Aanhef
De raad van de gemeente Valkenburg aan de Geul;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 21 oktober 2025;
gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 225 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening Valkenburg aan de Geul 2026;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
De verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen Valkenburg aan de Geul 2026.
Artikel 1 Definities
Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a.parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;
b.houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven;
c.parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;
d.motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990;
e.centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Valkenburg aan de Geul een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of een ander communicatiemiddel;
f.autodelen: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan een huishouden.
Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen geheven:
a.een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;
b.een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.
Artikel 3 Belastingplicht
1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.
2Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:
a.degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;
b.zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat
I. als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd;
II. als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.
3De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.
4De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.
Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak
In dit artikel wordt verstaan onder:
a.kalenderdag: periode van 00.00 uur tot 24.00 uur
b.maand: een kalendermaand
c.jaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december
1Betaald-parkeergebieden en tarieven betaald parkeren
1.1. Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt:
Parkeerterrein/straat
Uurtarief
Dagtarief (24 uur)
Gedurende
Walramplein
€ 4,00
In afwijking van het vermelde uurtarief van € 4,00 voor dit gebied bedraagt het tarief voor de eerste 60 minuten € 0,00 indien het kenteken is/wordt aangemeld via parkeerapparatuur en/of door middel van het al dan niet elektronisch in werking stellen van parkeerapparatuur via een telefoon of ander communicatiemiddel
Niet van toepassing
Gehele jaar
Koningswinkelstraat I, Koningswinkelstraat II, Neerhem, Daalhemerweg, Plenkertstraat I, Plenkertstraat II en Berkelplein
€ 3,00
In afwijking van het vermelde uurtarief van € 3,00 voor dit gebied bedraagt het tarief voor de eerste 60 minuten € 0,00 indien het kenteken is/wordt aangemeld via parkeerapparatuur en/of door middel van het al dan niet elektronisch in werking stellen van parkeerapparatuur via een telefoon of ander communicatiemiddel
Niet van toepassing
Gehele jaar
Cauberg, Odapark I, Odapark II, Aan de Polfermolen, Par’Course I, Spoorlaan, Burgmeester Henssingel
€ 2,00
In afwijking van het vermelde uurtarief van € 2,00 voor dit gebied bedraagt het tarief voor de eerste 60 minuten € 0,00 indien het kenteken is/wordt aangemeld via parkeerapparatuur en/of door middel van het al dan niet elektronisch in werking stellen van parkeerapparatuur via een telefoon of ander communicatiemiddel
€ 12,00
Gehele jaar
Geulpark, Par’Course II, Nieuweweg (vanaf ingebruikname)
€ 1,00
In afwijking van het vermelde uurtarief van € 1,00 voor dit gebied bedraagt het tarief voor de eerste 60 minuten € 0,00 indien het kenteken is/wordt aangemeld via parkeerapparatuur en/of door middel van het al dan niet elektronisch in werking stellen van parkeerapparatuur via een telefoon of ander communicatiemiddel
€ 6,00
Gehele jaar
1.2 Het tarief voor het parkeren van touringcars tijdens Kerststad Valkenburg bedraagt:
Locaties touringcar parkeren
Tarief
Gedurende
Periode
Odapark II (Pr. Margrietlaan), Cauberg en Beekstraat 13-15
€ 25,00
Per kalenderdag
Jaarlijks vanaf 1 november tot en met 15 januari
2Parkeren vergunninghouders en tarieven vergunningen
Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, bedraagt:
A. Parkeervergunning voor het parkeren op parkeerapparatuurplaatsen
Vergunning
Tarief
Gedurende
Ring-centrum
€ 70,00
per maand of gedeelte hiervan
Rand-centrum
€ 35,00
per maand of gedeelte hiervan
Polfercenter
€ 4,00
per maand of gedeelte hiervan
4-uurs bezoekersvergunning Polfercenter
€ 1,00
per stuk
B. Bewonersparkeervergunning
Sector
Tarief
Gedurende
Centrum Oost
1ebewonersvergunning
2eof volgende bewonersvergunning
€ 0,00
€ 75,00
per jaar of gedeelte hiervan
Centrum West
1ebewonersvergunning
2eof volgende bewonersvergunning
€ 0,00
€ 75,00
per jaar of gedeelte hiervan
Oosterbeemd
1ebewonersvergunning
2eof volgende bewonersvergunning
€ 0,00
€ 75,00
per jaar of gedeelte hiervan
Broekhem noord
1ebewonersvergunning
2eof volgende bewonersvergunning
€ 0,00
€ 25,00
per jaar of gedeelte hiervan
Broekhem zuid
1ebewonersvergunning
2eof volgende bewonersvergunning
€ 0,00
€ 25,00
per jaar of gedeelte hiervan
Hekerbeek
1ebewonersvergunning
2eof volgende bewonersvergunning
€ 0,00
€ 25,00
per jaar of gedeelte hiervan
Ventweg Nieuweweg
1ebewonersvergunning
2eof volgende bewonersvergunning
€ 0,00
€ 25,00
per jaar of gedeelte hiervan
Station
1ebewonersvergunning
2eof volgende bewonersvergunning
€ 0,00
€ 75,00
per jaar of gedeelte hiervan
Centrum
1ebewonersvergunning
2eof volgende bewonersvergunning
€ 0,00
€ 75,00
per jaar of gedeelte hiervan
Daalhemerweg
1ebewonersvergunning
2eof volgende bewonersvergunning
€ 0,00
€ 25,00
per jaar of gedeelte hiervan
Nieuweweg
1ebewonersvergunning
2eof volgende bewonersvergunning
€ 0,00
€ 25,00
per jaar of gedeelte hiervan
C. Bezoekersparkeervergunning
Sector
Tarief
Bezoekersparkeertegoed
Alle sectoren
€ 0,10 per uur
Het maximale tegoed per jaar bedraagt € 70,00.
D. Werkgevers- en werknemersparkeervergunning
Vergunning
Tarief
Gedurende
Werkgevers- en werknemersparkeervergunning
€ 24,00
Per maand of gedeelte hiervan
E. Werkparkeervergunning
Vergunning
Tarief
Gedurende
Werkparkeervergunning onbeperkte duur
€ 80,00
per jaar of een gedeelte daarvan
Werkparkeervergunning beperkte duur
€ 9,00
per kalenderdag
Artikel 5 Vrijstelling
Houders van een geldige gehandicaptenparkeerkaart zijn vrijgesteld van betaling van de parkeerbelasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mits deze geheel zichtbaar achter de voorruit is aangebracht, zodanig dat deze vanaf de buitenkant van het motorvoertuig te lezen is. Deze vrijstelling geldt niet voor parkeren “achter de slagboom”.
Artikel 6 Wijze van heffing
1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt:
a.het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.
b.het bij aanvang van het parkeren inbellen op een centrale computer op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.
2De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.
3De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, meer specifiek onder artikel 4, lid 1, onderdeel 1.2, wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
4Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd of waarvoor de vergunning geldt worden opgegeven.
Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld
1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.
2De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
Artikel 8 Termijnen van betaling
1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.
2In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen twee maanden na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.
3De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend;
4Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
5De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, meer specifiek onder artikel 4, lid 1, onderdeel 1.2 moet in afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 worden betaald binnen 5 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.
6De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de termijn die in het vijfde lid is gesteld.
Artikel 9 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen
De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2 mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.
Artikel 10 Bevoegdheid tot gebruik wielklem en wegsleepregeling
1Tot zekerheid van de betaling van een naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, kan aan het voertuig ook een wielklem worden aangebracht.
2Het college wijst bij openbaar te maken besluit in alle gevallen de terreinen en weggedeelten aan waar de wielklem wordt toegepast.
3Indien na het aanbrengen van de wielklem 24 uren zijn verstreken kan het motorvoertuig naar een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen plaats worden overgebracht en in bewaring worden gesteld.
Artikel 11 Kosten
1De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 82,00.
2De kosten van het aanbrengen en van het verwijderen van de wielklem en de kosten voor de overbrenging en bewaring kunnen door het college, bij openbaar te maken besluit, worden vastgelegd.
3Het bedrag van de ingevolge het tweede lid in rekening te brengen kosten wordt bij voor bezwaar vatbare beschikking vastgesteld.
Artikel 12 Kwijtschelding
De regelgeving inzake de kwijtschelding is vastgelegd in de Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen.
Artikel 13 Overgangsrecht
De ‘Parkeerbelastingverordening 2025’ vastgesteld bij raadsbesluit van 31 maart 2025 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 14 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 15 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als ‘Parkeerbelastingverordening Valkenburg aan de Geul 2026’.