Aanhef
Inleiding
Ingevolge de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is voor het maken en veranderen van een uitweg een vergunning van het college van burgemeester en wethouders vereist.
In artikel 6:3 lid 1 APV staat dat het zonder vergunning verboden is:
–een uitweg te maken naar de weg:
–van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg;
–veranderingen aan te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
In de APV staan in artikel 6:3 lid 2 de criteria op basis waarvan een aanvraag voor het maken of veranderen van een uitweg naar de openbare weg beoordeeld dient te worden.
De vergunning (als bedoeld in het eerste lid) kan worden geweigerd in het belang van:
a.de bruikbaarheid van de weg;
b.het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
c.de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
d.de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.
Er bestaat binnen de gemeente behoefte aan uitleg en een nadere invulling van deze weigeringsgronden. Deze beleidsregel voorziet daarin, en bevordert eenduidige besluitvorming (consistentie) en biedt de aanvrager vooraf inzicht in de uitgangspunten die worden gehanteerd bij vergunningaanvragen met betrekking tot uitwegen.
Toepassingsbereik
Deze beleidsregel is van toepassing op aanvragen voor omgevingsvergunning voor het maken, veranderen en gebruiken van uitwegen als bedoeld in artikel 6:3 APV.
Voor uitwegen die aansluiten op provinciale wegen vraagt de gemeente advies bij de provincie. Bij tegenstrijdigheden tussen dit beleid en het advies van de provincie gaat het provinciale advies voor.
Het kan zijn dat ook andere toestemmingen noodzakelijk zijn, die in praktische zin een relatie hebben met de uitweg, zoals toestemming voor het kappen van een boom, een aanlegvergunning vanwege verhardingen of toestemming van het waterschap. Dit betreft regelgeving betreft vanuit andere invalshoeken, deze beleidsregel ziet hier niet op toe.
Deze beleidsregel is van toepassing op aanvragen omgevingsvergunning voor een uitweg die zijn ingediend na inwerkingtreding van deze beleidsregel.
Definities
Een uitweg, ook wel inrit, uitrit of oprit genoemd, is de openbare ruimte die dienst doet als aansluiting voor rijdend wegverkeer vanaf een particulier erf op de openbare weg. De aansluiting van een voet- of tuinpad van eigen perceel op de openbare weg/trottoir is geen uitweg. Daarop zijn deze beleidsregels dan ook niet van toepassing.
Feitelijk gaat het dus om de toestemming die nodig is om met een (motor)voertuig naar een perceel te gaan, waarbij in veel gevallen aanpassing van de openbare ruimte noodzakelijk is.
Maar er zijn ook voorbeelden waarbij de uitweg niet aangelegd hoeft te worden en/of fysiek waarneembaar is in het straatwerk. Zo is er bij gelijkvloerse aansluitingen (zoals grindbermen of andere verhardingen) ook sprake van een uitweg als de ruimte gebruikt wordt als in- en uitgang zoals hierboven beschreven. Ook in die gevallen is er een vergunning vereist voor het gebruik maken van de weg als uitweg.
Criteria voor weigering van uitwegvergunningen