Aanhef
Managementsamenvatting
Het Uitvoeringsprogramma Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) 2026 van de gemeente Utrechtse Heuvelrug vormt de jaarlijkse uitwerking van de Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2025–2028. Dit programma geeft concreet invulling aan de wijze waarop de gemeente haar wettelijke taken uitvoert op het gebied van de fysieke leefomgeving, waaronder bouwen, ruimtelijke ordening, milieu, openbare ruimte en veiligheid.
Het uitvoeringsprogramma vertaalt de strategische doelen naar concrete activiteiten, prioriteiten en inzet van capaciteit voor het jaar 2026. Daarbij wordt gewerkt volgens een sluitende beleidscyclus (de BIG-8), waarin beleid, uitvoering, monitoring en evaluatie met elkaar zijn verbonden en gericht zijn op continue verbetering.
Context en ontwikkeling
De afgelopen jaren stonden in het teken van belangrijke veranderingen, zoals de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). In 2024 en 2025 heeft de gemeente hiermee ervaring opgedaan. De inzichten die dit heeft opgeleverd, zijn verwerkt in zowel de meerjarige strategie als in dit uitvoeringsprogramma.
Een andere (terugkerende) ontwikkeling is dat het Interbestuurlijk Toezicht (IBT) van de provincie Utrecht in 2025 aangegeven heeft dat de gemeente deels voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen. Dat kwam onder andere omdat de inmiddels vastgestelde U&H-strategie ten tijde van de beoordeling nog niet vastgesteld was. De aandachtspunten uit deze beoordeling zijn meegenomen in de verdere ontwikkeling van de VTH-organisatie en vormen mede de basis voor de verbeteringen in 2026.
Missie en uitgangspunten
De gemeente Utrechtse Heuvelrug streeft naar een veilige, groene en leefbare omgeving, met behoud en versterking van het unieke karakter van de regio. Hierbij wordt samengewerkt met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners.
Belangrijke uitgangspunten in de uitvoering zijn:
•preventie en vroegtijdige betrokkenheid;
•transparantie en duidelijkheid richting inwoners en bedrijven;
•een klantgerichte en rechtvaardige benadering (de menselijke maat);
•risicogericht en prioriteitgestuurd werken;
•samenwerking met ketenpartners.
Hoofddoelen
De uitvoering in 2026 richt zich op drie centrale hoofddoelen:
1.Dienstverlening
De gemeente zet in op een toegankelijke, tijdige en kwalitatief goede dienstverlening. Vergunningaanvragen, meldingen en handhavingsverzoeken worden zorgvuldig en binnen de wettelijke termijnen behandeld, met oog voor de menselijke maat. De focus ligt op:
•het verbeteren van het initiatievenproces (zoals de Omgevingstafel);
•het verhogen van het percentage tijdig afgehandelde aanvragen;
•het stimuleren van duurzame ontwikkelingen door vroegtijdige advisering;
•het versterken van communicatie en samenwerking met initiatiefnemers.
Daarnaast wordt extra aandacht besteed aan toezicht op specifieke thema’s zoals illegale bewoning van recreatieparken, illegale kap en naleving van regelgeving bij evenementen.
2.Uitvoeringskwaliteit
De gemeente werkt aan verdere professionalisering van de VTH-organisatie en het voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria 3.0.
In 2026 betekent dit onder andere:
•het borgen en doorontwikkelen van werkprocessen en werkwijzen;
•het verbeteren van de aansluiting tussen beleid en uitvoering;
•het versterken van samenwerking tussen teams;
•het toepassen en verdiepen van kennis en ervaring met het stelsel Omgevingswet, met de focus op Wkb en de specifieke AMvB’s;
•het waarborgen van kwaliteit via instrumenten zoals het vier-ogen-principe.
Ook wordt gewerkt aan het verbeteren van monitoring en datagestuurd werken, zodat beter inzicht ontstaat in prestaties en effecten. Dit zal onder andere de vorm aannemen van een dashboard, dat momenteel nog in ontwikkeling is.
3.Efficiënte inzet van middelen
De uitvoering van VTH-taken vindt plaats binnen de beschikbare personele en financiële kaders. De capaciteit is voor 2026 structureel geborgd binnen de gemeentelijke begroting.
De inzet bestaat onder andere uit:
•Casemanagers (vergunningverlening);
•toezichthouders op de fysieke leefomgeving (bouw);
•boa’s voor toezicht en handhaving in de openbare ruimte;
•juridische ondersteuning (voor toezicht & handhaving).
Er wordt gestuurd op doelmatigheid en effectiviteit, waarbij prioriteiten bepalend zijn voor de inzet van capaciteit. Tegelijkertijd blijft er flexibiliteit om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen of piekbelasting.
Prioriteiten en uitvoering
De gemeente werkt risicogericht en richt haar inzet op thema’s met de grootste maatschappelijke impact. Belangrijke prioriteiten in 2026 zijn onder andere:
•toezicht op illegale bewoning en gebruik van recreatieparken;
•duurzaamheid en naleving van milieuregels;
•toezicht op evenementen en openbare orde;
•aanpak van ondermijning en woonoverlast;
•naleving van herplantplicht en bescherming van het groene karakter van de gemeente.
Binnen vergunningverlening ligt de nadruk op het tijdig signaleren van niet complete aanvragen van aanvragen, het correct toepassen van toetsingskaders en het tijdig nemen van besluiten.
Bij toezicht en handhaving wordt ingezet op zichtbaarheid, preventie en effectieve interventies. Handhavingsbeschikkingen moeten er in de regel toe leiden dat overtredingen worden beëindigd.
Samenwerking
De uitvoering van VTH-taken vindt plaats in nauwe samenwerking met diverse partners, zoals de Omgevingsdienst Utrecht, Veiligheidsregio Utrecht, politie, Openbaar Ministerie, GGD en andere organisaties. Deze samenwerking is essentieel voor:
•een integrale aanpak van complexe vraagstukken;
•het delen van kennis en capaciteit;
•het versterken van toezicht en handhaving;
•het waarborgen van veiligheid en leefbaarheid.
Organisatie en werkwijze
De VTH-taken zijn binnen de gemeente belegd bij verschillende teams, met een duidelijke scheiding tussen vergunningverlening en toezicht/handhaving. Dit draagt bij aan objectiviteit en kwaliteit. Dat neemt uiteraard niet weg dat er actief samengewerkt wordt.
De uitvoering wordt ondersteund door digitale systemen en gestandaardiseerde werkprocessen. Monitoring vindt plaats via een workflowapplicatie, waarmee voortgang, termijnen en resultaten worden vastgelegd en gemonitord.
Conclusie
Met dit uitvoeringsprogramma geeft de gemeente Utrechtse Heuvelrug concreet invulling aan haar ambities op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Door te werken volgens een samenhangende beleidscyclus, met aandacht voor kwaliteit, samenwerking en efficiëntie, wordt bijgedragen aan een veilige, duurzame en leefbare omgeving.
Het programma markeert daarmee een belangrijke stap in de verdere professionalisering van de VTH-organisatie en het versterken van de uitvoering in lijn met de Omgevingswet en de gemeentelijke ambities.
1Inleiding
Het uitvoeringsprogramma geeft inzicht in de taken die de gemeente op het gebied van Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) in 2026 gaat uitvoeren. Dit programma is een jaarlijkse uitwerking van de U&H-strategie VTH 2025-2028 (hierna: U&H-strategie), die op 11 november 2025 door het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld. In dit beleidsplan is de basis gelegd en de richting bepaald voor hoe de gemeente haar rol ziet, evenals de rol van haar inwoners, als het gaat om naleving van regels en het toezicht en de handhaving daarop.
De gemeente streeft ernaar om hiermee te bereiken dat het voor iedereen helder en duidelijk is hoe de gemeente jaarlijks uitvoering geeft aan de U&H-strategie. Duidelijkheid en transparantie over het beleid en de uitvoering dragen namelijk bij aan meer begrip bij degenen die hiermee te maken krijgen.
Procescriteria
In het omgevingsrecht staan regels waar overheden zich aan moeten houden bij het uitvoeren van VTH-taken. Deze regels zijn er om de veiligheid en gezondheid van mens en natuur binnen de fysieke leefomgeving te beschermen. De provincie beoordeelt als interbestuurlijk toezichthouder of gemeenten het uitvoeren van de VTH-taken zodanig hebben ingericht, dat deze adequaat uitgevoerd kunnen worden.
In het omgevingsrecht worden daarom eisen (procescriteria) gesteld aan de inrichting van een sluitende beleidscyclus (beleids- en uitvoeringsprocessen) binnen de gemeenten. Het doel van een sluitende beleidscyclus is het continu verbeteren van de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken.
De procescriteria bevatten de eisen die gesteld worden aan de sluitende beleidscyclus: de zogenaamde ´BIG-8´-cyclus:
De beleidscyclus bestaat uit een strategische cyclus en een operationele cyclus.
In de strategische cyclus vormen de beleidsevaluatie, de jaarverslagen en de actuele risicoanalyse de basis voor het strategisch meerjarenbeleid. Op basis van deze risicoanalyse worden prioriteiten en doelstellingen vastgesteld, die zijn opgenomen in de U&H-strategie (het meerjarenbeleid).
Het uitvoeringsprogramma vormt de jaarlijkse vertaalslag van dit meerjarenbeleid naar de praktijk. Het uitvoeringsprogramma bevat de jaarlijkse planning (‘programma en organisatie’) en legt expliciet de verbinding met de in de U&H‑strategie vastgestelde prioriteiten en doelstellingen.
Daarnaast wordt inzicht gegeven in de beschikbare capaciteit en middelen die nodig zijn om deze doelen te realiseren.
Binnen de operationele cyclus werkt de organisatie op basis van vastgestelde procedures, processen en protocollen (de ‘werkwijze’). Met behulp van een geautomatiseerd systeem worden de voortgang en resultaten van de uitvoering van zowel de U&H‑strategie als het uitvoeringsprogramma gemonitord (‘monitoring’ en ‘uitvoering’).
De uitkomsten van deze monitoring worden gebruikt voor bijsturing gedurende het jaar en voor de jaarlijkse beleidsevaluatie (lees: jaarverslag). Waar nodig worden processen, werkwijzen of beleidsdoelstellingen aangepast of geactualiseerd, zodat de beleidscyclus sluitend blijft en continu wordt verbeterd.
Wettelijke verplichting tot vaststellen uitvoeringsprogramma en jaarverslag
De verplichting tot het vaststellen van een uitvoeringsprogramma en een jaarverslag door het college van burgemeester en wethouders is neergelegd in het Omgevingsbesluit (artikelen 13.8 en 13.11). De door het college vast te stellen stukken worden ter kennisneming aangeboden aan de raad. In het kader van het tweedelijnstoezicht (interbestuurlijk toezicht) wordt een afschrift van alle stukken verzonden aan de interbestuurlijk toezichthouders van de provincie Utrecht.
Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en overige wetten
Het jaarlijks opstellen van een uitvoeringsprogramma voor de taken op het gebied van APV en overige wetten, waaronder de Alcoholwet, valt niet onder de wettelijke verplichting. Echter, de uit deze wetgeving voortvloeiende taken worden niettemin in dit uitvoeringsprogramma opgenomen om een compleet beeld te krijgen.
Nieuw strategisch meerjarenbeleid 2025-2028
Sinds de vaststelling van de nieuwe U&H-strategie op 11 november 2025 heeft de gemeente de eerste stappen gezet in de verdere doorontwikkeling van de uitvoering.
In 2024 en 2025 hebben de teams waardevolle praktijkervaring opgedaan met de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Deze ervaringen hebben geleid tot nieuwe inzichten over werkwijzen, samenwerking met ketenpartners en de benodigde aanpassingen in processen.
De belangrijkste lessen uit deze periode zijn inmiddels verwerkt in de U&H-strategie én nu dus ook in dit uitvoeringsprogramma. Hierdoor sluit het uitvoeringsprogramma aan bij de actuele praktijk en vormt het een vervolgstap in het versterken van een goed functionerende en samenhangende VTH-cyclus.
Leeswijzer
Dit uitvoeringsprogramma bestaat uit twee onderdelen. Enerzijds bevat het een algemene beschrijving van de voorgenomen uitvoering van de VTH-taken in 2026. Anderzijds bestaat het uit productbladen, waarin per activiteit wordt toegelicht wat wordt gedaan, waarom dit gebeurt, welke aspecten daarbij van belang zijn en welke prognoses worden gehanteerd.
In hoofdstuk 1 wordt uiteengezet welke VTH-taken binnen de reikwijdte van de beleids- en uitvoeringscyclus vallen, wie deze taken uitvoert, welke ontwikkelingen zich voordoen binnen het VTH-vakgebied en op welke wijze deze taken financieel zijn geborgd. Daarnaast worden de samenwerkingspartners benoemd en wordt hun rol in 2026 nader toegelicht.
In hoofdstuk 2 wordt inzicht gegeven in wat de gemeente belangrijk vindt bij het uitvoeren van de VTH-taken. Dit hoofdstuk bevat een toelichting op de prioriteiten en (hoofd/sub)doelstellingen en geeft aan welke accenten binnen het VTH-taakveld voor 2026 zijn vastgesteld.
In hoofdstuk 3 wordt toegelicht welke werkzaamheden de gemeente in 2026 gaat uitvoeren en waarin er ten opzichte van het jaar ervoor bijgestuurd wordt.
In hoofdstuk 4 zijn deze werkzaamheden verder uitgewerkt in zogenoemde ‘productbladen’. In deze productbladen staat per activiteit een omschrijving van de taak, de relatie met de U&H-strategie, de bijbehorende risicoanalyse, de doelstellingen, een urenraming en de monitoringsindicatoren. Waar mogelijk wordt verwezen naar werkprocessen en protocollen.
Afstemming samenwerkingspartners
In het Omgevingsbesluit is bepaald dat het uitvoeringsprogramma, indien nodig, wordt afgestemd met de betrokken bestuursorganen en strafrechtelijke ketenpartners. In de recent vastgestelde U&H-strategie is de afstemming al uitgebreid behandeld; daarom wordt hier in het uitvoeringsprogramma beknopter op ingegaan. Na vaststelling wordt het uitvoeringsprogramma toegezonden aan de relevante handhavingspartners. In hoofdstuk 1.4 worden de samenwerkingspartners en -structuren beschreven. Wij verwijzen voor toelichting naar hoofdstuk 6 van de U&H-strategie, waarin wordt verder ingegaan op de (wijze van) afstemming en coördinatie tussen de verschillende partijen.
Interbestuurlijk Toezicht provincie
De provincie Utrecht ziet erop toe in hoeverre gemeenten voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen, onder meer op het gebied van het omgevingsrecht. Het interbestuurlijk toezicht (IBT) richt zich op de taken vergunningverlening, toezicht en handhaving, evenals op ruimtelijke ordening, milieu, externe veiligheid en erfgoed en monumenten.
In de Verordening systematische toezichtinformatie provincie Utrecht is vastgelegd welke informatie de provincie jaarlijks van gemeenten ontvangt over de verschillende onderdelen van het omgevingsrecht. Op basis van deze informatie vindt de beoordeling plaats.
Naar aanleiding van de beoordeling van het vorige meerjarenbeleid (ten tijde van beoordeling VTH-beleidsplan 2019-2024), het uitvoeringsprogramma 2025 en het jaarverslag 2024 heeft het IBT op 15 juli 2025 een brief gestuurd, met daarbij een beoordelingsformulier. Uit deze beoordeling blijkt dat de er deels voldaan wordt aan de gestelde kwaliteitseisen. Dit oordeel valt in de middencategorie van het provinciale toetsingskader: het niveau tussen ‘voldoet’ en ‘structurele verbetering nodig’. Dit kwam onder andere doordat de gemeente ten tijde van de beoordeling nog geen nieuwe U&H-strategie had vastgesteld. Inmiddels is daar verandering in gekomen door de vaststelling ervan op 11 november 2025.
De in het beoordelingsformulier opgenomen aandachtspunten zijn meegenomen bij het opstellen van de recent vastgestelde U&H-strategie en bij de totstandkoming van dit uitvoeringsprogramma.
Artikel 13.5 Omgevingsbesluit
Artikel 13.5 van het Omgevingsbesluit bepaalt dat de bestuursorganen die deelnemen in een omgevingsdienst gezamenlijk een uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie vaststellen voor de werkzaamheden.
In de provincie Utrecht is een brede regionale VTH-samenwerking opgezet. Alle gemeenten zijn hierbij aangesloten, evenals de Omgevingsdienst Utrecht (ODU), die sinds 1 januari 2026 is ontstaan uit een fusie van de voormalige Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) en Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD). Daarnaast nemen de provincie Utrecht, de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) en het Interbestuurlijk Toezicht (IBT) deel aan deze samenwerking.
Met deze samenwerking wordt invulling gegeven aan artikel 13.5 van het Omgevingsbesluit. De uniforme uitvoering- en handhavingsstrategie voor VTH is door alle 26 Utrechtse gemeenten, de provincie en de omgevingsdiensten vastgesteld
1https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757721
. Deze strategie vormt het gezamenlijke beleidskader voor de uitvoering van de aan de diensten opgedragen VTH-taken.
In het kader van uniformering wordt gestreefd naar beleidsdocumenten die in de basis gelijk zijn, met voldoende ruimte voor lokale accenten (‘la couleur locale’).
2. Prioriteiten en doelstellingen 2026
2.4. Prioriteiten
2.4.1. Prioriteiten Omgevingsrecht
Top 5 prioriteiten Omgevingsvergunningen Bouwen Omgevingsrecht
Prioriteit
Gezondheidszorgfunctie met bedgebied
De gebruiksfunctie ‘gezondheidszorgfunctie met bedgebied’ zijn bedoeld voor het verlenen van zorg aan mensen, met ruimten die zijn bestemd voor het slapen of het verblijven van aan bed gebonden patiënten, zoals ziekenhuizen, verpleeghuizen en psychiatrische inrichtingen. Aanleunwoningen of zelfstandige woningen waar zorg wordt verleend, zijn in de eerste plaats bedoeld voor wonen en vallen niet in deze categorie. In onze gemeente zijn in 2025 twee omgevingsvergunningen in de categorie ‘Gezondheidszorg met bedgebied’ aangevraagd. Deze aanvragen zijn volledig getoetst en er is advies gegeven door o.a. de VRU, ODU en Boorsma. Deze aanpak vraagt geen aanpassingen in 2026.
Zeer hoog
GEVOLGKLASSE 2-3 Publiek > 1.000.000
Binnen deze gevolgklasse vallen gebouwen waar mensen samenkomen voor bijvoorbeeld onderwijs, sport en horeca, met een bouwsom hoger dan €1.000.000 (vaak nieuwbouw). Voor dergelijke bouwprojecten is zowel een Omgevingsplanactiviteit als een Technische Bouwactiviteit benodigd. Deze aanvragen worden daardoor naast het ruimtelijke deel volledig getoetst aan onder andere milieuregels (geluid, lucht, bodem), constructieve- en brandveiligheid (toets Bbl). Daarbij wordt advies van externe partijen zoals de ODU, Boorsma en de VRU gevraagd. In sommige gevallen (bijvoorbeeld als er meer dan 50 personen in het gebouw aanwezig kunnen zijn) is ook een melding brandveilig gebruik verplicht. Deze aanpak vraagt geen aanpassingen in 2026.
Zeer hoog
Kinderdagverblijf
In 2025 zijn er geen aanvragen voor omgevingsvergunningen in deze categorie gedaan.
Zeer hoog
GEVOLGKLASSE 2-3 Wonen > 1.000.000
In deze categorie valt verbouw/nieuwbouw van woningen, uitgezonderd nieuwbouw van grondgebonden woningen (deze vallen in gevolgklasse 1). Deze aanvragen worden volledig getoetst, dus ruimtelijk (omgevingsplan en welstand), maar ook aan de technische eisen uit het Bbl (ventilatie, duurzaamheid, constructieve- en brandveiligheid). Hierbij worden ook externe adviezen opgevraagd. Deze werkwijze blijven we in 2026 volgen. We hebben in 2025 ongeveer 10 vergunningaanvragen in deze categorie met bouwsom > 1.000.000 behandeld.
Zeer hoog
GEVOLGKLASSE 2-3 Publiek 100.000 - 1.000.000
Binnen deze gevolgklasse vallen gebouwen waar mensen samenkomen voor bijvoorbeeld onderwijs, sport en horeca, met een bouwsom van €100.000 tot €1.000.000 (meestal verbouw). Wanneer deze bouwwerken hoger zijn dan 5m en/of er wijzigingen in de draagconstructie of brandcompartimentering plaatsvinden, zijn deze ook vergunningplichting voor de Technische bouwactiviteit en wordt de aanvraag ook getoetst aan het Bbl. Hierbij worden ook externe adviezen opgevraagd. Deze werkwijze blijven we in 2026 volgen.
Zeer hoog
Top 5 prioriteiten handhaving RO Omgevingsrecht
Prioriteit
(Illegale) gebruik wonen
In 2026 blijven wij controleren of panden worden gebruikt volgens de geldende bestemming. Hierbij wordt gekeken naar illegale onderverhuur, kamerverhuur, of andere activiteiten die niet zijn toegestaan op grond van bijvoorbeeld de Huisvestingsverordening. Eventuele overtredingen kunnen worden geregistreerd en opgevolgd.
Zeer hoog
(Illegale) kap [bebouwde kom]
In 2026 blijven wij handhaven op regels rondom bomen (binnen de bebouwde kom). Dit omvat o.a. het opsporen van illegale kap en het controleren of kapvergunningen correct zijn uitgevoerd.
Zeer hoog
(Illegale) bewoning; permanente bewoning recreatieverblijven
In 2026 blijven wij controleren of recreatiewoningen daadwerkelijk recreatief gebruikt worden en niet permanent worden bewoond, in overeenstemming met de regelgeving en bestemming. Gelet op de onzekerheid rondom de concept-instructieregel treden wij mogelijk niet direct handhavend op, maar houden wij uiteraard wel toezicht op het park om te monitoren wat er speelt.
Zeer hoog
(Illegale) bouw; monumenten
In 2026 blijven wij handhaven op bouwregels voor monumenten en beschermde panden. Dit omvat toezicht op illegale aanbouwen, wijzigingen of sloop zonder vergunning en het signaleren van mogelijke schade aan beschermde erfgoedobjecten. Overtredingen worden gedocumenteerd en mogelijk opgevolgd.
Zeer hoog
(Illegale) bouw; grote bouwwerken [buitengebied]
In 2026 blijven wij ook grote bouwwerken in het buitengebied controleren op naleving van vergunningen en bestemmingsplannen. Hierbij gaat het om grote bouwwerken zoals bedrijfsgebouwen, schuren of stallen die zonder toestemming zijn neergezet of gewijzigd.
Hoog
2.4.2. Prioriteiten APV/BW
Top 5 hoogste prioriteiten handhaving APV/BW
Score
Adresonderzoek
In 2026 zullen de boa's controleren op verblijfsadressen en locaties in verband met meldingen, overlast of naleving van wet- en regelgeving. Ook voeren zij BRP-onderzoek uit door te verifiëren wie er daadwerkelijk op een bepaalde locatie woont.
Hoog
Alcoholwet (horeca)
In 2026 zullen we controleren op naleving van de Alcoholwet, zoals leeftijdsgrenzen, verkoopbeperkingen en vergunningvoorwaarden in horecagelegenheden.
Hoog
APV - Jeugd - Alcohol – Drugs
In 2026 zullen we handhaving richten op jongeren, bijvoorbeeld door het tegengaan van alcohol- en drugsgebruik op straat en op jeugdlocaties.
Hoog
Ondermijning
In 2026 blijven we activiteiten signaleren en aanpakken die de maatschappelijke structuur ondermijnen, zoals illegale handel, fraude en georganiseerde criminaliteit.
Hoog
APV – Vuurwerk
In 2026 blijven we de handhaving van regels rondom vuurwerkgebruik voortzetten, om overlast en gevaarlijke situaties te voorkomen.
Hoog
2.4.3. Capaciteit ten opzichte van de doelen
De personele capaciteit voor VTH binnen de gemeente Utrechtse Heuvelrug is in 2026 structureel geborgd binnen de gemeentelijke formatie en sluit in samenhang aan op de bestuurlijk vastgestelde prioriteiten en uitvoeringsdoelen. De stabiele inzet waarborgt continuïteit in de uitvoering van wettelijke taken en biedt tegelijkertijd voldoende basis om te sturen op kwaliteit, effectiviteit en maatschappelijke impact.
Vergunningverlening – Team Omgevingsverzoeken
Binnen het team Omgevingsverzoeken is 8,95 fte structureel beschikbaar, aangevuld met 1,6 fte externe inhuur. Deze capaciteit wordt ingezet voor het behandelen van vergunningaanvragen, meldingen en bezwaarprocedures, het beantwoorden van klantvragen en het begeleiden van initiatiefnemers.
De inzet van dit team draagt direct bij aan de subdoelen op het gebied van uitvoeringskwaliteit en dienstverlening, waaronder het toepassen van het vier-ogenprincipe, het correct hanteren van toetsingskaders, het beoordelen van duurzaamheidsvereisten en het bevorderen van tijdige besluitvorming.
De beschikbare capaciteit sluit kennistechnisch nauw aan op de zeer hoge prioriteiten binnen het omgevingsrecht. Het betreft met name complexe en risicovolle vergunningcategorieën zoals gezondheidszorgfuncties met bedgebied, kinderdagverblijven en grootschalige bouwprojecten binnen de hogere gevolgklassen (zie vorige paragraaf). Deze aanvragen vragen een integrale beoordeling van zowel ruimtelijke aanvaardbaarheid als technische bouwkwaliteit op grond van het Bbl. Daarbij vindt intensieve afstemming plaats met ketenpartners zoals de VRU en de ODU.
De personele inzet maakt het mogelijk deze prioritaire aanvragen zorgvuldig en integraal te behandelen. De complexiteit en adviesafhankelijkheid van deze dossiers verklaart mede de druk op wettelijke beslistermijnen. Optimalisatie wordt daarom primair gezocht in procesverbetering en ketensamenwerking.
Toezicht en handhaving Omgevingswet en openbare ruimte (toezichthouders en boa’s)
Bouwtoezicht
Voor toezicht op de Omgevingswet en de daaraan gekoppelde wet- en regelgeving is in 2026 in totaal 5,89 fte beschikbaar, bestaande uit 4,89 fte vaste formatie en 1 fte inhuur. Deze capaciteit vormt de kern van de uitvoeringskracht binnen het ruimtelijk domein en bepaalt in belangrijke mate welke toezicht- en handhavingstaken structureel kunnen worden opgepakt.
De inzet van deze toezichthouders sluit direct aan op de hoogste handhavingsprioriteiten zoals vastgesteld in de U&H strategie (bijlage 1 U&H-strategie) en wederom opgenomen in de vorige paragraaf. Het gaat daarbij om overtredingen met een grote ruimtelijke, maatschappelijke en veiligheidskundige impact, waaronder:
•illegaal gebruik van gronden en gebouwen voor bewoning;
•permanente bewoning van recreatieverblijven;
•illegale kap binnen de bebouwde kom, en
•illegale bouw, met name bij monumenten en grootschalige bouwwerken in het buitengebied.
Boa’s/toezichthouder openbare ruimte
Voor het toezicht in de openbare ruimte, inclusief de uitvoering van de bomenverordening, is in 2026 in totaal 7,5 fte beschikbaar, waarvan 7 fte bestaat uit boa’s. Deze capaciteit vormt de basis voor het gemeentelijk toezicht binnen de APV en de Bijzondere Wetten en bepaalt in belangrijke mate welke toezicht- en handhavingstaken structureel kunnen worden uitgevoerd.
De inzet van de boa’s sluit direct aan op de hoogst geprioriteerde thema’s binnen dit domein (zie vorige paragraaf).
Het gaat daarbij om onderwerpen met een grote impact op leefbaarheid, veiligheid en naleefgedrag, waaronder:
•het signaleren en aanpakken van ondermijnende activiteiten;
•toezicht op horeca en naleving van de Alcoholwet;
•jeugdgerelateerde overlast en middelengebruik;
•adresonderzoeken en controles op feitelijke bewoning;
•toezicht op vuurwerkgebruik en vuurwerkoverlast, en
•toezicht en handhaving bij middelgrote en grote evenementen.
Deze prioritaire thema’s vragen om een combinatie van zichtbare aanwezigheid, gerichte controles, hercontroles en het opbouwen van handhaafbare dossiers. De beschikbare capaciteit maakt het mogelijk om deze taken programmatisch en risicogericht uit te voeren, maar vraagt tegelijkertijd om scherpe keuzes in de inzet gedurende het jaar.
Door de boa capaciteit te concentreren op deze prioriteiten draagt het toezicht rechtstreeks bij aan de subdoelen op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, naleefgedrag en de zichtbaarheid van gemeentelijk optreden
Juridische ondersteuning en Woo-capaciteit
Voor juridische ondersteuning binnen toezicht en handhaving is 5 fte beschikbaar. Daarnaast is 1,54 fte specifiek ingezet voor de afhandeling van verzoeken op grond van de Wet open overheid (Woo). Deze functies zijn essentieel voor het borgen van de juridische kwaliteit en rechtszekerheid van gemeentelijk optreden.
De juridische capaciteit pakt (complexe) handhavingsdossiers op, stelt handhavingsbeschikkingen op, behandelt bezwaar- en beroepsprocedures en adviseert bij dossiers met verhoogde bestuurlijke gevoeligheid, zoals illegale bewoning, monumentenbescherming en ondermijning. Hiermee wordt direct bijgedragen aan subdoelen gericht op het in stand blijven van besluiten na bezwaar en (hoger)beroep en het effectief beëindigen van overtredingen.
Door de Woo-capaciteit organisatorisch te scheiden van reguliere VTH-taken wordt voorkomen dat informatieverplichtingen druk leggen op toezicht- en handhavingsprocessen.
Integrale beoordeling
De personele capaciteit binnen VTH is evenwichtig verdeeld over vergunningverlening, boa's, (bouw)toezichthouders en handhavingsjuristen en sluit logisch aan op de bestuurlijk vastgestelde prioriteiten met het hoogste risicoprofiel. Vergunningverleners richten zich primair op complexe en veiligheidsgevoelige bouwinitiatieven, toezichthouders en boa’s op zichtbare en gebiedsgerichte handhaving, en juristen op rechtszekerheid, procedurele zorgvuldigheid en handhaafbaarheid van besluiten.
De stabiele formatie biedt daarmee een solide basis voor het realiseren van uitvoeringsdoelen op het gebied van kwaliteit, dienstverlening, veiligheid en leefbaarheid. De belangrijkste ontwikkelopgave ligt niet in uitbreiding van capaciteit, maar in het verder optimaliseren van werkprocessen, het behouden van personeel, prioritering en samenwerking met ketenpartners.