Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit 2e herziening - Gemeente Valkenswaard

Gemeente Valkenswaard · geldt sinds 19 februari 2025

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.5 Wettelijke kader en reikwijdte van de beleidsregel

1.5.1. Wettelijk kader

Het omgevingsplan is met de inwerkingtreding van de Omgevingswet het planologisch regime waaraan nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en verzoeken worden getoetst. In het omgevingsplan worden regels gesteld over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan bevat voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Zo staat hierin bijvoorbeeld aangegeven waar kan worden gebouwd, met welke afmetingen en hoe percelen en gebouwen mogen worden gebruikt.

Wanneer een activiteit (bouwplan of gebruikswijziging) niet valt onder de mogelijkheden voor vergunningvrij bouwen (Artikel 2.15f Besluit bouwwerken leefomgeving en artikel 22.36 bruidsschat omgevingsplan) en in strijd is met de regels in het omgevingsplan, kan met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit worden afgeweken van het omgevingsplan. Hiervoor bestaan twee varianten, indien er:

1Sprake is van een activiteit waarvoor het omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar het is volgens de beoordelingsregels niet mogelijk de vergunning te verlenen;

2Sprake is van een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan.

Het verlenen van een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is geen verplichting, maar een bevoegdheid van het bevoegd gezag (het College van burgemeester en wethouders). Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit gelden de beoordelingsregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) (artikelen 8.0 - 8.0e van het Bkl). En, voor de eerstgenoemde variant tevens de beoordelingsregels in het omgevingsplan. Het bevoegd gezag mag een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit alleen verlenen met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl). Hiervan is geen sprake wanneer de activiteit in strijd is met de omgevingsvisie, programma's of ander relevant gemeentelijk beleid.

Op grond van artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan een bestuursorgaan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een aan het bestuursorgaan toekomende bevoegdheid, zoals de bevoegdheid om af te kunnen wijken van het omgevingsplan.

1.5.2. Reikwijdte beleidsregels buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Dit beleidskader bevat beoordelingsregels voor de categorieën van gevallen die voorheen waren opgenomen in artikel 4 van Bijlage II van het Bor. Het gaat daarbij om veel voorkomende kleine ruimtelijke ontwikkelingen of bestaande situaties zoals het bouwen van een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan, etc. (zie hoofdstuk 4 voor de specifieke categorieën).

1.5.3. Hulpgebouwen

Aanvullend voegen wij in hoofdstuk 4 een nieuwe categorie toe, nl. hulpgebouwen. Met de invoering van de Omgevingswet zijn de rijksregels voor deze activiteiten komen te vervallen en is het aan de gemeente zelf om te bepalen of zij al dan niet medewerking wil verlenen. En zo ja, onder welke voorwaarden. Het besluit om al dan niet een omgevingsvergunning te verlenen dient altijd gemotiveerd te worden. Om die reden is het wenselijk een beleidsregel op te stellen, zodat het voor inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en medewerkers vooraf duidelijk is in welke gevallen medewerking kan worden verleend en voorkomen wordt dat ad hoc op bepaalde verzoeken wordt gereageerd.

1.5.4. Beleidskader Hulpgebouwen

In de gemeente Valkenswaard zijn in het verleden veel schuilhutten, hulp- en verenigingsgebouwen (hulpgebouwen) gerealiseerd. Het oprichten van dergelijke gebouwen werd in vorige bestemmingsplannen toegelaten. Om verdere verstoring van het ruimtelijke karakter van het buitengebied te voorkomen zijn de regels voor dergelijke gebouwen veel strenger geworden. In het vigerende bestemmingsplan Buitengebied 2 is het oprichten van dergelijke hulpgebouwen niet meer mogelijk tenzij dat binnen vastgestelde bouwvlakken mogelijk is gemaakt.

In Valkenswaard zijn nog vele hulpgebouwen zonder vergunning en vallen onder de overgangsbepalingen van eerder vastgestelde bestemmingsplannen. Om geen uitgebreide vergunningsprocedure te hoeven doorlopen worden deze hulpgebouwen ook in dit document opgenomen.

De uitgangspunten voor deze hulpgebouwen hebben uitsluitend betrekking op het hobbymatig houden van dieren en het consolideren van het recht met betrekking tot bestaande bebouwing en het gebruik ervan. Dit komt voort uit het toegepaste beleid wat in bestemmingsplan Buitengebied (2013) is vastgesteld.

Hoofdstuk 4 Specifieke afwegingscriteria

4.1. De specifieke categorieën en de daarbij behorende specifieke afwegingscriteria zijn:

4.1.1. Het realiseren van een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan binnen de bebouwde kom, zoals weergegeven in bijlage 1.

Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van het realiseren van een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan binnen de bebouwde kom, zoals weergegeven in bijlage 1, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:

a.Het aantal woningen blijft gelijk, tenzij het huisvesting betreft ten behoeve van mantelzorg;

b.Het totaal aan vierkante meter bijbehorende bouwwerken op het zij- en/of achterperceel bedraagt niet meer dan anderhalf keer de op grond van het omgevingsplan maximaal toegestane aantal vierkante meter, met een maximum van 225 m2

4.1.2. Het realiseren van een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan buiten de bebouwde kom

Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van het realiseren van een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan buiten de bebouwde kom, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:

a.Het aantal woningen blijft gelijk, tenzij het huisvesting betreft ten behoeve van mantelzorg;

b.Het totaal aan vierkante meter bijbehorende bouwwerken op het zij- en/of achterperceel bedraagt niet meer dan anderhalf keer de op grond van het omgevingsplan maximaal toegestane aantal vierkante meter, met een maximum van 225 m2;

c.Het gehele bouwwerk wordt voldoende landschappelijk ingepast, waarbij minimaal wordt voldaan aan de Handreiking landschappelijke inpassingen (en zijn opvolgers).

4.1.3. Een gebouw binnen de onderstaande categorieën

Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van het legaliseren van een bestaand hulpgebouw mits:

a.wordt voldaan aan de instructieregels van het Rijk uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de regels uit de TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant;

Noot: t.a.v. de hulpgebouwen gelden hier in het bijzonder de artikelen 5.7, 5.8,5.30, eerste lid,5.33, eerste lid en 5.59, sub b van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.

b.het een bestaand hulpgebouw (HG76) betreft;

1ontstaan of opgericht vòòr 27 augustus 1976;

2met bestaande oppervlakte en hoogtematen op datum in lid 1;

3op de oorspronkelijke plaats/locatie of clustering met nabijgelegen bestaande hulpgebouwen;

4voor bestaand aangetoond gebruik op datum in sub lid 1 (dagrecreatie of verblijfsrecreatie);

5permanente bewoning is niet toegestaan.

c.Een bestaand hulpgebouw (HG98) betreft;

1ontstaan of opgericht na 27 augustus 1976 maar vòòr 22 april 1998;

2met de bestaande maximale oppervlakte, of maximale oppervlakte van 30 m2, een maximale bouwhoogte van 3 meter en goothoogte van 2,5 meter;

3op de oorspronkelijke plaats/locatie, of;

4indien clustering of verplaatsing van nabijgelegen bestaande hulpgebouwen gelden de volgende voorwaarden:

a.de bebouwing aan de straatzijde wordt gesitueerd;

b.de bebouwing op minimaal 2 meter uit de perceelsgrens en in de hoek van het perceel wordt gesitueerd;

5met beplanting ingepast;

6permanente bewoning is niet toegestaan.

d.Een bestaand gebouw ten behoeve van verenigingsleven (HG ver.) ontstaan of opgericht vòòr 22 april 1998;

1met bestaande oppervlakte en hoogtematen op datum in sub lid 1;

2alleen voor gebruik ten behoeve van verenigingsleven (of gelijkwaardig gebruik);

3met beplanting ingepast;

4permanente bewoning is niet toegestaan.

4.1.4. Een gebouw ten behoeve van infrastructurele of openbare voorziening

Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van een gebouw bestemd voor een infrastructurele of openbare voorziening zoals bedoeld in artikel 2.29 onder p van het Besluit bouwwerken leefomgeving, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:

a.Het gebouw is niet hoger dan 5 meter, en;

b.De oppervlakte is niet meer dan 50 m2.

4.1.5. Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een bouwwerk

Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:

a.Erfafscheidingen niet hoger dan 3 meter;

b.Andere bouwwerken, geen gebouw zijnde, met uitzondering van overkappingen,

1zijn niet hoger dan 10 meter, en;

2de oppervlakte bedraagt niet meer dan 30 m2.

4.1.6. Een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte

Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van:

a.Een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw;

b.Een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw;

c.De uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard;

d.Voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw.

4.1.7. Een antenne-installatie

Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van een antenne-installatie, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:

a.De installatie is niet hoger dan 40 meter;

b.De aanvraag is goedgekeurd op grond van het jaarlijks ingediende plaatsingsplan.

4.1.8. Een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling

Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekoppeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van de Elektriciteitswet 1998.

4.1.9. Een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren

Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een krachtens dat artikellid omschreven bewerkingsprocedé dat zie op het vergisten van tenminste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procedé genoemde nevenbestanddelen.

4.1.10. Het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied

Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied, mits:

a.de activiteit betrekking heeft op openbaar gebied;

b.het eindresultaat als niet-ingrijpend kan worden aangemerkt.

4.1.11. Wijziging van gebruik binnen de bebouwde kom

Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits per geval wordt voldaan aan de bijbehorende eisen:

Ten aanzien van deze gevallen gelden de volgende criteria:

a.Een aan huis gebonden, dienstverlenend beroep of aan-huis-verbonden bedrijf is toegestaan, mits:

1dit beroep of bedrijf wordt uitgeoefend door de bewoner van de betreffende woning;

2de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd wordt: dit betekent dat de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin de primaire functie moet blijven;

3het gebruik geen publieksgericht karakter heeft;

4bij de uitoefening van de beroepen van schoonheidsspecialist(e), mani- en/of pedicure en kapper/kapster sprake is van ten hoogste 2 arbeidsplaatsen;

5geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van het aan-huis-verbonden beroep.

b.Internetverkoop als nevenactiviteit, mits:

1de vloeroppervlakte maximaal 35 m2 bedraagt (met inbegrip van bijbehorende bouwwerken);

2degene die de bedrijfsvoering uitvoert, tevens de bewoner van de woning is;

3geen showroom, etalage of andersoortige winkelopstelling gerealiseerd wordt;

4in het verlengde van hetgeen onder 3 ook geen fysiek bezoek door klanten toegestaan is;

5het assortiment alleen te bezichtigen is langs digitale weg of in een catalogus;

6levering van producten alleen plaatsvindt via post of koeriersdiensten.

c.Bed & breakfast, mits:

1het aantal slaapkamers maximaal 2 bedraagt, met een maximum van 4 slaapplaatsen in totaal;

2degene die de bedrijfsvoering uitvoert, tevens de bewoner van de woning is;

3de kamers van de bed & breakfast niet als zelfstandige wooneenheden functioneren;

4het gebruik geen afbreuk doet aan het woonkarakter van de buurt; dit betekent dat de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin de primaire functie moet blijven.

d.Wonen, mits;

1het maximaal 11 wooneenheden betreft;

2er geen sprake is van zelfstandig wonen in de tweede lijn;

3voldaan wordt aan de eisen voortvloeiend uit de van toepassing zijnde beleidsstukken zoals het Woningbouwprogramma, de Omgevingsvisie, het Masterplan Centrum, etc.

e.Afhaalpunt, mits:

1er binnen een straal van 500 meter geen ander afhaalpunt aanwezig is;

2het afhaalpunt gelegen is binnen de bebouwde kom zoals opgenomen in bijlage 1;

3er geen aan-huis-verbonden beroep of bedrijf aanwezig is;

4de vloeroppervlakte voor de opslag van de pakketten niet meer bedraagt dan 35m2;

5degene die het afhaalpunt uitbaat, tevens de bewoner van de woning is;

6er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het woon- en leefklimaat;

7het gebruik van de afwikkeling van het verkeer niet nadelig beïnvloed wordt en niet tot een onaanvaardbare parkeerdruk leidt;

8de reclame-uitingen voldoen aan de Nota Ruimtelijke Kwaliteit, of diens opvolgers; en

9de openingstijden van het afhaalpunt zich beperken van maandag tot en met vrijdag 09:00 uur tot 20:00 uur en op zaterdag van 12:00 tot 18:00 uur.

f.Logiesfunctie voor werknemers of opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen worden gezien de mogelijk zeer specifieke situatie per geval beoordeeld.

g.Andere niet eerdergenoemde gebruikswijzigingen, mits;

1het gebruik geen onevenredige afbreuk doet aan het (woon)karakter van de buurt of wijk;

2bedrijven enkel zijn toegestaan in milieucategorie 1 en/of 2, mits opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten behorende bij het ter plaatse vigerende omgevingsplan;

3de wijziging in beginsel enkel is toegestaan wanneer deze passend is volgens het op de specifieke wijziging van toepassing zijnde beleid (bijvoorbeeld op het gebied van horeca, recreatie, kansspelen, etc.)

4voor wijzigingen met een bruto vloeroppervlakte (bvo) > 1.500 m2 is tevens hoofdstuk 5, paragraaf 3 van dit beleid van toepassing.

4.1.12. Wijziging van gebruik buiten de bebouwde kom

Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits per geval wordt voldaan aan de bijbehorende eisen:

Ten aanzien van deze gevallen gelden de volgende criteria:

a.Logiesfunctie voor werknemers of opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen worden gezien de mogelijk zeer specifieke situatie per geval beoordeeld.

4.1.13. Tijdelijk ander gebruik van gronden of bouwwerken

Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van het andersoortig gebruik dan bestemd van gronden of bouwwerken als bedoeld in de artikelen 4.1 tot en met 4.11 van deze beleidsregel, voor een termijn van ten hoogste tien jaar. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:

a.Gelet op het feit dat deze gevallen zeer uiteenlopende en specifieke situaties kunnen betreffen, wordt voor deze categorie per geval beoordeeld en getoetst aan het van toepassing zijnde beleid.

b.Het is van belang dat er geen sprake is van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ in de zin van de milieu-effectenrapportage, op basis waarvan een afweging gemaakt dient te worden ten aanzien van de volgende aspecten:

1impact/uitstraling op de omgeving (bezien ten opzichte van huidige functie);

2schaalgrootte (bezien in relatie tot de aard van en dynamiek met de omgeving);

3hergebruik van (leegstaand) vastgoed. Hiervoor kan, waar van toepassing, aansluiting worden gezocht bij de voorwaarden zoals genoemd in artikel 4.1.11;

c.Er moet aannemelijk gemaakt worden dat er geen sprake is van onomkeerbare gevolgen.

d.Op dit artikel is hoofdstuk 5, paragraaf 3 van dit beleid van toepassing.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.