Aanhef
Samenvatting kostenverhaal en financiële bijdragen
Bijlage I - Begrippen
In deze begrippenlijst staan de op dit Programma van toepassing zijnde artikelen uit de Ow en Ob.
Aanvullende activiteiten waarvoor financiële bijdragen op vrijwillige basis kunnen worden overeengekomen (ook wel verruimde activiteiten)
Onder de Ow is het mogelijk om privaatrechtelijk op vrijwillige basis de financiële bijdragen overeen te komen voor de volgende activiteiten uit art. 8.20 Ob sub b en c:
-de bouw van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor:
o land- of tuinbouw, voor zover de oppervlakte ten minste 100 m2 bedraagt;
o opwekking of winning, omzetting of transport van energie of van gasvormige, vloeibare of vaste stoffen als energiedrager;
o infrastructuur, voor zover het gaat om wegen, vaarwegen, spoorwegen of telecommunicatie-infrastructuur;
o handelsreclame; of
o recreatie; en
-andere activiteiten, voor zover het gaat om het gebruik van:
o een of meer bestaande gebouwen, niet zijnde recreatiewoningen, mits de bruto vloeroppervlakte van de nieuw toegelaten functie ten minste 1.500 m2 bedraagt;
o gronden, mits de grondoppervlakte van het nieuw toegelaten gebruik ten minste 1.000 m2 bedraagt, of
o een of meer bestaande recreatiewoningen voor permanente bewoning.
Anterieure overeenkomst
Een privaatrechtelijke overeenkomst tussen een gemeente en een initiatiefnemer over de grondexploitatie, gesloten vóór de vaststelling van een planologische maatregel, zoals bedoeld in artikel 13.13 Ow. Deze overeenkomst kan de volgende benaming hebben anterieure exploitatieovereenkomst, samenwerkingsovereenkomst, (koop)realisatieovereenkomst etc. De initiatiefnemer is grondeigenaar of wordt grondeigenaar van het plangebied.
Financiële bijdragen
Artikel 8.21 (categorieën ontwikkelingen waarvoor financiële bijdragen kunnen worden verhaald) Ob
1Als categorieën ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving waarvoor, als wordt voldaan aan de criteria van artikel 13.23, eerste lid, onder a en b, van de wet, in een omgevingsplan kan worden bepaald dat een financiële bijdrage wordt verhaald op degene die een activiteit als bedoeld in artikel 13.11 van de wet verricht, worden aangewezen:
a.wijziging van de inrichting van het landelijk gebied ter verbetering van landschappelijke waarden door middel van het treffen van maatregelen in de fysieke leefomgeving, waaronder in ieder geval worden begrepen het verwijderen van vrijkomende agrarische bebouwing en het herstellen of aanvullen van landschappelijke elementen;
b.aanleg of wijziging van gebieden als bedoeld in artikel 2.44 van de wet of gebieden die in het omgevingsplan ter bescherming van de natuur zijn aangewezen en herstel, op basis van een omgevingsvisie of programma, van dier- en plantensoorten die van nature in Nederland in het wild voorkomen door middel van het treffen van maatregelen in de fysieke leefomgeving, waaronder in ieder geval worden begrepen maatregelen in de fysieke leefomgeving:
1°. ter vermindering van de stikstofdepositie; of
2°. ter bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen;
c.aanleg van infrastructuur voor verkeers- en openbaar vervoersnet-werken van gemeentelijk of regionaal belang;
d.aanleg van recreatievoorzieningen die behoren tot de gemeentelijke of regionale groenstructuur, waaronder in ieder geval worden begrepen parken en recreatiegebieden;
e.ontwikkelingen gericht op het bereiken van een naar prijsklasse evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad in de gemeente of regio door middel van het realiseren van sociale huur- of koopwoningen als bedoeld in artikel 5.161c, eerste lid, onder a en b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving buiten het gebied waar de activiteit, bedoeld in artikel 13.11 van de wet, plaatsvindt, voor zover in dat gebied met het oog op die evenwichtige samenstelling onvoldoende sociale huur- of koopwoningen worden gerealiseerd en het op een andere locatie realiseren van die woningen:
1°. in het omgevingsplan is toegelaten of voorgeschreven op grond van regels als bedoeld in artikel 5.161c, eerste lid, onder a of b, van dat besluit of in een programma is opgenomen; en
2°. tot gevolg heeft dat de kosten, bedoeld in artikel 13.11 van de wet, op grond van het eerste lid van dat artikel niet volledig kunnen worden verhaald of dat een tekort op de gemeentelijke exploitatie van de benodigde gronden ontstaat; en
f.stedelijke herstructurering ter verbetering van het woon- en leefklimaat in verouderde wijken of gebieden met leegstandsproblemen door middel van het treffen van maatregelen in de fysieke leefomgeving, waaronder in ieder geval worden begrepen het slopen van woningen en het aanleggen of wijzigen van wegen.
2Onder de aanwijzing valt niet de aanleg van voorzieningen of het treffen van maatregelen in de fysieke leefomgeving waarvoor kosten worden gemaakt die op grond van artikel 13.11, eerste lid, van de wet geheel of gedeeltelijk moeten worden verhaald op degene die de betrokken activiteit verricht.
Intentieovereenkomst
Een privaatrechtelijke overeenkomst tussen een gemeente en een initiatiefnemer over de haalbaarheidsfase. In de overeenkomst staan de afspraken over de verdeling van de werkzaamheden, de planning en de vergoeding voor de inzet van de gemeente tijdens de haalbaarheidsfase. De ontwikkelende partij/initiatiefnemer is grondeigenaar of wordt grondeigenaar van het plangebied.
Initiatiefnemer
Een private partij, bijvoorbeeld een projectontwikkelaar, bouwbedrijf of een particuliere grondeigenaar, die een kostenverhaalsplichtige activiteit wil realiseren, waarvoor een planologische wijziging nodig is.
Kostenverhaalsregels en -voorschriften
Als de gemeente publiekrechtelijk haar kosten verhaalt dan doet zij dit met ‘kostenverhaalsregels’ in het omgevingsplan of de ‘kostenverhaalsvoorschriften’ in een BOPA.
Kostenverhaalsgebied
Het kostenverhaalsgebied wordt zo begrensd dat alle onderdelen van de beoogde ontwikkeling erin vallen. Het gaat zowel om de gronden waar de kostenverhaalsplichtige activiteiten zijn geprojecteerd als om de gronden voor openbare ruimte en andere voorzieningen.
Kostenverhaalsplichtige activiteit
Artikel 8.13 Ob
a.de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie;
b.de bouw van een of meer hoofdgebouwen, anders dan gebouwen met een woonfunctie;
c.de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto vloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie;
d.de bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 1.000 m2 bruto vloeroppervlakte;
e.de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien gebouwen met een woonfunctie betreft;
f.de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve bruto vloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 1.500 m2 bedraagt.
Plankosten kleine bouwactiviteiten
Artikel 13.5. Or (prijspeil 1 januari 2026)
In afwijking van de artikelen 13.2 Or tot en met 13.4 Or bedraagt het bedrag aan plankosten dat ten hoogste kan worden verhaald, met uitzondering van de plankosten van de producten en activiteiten genoemd in de onderdelen 2.6a tot en met 2.6d van bijlage XXXIV Or en 2.6a tot en met 2.6c van bijlage XXXIVa Or:
a.€ 8.018,– bij het bouwen van kassen met een bruto-vloeroppervlakte van niet meer dan 3.000 m2;
b.€ 10.651,– bij:
1°. het bouwen van een gebouw met één woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
2°. het bouwen van een hoofdgebouw voor agrarische of bedrijfsdoeleinden zonder bijeenkomstfunctie, kantoorfunctie of winkelfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, met een bruto-vloeroppervlakte van niet meer dan 1.500 m2, of een bedrijfswoning op hetzelfde perceel waarop zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan;
3°. een uitbreiding met niet meer dan 2.000 m2 bruto-vloeroppervlakte van een gebouw met een industriefunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, of een uitbreiding met niet meer dan een bedrijfswoning op hetzelfde perceel waarop zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan;
4°. een uitbreiding van een ander gebouw dan bedoeld onder 1° tot en met 3° met niet meer dan 2.000 m2 bruto-vloeroppervlakte of met niet meer dan een gebouw met één woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
5°. kassen met een bruto-vloeroppervlakte van ten minste 3.000 m2 en niet meer dan 10.000 m2; of
6°. een verbouwing als bedoeld in artikel 8.13, onder e of f, van het Omgevingsbesluit;
c.€ 12.670,– bij het bouwen van kassen met een bruto-vloeroppervlakte van ten minste 10.000 m2 en niet meer dan 30.000 m2.
2Bij het bedrag, bedoeld in het eerste lid, worden opgeteld de kosten van de producten en activiteiten:
a.voor kostenverhaalsgebieden waarvoor geen tijdvak als bedoeld in artikel 13.15, eerste lid, van de wet is vastgesteld: in bijlage XXXIVa, tabel 1, onder 2.6a tot en met 2.6c; en
b.voor kostenverhaalsgebieden waarvoor wel een tijdvak als bedoeld in artikel 13.15, eerste lid, van de wet is vastgesteld: in bijlage XXXIV, tabel 1, onder 2.6a tot en met 2.6d.
3Op de berekening van de kosten voor producten en activiteiten, bedoeld in het tweede lid, is artikel 13.2 is van overeenkomstige toepassing.
PTP-criteria
De criteria genoemd in artikel 13.11 lid 1 Ow.
Profijt
De nieuwe ontwikkeling moet nut ondervinden van de te treffen werken, werkzaamheden en maatregelen.
Toerekenbaarheid
Er moet een causaal verband zijn tussen de activiteit en de investering.
Proportionaliteit
Indien meerdere gebieden profijt hebben van werken, werkzaamheden en maatregelen, moeten deze naar evenredigheid worden verdeeld.
Sociale huurwoningen
Woningen met een maandhuur tot maximaal de liberalisatiegrens, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag.
Bijlage II - Kostensoorten bij kostenverhaal
A. Kostensoorten bij kostenverhaal met of zonder tijdvak
A1: De kosten van het vaststellen van een omgevingsplan of een projectbesluit of het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, inclusief het daarvoor benodigde onderzoek
A2: De waarde van de gronden die worden gebruikt voor de uitvoering van de onder A8 en A9 bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen, inclusief de waarde van de te slopen opstallen, geraamd overeenkomstig artikel 8.17, eerste lid Ob
A3: De kosten van het vrijmaken van de gronden, bedoeld onder A2, van persoonlijke rechten en lasten, eigendom en bezit en beperkte rechten of zakelijke lasten
A4: Het tijdelijk beheer van de door of vanwege de gemeente, de provincie of de Staat verworven percelen, verminderd met de uit het tijdelijk beheer te verwachten opbrengsten
A5: De kosten van het slopen, verwijderen en verplaatsen van opstallen, obstakels, funderingen, kabels en leidingen op de gronden, bedoeld onder A2
A6: De kosten van bodemsanering, het dempen van oppervlaktewateren en het verrichten van grondwerken op de gronden, bedoeld onder A2
A7: De kosten van de noodzakelijke compensatie van in het kostenverhaalsgebied verloren gegane natuurwaarden, groenvoorzieningen en watervoorzieningen
A8: De kosten van de aanleg of wijziging van:
•1°. wegen, gebouwde en ongebouwde openbare parkeergelegenheden, pleinen, voet- en rijwielpaden, gebouwde openbare fietsenstallingen, faciliteiten voor ondergrondse afvalinzameling, waterpartijen, watergangen, voorzieningen voor de waterhuishouding, bruggen, tunnels, duikers, kades, steigers, en andere rechtstreeks met de aanleg daarvan verband houdende werken en bouwwerken;
•2°. infrastructuur voor openbaar-vervoervoorzieningen met bijbehorende werken en bouwwerken;
•3°. groenvoorzieningen, natuurvoorzieningen en openbare niet-commerciële sportvoorzieningen;
•4°. openbare verlichting en brandkranen met aansluitingen;
•5°. straatmeubilair, speeltoestellen, sierende elementen, kunstobjecten en afrasteringen in de openbare ruimte;
•6°. distributienetwerken voor elektriciteit, warmte, gas en water, inclusief bijbehorende werken en bouwwerken; en 7°. riolering, inclusief bijbehorende werken en bouwwerken
A9: De kosten van werken, werkzaamheden en maatregelen die noodzakelijk zijn voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit
A10: De kosten van voorbereiding en toezicht op de uitvoering van de onder A3, A5, A6, A8 en A9 bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen, inclusief het daarvoor benodigde onderzoek
A11: Nadeelcompensatie aan derden als bedoeld in hoofdstuk 15 van de Ow
A12: Niet-terugvorderbare BTW, niet-gecompenseerde compensabele BTW of andere niet-terugvorderbare belastingen, over de kostenelementen, genoemd onder A1 en A3 tot en met A10
A13: De rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten, verminderd met renteopbrengsten
A14: De kosten van andere door of in opdracht van het bestuursorgaan te verrichten werkzaamheden, voor zover die werkzaamheden rechtstreeks verband houden met de in deze bijlage bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen
B. Kostensoorten bij kostenverhaal met tijdvak; in aanvulling op tabel A
B1: De waarde van de gronden waar de bouwactiviteiten, bedoeld in artikel 13.11, eerste lid, van de Ow, zullen worden verricht, inclusief de waarde van de daar aanwezige, te slopen opstallen, geraamd overeenkomstig artikel 8.17, eerste lid Ob
B2: De kosten om de gronden, bedoeld onder B1, vrij te maken van persoonlijke rechten en lasten, eigendom, bezit en beperkte rechten of zakelijke lasten
B3: De kosten van het slopen, verwijderen en verplaatsen van opstallen, obstakels, funderingen, kabels en leidingen op de gronden, bedoeld onder B1
B4: De kosten van bodemsaneringswerkzaamheden, het dempen van oppervlaktewateren en het verrichten van grondwerken op de gronden, bedoeld onder B1
Bijlage III - Specificatie investerings- en ontwikkelopgave 29 Investeringen en ontwikkelprogramma zoals bekend per eind 2024
Investeringsopgave
Gerealiseerd
Hard
Zacht
Ambitie
Totaal
1Infra (wegen; fietspaden; OV)
0,0 mln
30,5 mln
7,6 mln
0,0 mln
39,4 mln
2Groen
0,0 mln
0,0 mln
0,0 mln
0,0 mln
0,0 mln
3Water
0,0 mln
0,0 mln
0,0 mln
0,0 mln
0,0 mln
4Recreatie
0,9 mln
0,0 mln
0,3 mln
0,0 mln
1,2 mln
Zonder-%
0,9 mln
30,5 mln
7,9 mln
0,0 mln
39,3 mln
%-meegenomen
100%
100%
50%
25%
Met %
0,9 mln
30,5 mln
3,9 mln
0,0 mln
35,3 mln
Ontwikkelopgave
Categorie
Aantal woningen in Programma
wonen
sociale huur
231
sociale koop
71
betaalbare koop / middenhuur
314
dure koop of dure huur
274
Totaal
890
Bijlage IV - Stappen voor bepalen financiële bijdragen verbetering fysieke leefomgeving
Stap 1 investeringsopgave
Om de gevolgen van de nieuwbouwplannen op te vangen, het leefklimaat op niveau te houden en daarnaast te anticiperen op de klimaatveranderingen, investeert gemeente Valkenswaard in de verbetering van de fysieke leefomgeving door:
-landschappelijke verbetering;
-de aanleg en bescherming van natuur;
-de aanleg van infrastructuur voor verkeers- en openbare vervoersnetwerken van gemeentelijk of regionaal belang;
-de aanleg van recreatievoorzieningen die behoren tot de gemeentelijke of regionale groenstructuur;
-ontwikkelingen gericht op het bereiken van een evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad en stedelijke herstructurering.
Omdat de concreetheid van de (beoogde) investeringen zoals opgenomen in bijlage III verschilt, zijn deze opgedeeld in drie groepen, namelijk:
groep
Omschrijving
% meegenomen in investeringsopgave
1hard
De investeringen zijn gerealiseerd in afgelopen vijf jaar (de periode 2019 tot en met 2024), of er is een bestuurlijk besluit genomen over de uitvoering en het investeringsbedrag is bekend.
100%
2zacht
Er is een bestuurlijke uitspraak dat de investering wenselijk is, waarbij het bedrag en/of de financiële dekking nog niet zeker is.
50%
3ambitie
Er is een sterke bestuurlijke ambitie, waarbij het bedrag en/of de financiële dekking nog niet zeker is.
25%
De afgelopen vier jaar investeerde en de komende tien jaar ziet de gemeente een investeringsopgave van € 39,3 miljoen in voorzieningen die de leefbaarheid ten goede komen; dit is de netto-investering.
In dit Programma is € 35,3 miljoen opgenomen aangezien de concreetheid van deze investeringen verschilt. Dit bedrag is als volgt opgebouwd:
1Hard 100% x [€ 0,9 miljoen (gerealiseerd) + € 30,5 miljoen (nog te realiseren)] = € 31,4 miljoen
2Zacht 50% x € 7,9 miljoen = € 3,9 miljoen
3Ambitie 25% x € 0 miljoen = € 0 miljoen
Dit Programma schetst de investerings- en ontwikkelopgave om de financiële bijdragen te bepalen. Het heeft niet als doel om deze investeringen en (woningbouw)ontwikkelingen bestuurlijk vast te stellen. Hiervoor is een separaat bestuurlijk besluit nodig. Er kunnen geen rechten ontleend worden aan de in dit Programma genoemde investeringen of (woningbouw)ontwikkelingen. Daarnaast betreft het een inschatting op basis van de beschikbare informatie eind 2024; een momentopname. De lijst is indicatief en niet limitatief. Ook ontwikkelingen, die nu nog niet zijn voorzien, gaan de financiële bijdragen betalen.
De investeringen kwamen / komen voort uit onder andere het collegeprogramma, de programmabegroting en de omgevingsvisie.
De investeringsbedragen zijn gebaseerd op de gerealiseerde kosten of een actuele kostenraming. De ramingen variëren van globale ramingen tot werkelijke kosten als het werk aanbesteed en uitgevoerd is. De raming bevat de eventuele verwervingskosten, sloopkosten, aanlegkosten, plankosten en VTU (voorbereiding, toezicht en uitvoeringskosten). De investeringsbedragen betreffen nettobedragen. Dit betekent dat subsidies en bijdragen van derden in mindering op het bruto investeringsbedrag zijn gebracht. De grote(re) investeringen lichten we hierna toe. Daarnaast geeft bijlage III de totale investeringsopgave weer.
Stap 2 Bepalen vastgoedwaarde bestaand en nieuw gebied
De investeringsopgave komt grotendeels voor rekening van het bestaande gebied en voor een beperkt deel draagt het nieuw gebied bij. De toerekening is bepaald op basis van de vastgoedwaarde van het onroerend goed
30WOZ-waarden van woningbouw.
in Valkenswaard. Dit geeft als resultaat dat het bestaande gebied 94% en het nieuw gebied 6% krijgt toegerekend van het totaal aan investeringsopgave.
Bestaand gebied
Nieuw gebied
Vastgoedwaarde
€ 5,3 mld
€ 0,4 mld
%-verdeling
94%
6%
De investeringsopgave is bij stap 1 bepaald en wordt op basis van de vastgoedwaarde toegerekend aan het bestaand gebied en het nieuw gebied. De gemeente draagt de lasten van het deel dat toegerekend wordt aan het bestaand gebied. Ook komen de lasten van het deel van het nieuw gebied, waarvoor al een anterieure overeenkomst is gesloten voor het vaststellen van dit programma, de gemeentelijke grondexploitaties en eventuele vrijgestelde functies voor rekening van de gemeente.
Stap 3 Toerekenen investeringsopgave aan bestaand en nieuw gebied
Door de investeringsopgave uit stap 1 te vermenigvuldigen met het percentage dat kan worden toegerekend aan het bestaand en nieuw gebied, is het aandeel van de investeringsopgave dat kan worden toegerekend aan het nieuw gebied verkregen.
Bestaand gebied
Nieuw gebied
%-verdeling
94%
6%
bedrag investeringen
€ 33,1 mln
€ 2,2 mln
Stand van de reserve
€ 2,2 mln
Stap 4 Bepalen van de gewichtsfactor per prijscategorie wonen
De financiële bijdragen categorie wonen wordt naar rato van draagkracht toegerekend. Daarom is het programma wonen onderverdeeld in vier prijscategorieën. Voor iedere categorie geldt een specifieke huur- dan wel vrij-op-naam prijs. Deze prijsniveaus zijn in een afzonderlijke beleidsdocumenten vastgelegd. Op basis van de onderlinge verhouding tussen de prijsniveaus volgt een gewichtsfactor.
Functie
Vastgoedwaarde categorie
Gewichtsfactor wonen
Aantallen
Gewogen programma
Sociale huur
€ 240.000
0,59
x
231
=
137
Sociale koop
€ 295.000
0,73
x
71
=
52
Betaalbare koop / Middenhuur
€ 405.000
1,00
x
314
=
314
Vrije sector
€ 550.000
1,36
x
274
=
372
890
875
Stap 5 Berekening investeringsbedrag per programma wonen
De investering nieuw gebied wordt gedeeld door het totaal aantal woningen in het ontwikkelprogramma. Bij deze totaaltelling is net als bij de investeringsopgave rekening gehouden met de status van de ontwikkeling. Het gewogen investeringsbedrag per programma wonen is € 2.530,=.
Om de financiële bijdrage voor de categorie niet-wonen te berekenen moet het investeringsbedrag per woning worden uitgedrukt in een gewogen investeringsbedrag per m² BVO. Dit bedrag per m² BVO wordt verkregen door de investering nieuwe stad te delen door het aantal m² BVO van het programma wonen.
Investering nieuw gebied
Gewogen programma wonen
Gewogen investeringsbedrag
€ 2,2 mln
/
875woningen
=
€ 2.530
per woning
€ 2,2 mln
/
139.048 m² BVO
=
€ 15,90
per m² BVO
Stap 6 Bepalen bijdragen programma wonen
De financiële bijdrage per prijscategorie wonen is berekend door het aantal woningen te vermenigvuldigen met de gewichtsfactor per categorie uit stap 5. De investering nieuw gebied uit stap 3 is gedeeld door het totale gewogen programma, hieruit blijkt de bijdrage per gewogen programma, € 2.530,=. Door de bijdrage per gewogen programma te vermenigvuldigen met de individuele gewichtsfactor wordt de bijdrage per woning verkregen.
Op basis van de vastgoedwaarde per m² BVO is de wegingsfactor tussen de categorie wonen en niet-wonen bepaald. Deze bedraagt 0,6. De financiële bijdrage wordt verkregen door het investeringsbedrag per m² BVO uit stap 5 te vermenigvuldigen met de wegingsfactor van 0,6. De financiële bijdrage voor niet-wonen is € 9,55 per m² BVO.
Wonen
Gewogen investeringsbedrag per woning
Gewichtsfactor wonen
Bijdrage per woning (afgerond)
Sociale huur
€ 2.530
x
0,59
=
€ 1.500
Sociale koop
0,73
€ 1.845
Betaalbare koop / Middenhuur
1,00
€ 2.530
Vrije sector
1,36
€ 3.435
Gewogen investeringsbedrag wonen per m² BVO
Gewichtsfactor o.b.v. vastgoedwaarde
Bijdrage per m² bvo (afgerond)
Niet-wonen
€ 15,90
x
0,60
=
€ 9,55
In de navolgende tabel zijn de (te) doorlopen stappen in één figuur weergegeven.
Stap 1
Bepalen netto investeringsopgave voor de financiele bijdrage voor de verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving
Status investeringen
Bruto investering
Bijdragen en subsidies
Netto investeringsbedrag
%
bedrag meegenomen in berekening
1Gerealiseerd
€ 2,0 mln
€ 1,1 mln
€ 0,9 mln
100%
€ 0,9 mln
2Hard
€ 36,8 mln
€ 6,3 mln
€ 30,5 mln
100%
€ 30,5 mln
3Zacht
€ 7,9 mln
€ 0,0 mln
€ 7,9 mln
50%
€ 3,9 mln
4Ambitie
€ 0,0 mln
€ 0,0 mln
€ 0,0 mln
25%
€ 0,0 mln
Totaal
€ 46,7 mln
€ 7,4 mln
€ 39,3 mln
€ 0,0 mln
€ 35,3 mln
Stap 2
Toerekenen investeringen aan bestaande en nieuwe stad op investeringsniveau op basis van vastgoedwaarde / profijt (Profijt wordt bepaald op basis van het programma ruimtelijke ontwikkelingen en de vastgoedwaarde)
Bestaand gebied
Nieuw gebied
Vastgoedwaarde %-verdeling
€ 5,3 mld
€ 0,4 mld
94%
6%
Stap 3
Toerekenen investeringsopgave aan bestaand en nieuw gebied
Bestaand gebied
Nieuw gebied
%-verdeling
bedrag investeringen
94%
6%
€ 33,1 mln
€ 2,2 mln
Stand van de reserve
€ 2,2 mln
Stap 4
Bepalen gewogenprogrogramma wonen per woningcategorien op basis van vastgoedwaarde
Functie
Vastgoedwaarde categorie
Gewichtsfactor wonen
Aantallen
Gewogen programma
Sociale huur
€ 240.000
0,59
x
231
=
137
Sociale koop
€ 295.000
0,73
x
71
=
52
Betaalbare koop / Middenhuur
€ 405.000
1,00
x
314
=
314
Vrije sector
€ 550.000
1,36
x
274
=
372
890
875
Stap 5
Berekenen van investeringbedrag per gewogenprogramma
Investering nieuw gebied
Gewogen programma wonen
Gewogen investeringsbedrag
€ 2,2 mln
/
875woningen
=
€ 2.530
per woning
€ 2,2 mln
/
139.048 m² BVO
=
€ 15,90
per m² BVO
Stap 6
Berekenen bijdrage financiële bijdragen
Wonen
Gewogen investeringsbedrag per woning
Gewichtsfactor wonen
Bijdrage per woning (afgerond)
Sociale huur
€ 2.530
x
0,59
=
€ 1.500
Sociale koop
0,73
€ 1.845
Betaalbare koop / Middenhuur
1,00
€ 2.530
Vrije sector
1,36
€ 3.435
Gewogen investeringsbedrag wonen per m² BVO
Gewichtsfactor o.b.v. vastgoedwaarde
Bijdrage per m² bvo (afgerond)
Niet-wonen
€ 15,90
x
0,60
=
€ 9,55
Bijlage V - Voorbeelden financiële bijdragen verbetering fysieke leefomgeving
Voorbeeld 1
Programma wonen
Tarief per woning
Financiële bijdragen
14Sociale huur
€ 1.500
€ 21.000
16Sociale koop
€ 1.845
€ 29.520
10Betaalbare koop / Middenhuur
€ 2.530
€ 25.300
5Vrije sector
€ 3.435
€ 17.175
Programma niet-wonen
Tarief m2 bvo
Financiële bijdragen
250m2 bvo horeca
€ 9,55
€ 2.388
2.000 m2 bvo detailhandel
€ 9,55
€ 19.102
Totaal financiële bijdragen
€ 114.485
Voorbeeld 2
programma wonen
Tarief per woning
Financiële bijdragen
7Sociale huur
€ 1.500
€ 10.500
5Sociale koop
€ 1.845
€ 9.225
5Betaalbare koop / Middenhuur
€ 2.530
€ 12.650
5Vrije sector
€ 3.435
€ 17.175
Programma niet-wonen
Tarief m2 bvo
Financiële bijdragen
250m2 bvo horeca
€ 9,55
€ 2.388
2.000 m2 bvo detailhandel
€ 9,55
€ 19.102
-1.500 m2 bvo sloop bedrijfshal
€ 9,55
€ -14.327
totaal financiële bijdragen
€ 56.713