Aanhef
A. Grondslag
Burgemeester en wethouders hebben de bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning/Bopa. Om die reden ligt de bevoegdheid tot het vaststellen van een beleidsregel over toepassing van die bevoegdheid eveneens bij hen.
De grondslag voor deze beleidsregel is de Omgevingswet. In deze beleidsregel geven wij aan hoe gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid tot toepassing van artikel 5.1 lid 1 onder a Omgevingswet, de Buitenplanse Omgevingsplan activiteit (Bopa).
B. Toepassing
Deze beleidsregel is van toepassing op initiatieven inzake de huisvesting van arbeidsmigranten in andere typen bebouwing, dan woningen en agrarische bebouwing. Inzake het begrip ‘arbeidsmigranten’ hanteren wij de definitie, zoals opgenomen in de Wet goed verhuurderschap.
Huisvesting van twee of meer arbeidsmigranten in een reguliere woning is niet toegestaan. Een groep arbeidsmigranten vormt namelijk geen huishouden als bedoeld in het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan laat maar één huishouden per woning toe. Gaat het om een arbeidsmigranten-koppel of gezin dan is huisvesting op grond van het bestemmingsplan dus wel toegestaan (1).
Het huisvesting van de tijdelijke arbeidskrachten op agrarische bedrijven is al met een afwijkingsbevoegdheid in het bestemmingsplan geregeld. Dat kent nu een eigen afwegingskader. Bij een volgende herziening wordt dat afwegingskader in deze beleidsregel geïntegreerd.
C. Volgorde exploitatievergunning en Bopa
Voor de activiteit ‘verhuren woonruimte aan arbeidsmigranten’ zijn twee vergunningen nodig:
1een exploitatievergunning op basis van de Verordening. Deze vind haar grondslag in de Wet goede verhuurderschap. Deze verordening treedt in de plaats van de betreffende bepalingen uit de APV, die op grond van deze wet per 1 juli 2024 vervallen;
2een Bopa (zie hierboven onder A), omdat de genoemde activiteit op grond van het omgevingsplan nergens in onze gemeente rechtstreeks is toegestaan.
Deze vergunningen kennen dus ieder een andere wettelijke grondslag, waarbij ten aanzien van bepaalde onderdelen sprake is van een overlap. Slechts als een initiatiefnemer over beide vergunningen beschikt, mag hij de activiteit uitoefenen. Dat komt ook tot uidrukking in de onder 1.2 opgenomen procedure.