Gemeentelijke regelgeving

Woonzorgvisie Gemeente Utrechtse Heuvelrug 2024-2029

Gemeente Utrechtse Heuvelrug · geldt sinds 25 februari 2026

Aanhef

VOORWOORD

We willen dat onze inwoners een woning naar hun gading kunnen vinden binnen de gemeentegrenzen. Dit geldt ook voor kwetsbare urgente woningzoekenden waar we als gemeente een taakstellende opgave voor hebben. Want een dak boven je hoofd is een basisvoorwaarde voor iedereen - van jong tot oud - om een menswaardig leven te kunnen leiden. We vinden het daarbij belangrijk dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen en mee kunnen doen in de samenleving. Extra zorg willen we geven aan mensen met een kwetsbaarheid, of dit nu ouderen of jongeren zijn en of dit nu mensen met een lichamelijke of psychische kwetsbaarheid zijn: we willen hen helpen om in hun vertrouwde omgeving zelfstandig te kunnen blijven wonen met de juiste zorg en ondersteuning.

Met deze Woonzorgvisie onderstrepen wij dit en benoemen wij waar we kansen zien om dit met elkaar vorm te geven. Drie thema’s staan hierbij centraal:

1Het verduurzamen van bestaande woningen

2Het bouwen van nieuwe woningen

3Voldoende zorg en ondersteuning

De rode draad hierbij is het waarborgen van de lange termijn vitaliteit van onze dorpen en de kwalitatieve groene leefomgeving. Voorzieningen als basisscholen, huisarts en apotheek moeten levensvatbaar en aanwezig blijven in onze dorpen en in voldoende mate beschikbaar zijn voor onze inwoners. Hetzelfde geldt voor sociale samenhang met een lange termijn bloeiend sport- en cultureel verenigingsleven, ontmoetingsplaatsen, bibliotheken, wijkcentra en een gevarieerd en passend aanbod van winkels voor dagelijkse en niet-dagelijkse boodschappen in de grotere dorpen. De groene leefomgeving moet voorbereid zijn op het klimaat van morgen waarbij we de biodiversiteit en natuurwaarden behouden en versterken.

In deze Woonzorgvisie kunt u lezen wat wij gaan doen om dit voor elkaar te krijgen, met de steun van en in samenwerking met vele partners, zoals de woningcorporaties, projectontwikkelaars, woningbouwers, zorgorganisaties en natuurlijk samen met ideeën en wensen van onze inwoners!

Op deze manier willen we zorgen dat het fijn wonen is in alle dorpen in onze gemeente, voor zowel jong als oud en ook voor mensen die zorg of een extra steuntje in de rug nodig hebben!

Rob Jorg & Gerrit Boonzaaijer

Wethouders Gemeente Utrechtse Heuvelrug

Woonzorgvisie in één opslag

Prettig wonen en leven in vitale dorpen op de Heuvelrug

Onze ambitie is dat het in vitale dorpen goed wonen is in gemeente Utrechtse Heuvelrug, voor zowel jong als oud. We willen dat onze inwoners hun woonwensen zoveel mogelijk binnen onze gemeentegrenzen kunnen realiseren. We vinden het daarbij belangrijk dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen en mee kunnen doen in de samenleving.

Tot de kern: drie belangrijke thema’s voor de toekomst van gemeente Utrechtse Heuvelrug

Toekomstbestendige voorraad, nieuwbouw met kwaliteit en wonen, zorg en welzijn zijn de drie thema’s die centraal staan in de Woonzorgvisie die voor u ligt. Het creëren van vitale dorpen is daarbij de rode draad en het uitgangspunt. Voor de drie belangrijkste thema’s zijn doelen en acties geformuleerd die hieraan bijdragen. Een samenvatting hiervan staat hieronder.

Samenvatting thema’s en uitgangspunten Woonzorgvisie

Deze Woonzorgvisie sorteert voor op het Volkshuisvestingsprogramma dat per 1 januari 2026 voor gemeenten verplicht is

1Bij inwerkingtrede van de Wet versterking regie volkshuisvesting.

. Onderdeel hiervan is een onderbouwing op het thema wonen, zorg en welzijn. De Woonzorgvisie gaat hier nadrukkelijk op in. Beleidskaders en normen die hiervoor (vanuit verschillende beleidsvelden) belangrijk zijn staan opgesomd in deze visie. De uitwerking van specifieke thema’s (zoals groennormen of de lokale adaptatiestrategie) vindt separaat plaats.

Inleiding

Ambities uit Woonzorgvisie zijn een stip op de horizon…

We hebben als gemeente belangrijke opgaven op het gebied van wonen en zorg. Het hoofddoel van de Woonzorgvisie is daarom: zorgen voor een vitale, inclusieve, duurzame en levensloopbestendige woonomgeving waarin alle inwoners, ongeacht leeftijd, afkomst, inkomen of zorgvraag, comfortabel, betaalbaar en zelfstandig kunnen wonen en waarin zij volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving.

De Woonzorgvisie dient als uitgangspunt en stip aan de horizon voor het woonzorgbeleid op Utrechtse Heuvelrug tot 2029. Het vormt de basis voor:

•Een uitvoeringsprogramma (met acties, maatregelen en instrumenten).

•Afspraken tussen gemeente en andere belanghebbenden (denk aan prestatieafspraken).

•Kaders voor woningmarktpartners (zoals woningcorporaties, projectontwikkelaars en zorg- en welzijnspartijen).

... en zijn tot stand gekomen in een gedragen proces

De Woonzorgvisie is tot stand gekomen door middel van een participatief proces. Bij verschillende stakeholdersessies (vertegenwoordigers van kwetsbare doelgroepen, marktpartijen, zorg- en welzijnspartijen, bewoners, woningcorporaties en interne beleidsvelden van de gemeente) is input voor de nieuwe Woonzorgvisie opgehaald. Deze partijen zijn in een vroeg stadium geconsulteerd om – gevoed door bureauanalyses – een breed en integraal beeld van de lokale opgaven te schetsen. Via interactieve sessies hebben de stakeholders kansen en opgaven voor de Utrechtse Heuvelrug benoemd. Deze hebben als ‘kapstok’ gediend voor de vastgestelde hoofdlijnennotitie en zijn verder uitgewerkt in de ambities en doelen van deze Woonzorgvisie.

Gevolgde processtappen

Omgevingsvisie en woononderzoek Companen als startpunt

We zullen 167 tot 189 woningen per jaar toevoegen

Voor de woningbouwopgave in de Woonzorgvisie zijn de omgevingsvisie en eerder uitgevoerd onderzoek van Companen (2020) het startpunt. In de omgevingsvisie is het streven naar vitale dorpen benoemd als uitgangspunt voor woningbouw. In een tweede rapport van Companen (2021) is in beeld gebracht welk effect verschillende woningbouwscenario’s hebben op de vitaliteit van de dorpen. Deze scenario’s sluiten niet 1-op-1 aan op de beschrijving van vitale dorpen in de omgevingsvisie, maar geven wel richting. Afgaand op de beschrijvingen per scenario doen scenario 2 en 3 het meest recht aan de doelstelling om te bouwen voor vitale dorpen.

Belangrijk is dat in beide scenario’s in alle kernen gebouwd moet worden. Scenario 3 (230 woningen per jaar extra) zet in op het behouden van alle voorzieningen. Dit scenario gaat daarin verder dan de definitie vitaliteit uit de omgevingsvisie en vraagt bovendien veel extra inzet op bereikbaarheid. Scenario 2 (160-180 woningen per jaar) ligt meer in lijn met de richtinggevende aantallen in de omgevingsvisie en de huidige (relatief hoge) bevolkingsontwikkeling in de gemeente. In dit scenario wordt bewust ingezet op het tegengaan van verdringing van starters en dit scenario draagt daarin bij aan een evenwichtigere bevolkingsopbouw in de gemeente. Ook draagt dit scenario bij aan het draagvlak voor vitale functies, maar is voor kleine kernen soms iets extra’s nodig. Zo volgt uit de omgevingsvisie dat in de kleinere dorpen (Maarsbergen en Overberg) minimaal één primaire onderwijsinstelling blijft bestaan en moet in de grotere dorpen het huidige onderwijs behouden blijven. Ook moeten alle niveaus van voortgezet onderwijs beschikbaar blijven in de gemeente. Daarnaast geldt dat basisscholen, winkels en zorg vanaf maximaal 15 minuten lopen of fietsen vanaf de voordeur van onze inwoners bereikbaar moeten zijn en moet er voldoende eerstelijnszorg beschikbaar zijn.

Het precieze aantal woningen is mede afhankelijk van het soort woningen: woningen voor starters en voor senioren hebben een lagere bezettingsgraad dan woningen voor gezinnen. Bij woningen voor starters en voor senioren zijn daarom meer woningen nodig om het beoogde inwoneraantal te bereiken.

Met deze aantallen kan in alle kernen worden gebouwd en geven we invulling aan de ambitie voor vitale dorpen. Bovendien liggen deze aantallen in lijn met de woningbouwaantallen waarover in de regionale woondeal afspraken zijn gemaakt (1.143 extra woningen tot en met 2030). Wat deze gemeentelijke woningbouwopgave betekent voor de opgave per dorp wordt verderop uitgewerkt.

Woonzorgvisie is integraal en overstijgend

De Woonzorgvisie staat niet op zichzelf en reikt ver. De woonzorgopgave gaat namelijk niet alleen over het bouwen van de juiste woningen (naar behoefte en zonder onnodige verstening), maar ook over de benodigde ondersteuning van (zelfstandig wonende) zorgbehoevenden, het beschikbaar maken van bestaande woningen via creatieve oplossingen, doorstroming en over de ambities om bestaande woningen en woongebieden toekomstbestendig, leefbaar en duurzaam te houden of te maken. Dit alles vraagt om een integrale benadering en verbinding met andere beleidsterreinen zoals mobiliteit, duurzaamheid (waaronder ook klimaatadaptatie en biodiversiteit), economie en leefbaarheid. Zodat de verschillende ambities en opgaven van de verschillende terreinen breed gedragen worden.

Van woorden naar daden

Om onze ambities uit de Woonzorgvisie tot uitvoering te brengen, zijn bij ieder thema acties geformuleerd. Deze zijn opgesomd aan het eind van ieder hoofdstuk. Aanvullend daarop stelt het college een dynamisch uitvoeringsprogramma vast waarin is afgebakend wie wanneer aan zet is om een actie op te pakken. Hiermee zorgen we voor een integrale visie waarmee we in samenwerking onze doelen bereiken. Deze visie kunnen we als gemeente namelijk niet alleen realiseren. We hebben hierbij strategisch partnerschap nodig met onze woonpartners, inwoners en regio-gemeenten. In de woondeal is namelijk afgesproken dat de U10 gemeenten de woonzorgopgaven voor aandachtsgroepen regionaal afstemmen. Deze stap moet nog gezet worden. De analyses die hiervoor input zijn, zijn begin 2024 gereed. De haalbaarheid van onze ambities hangt daarnaast af van rijksbeleid zoals het beschikbaar stellen van wetgeving, middelen en subsidies.

Leeswijzer

De Woonzorgvisie begint met een profielschets van de gemeente en een beschrijving van de uitgangspunten voor vitale dorpen. Vervolgens worden de bijbehorende doelen en acties die daaraan bij gaan dragen per hoofdthema 1-voor-1 behandeld:

•Toekomstbestendige bestaande voorraad (hoofdstuk 1)

•Nieuwbouw als kwalitatieve aanvulling (hoofdstuk 2)

•Betekenisvol leven: aandacht voor wonen, zorg en welzijn (hoofdstuk 3)

Steeds worden de vragen beantwoord: wat zien we, wat is onze visie en wat gaan we doen? In de bijlage is een begrippenlijst opgenomen. Separaat aan (maar verbonden met) de Woonzorgvisie wordt het uitvoeringsprogramma opgesteld.

De kracht van de Utrechtse Heuvelrug

Wonen in het groen dicht bij de stad

De gemeente Utrechtse Heuvelrug telt in 2023 ongeveer 50.500 inwoners, verdeeld over zeven dorpen. Driebergen is het grootste dorp met de meeste voorzieningen. De andere zes dorpen (Doorn, Leersum, Amerongen, Maarn, Overberg en Maarsbergen) zijn kleiner. In deze dorpen is meer rust en ruimte te vinden. De aanwezigheid van groen en natuur is kenmerkend voor het karakter van onze gemeente. Alle dorpen grenzen bijvoorbeeld aan het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Daarom zie je, waar je ook kijkt buiten onze dorpen, overal heuvelachtige bossen, uitgestrekte heidevelden, zandverstuivingen en indrukwekkende kastelen en landgoederen. De stad is daarentegen nooit ver weg. Zowel Utrecht als Amersfoort liggen op korte afstand van de Utrechtse Heuvelrug. Het wonen in een bosrijke omgeving nabij de stad maakt de Utrechtse Heuvelrug daarom tot een uniek en populair woon- en verblijfsgebied.

Dorpen in gemeente Utrechtse Heuvelrug

Bron: Stec Groep, 2023.

Divers woonklimaat: ieder dorp zijn eigen identiteit

Er bestaan veel verschillen tussen de dorpen in onze gemeente. In zowel identiteit, sociale samenhang als voorzieningen (Companen, 2021). Zo zijn Driebergen en Doorn vooral in trek bij huishoudens die vanuit de stad komen (veelal stellen van middelbare leeftijd), terwijl Amerongen juist geliefd is bij gezinnen met een hoger inkomen. In Overberg en Leersum is juist sprake van relatief weinig instroom en een sterk lokaal georiënteerde samenleving. Ook het voorzieningenniveau verschilt. Zo zijn inwoners van Overberg en Maarsbergen vooral naar buiten gericht voor voorzieningen. In de overige kernen ligt de focus in eerste instantie op de eigen voorzieningen. Het is ook logisch dat er een verschil zit in het voorzieningenniveau van de dorpen. Dit zal richting de toekomst ook zo blijven en mogelijk groter worden. Winkels kampen namelijk met teruglopende bezoekers door online winkelen (Locatus, 2022) en ook de ledenaantallen van verenigingen dalen door vergrijzing (NOC*NSF, 2022). Dit zet het voorzieningenniveau onder druk. Vooral voor kwetsbare groepen is dit een risico. Slechtere toegankelijkheid van voorzieningen kan leiden tot een verminderde zelfredzaamheid, minder participatie en meer eenzaamheid. Dit willen we voorkomen. We zetten daarom in op vitale dorpen.

Vitale dorpen als uitgangspunt

Omgevingsvisie als vertrekpunt voor Woonzorgvisie

Halverwege 2023 is de Omgevingsvisie van de gemeente Utrechtse Heuvelrug vastgesteld. Hierin hebben we onze visie op de fysieke leefomgeving voor 2040 uiteengezet. In de visie zijn drie kernprincipes beschreven: kwalitatief hoogwaardige leefomgeving, vitale dorpen en toekomstgericht. Vitaliteit is daarbij een ruim begrip en wordt gedragen door een grote verscheidenheid aan elementen. Deze zijn onder te verdelen in vijf pijlers: ruimtelijke kwaliteit, voorzieningen, economie, sociale samenhang en welzijn.

Door deze elementen per kern in stand te houden en door een passend woningaanbod, streven we naar een evenwichtigere bevolkingsopbouw in 2040, dat wil zeggen voldoende groei om de dubbele vergrijzing het hoofd te bieden en meer evenredigheid tussen jongere gezinnen en ouderen. De woningbouwopgave doen we met het uitgangspunt dat we niet willen groeien om de groei, maar om de vitaliteit en een kwalitatief goede en groene leefomgeving in stand te houden en waar het fijn vertoeven is voor alle inwoners.

De Omgevingsvisie wordt verder uitgewerkt in omgevingsprogramma’s. De Woonzorgvisie zet daarmee specifiek de visie en kaders neer die vanuit de thema’s wonen, zorg en welzijn bijdragen aan het creëren van vitale dorpen. Omgevingsprogramma’s zijn een nieuw instrument uit de Omgevingswet. De programma’s vormen de link tussen de omgevingsvisie en het omgevings-plan, waarin uiteindelijk concrete regels staan. In de programma’s wordt integraal naar verschillende onderwerpen gekeken, zodat we de juiste balans in relatie tot duurzame groei en vitaliteit kunnen vinden.

Vitale dorpen en een betrokken samenleving zijn het doel

We streven samen met onze inwoners en ondernemers naar vitale dorpen en een betrokken samenleving waarin we naar elkaar omkijken. Vitale dorpen vragen om voldoende toegankelijke basisvoorzieningen, passende ruimte voor woningen voor jong en oud en ondernemerschap, een rijk verenigingsleven, een veilig leefklimaat en de mogelijkheid om volop mee te doen. Concreet betekent dit bijvoorbeeld ook: mensen met een zorgbehoefte kunnen langer thuis wonen, de leefbaarheid voor onze inwoners bevorderen, iedereen kan meedoen en zichzelf zijn, inwoners houden eigen regie over hun leven, zorg is dichtbij huis georganiseerd en veilig zijn in huis en in de buurt. Elke dorp heeft daarbij zijn eigen specifieke opgaven om de gewenste vitaliteit te creëren.

Diverse bevolkingsopbouw nodig voor draag- en veerkracht

Een belangrijke randvoorwaarde voor vitaliteit is dat de demografische opbouw voldoende in balans is. We weten dat het aantal 65-plussers in onze gemeente de komende 20 jaar flink gaat toenemen. Ook is er in verhouding weinig woonruimte voor jongeren en starters. We willen daarom tegemoetkomen aan zowel de fundamenten van de participatiemaatschappij (‘veerkrachtige wijken, ruimte voor initiatief, eigenaarschap nemen van de leefomgeving, voldoende mantelzorg en burenhulp’), als aan de toekomstige zorgvraag van de vergrijzende bevolking. We sturen daarom actief op een diverse bevolkingsopbouw. Hierdoor ontstaat naar verwachting meer draag- en veerkracht om zo een basis aan voorzieningen in stand te houden, passend bij het karakter van het dorp.

Gewenste toekomstige bevolkingsopbouw

Bron: Companen, 2021.

Goede sociale en fysieke infrastructuur vereiste voor vitaliteit

Vitaliteit hangt niet alleen af van woningbouw. Ook de verbinding tussen onze inwoners is belangrijk voor een actief en sociaal bestaan. Juist diversiteit is daarbij van belang: ook kwetsbare inwoners, ouderen en nieuwkomers moeten kunnen meedoen en zich thuis voelen in onze dorpen. We zorgen er daarom voor dat erin ieder dorp gelegenheid is om elkaar te ontmoeten, bijvoorbeeld door middel van de inrichting van de openbare ruimte. Preventie speelt ook een belangrijke rol in de vitaliteit van onze samenleving. Hieronder verstaan we het voorkomen van (verergering van) gezondheids- of sociale problemen en eenzaamheid. Dit doen we onder meer door de sociale basis te versterken en de verbinding te verbeteren tussen informele en formele zorg. Dit is een opgave van ons allemaal, ook inwoners, verenigingen en initiatiefnemers hebben hierin een rol. Een groene, toegankelijke, beweegvriendelijke en rookvrije leefomgeving kan daarnaast bijdragen aan een goede mentale gezondheid en overgewicht tegengaan. Bij de inrichting houden we daarom rekening met veilige en logische fiets- en looproutes voor iedereen. We bieden ruimte aan initiatieven gericht op bewegen, sporten en spelen.

Begrippenlijst

Tekst

Betaalbare koopwoningen

Een betaalbare koopwoning heeft een prijs van maximaal € 390.000 (prijspeil januari 2024). We volgen gedurende de looptijd van deze Woonzorgvisie de landelijke aanpassingen van deze betaalbaarheidsgrens. De prijsgrens in deze definitie gaat direct na besluitvorming van de raad in. Voor verkoop wordt de betaalbaarheidsgrens gehanteerd die geldt op het moment van verkoop van de betreffende woning.

(Buiten) bestaand stedelijk gebied (BSG)

Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en ook de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.

(Collectief) Particulier Opdrachtgeverschap (CPO/PO)

Particulier Opdrachtgeverschap is een vorm van projectontwikkeling, waarbij een particulier opdrachtgever is voor de bouw van een woning. Dit wordt ook wel zelfbouw genoemd. Bij Collectief Particulier Opdrachtgeverschap is een groep toekomstige bewoners gezamenlijk opdrachtgever voor hun eigen nieuwbouwproject.

Doorstromers

Huishoudens die een andere woning betrekken en daarbij hun huidige woning (in onze gemeente) vrijmaken.

Extramuraal

Een term die gebruikt wordt binnen de Wet langdurige zorg. Extramuraal betekend zorg op een locatie, dit kan ‘thuis’ zijn of in een (geclusterde) woonvorm waarbij de huisarts zelf nog de behandeling uitvoert.

Flexwoningen

Flexwoningen zijn hoogwaardige, fabrieksmatig gemaakte, modulaire, duurzame woningen, die snel gebouwd kunnen worden en na een afgesproken periode, vaak tussen de 10 en 15 jaar, verplaatst kunnen worden naar een nieuwe locatie. Transformatiewoningen zijn bestaande gebouwen zoals kantoren, winkels en scholen die een nieuwe woonfunctie krijgen.

Geclusterde woning

Een woning die deel uitmaakt van een complex of groep van woningen speciaal bestemd voor ouderen. Hiertoe behoren o.a. woonzorgcomplexen, aanleunwoningen en serviceflats. Nabijheid van 24 uurs aanwezige zorg is geen voorwaarde vanwege de mogelijke andere leveringsvormen van zorg. De woningen zullen conform het Rijksbeleid allemaal moeten worden gerealiseerd in een complex met een gemeenschappelijke ontmoetingsruimte.

Grondgebonden woningen

Een grondgebonden woning is een woning die rechtstreeks toegankelijk is op het straatniveau waarvan 1 van de woonlagen aansluit op het maaiveld. Grondgebonden woningen hebben meestal een op de grond gelegen tuin en/of erf.

Intramuraal

Intramuraal betekent letterlijk ‘binnen de muren’. Intramurale ouderenzorg gaat dus over zorg die ouderen ontvangen gedurende een onafgebroken verblijf in een instelling. Het gaat om zorg in een verpleeghuis of verzorgingshuis. Intramurale zorg wordt gefinancierd vanuit de Wet Langdurige Zorg (Wlz).

Leefbaarheid

Leefbaarheid is de mate waarin de omgeving aansluit bij de eisen en wensen die er door de mens aan worden gesteld.

Levensloopbestendige woning

Levensloopbestendige woningen zijn zelfstandige woningen die geschikt is (of eenvoudig geschikt te maken) voor bewoning tot op hoge leeftijd, ook in geval van fysieke handicaps of chronische ziekten van bewoners. Een levensloopbestendige woning voldoet aan de eisen van Woonkeur.

Levensloopbestendige woning volgens Woonkeur

Een levensloopbestendige woning voldoet aan de eisen van Woonkeur.

Het aanbod wordt volgens de eisen van Woonkeur onderscheiden in drie klassen. Deze klassen geven de mate van toegankelijkheid van de woning aan voor mensen met de hierboven genoemde mobiliteitsbeperking, te weten:

•Nultredenwoning. Bij deze woning is de entree zonder traptrede(n) te bereiken. De primaire vertrekken (hoofdslaapkamer, woonkamer, keuken, toilet en badkamer) zijn eveneens zonder traplopen te bereiken. Dit type woning is geschikt voor bewoners die gebruik maken van een wandelstok (mobiliteitsklasse A);

•Nultredenwoning met voldoende bewegingsruimte en zonder obstakels binnenshuis om met een rollator te kunnen manoeuvreren (mobiliteitsklasse B- en B+).

•Nultredenwoning met voldoende bewegingsruimte en zonder obstakels binnenshuis om met een rolstoel te kunnen manoeuvreren (mobiliteitsklasse C).

Middenhuur woningen

Een middenhuur woning heeft een aanvangshuur van minimaal € 879,66 en maximaal € 1.123 per maand (prijspeil januari 2024). We volgen gedurende de looptijd van deze Woonzorgvisie de landelijke aanpassingen van deze betaalbaarheidsgrens. De prijsgrens in deze definitie gaat direct na besluitvorming van de raad in. Voor verhuur wordt de betaalbaarheidsgrens gehanteerd die geldt op het moment van verhuur van de betreffende woning.

Middeninkomen

Tot de middeninkomens worden alle huishoudens met een (gezamenlijk) belastbaar jaarinkomen tussen € 45.000 en € 60.000 gerekend.

Nultredenwoning

Een woning die zowel extern toegankelijk is (de woonkamer dient bereikbaar te zijn vanaf de straat zonder trap te hoeven lopen) als intern toegankelijk is (vanuit de woonkamer zijn zonder traplopen de keuken, het toilet, de badkamer en tenminste één slaapkamer te bereiken).

Pre-mantelzorg

Anticiperen op een te verwachten zorgbehoefte van een persoon die de AOW-leeftijd heeft bereikt, waardoor deze (nog) niet onder de vergunningsvrije mogelijkheden voor mantelzorg valt, maar waarvan wordt verwacht dat binnen 10 jaar wel wordt voldaan aan de criteria voor huisvesting in een (vergunningsvrije) mantelzorgwoning.

Pre-mantelzorgwoning

Een pre-mantelzorgwoning is een bouwwerk van maximaal 100 m² behorend bij een zelfstandige woning waar huisvesting in verband met pré-mantelzorg plaatsvindt. De pre-mantelzorgwoning mag worden bewoond door één huishouden van maximaal twee personen. Het bouwwerk wordt daarmee vooruitlopend op de daadwerkelijke zorgvraag al bewoond door een toekomstige zorgverlener of toekomstig zorgbehoevende.

Senioren

Huishoudens met één of meer personen in de AOW-leeftijd.

Sleutelklare woningen

Een sleutelklare woning wordt geheel afgebouwd. Zo zijn onder andere de installaties, bedradingen, leidingwerk, stucwerk, tegelwerk, sanitair, schilderwerk van kozijnen en binnendeuren aangebracht. De woning hoeft door de toekomstige bewoner na overdracht van de sleutel enkel nog gestoffeerd en gemeubileerd te worden om bewoonbaar te zijn. Daarnaast mogen geen extra vergoedingen mogen worden opgeplust. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het apart in rekening brengen van een parkeerplaats.

Sociale huur

Een huurwoning met een aanvangshuurprijs tot en met € 879,66 (prijspeil januari 2024).

Starters

Huishoudens die een woning betrekken en daarvoor niet zelfstandig woonden.

Spoedzoekers

Spoedzoekers zijn woningzoekenden die door uitzonderlijke situatie per direct op zoek zijn naar een woning. Denk bijvoorbeeld aan: huisuitzettingen en gedwongen verkopen, tijdelijke huisvestingsvragen door herstructurering, economisch daklozen, scheidingsgevallen en ex-gedetineerden.

Vereveningsfonds

Een vereveningsfonds is een fonds waar opbrengsten van betaalbare en niet-betaalbare woningen worden verevend. De verplichtingen die voortvloeien uit het niet realiseren van sociale woningen in een bepaald programma vertalen zich in een heffing. De ontvangen heffing belandt in het fonds en kan worden benut door woningcorporaties of andere marktpartijen om extra sociale huur in andere plannen te laten realiseren. Een vereveningsfonds is veelal in een gemeentelijke verordening geregeld.

Vitaliteit

Vitaliteit betekent krachtig, vol energie en gezond.

Vrijesectorhuurwoning

Of geliberaliseerde huurwoning. Huurwoning met een huurprijs boven de liberalisatiegrens van € 879,66 per maand (prijspeil januari 2024).

Zorggeschikte woning

Zorggeschikte woningen zijn zelfstandige woningen die onderdeel zijn van een geclusterde vorm waarin WLZ-zorg geleverd wordt voor bewoners. Om zorg te kunnen leveren is het van belang dat deze wooneenheden en de toegang hiertoe rolstoel- of rollatorgeschikt zijn, met voldoende ruimte bij de entree, in de toiletruimte en in de badkamer. Ook dient de woning brandveilig te zijn en te beschikken over een goede en stabiele internetverbinding voor domotica.

Zorgwoning

Een zelfstandig gedeelte van een gebouw dat bedoeld is voor de huisvesting van personen die niet zelfstandig kunnen wonen en die geestelijke en of lichamelijke verzorging behoeven. Deze Woonzorgvisie gaat over zelfstandige woningen en niet over Zorgwoningen.

Zorgzame buurt

Een zorgzame buurt heeft een sterk sociaal weefsel met veel solidariteit. Er wordt zorgzaam samen geleefd. Jong en oud kent elkaar en helpt elkaar met de kleine dingen, als toevoeging op het bestaande aanbod van professionele hulp en dienstverlening. Zorgzame buurten leggen daarmee de link tussen de informele zorg (zelfzorg, mantelzorg, burenhulp en vrijwilligerswerk) en de formele of professionele zorg. In een zorgzame buurt werken welzijns- en zorgpartners samen met partners uit andere sectoren (waaronder huisvesting, ruimtelijke ordening, jeugd en cultuur). Zo ontstaat er een lokaal netwerk dat bestaat uit de buurt, het lokale bestuur en de welzijns- en zorgpartners. Het netwerk is gericht op preventie, gezondheidsbevordering en integrale zorgverlening.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.