Aanhef
De raad van de gemeente Valkenswaard;
Gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Valkenswaard d.d. 9 december 2025;
Zaaknummer: 0000377577
Gelet op: de Wet versterking participatie op decentraal niveau;
Gelet op de behandeling in de beeldvormende bijeenkomst d.d. 18 september 2025;
Gelet op de behandeling in de vergadering van de raadscommissie d.d. 15 januari 2026;
BESLUIT
1De Verordening op het Burgerinitiatief gemeente Valkenswaard 2020 in te trekken;
2De Referendumverordening gemeente Valkenswaard 2008 in te trekken;
3De huidige Inspraakverordening gemeente Valkenswaard 2006 in te trekken;
4De Participatieverordening gemeente Valkenswaard 2026 vast te stellen.
Hoofdstuk 1 – Inleidende bepalingen
Artikel 1. Definities
Deze verordening verstaat onder:
-Beleid: Gedragslijn, programma, project of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren.
-Bestuursorgaan: Het bestuursorgaan dat bevoegd is. Afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak is dat de gemeenteraad, het college of de burgemeester;
-Burgerinitiatief: Een voorstel van een initiatiefgerechtigde om een onderwerp of voorstel op de agenda van de raadsvergadering te zetten.
-College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Valkenswaard.
-Inspraak: de mogelijkheid die een bestuursorgaan inwoners of belanghebbenden biedt om hun mening te geven als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet.
-Inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet.
-Inwonersparticipatie: op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid.
-Maatschappelijke partijen: organisaties die niet tot de Staat behoren en zich richten op het dienen van het algemeen belang in de samenleving.
-Ondernemers: natuurlijke of rechtspersonen die zelfstandig een economische activiteit uitoefenen, waarbij zij gebruik maken van eigen of geleend vermogen en een zeker risico dragen.
-Overheidsparticipatie: op initiatief van inwoners en maatschappelijke partijen betrekken van de gemeente bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid.
-Uitdaagrecht: het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet.
Hoofdstuk 2 – Kaders en uitgangspunten
Artikel 2. Doelstelling
Het doel van deze verordening is kaders te geven over het proces van participatie en de voorwaarden waaronder toepassing van het uitdaagrecht mogelijk is.
Artikel 3. Reikwijdte van deze verordening
1Participatie, inspraak, een burgerinitiatief of uitdaagrecht geldt niet:
a.Wanneer het gaat om een ondergeschikte herziening van die trajecten of het beleid.
b.Wanneer het bij wet is uitgesloten.
c.Wanneer het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft.
d.Wanneer het om zaken binnen de interne organisatie van de gemeente gaat.
e.Wanneer het vaststellen van de tarieven en belastingen.
f.Bij spoedeisende beleidsvoornemens.
g.Wanneer de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder zou moeten wegen.
2Participatie, inspraak, het burgerinitiatief en het uitdaagrecht staan open voor inwoners, organisaties en bedrijven die aantoonbaar actief zijn binnen de gemeente of een direct belang hebben bij het onderwerp. Dit betreffen partijen die zich inzetten voor lokale maatschappelijke doelen, betrokken zijn bij de leefomgeving, of direct geraakt worden door het beleid of de uitvoering daarvan.
3Het bestuursorgaan informeert over gemeentelijke projecten, zodat belanghebbenden tijdig invloed kunnen uitoefenen.
4Jaarlijks wordt een participatieparagraaf opgenomen in de begroting met speerpunten voor het komende jaar.
5Jaarlijks wordt een participatieparagraaf opgenomen in de jaarstukken waarin verslag wordt gedaan van de uitvoering van deze verordening.
Hoofdstuk 3 – Inwonersparticipatie
Artikel 4. Plan voor inwonersparticipatie
1Het bestuursorgaan stelt voorafgaand aan de voorbereiding, de uitvoering of evaluatie van beleid, aan de hand van de door de gemeenteraad vastgestelde sturingsfilosofie op rolneming en participatie, een plan met het proces en de planning van de participatie op.
2Bij projecten die over meer dan één (1) raadsperiode worden uitgevoerd en/of politiek of maatschappelijk gevoelig liggen, informeert het college de raad over het te doorlopen participatietraject middels een startnotitie.
3Het plan, al dan niet opgenomen in een startnotitie, bevat in elk geval:
a.Een omschrijving van het beleid dat voorbereid, uitgevoerd of geëvalueerd wordt;
b.De motivering voor deze keuze;
c.De belangrijkste doelgroepen en stakeholders die worden betrokken;
d.Een ruwe tijdlijn van het participatietraject;
e.Informatie over de ambtelijke en bestuurlijke besluitvorming over het beleid en hoe het bestuursorgaan omgaat met de uitkomsten van het participatieproces daarbinnen.
Artikel 5. Eindverslag inwonersparticipatie
1Nadat inwonersparticipatie heeft plaatsgevonden, stelt het bestuursorgaan een eindverslag van de inwonersparticipatie op en maakt dit binnen redelijke termijn openbaar.
2Het eindverslag bevat in elk geval:
a.Een beschrijving van het proces dat is gevolgd;
b.De uitkomsten van het proces;
c.Een reactie op die uitkomsten waarbij beargumenteerd is aangegeven hoe het beleid naar aanleiding daarvan is aangepast en
d.een evaluatie van het proces dat is gevolgd.
3Het college stuurt het eindverslag naar de gemeenteraad als het om een raadsvoorstel gaat.
Artikel 6. Inspraak
1Elk bestuursorgaan besluit of inspraak wordt verleend.
2Indien een bestuursorgaan besluit om inspraak te verlenen, wordt de inspraak verleend aan inwoners, organisaties, bedrijven en belanghebbenden.
3Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een ander proces vaststelt.
4Aan het einde van de inspraak maakt het bestuursorgaan een eindverslag met:
a.Een overzicht van de inspraakprocedure;
b.Een weergave van inspraakreacties en zienswijzen en
c.een reactie op deze reacties en aanpassingen aan het beleidsvoornemen.
5Het eindverslag wordt binnen redelijke termijn openbaar gemaakt.
Hoofdstuk 4 – Overheidsparticipatie
Artikel 7. Toepassen overheidsparticipatie
1Overheidsparticipatie kan worden toegepast als een initiatief van een inwoner of maatschappelijke partij bijdraagt aan de doelen van het gemeentelijk beleid of een positieve bijdrage levert aan de lokale samenleving.
2Het doel is om een oplossingsgerichte en positieve benadering te bieden en duidelijkheid te geven over de mogelijkheden en voorwaarden.
3De gemeenteraad kan jaarlijks een budget beschikbaar stellen voor ideeën en initiatieven uit de samenleving.
4Het bestuursorgaan kan overheidsparticipatie weigeren als:
a.Er onvoldoende steun is bij omwonenden, belanghebbenden of betrokken inwoners voor het initiatief;
b.Het initiatief financieel, juridisch of praktisch niet haalbaar is of
c.er een lopende bezwaar- of beroepsprocedure is of een rechterlijke uitspraak wordt verwacht tegen het inwonersinitiatief.
5Het bestuursorgaan kan overheidsparticipatie weigeren bij een inwonersinitiatief(voorstel) als het betreft:
a.De gevallen benoemd in artikel 3, eerste lid;
b.Een klacht over het gedrag van de raad, het college of de burgemeester;
c.Een bezwaar tegen een besluit van de raad, het college of de burgemeester;
d.Geldelijke voorzieningen van ambtsdragers of
e.benoemingen en functioneren van personen.
6Bij goedkeuring kan het bestuursorgaan ondersteuning bieden door:
a.Ruimtes of huisvesting beschikbaar te stellen;
b.Een budget of subsidie beschikbaar te stellen;
c.Ambtelijke expertise en netwerken in te zetten en/of
d.Andere vormen van ondersteuning.
7Het bestuursorgaan informeert indieners over het besluit om overheidsparticipatie wel of niet toe te passen.
8Twee (2) keer per jaar informeert het bestuursorgaan de raad over in welke gevallen er in de afgelopen periode overheidsparticipatie is toegepast.
Artikel 8. Indienen burgerinitiatief
1Initiatiefgerechtigd zijn inwoners van de gemeente Valkenswaard.
2Voor de beoordeling of iemand initiatiefgerechtigd is, is de situatie op de dag van indiening van het verzoek bepalend.
3Alleen een initiatiefgerechtigde kan een geldig verzoek indienen bij de gemeenteraad.
4Het college stelt ten alle tijden een advies op aan de gemeenteraad bij het ingediende burgerinitiatief.
5Een verzoek is geldig indien:
a.Het door minimaal dertig (30) initiatiefgerechtigden wordt ondersteund bij verzoeken met een buurtkarakter;
b.Het door minimaal vijfenzeventig (75) initiatiefgerechtigden wordt ondersteund bij verzoeken met een wijkgericht karakter;
c.Het door minimaal honderdtachtig (180) initiatiefgerechtigden wordt ondersteund bij verzoeken met een gemeente breed karakter;
d.Elke ondersteuningsverklaring is voorzien van een duidelijk omschrijving van:
i.Het initiatief;
ii.De globale kosten voor uitvoering van het initiatief en op welke wijze dit bekostigd wordt;
iii.De locatie(s) waarop het initiatief betrekking heeft;
iv.De tijdsduur van het initiatief en
v.de gewenste vormgeving voor zover het initiatief handelt over een bouwkundige constructie en
e.het voldoet aan de voorwaarden gesteld in lid 12 van dit artikel.
6Voor de definitie van ‘buurt’ en ‘wijk’ wordt aangesloten bij de uitgangspunten van het CBS. De wijken en buurten van de gemeente Valkenswaard zijn opgenomen in bijlage 1 behorende bij deze verordening.
7Het aantal handtekeningen als bedoeld in het vijfde lid onder a, b en c van dit artikel is geen bewijs voor voldoende draagvlak, maar het betreft een drempel om een punt op de agenda van de gemeenteraad te krijgen. De gemeenteraad maakt vervolgens een beoordeling welk draagvlak ze nodig vindt.
8Onderwerpen zijn uitgesloten van het burgerinitiatief wanneer zij betrekking hebben op:
a.Een onderwerp dat niet behoort tot bevoegdheid van de gemeenteraad;
b.Een vraag naar informatie over het gemeentelijke beleid of de uitvoering daarvan;
c.Een onderwerp waarover tijdens de huidige raadsperiode al een besluit is genomen, tenzij nieuwe argumenten tot een nieuwe afweging zouden kunnen leiden of
d.De gevallen genoemd in artikel 7, vijfde lid.
9Een burgerinitiatief over een onderwerp of voorstel dat niet behoort tot de bevoegdheid van de gemeenteraad maar wel van het college of de burgemeester, zal door de gemeenteraad – eventueel vergezeld van een advies – worden doorgezonden naar het college van burgemeester en wethouders of naar de burgemeester in zijn hoedanigheid van bestuursorgaan.
10Het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester zal een onderwerp of voorstel zoals bedoeld in lid 9 behandelen als ware het een burgerinitiatief.
11Het voorstel moet betrekking hebben op de gemeente Valkenswaard en moet bijdragen aan de doelen van het gemeentelijk beleid of een positieve bijdrage leveren aan de lokale samenleving.
12Het verzoek tot plaatsing van een burgerinitiatief op de agenda van de raadsvergadering wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de gemeenteraad en bevat:
a.Een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van het burgerinitiatief;
b.Een toelichting op het burgerinitiatief, inclusief motivering, het doel dat ermee wordt beoogd en - waar dat in redelijkheid kan worden verlangd - een globale kostenraming;
c.De achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en de handtekening(en) van de initiatiefnemer(s);
d.Een lijst met de achternamen, de voornamen, de adressen, de geboortedata en de handtekeningen van de initiatiefgerechtigden die het verzoek ondersteunen en
e.een indicatie of het verzoek gaat over een initiatief met een buurtkarakter, wijkgericht karakter of gemeente breed karakter.
13Een formulier voor indiening van een burgerinitiatief is verkrijgbaar bij de griffie en dient na invulling weer bij de griffie worden ingediend. De griffie is beschikbaar om de initiatiefnemer te adviseren en te begeleiden gedurende de verdere procedure.
Artikel 9. Procedure burgerinitiatief
1Het presidium van de gemeenteraad agendeert het burgerinitiatief uiterlijk de tweede raadsvergadering na de datum van indiening van het initiatief indien het voldoet aan de eisen, zoals gesteld in artikel 8 lid 12 en lid 13 van deze verordening. Tussen de dag van indiening van het burgerinitiatief en de dag waarop de raadsvergadering wordt gehouden, waarin over het burgerinitiatief wordt beslist, moeten minimaal dertien (13) hele dagen verstrijken.
2In afwijking van het eerste lid kan het presidium besluiten om een burgerinitiatief eerst in de oordeelsvormende raadscommissie te bespreken.
3De griffier nodigt de initiatiefnemer(s) uit voor de oordeelsvormende raadscommissie waarvoor het burgerinitiatief is geagendeerd. De initiatiefnemer heeft het recht om tijdens de oordeelsvormende raadscommissie het burgerinitiatief mondeling nader toe te lichten.
4Zo spoedig mogelijk nadat de gemeenteraad over het burgerinitiatief een besluit heeft genomen, wordt dit besluit bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit of de zakelijke inhoud ervan op de gemeentepagina en op de gemeentelijke website.
5Voorafgaand aan of uiterlijk tegelijkertijd met de bekendmaking wordt de initiatiefnemer op de hoogte gesteld van het besluit.
6De initiatiefnemer wordt vervolgens, indien van toepassing, ingelicht over de vervolgstappen voor wat betreft de uitwerking van het burgerinitiatief.
7Van elk burgerinitiatief wordt bericht via relevante gemeentelijke communicatiekanalen: In ieder geval het Valkenswaards Weekblad en de gemeentelijke website. Op deze manier kan ervoor worden gezorgd dat er een groot publiek bereikt kan worden. Deze kanalen kunnen niet ingezet worden om handtekeningen op te halen.
Hoofdstuk 5 – Uitdaagrecht
Artikel 10. Toepassen uitdaagrecht
1Elk bestuursorgaan biedt de mogelijkheid om een voorstel in te dienen voor het overnemen van gemeentelijke taken.
2Uitdaagrecht is niet mogelijk:
a.In de in artikel 3, onder lid 1 genoemde gevallen of
b.indien de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde uitkomt.
3Een voorstel omvat:
a.Omschrijving van de taak die de indiener wil overnemen;
b.uitleg waarom of hoe het beter en/of goedkoper kan;
c.duidelijkheid over de betrokkenheid en ervaring van de indiener;
d.onderbouwing van draagvlak onder belanghebbende inwoners;
e.raming van de kosten;
f.samenwerkings- en ondersteuningsbehoeften en
g.garanties voor de kwaliteit en uitvoering op lange termijn.
4Het bestuursorgaan kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen.
5Bij overname krijgt de indiener gepaste ondersteuning.
6Afspraken over taken, budget, looptijd en evaluatie worden vastgelegd in een overeenkomst.
7Een voorstel wordt afgewezen, indien er sprake is van een of meerdere van de gevallen genoemd in artikel 3 lid 1 van deze verordening.
8Binnen redelijk termijn na indiening van het voorstel wordt een eerste reactie gegeven.
Hoofdstuk 6 – Omgevingswet
Artikel 11. Participatie en de Omgevingswet
1Bij het opstellen of wijzigen van de omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet, het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet of een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet, past het bestuursorgaan deze verordening toe. Daarbij wordt voldaan aan de motiveringsplicht in het Omgevingsbesluit (artikelen 10.7, 10.2 en 10.8).
2De gemeenteraad stelt vast voor welke gevallen die in strijd zijn met het omgevingsplan participatie verplicht is.
Hoofdstuk 7 – Slotbepalingen
Artikel 12. Hardheidsclausule
Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening. Het bestuursorgaan onderbouwt waarom het afwijkt.
Artikel 13. Intrekking oude verordening en overgangsrecht
1De Verordening op het Burgerinitiatief gemeente Valkenswaard 2020 wordt ingetrokken.
2De Referendumverordening gemeente Valkenswaard 2008 wordt ingetrokken.
3De Inspraakverordening gemeente Valkenswaard wordt ingetrokken.
4De Inspraakverordening gemeente Valkenswaard blijft van toepassing op beleid waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening reeds een participatieprocedure of inspraakprocedure op grond van die verordening was gestart.
Artikel 14. Inwerkingtreding en citeertitel
1Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking.
2Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening gemeente Valkenswaard 2026.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 29 januari 2026.
De voorzitter,
De griffier,
Bijlage Participatieverordening gemeente Valkenswaard 2026
Overzicht buurten en wijken als bedoeld in artikel 8, lid 6 van de Participatieverordening gemeente Valkenswaard 2026.
Buurten:
Centrum, Geenhoven, Turfberg Noord, Turfberg Zuid, Hoge Akkers, Kerkakkers, Het gegraaf, industrieterrein Schaapsloop, Verspreide huizen Turfbergse Heide Nederheide, de Belleman, Agnetendal, Schepelweijen, Brouwershof, Keersop, Keersopperbeemden, Dommelen, Borkel, Schaft, Verspreide huizen Klein Borkel en Achterste Brug en Verspreide huizen Malpiebergseen Opperheide.
Wijken:
Valkenswaard, Kloosterakkers en Dommelen en Borkel en Schaft.