Aanhef
De raad van de gemeente Valkenswaard;
Gelet op de behandeling in de beeldvormende sessie van de raad d.d. 16 november 2023;
Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 6 februari 2024, nummer 2023-380697;
Gelet op de behandeling in de vergadering van de raadscommissie d.d. 7 maart 2024;
BESLUIT
1De beleidsnota “duurzaam afvalbeleid 2024-2028” vast te stellen;
2In te stemmen met scenario Nascheiding PBD, met dien verstande dat inwoners kunnen kiezen voor GEEN blauwe kliko, of de 140 liter of de 240 liter variant. Dit heeft geen invloed op het afvalstoffentarief;
3De Afvalstoffenverordening Valkenswaard 2024 vast te stellen;
4De Afvalstoffenverordening Valkenswaard 2022 in te trekken.
Samenvatting
De landelijke doelstellingen voor het hergebruik van grondstoffen liggen op 100 kg restafval per inwoner per jaar in 2020 en 30 kg in 2025. Valkenswaard heeft als doelstelling dat 60% van het restafval hergebruikt moet worden in 2025. De laatste jaren stagneert de hoeveelheid restafval per inwoner per jaar rond de 200 kg. Hiermee is de landelijke doelstelling van 100kg per inwoner per jaar niet gehaald. En herijking van ons afvalstoffenbeleid is dan ook noodzakelijk om aan de gemeentelijke- en landelijke ambities te kunnen voldoen.
Om de hoeveelheid restafval te verlagen en het scheidingspercentage van overige gescheiden fracties te verhogen, zijn ingrepen nodig in de huidige inzamel- en verwerkingsstructuur. Hiermee willen we in 2028 de hoeveelheid restafval per inwoner significant verlaagd hebben en het scheidingspercentage aanzienlijk verhoogd.
Voor de fijn huishoudelijke afvalstromen is in dit afvalstoffenbeleid getracht in kaart te brengen wat de mogelijkheden zijn voor een alternatieve inzamelstructuur met een hoger scheidingsrendement. De verschillende uitkomsten zijn verwerkt in een drietal scenario's: een PBD-nascheiding-scenario, een bronscheiding-scenario, en een bronscheiding-light-scenario. Beide bronscheiding-scenario's berusten op een Diftar-systeem voor de berekening van de afvalstoffenheffing.
Naast een analyse van het scheidingsrendement en de kosten per afvalstroom per scenario, is een inwonersenquête uitgezet om de inwoners van Valkenswaard te betrekken bij de ontwikkeling van het beleid. Op het gebied van een vijftal afvalstromen zijn de inwoners gevraagd naar hun mening over het huidige inzamelsysteem en de wensen voor een toekomstige inzamelstructuur.
De analyse van de scenario's, ervaringen uit andere gemeenten en de resultaten van de inwonersenquête zijn gebruikt om het ambtelijk advies op te stellen met betrekking tot de afvalinzameling en –verwerking in de gemeente voor 2024-2028. Het advies luidt om het nascheiding-scenario, zoals uitgewerkt in hoofdstuk 6, over te nemen.
Naast de fijn huishoudelijke afvalinzameling en –verwerking besteed dit afvalstoffenbeleid aandacht aan het grof huishoudelijke afval dat op de milieustraat ingezameld wordt. De mogelijkheid tot het ontwikkelen van een circulair ambachtscentrum door de koppeling van de milieustraat aan de kringloopwinkel staat verder beschreven. Ook ambities voor een reductie van het eigen gemeentelijke afval, de aanpak voor zwerfafval, en overige middelen die worden ingezet op het thema van afval, zoals educatie en communicatie, komen aan bod in dit beleid.
Voorwoord
In Valkenswaard zijn wij trots op onze natuur en leefomgeving. Met elkaar houden wij onze omgeving schoon en leefbaar. Niet alleen voor onszelf en alle toekomstige Valkenswaardenaren, maar voor iedereen die naar onze gemeente komt.
Overal in de gemeente zie ik al voorbeelden van hoe wij met elkaar zorgen voor onze omgeving. Zo zie ik bijvoorbeeld meer vergroening op straat en in de tuinen, en zijn er verschillende lokale initiatieven om zwerfafval op te ruimen en daarmee onze natuur schoon te houden.
Met het Duurzaam Afvalstoffenbeleid 2024-2028 draag ik graag verder bij aan de toekomst van onze gemeente. In het beleid worden stappen gezet om de gemeentelijke afvalinzameling en -verwerking duurzamer te maken, de hoeveelheid zwerfafval te verminderen en illegale dumpingen harder aan te pakken. Het nieuwe beleid leidt ons naar een toekomstig schoner en duurzamer Valkenswaard.
Via dit beleid zet ik daarnaast in op een gemeentelijk inzamelsysteem waarbij iedereen gepaste mogelijkheden krijgt om het gescheiden afval aan te bieden. Denk hierbij aan verschillende inzamelsystemen die afgestemd zijn op bepaalde woonsituaties, een betere dienstverlening die voor meer gemak zorgt en beperkte kosten die zorgen voor een goed milieurendement. Zo werken wij de komende jaren met elkaar toe naar een gemeente waarin wij nog bewuster en zorgvuldiger ons afval scheiden en de hoeveelheid verminderen waar mogelijk.
Met dank aan de waardevolle inbreng van alle partners en inwoners voor dit beleid. Zo borgen wij ook in de toekomst onze fijne, schone leefomgeving.
Met warme groet,
Namens het College van Burgemeester en Wethouders,
Rens Pijnenburg
Wethouder Duurzaamheid
In dit hoofdstuk staat beschreven wat een afvalstoffenbeleid inhoudt, waarom en hoe gemeenten dit opstellen.
3. Onderliggend beleid
3.1 Europees beleid
3.1.1 Europese wetgeving sinds het vorige afvalstoffenbeleid
In 2015 is het ‘Europees Actieplan voor de Circulaire Economie’ gepresenteerd om de overgang naar een circulaire economie te versnellen. Het plan bevat onder andere maatregelen om afval te verminderen, recycling te bevorderen en duurzaam gebruik van bronnen te stimuleren. In 2019 zijn de ‘Richtlijn Kunststofdrankflessen’ (2019/904/EU) en de ‘Single-Use Plastics Directive’ (2019/904/EU) opgesteld om het gebruik van plastic producten te verminderen. Het beleid legt lidstaten op om maatregelen te nemen om de impact van kunststofproducten op het milieu te verminderen. Ook binnen de ‘Europese Green Deal’ (2019) is er aandacht voor circulaire economie, afvalpreventie en duurzaam gebruik van hulpbronnen.
3.1.2 Aankomende Europese wetgeving
De herziende KRA legt overheden op om met ingang van 2024 het bioafval, zowel in de laagbouw als hoogbouw, en textiel met ingang van 2025 te scheiden. Een andere aankomende Europese wetgeving is dat per 1 januari 2028 de afvalverbrandingsinstallaties onder het European Emission Trading System (EU ETS) vallen. Dit houdt in dat vanaf 2028 een extra heffing betaald moet worden op de uitstoot van de verbrandingsovens. Naar verwachting zullen ook de uitgebreide productenverantwoordelijkheid en de ‘Single-Use Plastics’ (SUP) 2.0 aangescherpt worden.
3.3 Gemeentelijk afvalbeleid
3.3.1 Milieubeleidsplan
In het ‘Milieubeleidsplan 2016-2019' geeft de gemeente aan uitvoering te geven aan het ‘Manifest voor een afvalloze samenleving’ door een combinatie van bron- en nascheiding. Hierbij moet de nadruk liggen op kosten, resultaat, social return en de kwaliteit van grondstoffen. Het toenmalige ‘Coalitieakkoord’ onderstreepte dit: het verminderen van restafval, stimuleren van hergebruik, duurzaam inkopen en toewerken naar een circulaire economie zijn de speerpunten.
4. Huidige afvalinzameling en -verwerking
4.1 De huidige inzamelstructuur
4.1.1 Restafval en GFT
Huishoudens in de laagbouw kunnen hun fijn huishoudelijk restafval (fHRA) en groente-, fruit- en tuinafval (GFT) tweewekelijks alternerend, middels een grijze- respectievelijk groene minicontainer, aanbieden. In de hoogbouw kunnen de huishoudens hun fHRA aanbieden in een (ondergrondse) verzamelcontainer in of nabij hun pand. GFT wordt in de hoogbouw, op enkele uitzonderingssituaties na, momenteel niet gescheiden ingezameld.
4.1.2 Plastic, blik en drankverpakkingen (PBD)
Voor plastic verpakkingen (P) geldt dat huishoudens deze afvalstroom kunnen aanbieden in (ondergrondse) verzamelcontainers die op openbare plaatsen in de gemeente staan. Blik en drankkartons werden tot eind 2022 niet gescheiden ingezameld, maar de gemeenteraad heeft in februari 2022 ingestemd met het gescheiden aanbieden van PBD-afval (plastic, blik en drankkartons) in verzamelcontainers. De Afvalstoffenverordening is hierop aangepast.
4.1.3 Oud papier en karton (OPK)
Oud papier en karton (OPK) is de afgelopen jaren ingezameld door vrijwilligers van verenigingen met ondersteuning vanuit Cure. Huishoudens kunnen afhankelijk van de wijk en de inzamelende vereniging het OPK wekelijks/tweewekelijks/maandelijks in een doos of opgebonden aan de straat zetten. Per 1 januari 2024 stopt de inzameling met de hulp van verenigingen. In het volgende hoofdstuk volgt hier meer uitleg over.
4.1.4 Glas en textiel
Voor glas staan verspreid door de gemeente boven- en ondergrondse verzamelcontainers van Cure. Ook voor textiel staan er verspreid door de gemeente verzamelcontainers van Cure. Voor textiel geldt dat enkele malen per jaar ook huis-aan-huis inzamelingsacties uitgevoerd worden door Stichting Aktie ’68.
4.1.5 Milieustraat
Alle overige afvalstromen (zoals grof huishoudelijk afval en Klein chemisch afval) kunnen huishoudens aanbieden op de Milieustraat. De milieustraat dient tevens als een extra opvang locatie voor PBD, OPK, Glas en Textiel. Ook hier kunnen inwoners tegen een kleine betaling extra restafval kwijt. De milieustraat is geopend op maandag t/m vrijdag van 13:00-17:00 en op zaterdagen van 10:00-16:00, met uitzonderingen van feestdagen.
4.2 De huidige afvalverwerking
4.2.1 Restafval
Restafval wordt verwerkt bij Attero in Moerdijk. Via een verbrandingsinstallatie wordt de vrijgekomen warmte omgezet in energie. Cure heeft tot 1 februari 2028 een contract met Attero. Enkele voorwaarden uit het huidige contract zijn; geen aanleverplicht, en de mogelijkheid om het contract per 1-2-2025 te ontbinden.
Attero hanteert momenteel nog een relatief laag verbrandingstarief vergeleken met de prijsverwachting voor de komende jaren. Zoals in hoofdstuk 3.1.2 ook benoemd staat, zullen afvalverbrandingsinstallaties per 1 januari 2028 onder het EU ETS gaan vallen. Een overzicht van de prijsontwikkeling van de afgelopen jaren en de verwachting voor de komende jaren is daarom opgenomen in onderstaande grafiek 1.
Grafiek 1. Overzicht van de prijsontwikkeling van het verbrandingstarief per aangeleverd ton. restafval
4.2.2 GFT
GFT-afval gaat naar de vergistingsinstallatie van Attero in Venlo. De kosten hiervoor bedragen €65,- per ton. Het contract loopt tot 31 december 2024. Voor het GFT-afval is geen leveringsplicht voor hoeveelheden afgesproken.
4.2.3 PBD
PBD-afval wordt verwerkt door RKN in Delft. Ook hier geldt dat er geen leveringsverplichting is afgesproken. Voor verpakkingsafval geldt daarnaast een Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV). De branche betaalt gemeenten via het Afvalfonds/ Nedvang voor het inzamelen van PBD (zie tabel 2). De rijksoverheid heeft de branche ook recyclingsdoelstellingen opgelegd. De vergoeding voor bron- en nascheiding die het Afvalfonds aan gemeenten uitkeert wordt jaarlijks onderhandeld met onder andere de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).
Jaartal
Vergoeding PBD bronscheiding per ton
Vergoeding PBD nascheiding per ton
2020
€ 261,00
nvt
2021
€ 245,00
€ 8,90
2022
€ 245,00
€ 10,83
2023
€ 245,00
€ 14,00
Tabel 2. Vergoedingen per ton geleverd PBD.
4.2.4 OPK
Het oud papier en karton wordt verwerkt via Midwaste. Midwaste is een coöperatie bestaande uit gemeenten en samenwerkingsverbanden zoals Cure. De vergoeding per ton is variabel en wordt bepaald door de wereldmarkt. De vergoeding die Cure de afgelopen jaren aan de verenigingen heeft betaald bedraagt in totaal circa €60.000,- per jaar.
4.2.5 Glas
De glasverwerking heeft Cure via Midwaste ondergebracht in de markt. De verwerking van deze afvalstroom wordt jaarlijks onderhandeld. Hiermee maakt Valkenswaard gebruik van de inkoopkracht van Midwaste.
4.2.6 Textiel
Textiel wordt verwerkt door Wolkat in Tilburg. Het textiel wordt hier gesorteerd in 10 stromen die vervolgens weer verder de keten ingaan. De opbrengst en de kosten van de deelstromen worden maandelijks vastgesteld.
4.3 De huidige inzamelcijfers
4.3.1 Ingezamelde hoeveelheid per afvalstroom in kg/inwoner/jaar
In tabel 3 is de ingezamelde hoeveelheid per afvalstroom, in kg per inwoner per jaar, en het scheidingspercentage van Valkenswaard van de afgelopen jaren weergegeven. De hoeveelheid restafval is in de periode 2012-2021, met uitzondering van 2014 en 2015, niet onder de 200 kg restafval per inwoner per jaar uitgekomen. Ook in 2022 lag de totale hoeveelheid restafval op slechts 1 kg onder de 200kg per inwoner. Voor het scheidingspercentage is niet meer dan 55% behaald. In de tabel zijn geen milieustraat-stromen opgenomen aangezien deze al wel een scheidingsrendement hebben van 89%.
Jaar
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
fHRA
254
243
186
196
231
205
227
218
216
204
199
GFT
63
64
119
115
114
109
110
108
121
116
94
P(BD)
6
6
8
9
10
10
9
8
10
9
11
OPK
76
69
70
67
55
51
49
45
44
42
38
Glas
23
25
23
21
21
22
23
22
25
23
23
Textiel
6
6
5
3
3
3
3
4
4
3
3
Totaal afval
428
413
413
413
435
401
422
406
421
398
368
Totaal gescheiden
174
170
226
217
204
197
196
189
205
194
169
Scheidings-percentage
41%
41%
55%
52%
47%
49%
46%
46%
49%
49%
46%
Tabel 3. Ingezamelde hoeveelheden in kg/per inwoner/per jaar voor Valkenswaard.
4.3.2 Verschil in scheidingspercentages op basis van de inzamelstructuur
De ervaring leert dat zo lang een inzamelsysteem niet wijzigt, ook de hoeveelheden afval niet significant wijzigen. Opvallend is het beduidende verschil in het scheidingspercentage van het fijn huishoudelijke afval (haalsysteem en decentraal brengsysteem) en het grof afval dat bij de milieustraat (centraal brengsysteem) wordt ingezameld. Van het fijn huishoudelijk afval wordt de laatste jaren ongeveer 47% gescheiden ingezameld, terwijl dit bij het grof huishoudelijk afval bijna 89% is.
4.3.3 Verklaring daling hoeveelheid restafval in 2014-2015
De tabel laat in 2013 een kentering zien in de hoeveelheid restafval die afnam van 243 kg naar 186 kg per inwoner om vervolgens weer licht te stijgen. De oorzaak lag in de afschaffing van de duobak en de invoering van het alternerend systeem. Gelijktijdig steeg de hoeveelheid GFT-afval van 64 kg naar 119 kg per inwoner. De laatste jaren blijft de hoeveelheid restafval rond de 200 kg per inwoner.
4.3.4 Sorteeranalyse
Om inzicht te krijgen in de samenstelling van het restafval kan een sorteeranalyse worden aangevraagd. In januari 2023 is een dergelijke analyse uitgevoerd door De Afvalspiegel. De resultaten staan hieronder vermeld in figuur 2.
Figuur 2. Sorteeranalyse restafval Valkenswaard, januari 2023.
Uit de sorteeranalyse blijkt dat GFT en PBD, gevolgd door OPK, textiel en glas samen een aandeel vormen van ruim 77% van de totale hoeveelheid restafval. Zouden deze componenten niet meer in het restafval zitten, dan zou de hoeveelheid restafval dalen van 200 kg naar 46 kg per inwoner.
5. Keuzemogelijkheden voor het afvalstoffenbeleid
5.3 Huishoudelijk restafval
5.3.1 Mogelijkheden voor het wijzigen van de restafval inzamelstructuur
Er zijn verschillende manieren om de hoeveelheid restafval te verminderen. De meest gebruikelijke voorbeelden zijn:
•Het verkleinen van het jaarlijkse aanbiedvolume door een kleiner inzamelmiddel. Bijvoorbeeld door de introductie van een 80 liter-minicontainer en/of de 140 liter minicontainer als maximale grootte te hanteren;
•Het verkleinen van het jaarlijkse aanbiedvolume door het verlagen van de inzamelfrequentie. Bijvoorbeeld van tweewekelijks naar vierwekelijks;
•De invoering van omgekeerd inzamelen. Dit betekent een wijziging van het huidige haalsysteem naar een (de)centraal brengsysteem;
•Het invoeren van een prijsprikkel zoals Diftar.
Gedifferentieerde tarieven (Diftar)
In 2022 kende 54% van de Nederlandse gemeenten een systeem waarbij de afvalstoffenheffing gebaseerd is op gedifferentieerde tarieven (Diftar). De tarieven die inwoners van een Diftar gemeente betalen zijn afhankelijk van een vast tarief in combinatie met een bedrag dat berekend wordt door, ofwel:
•De aanbodfrequentie;
•Het volume van de container;
•Het gewicht;
•Het aanschaffen van een tariefzak, of;
•Een combinatie van bovenstaande.
Diftar wordt veelal gezien als methode om de hoeveelheid restafval per inwoner snel te doen dalen. Een landelijk onderzoek van Rijkswaterstaat (2021) toont aan dat het merendeel van de Diftar gemeenten een aantal karakteristieken deelt. Deze karakteristieken zijn in tabel 4 op de volgende pagina vergeleken met de CBS-categorieën en het profiel van Valkenswaard. De demografische gegevens van Valkenswaard komen niet volledig overeen met dit profiel. Echter, dit houdt niet in dat Valkenswaard geen Diftar-systeem kan doorvoeren. De invoering van een Diftar-systeem kan wel gecompliceerder worden door de verschillen in het profiel.
Diftar profiel
CBS Categorieën
Profiel Valkenswaard
Weinig stedelijk karakter
(Stedelijkheidscode en hoogbouwklasse)
•1 – A (zeer stedelijk)
•2 – B (stedelijk)
•3 – C (matig stedelijk)
•4 – C (weinig stedelijk)
3– C (matig stedelijk)
Een lager gemiddeld inkomen
•€25.800 - €30.000
•€30.000 - €32.500
•€32.500 - €35.000
•€35.000 - €57.500
€29.300
Minder ouderen
(% 65+ jaar)
•< 14%
•14% - 18%
•18% - 22%
•22% - 26%
•=/> 26%
26%
Weinig jonge kinderen
(% <25 jaar)
•< 24%
•24% - 27%
•27% - 30%
•30%- 33%
•=/> 33%
14%
Minder grote huishoudens
Gemiddelde gezinsgrootte NL: 2,1
2,1
Tabel 4. Het Diftar-profiel van Rijkswaterstaat vergeleken met het profiel van Valkenswaard.
5.3.2 Resultaten inwonersenquête restafval
Op het gebied van restafval zijn de inwoners een tweetal vragen gesteld over de invoering van een Diftar-systeem. De inwoners hebben voor het invullen van deze vragen geen uitleg of informatie vanuit de gemeente ontvangen over de voor- en nadelen van een Diftar-systeem.
Uit de resultaten blijkt dat 67% van de 1865 deelnemers die de vraag hebben ingevuld het (helemaal) oneens is met de stelling om een Diftar-systeem in te voeren. Vooral de angst voor meer zwerfafval, hogere kosten, en het ten onrechte gebruiken van iemands kliko komen naar voren bij de analyse. Het overgrote merendeel van de deelnemers wil daarnaast niet overstappen naar een inzamelfrequentie van eens per vier weken bij de invoering van een Diftar-systeem. Slechts 11% staat hiervoor open. Vooral de verwachte stankoverlast in de zomermaanden is een veel voorkomende zorg bij de deelnemers.
5.4 Groente-, fruit- en tuinafval (GFT) en etensresten (GFE)
5.4.1 Mogelijkheden voor het wijzigen van de GFT/GFE-inzamelstructuur
Om het scheidingsrendement van GFT-afval te verhogen en de inzameling efficiënter te maken zijn de volgende wijzigingen een mogelijkheid:
•Het vergroten van het jaarlijkse aanbiedvolume door een groter inzamelmiddel. Bijvoorbeeld door het stimuleren van het gebruik van de 240 liter minicontainer;
•Het vergroten van het jaarlijkse aanbiedvolume door het verhogen van de inzamelfrequentie. Bijvoorbeeld door het verhogen van de frequentie van tweewekelijks naar wekelijks in de periode met een hoger aanbod zoals de zomermaanden;
•Het verlagen van de frequentie in de maanden dat er minder aanbod is, zoals de wintermaanden. Dit heeft een positief effect op de inzamelkosten. Voor een wijziging in de inzamelfrequentie op basis van het aanbod is een motie aangenomen vanuit de gemeenteraad;
•Het verhogen van de service. Bijvoorbeeld door het leveren van maatwerk voor de GFE-fractie. Denk hierbij aan een speciale inzamelmethode voor inwoners van de hoogbouw, die door ruimtegebrek geen aparte container voor GFT/E hebben.
Pilot gescheiden inzameling GFE voor de hoogbouw
De pilot die we voor de gescheiden inzameling van GFE (bioafval: groente-, fruit- en etensresten) in de hoogbouw uitvoeren is toegespitst op een tweetal appartementencomplexen. De complexen bestaan uit koop- en huurwoningen. In de eerste fase, die van begin juni 2023 t/m begin november 2023 liep, is getest of bewoners van de hoogbouw GFE willen scheiden. Daarnaast is bij Renewi Organics getest of het GFE op dezelfde manier als Swill (horeca etensresten) verwerkt kan worden. Fase 1 is met succes afgerond. In 22 weken tijd is door de deelnemers voor ruim 1.700kg aan GFE gescheiden ingezameld.
De volgende fase van de pilot tests of het GFE kan worden aangeboden in een aparte zak in de restafvalcontainer. Cure onderzoekt of deze aparte zakken via nascheiding uit het restafval kunnen worden gehaald. Indien de pilot succesvol blijkt, zal het inzamelsysteem worden uitgebreid naar alle hoogbouw in Valkenswaard. Ook voor de laagbouw wordt gezocht naar een passende manier om de etensresten zorgvuldiger te scheiden. Momenteel omvat de fractie etensresten nog 35.6% van het restafval in de laagbouw en 37.3% van het restafval in de hoogbouw.
5.4.2 Resultaten inwonersenquête tuinafval
Alleen deelnemers die in de laagbouw wonen hebben vragen gekregen over het scheiden van de tuinafval-fractie. De ruime meerderheid geeft aan het belangrijk en makkelijk te vinden om tuinafval te scheiden. Verschillende deelnemers geven aan dat het vaker ophalen van het tuinafval kan helpen om het scheidingsrendement te verhogen. Ook geeft meer dan de helft van de deelnemers aan open te staan voor de motie van de gemeenteraad om de inzamelfrequentie af te laten hangen van het aanbod.
5.4.3 Resultaten inwonersenquête GFE
Zowel de laagbouw als de hoogbouw zijn ondervraagd op het gebied van GFE. De laagbouw kan momenteel de GFE-fractie gescheiden aanbieden in de GFT-minicontainer. Voor de hoogbouw is nog geen optie tot het gescheiden aanbieden.
GFE scheiden in de laagbouw
Van de 1814 deelnemers geeft bijna de helft aan het scheiden van etensresten (heel) belangrijk en makkelijk te vinden. Bijna een derde van de deelnemers geeft aan dit (heel) onbelangrijk en/of moeilijk te vinden. Op de vraag of er iets is dat deelnemers kan helpen bij het makkelijker scheiden van GFE, komt het vaker ophalen van de etensresten het vaakst naar voren. Het merendeel van de deelnemers in de laagbouw geeft daarnaast aan geen apart inzamelsysteem voor GFE te willen en geeft de voorkeur aan de inzameling via de GFT-minicontainer.
GFE scheiden in de hoogbouw
Van de 160 deelnemers van de hoogbouw die gereageerd hebben op de vraag over de toekomstige GFE-inzamelstructuur, ziet 46% de pilot graag verder uitgebreid worden naar alle appartementencomplexen. Een kwart van de deelnemers heeft liever een aparte GFE-container in de flat. Een gebrek aan ruimte voor een aparte container en angst voor stankoverlast zijn de meest voorkomende argumenten bij de deelnemers van de hoogbouw. Een inzamelstructuur zoals nu getest wordt bij de pilot, zou een positief effect hebben op beide argumenten.
5.5 Plastic verpakkingen, blik en drankkartons (PBD)
5.5.1 Mogelijkheden voor het wijzigen van de PBD-inzamelstructuur
Een aantal keuzemogelijkheden om het aandeel gescheiden ingezameld PBD te verhogen, zijn:
•Meer communicatie over het correct scheiden van PBD. Bijvoorbeeld door opnieuw aandacht te vragen voor de gecombineerde aanlevering van PBD afval bij de brengvoorzieningen, en welke producten hier wel/niet in mogen;
•Het verhogen van de service. Bijvoorbeeld door:
o Het aantal brenglocaties uit te breiden;
o PBD huis-aan-huis inzamelen via een losse zak of een extra mini-container;
o Het nascheiden van PDB uit restafval.
Met de vernieuwde nascheidingstechnieken levert het achteraf scheiden van PBD niet alleen een hoger serviceniveau aan inwoners, maar ook een hoger milieurendement en vallen de kosten ongeveer budgetneutraal uit.
5.5.2 Resultaten inwonersenquête PBD
Ook voor PBD geldt dat de deelnemers is gevraagd hoe (on)belangrijk zij het scheiden van deze stroom vinden en hoeveel moeite zij hiermee hebben. Ongeveer twee derde van de deelnemers laat weten het belangrijk te vinden om PBD te scheiden. 42% geeft aan hier wel moeite mee te hebben. Om het PBD-afval beter te scheiden, laten deelnemers weten dat een frequentere inzameling, het verstrekken van gratis PBD-zakken en/of een aparte kliko aan huis hierbij kan helpen.
De deelnemers zijn ook ondervraagd op het gebied van nascheiding. Van de 1887 deelnemers laat ruim twee derde weten niet een klein extra bedrag te willen betalen voor nascheiding. Op het moment dat de enquête was opgesteld door de beleidsmedewerkers, was er nog geen duidelijkheid over de eventuele extra kosten van nascheiding. Deze zijn in hoofdstuk 6 verder toegelicht.
5.6 Oud papier en karton (OPK)
5.6.1 Mogelijkheden voor het wijzigen van de OPK-inzamelstructuur
Een aantal wijzigingen die doorgevoerd kunnen worden om de OPK-inzameling efficiënter te laten verlopen en/of het scheidingsrendement te verhogen, zijn:
•Het verhogen van de service. Bijvoorbeeld door de introductie van een aparte minicontainer voor OPK. Dit voorkomt het wegwaaien en natregenen van dozen tijdens het aanbiedmoment, en vermindert ook het rommelige straatbeeld dat ontstaat op inzameldagen (zie afbeelding 1).
•Door in te zetten op de preventie van OPK. Bijvoorbeeld door het stimuleren van de Ja-Ja-sticker. In Ja-Ja-sticker-gemeenten ontvangen bewoners alleen nog ongeadresseerde folders als zij actief kiezen voor een Ja-Ja-sticker op de brievenbus. Ook voor dit onderwerp geldt dat er al een motie vanuit de gemeenteraad is aangenomen.
Afbeelding 1. Een rommelig straatbeeld aan de Eindhovenseweg.
5.6.2 Resultaten inwonersenquête OPK
Voor de OPK-fractie zijn deelnemers gevraagd naar hun voorkeur voor de inzamelmethode. 45% van de deelnemers in de laagbouw geeft de voorkeur aan een aparte OPK-minicontainer aan huis. Een kwart van de deelnemers ziet liever een verzamelcontainer in de wijk komen voor deze fractie. Bij de deelnemers van de hoogbouw geeft de meerderheid aan een aparte OPK-container in de flat te willen. 27% heeft de voorkeur voor een OPK-verzamelcontainer in de wijk.
7. Milieustraat
7.2 Circulair ambachtscentrum
7.2.1 Stichting Verderest
In bovenstaande hoofdstukken is met name aandacht uitgegaan naar het fijn huishoudelijke afval. Ook op het gebied van grof restafval erkent de gemeente de noodzaak om meer hergebruik te stimuleren. In 2021 is daarom de samenwerking aangegaan met kringloopwinkel Stichting Verderest. Inwoners kunnen herbruikbare huisraad inleveren bij Verderest. Bij Verderest worden de goederen vervolgens nagekeken, eventueel gerepareerd en daarna verkocht in de kringloopwinkel. Verderest ontvangt hiervoor van de gemeente een jaarlijkse vergoeding van €100,- per ton ingezameld herbruikbare goederen met een maximum van €52.550,- per jaar.
Goederen die bij nader inzien toch niet herbruikbaar/verkoopbaar zijn, kunnen onder bepaalde voorwaarden bij de Cure worden aangeboden voor verdere verwerking.
Bijlage 1. Resultaten inwonersenquête
Hoofdstuk 5.3: Resultaten inwonersenquête restafval
Op het gebied van restafval zijn de inwoners een tweetal vragen gesteld:
1“Stel, we voeren een systeem in waarbij u elke keer dat u uw kliko met restafval aanbiedt, moet betalen. Zo heeft u zelf meer invloed op een gedeelte van de afvalstoffenheffing die u jaarlijks betaalt. Wat vindt u hiervan?”
2“Stel het systeem wordt ingevoerd waarbij u elke keer betaalt voor de restafval kliko, maar u krijgt minder vaak de mogelijkheid om uw afval aan te bieden. We halen dan eens per vier weken het restafval op in plaats van eens per twee weken. Dat drukt de kosten, maar u moet wel meer afval scheiden en langer wachten voordat het restafval wordt opgehaald. Wat vindt u hiervan?”
De inwoners hebben voor het invullen van deze vragen geen uitleg of informatie vanuit de gemeente ontvangen over de voor- en nadelen van een Diftar-systeem.
Uit de resultaten van vraag 1 blijkt dat 67% van de deelnemers het (helemaal) oneens is met de stelling om een Diftar-systeem in te voeren. 19% is het (helemaal) eens met deze stelling. Een totaal van 1865 deelnemers heeft deze vraag beantwoord. Op de vraag of de deelnemers hier verder toelichting op willen geven, zijn van de 858 reacties de volgende 6 antwoorden het vaakste gegeven:
–Dan is er meer kans op zwerfafval (253 keer)
–Dan wordt het nog duurder (219x)
–Dan gaan anderen mijn kliko gebruiken (105 keer)
–Het huidige systeem is prima (78 keer)
+ Dan gaat men beter scheiden (57 keer)
+ Vervuiler moet betalen (39 keer)
De analyse van vraag 2 toont aan dat 82% van de deelnemers het (helemaal) oneens is met de stelling. 11% van de deelnemers geeft aan het (helemaal) eens te zijn met deze stelling. 1870 deelnemers hebben deze vraag beantwoord. 923 deelnemers hebben verdere toelichting gegeven op het antwoord op vraag 2. De meest voorkomende antwoorden zijn:
–Dan gaat de kliko stinken, vooral in de zomer (491 keer)
–De kliko zit nu al vaak vol (157 keer)
–Vier weken is te lang (101 keer)
–Dan is er meer kans op zwerfafval (60 keer)
+ Ik heb niet zoveel afval (45 keer)
Hoofstuk 5.4: Resultaten inwonersenquête tuinafval
Alleen deelnemers die in de laagbouw wonen hebben vragen gekregen over het scheiden van de tuinafval-fractie. De volgende drie vragen hebben betrekking op deze fractie:
1“Hoe belangrijk vindt u het om tuinafval apart te houden?”
2“Hoe makkelijk of moeilijk vindt u het om tuinafval apart te houden?”
3“Tuinafval wordt nu eens per twee weken opgehaald het hele jaar door. Stelling: in de winter mag het minder vaak opgehaald worden, als het in de zomer maar vaker gebeurt.”
77% van de deelnemers geeft aan het (heel) belangrijk te vinden om tuinafval apart te houden. 6% geeft aan dit (heel) onbelangrijk te vinden. Op de vraag zijn 1754 reacties gekomen. Hetzelfde deelnemer aantal heeft vraag 2 ingevuld. 91% geeft aan het scheiden van tuinafval (heel) makkelijk te vinden. 3% geeft aan dit (heel) moeilijk te vinden.
Bij vraag 2 is gevraagd aan de deelnemers of er iets zou zijn dat het scheiden van tuinafval makkelijker maakt voor inwoners. Van de 116 reacties zijn de volgende antwoorden het vaakste teruggekomen:
•Het vaker ophalen (22 keer)
•Het snoeiafval ook toestaan in de bladkorven (16 keer)
•Het meer en langer plaatsen van de bladkorven (14 keer)
•De optie om een grotere kliko te kiezen (13 keer)
•Het gratis inleveren bij milieustraat (10 keer)
•Het huidige systeem werkt prima zo (9 keer)
1756 deelnemers hebben een antwoord gegeven op vraag 3. 58% geeft aan het (helemaal) eens te zijn met de stelling om de inzamelfrequentie aan de seizoenen te koppelen. 24% geeft aan het (helemaal) oneens te zijn. 557 deelnemers hebben extra toelichting gegeven op hun antwoord op de stelling. Veel voorkomende reacties zijn:
+ In de zomer is er meer tuinafval (151 keer)
–In de winter is er ook veel (blad)afval (127 keer)
+ In de zomer heb je meer last van stank en ongedierte (78 keer)
+ Etensresten veroorzaken stankoverlast na twee weken (67 keer)
+ Tweewekelijks is te weinig in de zomer (34 keer)
Resultaten inwonersenquête GFE
Zowel de laagbouw als de hoogbouw zijn ondervraagd op het gebied van GFE (etensresten). De laagbouw kan momenteel de GFE-fractie gescheiden aanbieden in de GFT-minicontainer. Voor de hoogbouw is nog geen optie tot het gescheiden aanbieden. De volgende vragen zijn gesteld met betrekking tot de GFE-fractie:
1“Hoe belangrijk vindt u het om etensresten apart te houden van het restafval?”
2“Hoe makkelijk of moeilijk vindt u het om etensresten apart te houden van het restafval?”
3“Momenteel worden etensresten in de GFT-bak ingezameld. Toch belandt nog een gedeelte van de etensresten bij het restafval. Wij willen toe naar een systeem waarbij de etensresten beter gescheiden worden. Wat zou hiervoor uw voorkeur hebben?” Deze vraag is alleen gesteld aan deelnemers van de laagbouw.
4“Vanaf volgend jaar moeten etensresten apart ingezameld gaan worden. Wat zou hiervoor uw voorkeur hebben?” Deze vraag is alleen gesteld aan deelnemers van de hoogbouw.
GFE scheiden in de laagbouw
Van de 1814 reacties op vraag 1 geeft 46% van de deelnemers in de laagbouw aan het scheiden van etensresten (heel) belangrijk te vinden. 30% geeft aan dit (heel) onbelangrijk te vinden. Hetzelfde aantal deelnemers heeft vraag 2 ingevuld. 51% geeft aan het scheiden van etensresten (heel) makkelijk te vinden, terwijl 32% aangeeft dit (heel) moeilijk te vinden. Op de vraag of er iets is dat deelnemers kan helpen bij het makkelijker scheiden van GFE zijn 188 reacties gekomen. De volgende antwoorden kwamen het vaakst voor:
•Het vaker ophalen (50 keer)
•Een klein bakje in de keuken (41 keer)
•Speciale zakjes (34 keer)
•Iets tegen de stank (18 keer)
•Een (aparte) kleinere kliko (8 keer)
Op vraag 3 hebben 1789 deelnemers gereageerd. 60% geeft aan het huidige systeem met de GFT-bak te willen behouden. 20% zou het systeem van de pilot voor de hoogbouw ook in de laagbouw willen. En 9% geeft aan een extra minicontainer te willen voor het GFE-afval. Van de 342 deelnemers die extra toelichting hebben gegeven, geven 69 deelnemers aan niet nog een container te willen. 51 verzoeken om het te laten zoals het nu is.
GFE scheiden in de hoogbouw
38% van de 162 deelnemers in de hoogbouw geeft aan het scheiden van etensresten (heel) belangrijk te vinden. 37% geeft aan dit (heel) onbelangrijk te vinden. Van de 162 geeft 25% aan het scheiden van etensresten (heel) makkelijk te vinden. 61% geeft aan dit (heel) moeilijk te vinden. Momenteel wordt het gescheiden inzamelen van GFE in de hoogbouw ook nog niet georganiseerd.
Op de vierde vraag hebben 160 deelnemers van de hoogbouw gereageerd. 46% ziet de pilot graag verder uitgebreid worden naar alle appartementencomplexen. 18% ziet liever een aparte verzamelcontainer in de wijk, en 25% zou graag een aparte container in de flat hebben. De meeste toelichtingen op de vraag hebben betrekking op het gebrek aan ruimte (11 keer), stankoverlast (11 keer) en inwoners die niet altijd ver naar een verzamelcontainer kunnen lopen (6 keer).
Hoofdstuk 5.5: Resultaten inwonersenquête PBD
Een drietal vragen is gesteld aan de deelnemers met betrekking tot de inzameling van PBD. Ook voor deze afvalstroom geldt dat de deelnemers is gevraagd hoe (on)belangrijk zij het scheiden van deze stroom vinden en hoeveel moeite zij hiermee hebben. Als derde vraag is de volgende stelling gesteld: “Stelling: Ik ben bereid om eventueel een klein bedrag extra te betalen voor afvalinzameling als dit betekent dat ik plastic, blik en drankpakken weer bij het restafval mag stoppen. Het wordt dan bij de afvalinzamelaar apart gesorteerd.”
Van de 1887 antwoorden geeft 68% aan het (heel) belangrijk te vinden om PBD te scheiden. 19% geeft aan dit (heel) onbelangrijk te vinden. Van hetzelfde aantal deelnemers geeft 47% aan het (heel) makkelijk te vinden om de afvalfractie te scheiden. 42% laat weten dit (heel) moeilijk te vinden. Van de 635 deelnemers die extra toelichting hebben gegeven op de vraag of er iets kan helpen om de fractie beter te scheiden, zijn de volgende antwoorden het vaakst naar voren gekomen:
1Het PBD-afval ophalen aan huis (299 keer)
2Gratis zakken verstrekken (161 keer)
3Een aparte PBD kliko aan huis (106 keer)
4Meer inleverpunten (48 keer)
5Meer duidelijkheid over wat wel/niet in het PBD afval mag (25 keer)
Op de stelling hebben ook 1887 deelnemers gereageerd. Slechts 19% geeft aan (helemaal) eens te zijn. 70% van de deelnemers geeft aan niet een extra klein bedrag voor de nascheiding van PBD te willen betalen. 678 deelnemers hebben extra toelichting gegeven op de stelling. De meest voorkomende antwoorden zijn:
–We betalen al genoeg (303 keer)
–Kleine moeite om het zelf te scheiden (115 keer)
+ Dan gaat scheiden waarschijnlijk beter (33 keer)
–Vooraf scheiden is efficiënter (31 keer)
+ Ligt aan het bedrag (25 keer)
+ Makkelijker voor mij (19 keer)
Hoofdstuk 5.6: Resultaten inwonersenquête OPK
Net als voor de voorgaande afvalstromen zijn de deelnemers op het gebied van OPK gevraagd naar hun mening over de huidige inzamelstructuur. Daarnaast zijn de deelnemers gevraagd naar alternatieve OPK-inzamelmethoden via de vraag: “Oud papier wordt nu opgehaald in dozen op straat. Dit willen wij veranderen. Waar gaat uw voorkeur naar uit?" De deelnemers uit de laagbouw kregen bij deze vraag de volgende keuzemogelijkheden: “kliko aan huis”, “container in de wijk”, “anders, namelijk:”. Voor de hoogbouw is de optie “kliko aan huis” veranderd in “container in de flat".
Bij zowel deelnemers uit de laagbouw (1780) als hoogbouw (159) gaf het merendeel aan het scheiden van OPK (heel) belangrijk te vinden (87% en 83% respectievelijk). Bij de laagbouw vindt 93% het scheiden van OPK (heel) makkelijk, in de hoogbouw ligt dit percentage op 83%.
Van de 1760 laagbouw deelnemers die de derde vraag hebben ingevuld, geeft 45% aan een extra kliko aan huis te willen. 25% ziet liever een verzamelcontainer in de wijk. Van de 447 deelnemers die voor de “anders” optie hebben gekozen, zien 401 het liefst geen verandering in de inzameling. Bij de hoogbouw hebben 156 deelnemers een antwoord gegeven op deze vraag. 55% ziet het liefst een OPK-container in de flat komen, en 27% heeft liever een verzamelcontainer in de wijk. Ook hier is het verzoek om bij het huidige systeem te blijven het meest ingevulde antwoord bij de optie “anders".
Bijlage 2. Lijst met gebruikte afkortingen
CAC
Circulair Ambachtscentrum
Diftar
Gediferentieerde tarieven
EU ETS
European Emission Trading System
GFE
Groente, Fruit en Etensresten
GFT
Groente, Fruit en Tuinafval
GFT/E
Groente, Fruit en Tuinafval/ Etensresten
GR
Gemeenschappelijke Regeling
fHRA
fijn Huishoudelijk Restafval
HHA
Huishoudelijke Afvalstoffen
KRA
Kaderrichtlijn Afvalstoffen
LAP
Landelijk Afvalbeheersplan
OPK
Oud Papier en Karton
PBD
Plastic, Blik en Drankverpakkingen
SUP
Single-Use Plastics directive
UPV
Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid
VANG
Van Afval Naar Grondstof