handhavend op te treden. Signalen met een lage prioriteit kunnen ook worden gebundeld en tijdens specifiek gepland thema-, doelgroep- of gebiedsgericht toezicht worden opgepakt. Conform de geldende wet- en regelgeving pakken wij handhavingsverzoeken altijd op. Jaarlijks werken wij de toezichtprioriteiten uit in het uitvoeringsprogramma.

Prioriteit

Mate van toezicht

Hoog

(pro)actief

✓ Afhandeling signalen krijgt voorrang op andere werkzaamheden

✓ De gemeente neemt initiatief tot controles, ook als geen signalen zijn ontvangen

Midden

actief en/of passief

✓ Signalen worden afhankelijk van aard en omvang afgehandeld

✓ Planmatig toezicht op/in een specifiek thema, doelgroep of gebied

Laag

Passief

✓ Signalen worden niet of niet direct afgehandeld: wij beoordelen of acuut ingrijpen noodzakelijk is en informeren anders betrokkenen daarover.

Geen

Geen

✓ Signalen worden niet behandeld. Signalen kunnen worden gebundeld (om informatie over problematiek op te bouwen) en mogelijk (als gevolg daarvan) tijdens planmatig toezicht (thema-, doelgroep- of gebiedsgericht) worden opgepakt.

Figuur 16: Prioriteiten en mate van toezicht

4.4 Strategie intrekken omgevingsvergunningen / ontheffingen

4.4.1 Intrekking van een omgevingsvergunning bij geen gebruik ervan maken

Het komt voor dat na het verlenen van de vergunning geen of pas na lange tijd van de vergunning gebruik wordt gemaakt. Wanneer ongebruikte vergunningen jaren geleden zijn verleend en niet zijn ingetrokken, blijft vaak het recht bestaan om hiervan gebruik te maken.

Het is ongewenst om verleende vergunningen in stand te laten zonder dat daar binnen een bepaalde termijn gebruik van wordt gemaakt om te voorkomen dat er een stuwmeer ontstaat van latente (ongebruikte) vergunningen. Daarmee voorkomen wij ook dat (nieuwe) planologische, stedenbouwkundige of andere inzichten over de fysieke leefomgeving doorkruist worden door vergunde, nog te realiseren of te slopen bouwwerken en het gebruik ervan

16Of bijvoorbeeld een ongewenste doorkruising van het actuele woningbouwprogramma.

. Door oude vergunningen in stand te houden kunnen projecten worden gerealiseerd en in gebruik worden genomen conform verouderde (bouw)technische inzichten, milieutechnische aspecten of zelfs in strijd met nieuwe (planologische) regels. Dit vinden wij ongewenst. Ook voor de rechtszekerheid van omwonenden en belanghebbenden is het ongewenst oude vergunningen in stand te houden. Doordat de bekendmaking van deze besluiten lang geleden kan hebben plaatsgevonden, kunnen zij alsnog verrast worden door de activiteiten. Daarnaast is het vanuit administratief oogpunt gewenst dat het gemeentelijke (bouw)archief zoveel mogelijk overeenstemt met de feitelijke situatie. Ook voor het beheer van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) is een actuele administratie nodig. Wij willen daarom na verloop van een bepaalde periode omgevingsvergunningen geheel of gedeeltelijk intrekken.

De gronden voor het (gedeeltelijk) intrekken van omgevingsvergunningen zijn opgenomen in de Wabo, en er zijn twee verschillende termijnen.

Zo kan een omgevingsvergunning worden ingetrokken wanneer gedurende drie jaar geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning. Deze termijn van 3 jaar wordt gehanteerd. Voor omgevingsvergunningen met de activiteiten bouwen, slopen of aanleggen is in de Wabo een termijn van 26 weken opgenomen. Wij kiezen ervoor om met het (ongebruikt) verstrijken van deze termijn standaard 26 weken te wachten voordat wij actief de intrekkingsprocedure opstarten.

Voor bouw- en aanlegactiviteiten geldt dat als met de uitvoering van de werkzaamheden is gestart en deze tussentijds zijn gestaakt, wij de wettelijke termijn van 26 weken (na constatering van gestaakte werkzaamheden) hanteren. Het intrekken van omgevingsvergunningen voor de activiteit ‘afwijken van het bestemmingsplan (planologisch strijdig gebruik)’ wordt vooraf intern met de medewerkers Ruimtelijk Beleid afgestemd vanwege de mogelijkheid van planschade voor het intrekken van deze besluiten.

4.4.2 Werkwijze

De procedure tot intrekking van een omgevingsvergunning vindt vanzelfsprekend plaats op grond van de geldende wettelijke voorschriften, waarbij in hoofdregel dezelfde procedure geldt als wanneer deze activiteit zou worden aangevraagd en vergund.

Voornemen intrekking / zienswijze

Bij de reguliere procedure zenden wij de vergunninghouder allereerst een voornemen tot intrekking. Bij de uitgebreide procedure is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van de Awb (afdeling 3.4) van toepassing en leggen wij een ontwerp-beschikking ter inzage. In beide procedures, zij het op andere gronden, stellen wij de vergunninghouder in de gelegenheid zijn zienswijzen op de voorgenomen intrekking naar voren te brengen. Als de vergunninghouder daarop niet reageert, trekken wij de vergunning in beginsel in. Bij zienswijzen beoordelen wij of voldoende gronden aanwezig zijn om niet tot intrekking van de vergunning over te gaan. Hiertoe inventariseren wij alle in aanmerking te nemen belangen

17Hierbij horen ook de (financiële) belangen van vergunninghouder.

en wegen deze tegen elkaar af.

Het ontbreken van financiële middelen of conflicten met uitvoerende partijen (architect of aannemer) leiden niet tot het afzien van intrekking van de omgevingsvergunning. In familiaire kwesties (scheiding, ziekte, overlijden) kan, indien door de vergunninghouder de reden goed wordt gemotiveerd, intrekking van de vergunning worden uitgesteld. Ook hierbij moet voldoende aannemelijk c.q. concreet worden gemaakt dat op korte termijn wel van de vergunning gebruik wordt gemaakt. Enkel een offerte van een aannemer is daartoe onvoldoende.

Nadere termijn

Indien redelijke gronden aanwezig zijn om niet direct tot intrekking van de vergunning over te gaan, stellen wij een concrete nadere termijn (met einddatum) waarbinnen de vergunninghouder alsnog gebruik moet maken van de vergunning. Dit betekent feitelijk aanvangen van of hervatten van de uitvoering van de werkzaamheden en/of ingebruikname. De nadere termijn leggen wij schriftelijk vast en bedraagt maximaal 1 jaar.

Als na de nader gestelde termijn geen aanvang is gemaakt met de uitvoering of hervatting van de werkzaamheden of in gebruik name van het project trekken wij de vergunning alsnog in. Hiertoe zetten wij in beginsel de oude procedure voort.

4.5 Sanctiestrategie

4.5.1 Werkwijze

Om passend te kunnen optreden bij iedere tijdens het toezicht gedane overtreding, hanteren wij dan ook het landelijke stappenplan met interventiematrix uit de LHSO. Het startpunt van het stappenplan is een tijdens het toezicht gedane bevinding die strijdig is met wet- en regelgeving. Samengevat is de algemene werkwijze hierbij:

1Plaatsing bevinding in de interventiematrix

✓ De kern van de LHSO is de interventiematrix. Hierbij bepaalt de toezichthouder op basis van de ernst van de gevolgen van een overtreding in combinatie met de houding van de overtreder, in welk vak van de interventiematrix de overtreding wordt geplaatst.

✓ Bepalen verzwarende aspecten Vervolgens bepaalt de toezichthouder of er verzachtende dan wel verzwarende factoren zijn (zoals bijvoorbeeld recidive), waardoor de overtreding een trede lager of hoger in de matrix terecht kan komen.

2Onderzoek samenwerking bestuur, politie en Openbaar Ministerie

✓ Indien de toezichthouder de overtreding in het midden- of zware segment positioneert, vindt conform de LHSO overleg met de strafrechtpartner plaats om te bepalen of bestuursrechtelijk, danwel strafrechtrechtelijk of een combinatie van bestuurs- en strafrechtelijk wordt opgetreden.

✓ Bestuursrechtelijke handhaving is primair gericht op het doen opheffen dan wel voorkomen van de overtreding. Het strafrecht richt zich vooral op het straffen van de overtreder en op het wegnemen van diens wederrechtelijk genoten voordeel.

✓ De bevoegdheid om strafrechtelijk op te treden ligt bij het Openbaar Ministerie. Daarnaast kan een ambtenaar die benoemd is tot buitengewoon opsporingsambtenaar strafrechtelijk optreden.

3Optreden met toepassing van de interventiematrix: bestuursrechtelijk of strafrechtelijke

✓ Wij zetten de betreffende (combinatie van) interventie(s) in totdat sprake is van naleving van de regel waartegen handhavend wordt opgetreden. Als naleving binnen de door de gemeente bepaalde termijn uitblijft, vervolgen wij het proces direct met het inzetten van een zwaardere (combinatie van) interventie(s).

4Vastlegging

✓ De toezichthouder legt de doorlopen stappen en genomen beslissingen vast.

Figuur 17: Algemene werkwijze sanctiestrategie

4.5.2 Toepassing handhavingsinstrumenten

Op basis van de interventiematrix zetten wij afhankelijk van onze bevindingen en eventuele verzachtende of verzwarende factoren een (combinatie van) interventie(s) in. Bij toepassing van de bestuursrechtelijke instrumenten hebben wij op een aantal punten (enige) beleidsvrijheid. Hieronder gaan wij daar nader op in.

Hoogte dwangsom

Een bestuursorgaan komt bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom en het maximum van het te verbeuren bedrag een ruime mate van beleidsvrijheid toe. De hoogte van de dwangsom kan en moet op de ernst van de overtreding worden afgestemd (evenredigheid) en tot doel hebben de overtreding tegen te gaan of te voorkomen (effectiviteit).

Voor het bepalen van de hoogte van bestuursrechtelijke sancties maken wij gebruik van de “Handreiking Bestuursrechtelijke Sanctiemiddelen. Deze handreiking is afgestemd op de LHSO en passen wij toe als algemene richtlijn. Het vaststellen van de hoogte en de maximaal te verbeuren dwangsom is altijd afhankelijk van de overtredingssituatie. In voorkomende gevallen kan het noodzakelijk zijn om, gezien de omstandigheden van een geval, een dwangsom vast te stellen in afwijking van de in de handreiking genoemde bedragen.

Duur begunstigingstermijn

Een begunstigingstermijn is de tijd die de overtreder krijgt om de overtreding te beëindigen. Enerzijds moet deze termijn voldoende lang zijn om als overtreder de opgelegde verplichtingen uit te kunnen voeren en moet deze gezien de omstandigheden van de situatie redelijk zijn. Anderzijds mag de begunstigingstermijn niet langer zijn dan noodzakelijk. Hiermee wordt een open einde van het handhavingstraject voorkomen of dat de lengte van de begunstigingstermijn zodanig lang is dat sprake is van het gedogen van de overtreding.

Op basis van de LHSO geldt voor termijnen in algemene zin het volgende:

✓ Gedragsvoorschriften dienen direct in acht genomen te worden. Hiervoor stellen wij geen of hooguit een zeer korte termijn om de overtreding te beëindigen en/of herhaling ervan te voorkomen.

✓ In alle andere gevallen – waaronder ook plannen of voorzieningen waarvoor investeringen vereist zijn – geldt: hoe urgenter de situatie des te korter de termijn. Daarbij houden wij rekening met de technische en organisatorische realiseerbaarheid.

De “Handreiking Bestuursrechtelijke Sanctiemiddelen sluit aan op de LHSO en is een praktisch hulpmiddel hierbij. Bij het bepalen van de duur van begunstigingstermijnen maken wij hier dan ook gebruik van.

✓ Verlengen begunstigingstermijn

Op verzoek worden alle begunstigingstermijnen verlengd tot na de beslissing op bezwaar en de uitspraak op het beroep. Slechts indien er sprake is van zeer dringende gevallen (bijvoorbeeld een brandgevaarlijke situatie), wordt niet gewacht tot na de beslissing op bezwaar of tot de rechtbank een uitspraak heeft gedaan over een handhavingsbeschikking.

Het verlengen van de begunstigingstermijn tot na de uitspraak op het beroep wordt redelijk geacht, omdat een rechterlijk oordeel de juistheid van de beschikking bevestigt.

Wanneer de begunstigingstermijn wordt verlengd, is dit een nieuw besluit waartegen voor alle belanghebbenden bezwaar en beroep open staat.

Het indienen van bezwaar of instellen van beroep schort de werking van de handhavingsbeschikking niet op. Dit betekent dat de bezwaarmaker bij de rechtbank een verzoek om een voorlopige voorziening moet indienen om bijvoorbeeld te voorkomen dat dwangsommen verbeuren. Dat er enkel een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, is in de regel geen reden om de begunstigingstermijn op te schorten. De voorlopige voorzieningenrechter kan beslissen de begunstigingstermijn te schorsen tijdens bezwaar/ beroepsprocedures.

(Tijdelijk) stilleggen activiteiten

Zodra onze toezichthouder niet-toegestane activiteiten constateert, en in overleg geen oplossing te vinden is, kan hij ter plaatse in overeenstemming met de interventiematrix mondeling de activiteiten stilleggen. Wij bevestigen de stillegging zo snel mogelijk maar uiterlijk binnen vijf werkdagen schriftelijk aan degene tot wie het bevel tot stilleggen is gericht. Met de stillegging ‘bevriest’ de gemeente de situatie (tijdelijk) en voorkomt zo dat de situatie in ernst en omvang toeneemt. De stillegging voorkomt daarnaast dat de ‘overtreder’ extra kosten moet maken om bijvoorbeeld het bouwwerk aan te passen aan de geldende regels of om het af te breken.

Tijdens de controle geeft de toezichthouder precies aan over welke activiteiten het gaat. Indien de omstandigheden naar zijn oordeel daartoe aanleiding geven kan de toezichthouder toestaan sommige activiteiten af te maken. Ook mogen soms tijdelijke maatregelen getroffen worden om te voorkomen dat er schade of gevaarlijke situaties ontstaan. Hier worden ter plaatse duidelijke afspraken over gemaakt.

Door de stillegging van de activiteiten is een op dat moment plaatsvindende overtreding met onmiddellijke ingang beëindigd. Met de stillegging leggen wij gelijktijdig een (preventieve) last onder dwangsom op om te voorkomen dat er verder wordt gegaan met de activiteit c.q. de overtreding opnieuw plaatsvindt.

Geheel of gedeeltelijk intrekken van een vergunning na of tijdens realisatie

Van het geheel of gedeeltelijk intrekken van een vergunning kan alleen sprake zijn als aan een begunstigde beschikking is verleend met onjuiste of valse gegevens in de aanvraag en bij realisatie- of in gebruiksfase een relatie heeft met de overtreding. Het intrekken van de vergunning maakt geen einde aan de strijdigheid maar vergroot deze meestal. Zaken die ook onder de betreffende beschikking vallen en legitiem zijn verliezen hierdoor hun legitimiteit. Het intrekken van een vergunning is een zwaar middel dat wij alleen in uitzonderlijke gevallen kunnen en zullen toepassen.

Kosten bestuursdwang/ Invorderingsbeschikking

De kosten die de gemeente moet maken voor het voorbereiden en het daadwerkelijk uitvoeren van een last onder bestuursdwang verhalen wij op de overtreder door het nemen van een kostenverhaalsbeschikking.

Na het verbeuren van dwangsommen nemen wij conform de wettelijke bepalingen een invorderingsbeschikking.

4.5.3 Optreden tegen eigen organisatie of andere overheden

Overheden, zoals de provincie of de gemeente Valkenswaard zelf, behandelen wij niet anders dan andere overtreders. Bij overtredingen door de overheid geldt nog meer dan in andere gevallen het algemeen normbesef en de geloofwaardigheid. De gemeente heeft namelijk een voorbeeldfunctie. Bovendien gelden voor de gemeente dezelfde rechten en plichten als voor anderen.

Bij handhavend optreden passen wij de LHSO toe, met oog op het voorkomen van onnodige wederzijdse publieke kosten als naleving ook op een andere wijze bereikt kan worden. Bij handhaven tegen de eigen gemeenten of andere overheden betrekken wij de portefeuillehouder.

4.7 Strategie bij handhavingsverzoeken en klachten

4.7.1 Klachten

Bij een klacht bepalen wij aan de hand van de in dit beleid opgenomen prioritering of en zo ja, wanneer de klacht in behandeling wordt genomen. Heeft de handhavingstaak waarop de klacht ziet een lage prioriteit, dan delen wij de klager in beginsel mede dat de klacht voorlopig niet in behandeling wordt genomen en dat behandeling volgt zodra daarvoor de ruimte is. Is sprake van een hoge prioriteit, dan nemen wij de klacht direct in behandeling. Onze externe partners hebben eenzelfde werkwijze. Een toezichthouder beoordeelt de situatie op locatie, waarna wij de klager desgewenst informeren over de verdere afhandeling van de klacht. In geval van een klacht is de gemeente niet aan een beslistermijn gebonden, doch streven wij ernaar om de klager zo spoedig mogelijkheid duidelijkheid te geven. Door ons en onze samenwerkingspartners worden de ingekomen klachten geregistreerd. Door zaken te registeren kunnen we monitoren of er meerdere klachten zijn (al dan niet van eenzelfde soort) in een bepaald gebied. Mocht dat het geval zijn dan wordt onderzocht of het noodzakelijk is daar een nadere actie op te ondernemen en waar nodig wordt dat daadwerkelijk gedaan. Door het registeren van de klachten hebben we de mogelijkheid om te bewaken of klachten op een juiste manier zijn afgehandeld en genereren we input voor het evalueren van dit product en proces.

Anonieme klachten, waarbij geen klager bekend is, worden niet in behandeling genomen, tenzij het een klacht is waarbij de (omgevings)veiligheid of gezondheid in het geding is. Wil een klager anoniem blijven dan wordt hier in beginsel rekening mee gehouden en wordt een klacht behandeld zoals hierboven beschreven.

4.7.2 Handhavingsverzoeken

Bij een schriftelijk verzoek om handhaving nemen wij zo snel mogelijk (mondeling of schriftelijk) contact op met de verzoeker om handhaving of diens gemachtigde. In dit contact bespreken wij wat het belang en doel van het verzoek is en wat verzoeker van de gemeente kan verwachten een en ander ook op grond van gestelde prioriteiten. Vervolgens beoordeelt de toezichthouder de situatie op locatie en informeren wij alle belanghebbenden (dus ook de mogelijke overtreder) over de afhandeling en de verdere procedure. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk gebeuren. In samenspraak met de verzoeker zoeken wij naar een snelle en informele oplossing van het probleem (zo nodig met behulp van buurtbemiddeling of bemiddeling (mediation)). Wordt hiermee geen oplossing bereikt dan zal bij een geconstateerde overtreding verder worden afgewogen hoe hiermee wordt omgegaan. Zie hiervoor de sanctie- en de gedoogstrategie paragraaf 4.5 en 4.6. Bij een verzoek om handhaving geldt normaliter een beslistermijn van 8 weken.

Bij anonieme verzoeken om handhaving wordt de aanpak gevolgd zoals bij een klacht, met het verschil dat de verzoeker vanwege zijn anonimiteit niet op de hoogte kan worden gesteld van de werkwijze van de gemeente. Indien een verzoeker anoniem wil blijven wordt hij hierop gewezen.

Hoofdstuk 5 Organisatie

5.1 Organisatie

5.1.1 Personeelsformatie

Dit beleid en de daarvoor uit te voeren activiteiten werken wij jaarlijks uit in een uitvoeringsprogramma. In het uitvoeringsprogramma leggen wij de benodigde en beschikbare capaciteit ten behoeve van de uitvoering en de handhaving (uitgedrukt in fte’s) vast. Om tijdens de uitvoering de objectiviteit van werkzaamheden te borgen en belangenverstrengeling te voorkomen, hanteren wij een strikte functiescheiding tussen vergunningverlening en toezicht & handhaving.

De taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden ten behoeve van de toezicht en handhaving liggen vast in functieomschrijvingen. In de functieomschrijving is rekening gehouden met de vereiste deskundigheid van het personeel. Daarnaast is er opleidingsbudget beschikbaar waardoor het mogelijk is om een gewenst deskundigheidsniveau te behouden en eventueel te bereiken.

5.1.2 Kwaliteit van personeel

De kwaliteitseisen die wij aan medewerkers stellen, liggen vast in de functieomschrijvingen HR21 en de Verordening kwaliteit VTH omgevingsrecht Valkenswaard. In deze verordening bepaalt de gemeenteraad dat de kwaliteit voor uitvoering en handhaving minimaal gelijk is aan het bodemniveau voor de kwaliteit van uitvoering en handhaving. Met de term ‘bodemniveau’ doelt de gemeenteraad op de versoepelde spelregels die voor Brabantse gemeenten gelden in aanvulling op de door alle Brabantse gemeenten als leidraad genomen ‘basisniveau’ in de zogenaamde Kwaliteitscriteria van het landelijke Programma Uitvoering met Ambitie (PUMA).

Vanwege de omvang van de gemeente Valkenswaard voldoen wij op een beperkt aantal genoemde deskundigheidsgebieden uit de kwaliteitscriteria. De werkvoorraad is niet groot genoeg om op ieder deskundigheidsgebied de verplichte twee medewerkers in dienst te hebben die voldoen aan het genoemde frequentiecriterium of tijdsbesteding van de betreffende taken. Om te kunnen voldoen aan de kwaliteitscriteria beleggen wij een aantal taken bij de ODZOB en de VRBZO. Verder beleggen wij een aantal taken bij marktpartijen. Daarnaast werken wij samen met de A2 gemeenten Heeze- Leende en Cranendonck. Het gaat hier om een ‘low profile’ samenwerking die niet is ingebracht in de gemeenschappelijke regeling. Overeenkomstig de uitgangspunten van de kwaliteitscriteria is de samenwerking gericht op:

✓ Het delen van kennis en daardoor verhogen van de kwaliteit van het werk. Hiervoor wisselen de medewerkers van de drie gemeenten periodiek kennis en ervaring uit.

✓ Het verlagen van de kwetsbaarheid. De gemeenten behouden in beginsel ieder hun eigen werkvoorraad en hebben afspraken over het tijdelijk en incidenteel overnemen van werk in noodgevallen.

✓ Processen zo veel mogelijk gelijk trekken. Om te borgen dat medewerkers elkaars werk kunnen overnemen in geval van nood, werken zij periodiek samen om elkaars processen te beheersen. Denk hierbij aan eenzelfde inrichting van procesprogramma’s zoals Powerbrowser.

De deskundigheidsgebieden waarop wij in A2 verband samenwerken zijn:

Deskundigheidsgebied Kwaliteitscriteria

2Vergunningverlening bouwen en RO

4Toezicht en handhaving bouwen en RO

8Behandelen juridische aspecten vergunningverlening

9Behandelen juridische aspecten handhaving

17Sloop en asbest (voor zover geen basistaak betreft)

Figuur 18: Samenwerking deskundigheidsgebieden A2 verband

5.1.3 Borging personele en financiële middelen

Binnen de gemeente zijn de personele en financiële middelen die nodig zijn voor een adequate uitvoering van het uitvoerings- en handhavingsbeleid vastgelegd. Financiële middelen borgen wij in de begroting. Personele capaciteit vertaalt zich in een team met vaste medewerkers en een eventuele flexibele schil. In het uitvoeringsprogramma geven wij jaarlijks aan hoe wij de middelen inzetten. Dit nemen wij vervolgens over in het afdelingsplan. Daarnaast zijn er structureel middelen beschikbaar voor de VRBZO en de ODZOB.

Technische, juridische en administratieve voorzieningen

Om een adequate en objectieve uitvoering van de wettelijke taken mogelijk te maken stellen wij ondersteunende technische, juridische en administratieve middelen beschikbaar. Het gaat hierbij onder andere om bedrijfsauto’s, meetapparatuur, fototoestellen, mobiele telefoons, laptops, tablets, software, informatiebeheersystemen (o.a. Powerbrowser), vakliteratuur, aansluiting op (juridische) databanken enzovoorts. Waar aan de orde dragen wij er zorg voor dat betreffende instrumenten en apparaten in een goede staat van onderhoud verkeren, voldoen aan de wettelijke (controle)eisen en zo nodig worden gekalibreerd.

Bereikbaarheid buiten kantooruren

De gemeentelijke organisatie moet op basis van de wettelijke regeling ook buiten de gebruikelijke kantooruren bereikbaar en beschikbaar zijn. Deze 24-uurs bereikbaarheid regelen wij via de milieuklachtencentrale die bij calamiteiten worden ingeschakeld. Daarnaast is het centrale nummer van de gemeente ook 24 uur per dag bereikbaar, waarbij de telefoon buiten kantoortijden alleen bij (uiterst) dringende klachten wordt doorgeschakeld naar de piketdienst van de gemeente of naar de milieuklachtencentrale van de ODZOB. Dringende zaken worden dan direct opgepakt. Niet urgente meldingen worden opgepakt via de reguliere werkafspraken.

5.2 Samenwerking met andere organisaties

5.2.1 Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB)

De ODZOB voert taken uit voor de regio Zuidoost- Brabant op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Er is onderscheid tussen basistaken, verzoektaken en collectieve taken:

✓ Basistaken zijn taken op gebied van vergunningverlening milieu, toezicht en handhaving die in het basistakenpakket vallen en verplicht door een omgevingsdienst uitgevoerd moeten worden.

✓ Verzoektaken kunnen vergelijkbaar zijn met de basistaken, maar vallen niet in het wettelijke basistakenpakket. Het kunnen ook taken zijn op gebied van de fysieke leefomgeving zoals onderzoeken en adviezen. In Valkenswaard beleggen wij de taken met betrekking tot archeologie en alle milieu gerelateerde taken bij de ODZOB.

✓ Collectieve taken zijn taken die op verzoek van (en in samenspraak met) de deelnemers voor het collectief worden uitgevoerd. Het zijn taken waarbij er voordeel ligt in of een noodzaak is voor een gezamenlijke aanpak. Bijvoorbeeld in verband met schaalvoordelen, gemeentegrens overschrijdende impact en/of bundeling van expertise. Het gaat hier onder andere om de regionale Milieu Klachten Centrale met 24-uursbereikbaarheid/ consignatieregeling, en ketenhandhaving zoals Samen Sterk in Brabant (SSIB) voor toezicht in het buitengebied.

Jaarlijks stemmen wij met de ODZOB het werkprogramma voor het komende jaar aan de hand van het bestuurlijk vastgestelde regionaal beleid af en periodiek evalueren wij de samenwerking. Voor het opstellen van het werkprogramma overleggen wij een of enkele malen met de accountmanager van de ODZOB. Wij ontvangen iedere maand een overzicht van de voortgang van (de uitvoering van) het werkprogramma. Daar is 4 of 5 keer per jaar overleg over met de accountmanager van de ODZOB. In deze overleggen worden eventuele knelpunten, de onderlinge samenwerking en dergelijke ook besproken. Indien nodig of gewenst hebben wij uiteraard vaker overleg.

Over individuele aanvragen en werkzaamheden is er naar behoefte ad hoc overleg tussen de betreffende uitvoerende ODZOB medewerker(s) en de inhoudelijk betrokken medewerker(s) van de gemeente Valkenswaard. Wij hebben de ODZOB gemandateerd om de taken namens ons uit te voeren, informatie uit te wisselen en af te stemmen met andere met (strafrechtelijke) handhaving belaste organen.

5.2.2 Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO)

De VRBZO voert taken uit voor de regio Brabant-Zuidoost op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het gaat hier om wettelijk verplichte taken en gemeentelijke taken die collectief aan de VRBZO zijn opgedragen en die qua prioritering en uitvoering zijn vastgelegd in het bestuurlijk vastgesteld beleidsplan. Bij de collectieve taken gaat het om taken waarvan het voor de Veiligheidsregio efficiënter is om deze regionaal op te pakken in plaats van in elke gemeente afzonderlijk. In het kader van vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn de taken van de VRBZO onder andere:

•Advisering bij omgevingsvergunningen en/ of meldingen over brandveiligheidsaspecten;

•Advisering vergunningverlening evenementen en controle op brandveilig gebruik van deze tijdelijke inrichtingen;

•Controle brandveiligheid gebouwen vergunning/ melding brandveilig gebruik;

•Toezicht- en handhavingscontroles brandveiligheid.

Jaarlijks stemmen wij met de VRBZO in twee overleggen het werkprogramma voor het komende jaar af en evalueren wij het voorgaande werkprogramma en de onderlinge samenwerking. Daarnaast overleggen wij gemiddeld 3 keer per jaar samen over eventuele knelpunten en de vordering van het werkprogramma. Daar waar het om lopende zaken gaat vindt, indien nodig, direct overleg plaats. Waar mogelijk controleren wij integraal met de VRBZO.

5.2.3 Politie

Op veel gebieden werken wij nauw samen met de politie. Zo vragen wij bijvoorbeeld de politie om input bij het opstellen van bepaalde beleidsstukken of verordeningen, maar wordt er ook wederzijdse informatie verstrekt over bepaalde zaken die ons beiden aangaan. Tevens verstrekken wij onze bestuurlijke besluiten aan de politie indien het gaat om voor de politie relevante onderwerpen. Denk aan o.a. het toepassen van het Damoclesbeleid of BIBOB beleid. Ook indien wij problemen verwachten bij toezicht controles of bijvoorbeeld bij evenementen speelt de politie een ondersteunende rol door bijvoorbeeld aanwezig te zijn.

Er is ieder kwartaal een zogenaamd driehoeks- overleg én driehoeks-plus-overleg. Hieraan nemen wij met de gemeenten basisteam Dommelstroom, de politie basisteam Dommelstroom en het OM deel. Bij het “plus” overleg sluit daar de belastingdienst nog extra bij aan.

Bijlage 1 Toelichting uitgangspunten risicomatrix

Uitgangspunt bij de risicomatrix is dat het verschijnsel “risico” bestaat uit de kans dat een overtreding (van de gestelde gedragsregels zonder handhaving) zich voordoet maal de kans dat een negatief effect zich voordoet: RISICO = KANS x EFFECT

Daarbij geldt: hoe groter de mogelijke consequenties van overtreding en hoe hoger de kans op overtreding, hoe groter het risico is.

Effecten niet naleving

De score “negatief effect” (verticale kolom) betreft het gemiddelde van de door ons verwachte ernst van de gevolgen van de overtreding van gedragsregels die voor het desbetreffende handhavingsthema (zonder preventief of repressief overheidsingrijpen) gelden. Wij onderscheiden zes soorten negatief effect c.q. negatieve gevolgen van overtreding van wet- en regelgeving die de overheid met gedragsvoorschriften tracht te voorkomen:

1Veiligheid:

Dit effect leidt tot situaties waarin de veiligheid van mens en dier fysiek wordt bedreigd. Denk aan het kunnen ontstaan van licht gewonde/ zwaar gewonde/ dodelijke slachtoffers.

2Gezondheid:

Dit effect leidt tot situaties waarin het lichamelijk welzijn van mens en dier wordt bedreigd. Denk aan het kunnen ontstaan van tijdelijke/ chronische gezondheidsklachten of ernstige ziekten met dodelijke afloop.

3Leefbaarheid:

Dit effect heeft een negatieve invloed op de kwaliteit van de sociale leefomgeving. Denk aan het ontstaan van beperkte/ enige/ ernstige verloedering van de leefomgeving en/of een beperkte/ enige/ ernstige groei van het gevoel van onveiligheid.

4Financiële aansprakelijkheid:

Dit effect leidt mogelijk tot financiële schade/ aansprakelijkheid van de gemeente of gemeenschap. Denk hierbij aan het kunnen ontstaan van geringe/ middelmatige/ hoge schade en/of kosten.

5Duurzaamheid:

Dit effect heeft een negatieve invloed op de kwaliteit van het natuurschoon c.q. de natuur-/ cultuurhistorische waarden. Denk hierbij aan het kunnen ontstaan van:

✓ tijdelijke natuurschade / cultuurschade, opruimen volstaat;

✓ natuurschade / cultuurschade van enige duur;

✓ onherstelbare natuurschade / cultuurschade.

6Bestuurlijk imago:

Dit effect leidt tot aantasting van het beeld van de gemeente bij burgers en bedrijven. Denk aan het ontstaan van situaties waarbij het bestuur niet/ nauwelijks/ regelmatig/ veelvuldig wordt aangesproken en ook wordt afgerekend.

Voor het invullen van het negatief effect maken wij gebruik van en een vijfpuntenschaal:

1= geen of nauwelijks effect: het negatieve effect doet zich niet of nauwelijks voor;

2= klein effect: het negatieve effect doet zich in kleine mate voor;

3= gemiddeld effect: het negatieve effect doet zich gemiddeld voor;

4= groot effect: het negatieve effect doet in grote mate voor;

5= zeer groot effect: het negatieve effect doet zich in zeer grote mate voor.

Het gemiddelde van de scores van de bovengenoemde vijf soorten negatief effect resulteert in de effectscore.

Kans op overtreding

De score “overtredingskans” (verticale kolom) wordt gescoord op grond van de verwachte overtredingskans van die regels bij de huidige handhavingsinspanning. Op deze manier wegen we onze opvatting over het belang dat de regel beschermt tegen de mate waarin wij verwachten dat mensen die regel overtreden.

Hierbij is van belang dat behalve door handhaving, mensen ook spontaan regels kunnen naleven. Wij gaan uit van vijf categorieën van spontane naleving, welke zijn ontleend aan de Tafel van Elf

19Tafel van Elf, Gids programmatisch handhaven / handhaven met effect, Ministerie van Justitie

. Bij beoordeling van deze aspecten gaat het om de mate waarin de doelgroep deze waarneemt c.q. deze daarvoor aan de orde is:

Kennis van regels:

Is de wet- en regelgeving bij de doelgroep voldoende bekend en duidelijk? Hoe meer regels, hoe ingewikkelder en onduidelijker, hoe kleiner de kans op spontane naleving.

Kosten-baten:

Hoe verhouden zich de (im)materiële voor- en nadelen die uit overtreden of naleven van de regel volgen, uitgedrukt in tijd, geld en moeite? Hoge kosten, weinig baten, kleinere kans op spontane naleving; lage kosten, veel baten, grotere kans op naleving.

Mate van acceptatie bij de doelgroep:

In welke mate wordt het beleid en de regelgeving redelijk gevonden door de doelgroep? Hoge acceptatie leidt tot een grotere kans op spontane naleving, lage acceptatie leidt tot een kleinere kan op spontane naleving.

Gezagsgetrouwheid doelgroep:

In welke mate is de doelgroep bereid om zich te conformeren aan het gezag van de overheid? Hoe meer vertrouwen in het gezag, hoe groter de kans op spontane naleving; hoe minder vertrouwen, hoe kleiner de kans op spontane naleving.

Informele controle:

Hoe groot is de geschatte kans op positieve of negatieve sanctionering van het gedrag van de doelgroep door niet-overheidsinstanties? Hoe meer informele controle, hoe groter de kans op spontane naleving, mits er in het algemeen sprake is van acceptatie van de regels bij de doelgroep.

Figuur 2: Vijf categorieën van spontane naleving

Door middel van het toekennen van een cijfer op een schaal van 1 t/m 5 geven wij de risicokans op een overtreding aan en daarmee ook de mate van het naleefgedrag. De schaalverdeling is hierbij als volgt:

1= zeer kleine kans op overtreding (= zeer goed naleefgedrag)

2= kleine kans op overtreding / af en toe (= goed naleefgedrag)

3= gemiddelde kans op overtreding (= middelmatig naleefgedrag)

4= grote kans op overtreding (= slecht naleefgedrag)

5= zeer grote kans op overtreding (= zeer slecht naleefgedrag)

Bepalen van prioriteiten

De omvang van het risico in cijfers is niet alleen bepalend voor de prioriteit. Het kan namelijk zijn dat het belang/ negatieve effect van bepaalde onderwerpen groot is terwijl de overtredingskans klein is. Deze onderwerpen scoren in de uitkomst van de risicoanalyse daardoor gemiddeld of zelfs laag, maar kunnen voor de handhaving toch hoge prioriteit hebben. Om die reden prioriteren wij de onderwerpen op grond van de beschermde belangen en de overtredingskans. Hierbij onderscheiden wij vier verschillende prioriteiten, die in figuur 3 schematisch zijn weergegeven:

Prioriteit HOOG:

groot belang/grote overtredingskans

Prioriteit MIDDEN:

groot belang/kleine overtredingskans

Prioriteit LAAG:

klein belang/ grote overtredingskans

Prioriteit GEEN:

klein belang/ kleine overtredingskans

Voor scores die op een lijn vallen (score 3-3), hanteren wij in beginsel de hoogste kwadrant.

Prioriteitenkwadrant

Bijlage 2 Risicomatrix Analyse van inzichten Vergunningverlening

Toelichting ingevulde risicomatrix

Voor een toelichting op de ingevulde risicomatrix (uitleg effecten, schalen, en dergelijke) verwijzen wij naar bijlage 1.

Bijlage 3 Risicomatrix probleemanalyse Toezicht en Handhaving

Toelichting ingevulde risicomatrix

Voor een toelichting op de ingevulde risicomatrix (uitleg effecten, schalen, en dergelijke) verwijzen wij naar bijlage 1.

Bijlage 4 Overzicht indicatoren

Hieronder is per doel uit paragraaf 2.4. aangegeven welke indicator wij hanteren en de daarvoor benodigde gegevens om de voortgang van de doelrealisatie te meten.

1Thema Veiligheid en Ondermijning

Wat willen we bereiken?

Indicator

Gegevens

1.1 het bewaken van de constructieve en brand- veiligheid bij nieuwbouw van bouwwerken met hoge prioriteit. (indeling conform figuur 4 en 6)

✓ Percentage verleende omgevingsvergunning met hoge prioriteit t.o.v. totaal aantal verleende vergunningen;

✓ Percentage uitgevoerde controles van bouwwerken met hoge prioriteit t.o.v. alle uitgevoerde controles door toezichthouders.

✓ Aantal geregistreerde verleende omgevingsvergunning per prioritering;

✓ Aantal uitgevoerde controles bij bouwwerken per prioritering.

1.2 Integraal risicogericht toezicht door de brandweer in samenwerking met de bouwtoezichthouder.

✓ Percentage uitgevoerde integrale controles waarbij integraal toezicht met de brandweer aan de orde is en heeft plaatsgevonden.

✓ Aantal geregistreerde verleende omgevingsvergunning voor activiteit “bouwen van een bouwwerk” waarbij de VRBZO heeft geadviseerd;

✓ Aantal uitgevoerde controles waarop integraal toezicht is gehouden door de brandweer i.s.m. toezichthouder.

1.3 Waarborgen en optimaliseren van het inzetten van de beschikbare bestuurlijke middelen om ondermijnende activiteiten zoveel mogelijk te voorkomen, tegen te gaan, te verstoren of te stoppen.

✓ Percentage gevallen waar advies Bibob aangevraagd is;

✓ Percentage zaken opgepakt in het kader van ondermijning.

✓ Aantal aangevraagde Bibob adviezen in het kader van vergunningverlening;

✓ Aantal verrichte (administratieve) onderzoeken en controles in het kader van ondermijning;

✓ Opstellen werkproces.

1.4 Waarborgen veiligheid op bedrijventerreinen/ van en nabij bedrijfsgebouwen.

✓ Percentage locaties waar een strijdigheid is geconstateerd t.o.v. gecontroleerde locaties vanuit de inventarisatie;

✓ Percentage uitgevoerde controles t.o.v. alle uitgevoerde controles door toezichthouders.

✓ Percentage zaken die middels handhaving zijn opgelost.

✓ Projectmatige aanpak vanuit bestemmingsplan (inventarisatie en uitvoeren controles);

✓ Aantal uitgevoerde controles waarbij een overtreding m.b.t. voorschriften in het bestemmingsplan gericht op veiligheid geconstateerd is;

✓ Aantal opgepakte en afgeronde handhavingszaken.

1.5 Panden die niet geschikt zijn voor bewoning, maar wel bewoond worden, niet meer als zodanig laten gebruiken.

✓ Percentage uitgevoerde controles t.o.v. alle uitgevoerde controles door toezichthouders.

✓ Percentage zaken die middels handhaving zijn opgelost.

✓ Aantal uitgevoerde op wooneenheden zonder omgevingsvergunning/ in strijd met het bestemmingsplan;

✓ Aantal opgepakte en afgeronde handhavingszaken.

1.6 Het realiseren en optimaliseren van bestuurlijke handhavingssamenwerking

✓ Percentage DIT-controles t.o.v. alle uitgevoerde controles door toezichthouders.

✓ Dommelteam Interventie Team (DIT) opstarten;

✓ Aantal gevallen waarbij gezamenlijk is opgetreden.

1.7 Beschadigde of verweerde asbestdaken laten verwijderen

✓ Percentage uitgevoerde controles t.o.v. alle uitgevoerde controles door toezichthouders;

✓ Percentage zaken die middels handhaving zijn opgelost.

✓ Projectmatige aanpak (inventarisatie en uitvoeren controles);

✓ Aantal uitgevoerde controles op asbestdaken;

✓ Aantal opgepakte en afgeronde handhavingszaken.

2Thema Leefbaarheid

Wat willen we bereiken?

Indicator

Gegevens

2.1 Waarborgen van de woonfunctie in bestemmings-plannen (strijdige (ver)bouw en gebruik bij woonfuncties).

✓ Percentage uitgevoerde controles op strijdigheid met of bij een woonfunctie t.o.v. alle uitgevoerde controles door toezichthouders;

✓ Percentage zaken die middels handhaving zijn opgelost.

✓ Aantal uitgevoerde controles op strijdigheid met of nabij een woonfunctie;

✓ Aantal opgepakte en afgeronde handhavingszaken.

2.2 In standhouden van (archeologische) monumenten en objecten/ gebieden met cultuurhistorische waarde.

✓ Percentage uitgevoerde controles t.o.v. alle uitgevoerde controles door toezichthouders;

✓ Percentage zaken die middels handhaving zijn opgelost.

✓ Aantal uitgevoerde controles bij activiteiten aan “beschermde monumenten”;

✓ Aantal opgepakte en afgeronde handhavingszaken.

2.3 Voorkomen van bedrijfsmatige activiteiten/ gebruik anders dan bij woonfuncties, waar dit (op basis van het bestemmingsplan) niet is toegestaan.

✓ Percentage uitgevoerde controles op strijdigheid bedrijfsmatige (deel)activiteiten/ gebruik t.o.v. alle uitgevoerde controles door toezichthouders;

✓ Percentage zaken die middels handhaving zijn opgelost.

✓ Aantal uitgevoerde controles op strijdige bedrijfsmatige (deel)activiteiten/ (feitelijk) gebruik

✓ Aantal opgepakte en afgeronde handhavingszaken.

2.4 Zorgen dat landschapsversterkende maatregelen daadwerkelijk worden uitgevoerd.

✓ Percentage uitgevoerde controles t.o.v. alle uitgevoerde controles door toezichthouders;

✓ Percentage zaken die middels handhaving zijn opgelost.

✓ Aantal uitgevoerde controles op uitvoering van landschapsversterkende maatregelen;

✓ Aantal opgepakte en afgeronde handhavingszaken.

2.5 Het in stand houden van een aangenaam woon- en leefklimaat in Valkenswaard.

✓ Percentage zaken vanuit het vangnetoverleg die middels handhaving zijn opgelost.

✓ Participeren in vangnetoverleg;

✓ Aantal opgepakte en afgeronde handhavingszaken.

3Thema Dienstverlening

Wat willen we bereiken?

Indicator

Gegevens

3.1 Omgaan met initiatiefnemers en burgers vanuit kernwaarden

✓ nvt

✓ nvt

3.2 Besluitvorming op vergunningaanvragen binnen wettelijke termijnen.

✓ Percentage binnen termijn verleende omgevingsvergunningen;

✓ Percentage omgevingsvergunning van rechtswege.

✓ Aantal verleende omgevingsvergunningen;

✓ Aantal verleende omgevingsvergunningen binnen wettelijke termijn afgehandeld;

✓ Aantal omgevingsvergunning om tactische redenen van rechtswege.

3.3 Het proces van omgevingsvergunningen verbeteren.

✓ Percentage onvolledige aanvragen om omgevingsvergunning alsnog ontvankelijk en daarna verleend.

✓ Aantal ingekomen aanvragen om omgevingsvergunning;

✓ Aantal ingekomen aanvragen niet-ontvankelijk verklaard wegens onvolledig.

3.4 Behoorlijke besluitvorming op verzoeken om handhaving binnen wettelijke termijnen.

✓ Percentage afgehandelde handhavingsverzoeken binnen de wettelijke termijn;

✓ Percentage uitgevoerde controles t.o.v. alle uitgevoerde controles door toezichthouders.

✓ Aantal ingekomen verzoeken om handhaving;

✓ Aantal verzoeken om handhaving nog in behandeling;

✓ Aantal afgehandelde verzoeken om handhaving binnen de wettelijk termijn;

✓ Aantal uitgevoerde controles door toezichthouders.

3.5 Behoorlijke afhandeling van (Wabo-gerelateerde) klachten van eigenaren en gebruikers van gronden/ bouwwerken over overtredingen.

✓ Percentage afgehandelde klachten

✓ Percentage uitgevoerde controles t.o.v. alle uitgevoerde controles door toezichthouders.

✓ Aantal ingekomen klachten;

✓ Aantal klachten nog in behandeling;

✓ Aantal afgehandelde klachten;

✓ Aantal uitgevoerde controles door toezichthouders.

4Thema Uitvoeringskwaliteit diensten & producten

Wat willen we bereiken?

Indicator

Gegevens

4.1 Borging uitvoeringskwaliteit van afgehandelde vergunningszaken (audit op juiste afhandeling bij of krachtens wettelijke regelgeving).

✓ Percentage verleende omgevingsvergunning dat bij de auditing voldoet aan de gestelde uitvoeringskwaliteit.

✓ Aantal afgehandelde omgevingsvergunningen dat bij de audit beoordeeld is;

✓ Aantal beoordeelde omgevings-vergunningen die bij de auditing voldoen volgens het protocol interne kwaliteitscontroles.

4.2. Borging uitvoeringskwaliteit bij toezicht en handhavingszaken.

✓ Percentage afgehandelde handhavingsverzoeken dat bij de auditing voldoet aan de gestelde uitvoeringskwaliteit.

✓ Opstellen protocol interne kwaliteitscontrole;

✓ Aantal afgehandelde verzoeken om handhaving dat bij de auditing beoordeeld is;

✓ Aantal afgehandelde verzoeken om handhaving dat bij de auditing voldoet volgens het protocol interne kwaliteitscontrole.

4.3 Uniforme uitvoering en afhandeling VTH-zaken.

✓ nvt

✓ actualiseren werkprocessen en protocollen VTH-taken.

4.4 Zorgdragen voor een gedegen juridische kwaliteit bij de bezwaar- en beroepschriften.

✓ Percentage van de bezwaar- en (hoger) beroepschriften m.b.t. toezicht en handhaving dat ongegrond is.

✓ Aantal ingekomen bezwaar- en (hoger) beroepschriften m.b.t. VTH taken

✓ Aantal bezwaar- en (hoger) beroepschriften nog in behandeling;

✓ Aantal bezwaar- en (hoger) beroepschriften dat ongegrond is.

4.5 Waarborgen continuïteit van diensten en producten.

✓ nvt

✓ Jaarlijkse evaluatie kritieke massa kwaliteitscriteria.

5Thema Financiën

Wat willen we bereiken?

Indicator

Gegevens

5.1 Inzicht in de kosten van (de gestelde doelen en daarvoor uit te voeren activiteiten m.b.t.) vergunningverlening, toezicht en handhaving.

✓ nvt

✓ In programmabegroting opgenomen

✓ Overzicht uren van de VTH-taken in het uitvoeringsprogramma.

5.2 Borging van benodigde/ beschikbare middelen in de gemeentelijke financiële cyclus.

✓ nvt

✓ In programmabegroting opgenomen

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.