Gemeentelijke regelgeving

Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden gemeenteraad Utrecht (Reglement van Orde gemeenteraad Utrecht)

Gemeente Utrecht · geldt sinds 22 juli 2026

Aanhef

De raad van de gemeente Utrecht;

•gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van de raad d.d. 28 mei 2026;

•gelet op artikel 16 van de Gemeentewet;

Besluit vast te stellen het Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden gemeenteraad Utrecht:

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepaling

In dit reglement wordt verstaan onder:

a.amendement: voorstel tot wijziging van een conceptbesluit, naar de vorm geschikt om daarin te worden opgenomen;

b.behandelvoorraad: een overzicht van raadsvoorstellen, initiatiefvoorstellen en agenderingen en de wijze waarop deze worden besproken, geprioriteerd en/of samengevoegd, met zo mogelijk bijbehorende behandeltijd en planning;

c.centraal stembureau: het bureau dat bij elke raadsverkiezing de uitslag vaststelt nadat de uitslagen van alle stembureaus zijn verzameld;

d.college: het college van burgemeester en wethouders van Utrecht;

e.fractie: elke groepering in de raad die is geregistreerd overeenkomstig artikel G3 van de Kieswet;

f.fractiemedewerker: een door het presidium goedgekeurde medewerker in dienst van een fractie;

g.fractievoorzitter: een door een fractie aangewezen lid dat de fractie vertegenwoordigt;

h.griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger;

i.initiatiefvoorstel: een raadsvoorstel ingediend door een of meer leden van de raad;

j.motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;

k.raad: de gemeenteraad van Utrecht;

l.raadscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet;

m.subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement;

n.voorzitter: de voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger.

Artikel 2 De voorzitter

1De voorzitter is belast met:

a.het leiden van de vergadering;

b.het handhaven van de orde;

c.het doen naleven van dit reglement;

d.hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.

2De raad kiest uit zijn midden een eerste plaatsvervangend voorzitter.

3De voorzitters van de raadscommissies worden aangewezen als tweede plaatsvervangend voorzitters.

Artikel 3 Het presidium van de raad

1De raad heeft een presidium dat bestaat uit drie fractievoorzitters. De eerste plaatsvervangend voorzitter van de raad is technisch voorzitter van het presidium van de raad. Daarnaast is de voorzitter van de raad als adviseur aanwezig bij de vergaderingen van het presidium van de raad. Bij afwezigheid van de voorzitter van het presidium van de raad treedt de voorzitter van de raad op als voorzitter van het presidium.

2Het presidium van de raad kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen.

3De raad stelt op voorstel van het presidium van de raad het lidmaatschap van het presidium van de raad alsmede de duur ervan vast. Gedurende een raadsperiode zijn alle fractievoorzitters van de fracties die na afloop van de verkiezingen in de raad zijn vertegenwoordigd, in beginsel (ten minste) één keer lid van het presidium van de raad.

4Ten minste één van de fractievoorzitters is afkomstig van een fractie die niet tot de coalitie behoort.

5Het presidium van de raad stelt namens de raad de (strategische) werkwijze van de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad vast en neemt namens de raad besluiten over de dagelijkse gang van zaken de raad betreffende, waaronder begrepen:

a.het vaststellen van de voorlopige agenda van de raadsvergaderingen;

b.het vaststellen van het vergaderschema van de raad;

c.het voorbereiden van besluiten van de raad de werkwijze en het functioneren van de raad betreffend;

d.het stellen van regels voor het onderling verkeer tussen raad en college;

e.het toezien op het juist toepassen van processen, regelingen, procedures en (wettelijke) voorschriften;

f.het voeren van overleg met de fractievoorzitters en met het college over het raadswerk.

6Het presidium van de raad streeft bij besluitvorming naar unanimiteit en neemt waar nodig besluiten bij meerderheid van stemmen.

Artikel 4 Het fractievoorzittersoverleg

1De raad heeft een fractievoorzittersoverleg dat bestaat uit de fractievoorzitters. De plaatsvervangend voorzitter van de raad is technisch voorzitter van het fractievoorzittersoverleg. Daarnaast is de voorzitter van de raad als adviseur aanwezig bij de vergaderingen van het fractievoorzittersoverleg.

2Het fractievoorzittersoverleg is een informeel overleg gericht op collegiale consultatie en heeft geen beslissingsbevoegdheid.

Artikel 5 De griffier

1De griffier is in elke vergadering van de raad, het fractievoorzittersoverleg en het presidium van de raad aanwezig als adviseur.

2Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad aangewezen plaatsvervanger.

3De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen.

Artikel 6 De nestor

De raad benoemt uit zijn midden een nestor. De rol van nestor is niet verenigbaar met het plaatsvervangend voorzitterschap van de raad.

Artikel 7 Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden

1Voor de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad uit zijn midden, voor de duur van de zittingsperiode van de raad, een commissie van geloofsbrieven in bestaande uit drie leden en twee plaatsvervangende leden.

Het lidmaatschap van de commissie geloofsbrieven eindigt:

a.op eigen verzoek; het lid doet daarvan schriftelijk mededeling aan de voorzitter van de raad; het ontslag gaat in als de opvolger door de raad is benoemd;

b.indien het lid aftreedt als lid van de raad;

c.indien de raad van oordeel is dat het lid niet langer geschikt is de functie van lid van de commissie geloofsbrieven te vervullen.

2Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies.

3Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen.

4Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

5In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter in afwijking van het voorgaande een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

Artikel 8 Benoeming wethouders

1De commissie van geloofsbrieven als bedoeld in artikel 7.1 onderzoekt bij de benoeming van een wethouder of de benoeming van de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.

2Voorafgaand aan de benoeming vindt een kennismakingsgesprek plaats met de raad waarbij de raad vragen kan stellen over de achtergrond, ambities en inzet van de kandidaat en daarover in gesprek kan gaan.

Artikel 9 Fracties

1Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd.

2Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren.

3De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.

4Als een of meer raadsleden van een of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of als een of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.

5Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G3 van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.

Hoofdstuk 2 Raadsvergaderingen

Paragraaf 2.1 Voorbereiding

Artikel 10 Dag, tijdstip en plaats vergaderingen

1De vergaderingen van de raad worden in de regel gehouden op donderdag en vinden plaats in het stadhuis.

2De voorzitter kan in bijzondere gevallen, na overleg met het presidium van de raad, een andere dag en/of een ander tijdstip bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen.

3Wanneer toepassing wordt gegeven aan het gestelde in het tweede lid en een andere dag, tijdstip en/of vergaderplaats zijn bepaald, geschiedt de oproep zo spoedig mogelijk.

Artikel 11 Bekendmaken voorlopige agenda en oproep

1Het presidium van de raad stelt op basis van voorstellen uit de raadscommissies en agenderingen van leden de voorlopige agenda voor raadsvergaderingen op.

2De voorzitter zendt ten minste zes dagen vóór een vergadering de raadsleden een elektronische oproep en voorlopige agenda onder vermelding van de dag, tijdstip en plaats van de vergadering.

3De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de informatie waarop op grond van hoofdstuk VA Gemeentewet een verplichting tot geheimhouding is opgelegd, wordt gelijktijdig met de oproep aan de raadsleden geplaatst in het raadsinformatiesysteem dat voor eenieder toegankelijk is.

4De oproep vermeldt de onderwerpen en voorstellen die in de vergadering behandeld zullen worden en de volgorde waarin deze aan de orde zullen worden gesteld. Per agendapunt wordt aangegeven of het voorstel de status heeft van een hamerstuk (A-punt) of ter bespreking wordt opgevoerd (B-punt).

5Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast.

6De raad kan besluiten in spoedeisende gevallen, op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter, onderwerpen die niet in de oproep zijn vermeld, terstond te agenderen.

Artikel 12 Aanvullende voorlopige agenda

1In spoedeisende gevallen kan de voorzitter, na overleg met het presidium van de raad, na het verzenden van de oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. Artikel 11, derde lid is van overeenkomstige toepassing.

2Indien een aanvullende voorlopige agenda wordt vastgesteld, wordt deze met de daarop vermelde voorstellen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de raadsleden gezonden en gelijktijdig geplaatst in het raadsinformatiesysteem dat voor eenieder toegankelijk is.

Artikel 13 Verstrekken geheime informatie aan anderen

1Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk VA van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd wordt geplaatst in het deel van het raadsinformatiesysteem dat alleen toegankelijk is voor raadsleden, commissieleden en fractiemedewerkers.

2De raad kan informatie waarop geheimhouding is opgelegd op grond van artikel 88 lid 6 Gemeentewet naast de in het eerste lid genoemde personen tevens verstrekken aan externe adviseurs.

3Het presidium van de raad kan nadere regels vaststellen over de werkwijze van de raad rondom het verstrekken van informatie waarop geheimhouding rust.

4Voor zover dit voor de werkzaamheden van het college noodzakelijk is, mag het college informatie waarop hij geheimhouding heeft opgelegd en die verstrekt is aan de raad, ook delen met anderen.

Artikel 14 Openbare kennisgeving

Raadsvergaderingen worden ten openbare kennis gebracht door aankondiging in het raadsinformatiesysteem op de internetsite van de gemeente Utrecht.

Paragraaf 2.2 Ter vergadering

Artikel 15 Presentielijst

1De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen.

2Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst. Aan het einde van elke raadsvergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.

Artikel 16 Zitplaatsen

1De voorzitter, de raadsleden en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg met het presidium van de raad bij iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen.

2Indien daartoe aanleiding bestaat kan de voorzitter de indeling herzien na overleg met het presidium van de raad.

Artikel 17 Opening vergadering en quorum

1De voorzitter opent de vergadering zodra blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende raadsleden tegenwoordig is.

2Vervolgens leest de voorzitter de namen op van de raadsleden die bericht van verhindering hebben gezonden.

3Wanneer een half uur na het op bij de oproep vastgestelde tijdstip blijkens de presentielijst niet meer dan de helft van het aantal zitting hebbende raadsleden tegenwoordig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der aanwezige leden door de griffier, dag en tijdstip van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet.

Artikel 18 Volgorde sprekers

1Een lid van de raad of een lid van het college voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.

2De voorzitter verleent het woord in de volgorde, waarin het is gevraagd, met dien verstande dat over een initiatiefvoorstel, een voorstel van orde, een motie, een amendement of een subamendement eerst de voorsteller of een van de voorstellers het woord mag voeren ter toelichting.

Artikel 19 Aantal spreektermijnen

1De beraadslaging over een voorstel of onderwerp geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.

2Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.

3Een lid mag in een termijn niet meer dan eenmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.

4Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, ten aanzien van de beraadslaging over het door dat raadslid ingediende.

5Bij de bepaling hoeveel malen een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

Artikel 20 Spreektijd

1Er is een spreektijdregeling voor vergaderingen van de raad. De uitgangspunten voor de spreektijdregeling zijn als Bijlage 1 bij dit Reglement van Orde gevoegd.

2Het presidium van de raad stelt de spreektijd per raadsvergadering vast.

3Zodra de spreektijd is verstreken, nodigt de voorzitter de spreker uit zijn rede te beëindigen. Deze is gehouden aan de uitnodiging gevolg te geven.

4Voldoet spreker niet aan de in het derde lid bedoelde uitnodiging, dan ontneemt de voorzitter hem het woord.

Artikel 21 Maatregelen tot handhaving van de orde ten opzichte van sprekers

1De voorzitter mag een spreker in zijn rede storen, indien hij zulks nodig acht in het belang van een behoorlijk en regelmatig verloop van de vergadering.

2Interrupties zijn mogelijk voor zover deze naar het oordeel van de voorzitter niet hinderlijk zijn.

3Indien een spreker van het onderwerp in beraadslaging afwijkt en zich daarmede buiten de orde begeeft, brengt de voorzitter hem dit onder de aandacht en roept hem terug tot de behandeling van het onderwerp.

4Indien een spreker beledigende of ongepaste uitdrukkingen uitspreekt, zich uit op een wijze, die niet in overeenstemming is met de goede toon of op welke wijze ook de orde verstoort, vermaant de voorzitter hem. De voorzitter stelt deze spreker in de gelegenheid de woorden, die tot de vermaning aanleiding hebben gegeven, terug te nemen of verontschuldiging aan te bieden voor zijn houding.

5Ingeval een spreker van de gelegenheid om bepaalde woorden terug te nemen gebruik maakt, zullen deze niet in het verslag worden opgenomen. De voorzitter is bevoegd, de gedeelten van de weergave van het gesprokene, die hem ertoe hebben geleid een spreker te vermanen of het woord te ontnemen, niet in het verslag te doen opnemen.

6Mocht een spreker zich niet naar de aanwijzingen van de voorzitter gedragen, dan kan deze hem voor het aan de orde zijnde onderwerp het woord ontnemen.

7De voorzitter kan in het belang van de orde van de vergadering voor een bepaalde tijd schorsen, dan wel haar sluiten.

Artikel 22 Deelname aan de beraadslagingen door anderen

Onverminderd artikel 21 van de Gemeentewet kan de raad op enig moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

Artikel 23 Persoonlijk feit

1De voorzitter stelt een lid van de raad of een lid van het college, dat het woord voor een persoonlijk feit verlangt, in de gelegenheid een beknopte aanduiding van dat feit te geven.

2Een persoonlijk feit moet betrekking hebben op een bejegening van een lid tijdens de vergadering, welke door hem als kwetsend wordt ervaren.

3De bewering dat het gesprokene niet is begrepen, wordt niet als een persoonlijk feit aangemerkt.

4Een persoonlijk feit wordt in beginsel in ten hoogste twee spreektermijnen behandeld.

5Degene die het persoonlijk feit aangaat en niet als laatste in tweede termijn het woord heeft gevoerd, zal op zijn verzoek vóór het sluiten van de beraadslaging het woord worden gegeven.

Artikel 24 Voorstellen van orde

1De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.

2Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.

3Indien bij stemming over een voorstel van orde de stemmen staken wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

Artikel 25 Schorsing

1Op voorstel van de voorzitter of op verzoek van een lid van de raad of een lid van het college kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen, teneinde het college of de raadsleden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. Degene die de schorsing aanvraagt licht zijn verzoek kort toe.

2Een voorstel tot schorsing wordt terstond afzonderlijk in behandeling genomen; daarover wordt niet beraadslaagd.

3De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingstijd is verstreken en degene die de schorsing heeft aangevraagd in de gelegenheid is gesteld een korte verklaring af te leggen over het resultaat dat de schorsing heeft opgeleverd.

Paragraaf 2.3 Stemmingen

Artikel 26 Beslissing

1De voorzitter sluit de beraadslaging behorende bij een agendapunt als hij vaststelt dat het betreffende onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist.

2Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.

Artikel 27 Stemverklaringen

Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag toelichten.

Artikel 28 Stemming en procedure hoofdelijke stemming

1De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen.

2Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming te hebben deelgenomen.

3Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad.

4Indien stemming wordt gevraagd, verklaart de voorzitter de stemming voor geopend. Stemmingen vinden elektronisch plaats en raadsleden stemmen via stemknoppen, tenzij een raadslid overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming behoort deel te nemen.

5Wanneer elektronisch stemmen op grond van lid 4 naar het oordeel van de voorzitter niet mogelijk is omdat het stemsysteem niet goed functioneert of voor onredelijk oponthoud zorgt, geschiedt de stemming bij handopsteken, waarbij eerst de raadsleden die voor het voorstel zijn gevraagd wordt de hand op te steken en vervolgens gevraagd wordt de raadsleden die tegen het voorstel zijn hun hand op te steken.

6Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.

7Als een raadslid om hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad.

8Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid. Vervolgens geschiedt de oproeping naar intekening op de presentielijst.

9Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezig raadsleden, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen, hun stem uit door 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging.

10Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn hoofdelijke stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.

11De voorzitter deelt bij elke stemming de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

Artikel 29 Volgorde stemming over amendementen en moties

1Als een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel.

2Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft.

3Als meerdere amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd.

4Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.

Artikel 30 Stemming over personen

1Wanneer er is sprake van een enkelvoudige benoeming (er zijn geen andere kandidaten), vindt benoeming plaats bij acclamatie.

2Ingeval van schriftelijke stemming benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge van artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren.

3Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één stembriefje.

4In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau.

Artikel 31 Herstemming over personen

1Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.

2Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd (herstemming). Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.

3Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.

Artikel 32 Beslissing door het lot

1Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.

2Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stem bokaal gedeponeerd en omgeschud.

3Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.

Paragraaf 2.4 Verslaglegging en ingekomen stukken

Artikel 33 Verslag

1De griffier draagt zorg voor verslagen van raadsvergaderingen.

2Een schriftelijk verslag bevat in ieder geval:

a.de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben;

b.een aantekening van welke raadsleden afwezig waren;

c.een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

d.een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de sprekers;

e.een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist;

f.de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen;

g.bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 21 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.

3Een conceptverslag wordt gelijktijdig met de verzending aan de raadsleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de raadsvergadering waarop het betrekking heeft.

4Vastgestelde verslagen worden ondertekend door de voorzitter en griffier.

5Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, worden verslagen zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering voor eenieder toegankelijk gemaakt door plaatsing in het raadsinformatiesysteem.

Artikel 34 Ingekomen stukken

Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst welke wordt toegevoegd aan de agenda van de raadscommissie waar het onderwerp inhoudelijk betrekking op heeft, vergezeld van een voorstel voor de wijze van afdoening.

Paragraaf 2.5 Besloten raadsvergaderingen

Artikel 35 Toepassing reglement op besloten vergaderingen

Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 36 Verslag besloten vergadering

1Bij besloten vergaderingen of bij het besloten gedeelte van openbare vergaderingen worden geluidsopnames gemaakt. Op basis hiervan wordt een schriftelijk verslag gemaakt.

2Het conceptverslag wordt niet verspreid, maar uitsluitend beschikbaar gemaakt via het deel van het raadsinformatiesysteem dat alleen toegankelijk is voor raadsleden, commissieleden en fractiemedewerkers.

3Het conceptverslag wordt zo spoedig mogelijk in een raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering kan de raad een besluit nemen over het (gedeeltelijk) opheffen van de geheimhouding op het vastgestelde verslag en de tijdens de besloten vergadering behandelde informatie.

Artikel 37 Overleg over opheffen geheimhouding

Als de raad op grond van artikel 89 lid 4 van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

Paragraaf 2.6 Toehoorders en pers

Artikel 38 Toehoorders en pers

1De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.

2Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is niet toegestaan.

Artikel 39 Geluid en beeldregistraties

1Er worden geluids- en beeldregistraties van de openbare raadsvergadering gemaakt die worden getoond, uitgezonden en bewaard op internet. Aanwezigen kunnen in beeld komen.

2Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluids- en/of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.

Artikel 40 Maatregelen van orde

Indien de voorzitter dit nodig oordeelt, kan hij de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen ter handhaving van de orde op de publieke tribune.

Hoofdstuk 3 Bevoegdheden en instrumenten raadsleden

Artikel 41 Amendementen en subamendementen

1Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben elektronisch in bij de griffier via het emailadres moties@utrecht.nlmoties@utrecht.nl.

2Het raadslid dat het (sub)amendement indient geeft een korte toelichting bij het doel van het (sub)amendement en de inhoud van het dictum.

3Op een motie alsmede op een voorstel om de behandeling van een aan de orde gesteld onderwerp tot een volgende vergadering te verdagen, kunnen geen amendementen worden ingediend.

4Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

Artikel 42 Moties

1Een of meerdere raadsleden kunnen tot het moment van het sluiten van de beraadslagingen moties indienen behorende bij dat specifieke agendapunt.

2Raadsleden dienen moties elektronisch in bij de griffier via het emailadres moties@utrecht.nlmoties@utrecht.nl.

3Het raadslid dat een motie indient geeft een korte toelichting bij het doel van de motie en de inhoud van het dictum.

4De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft.

5De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp, een actuele motie genaamd, vindt plaats bij het daartoe in de agenda opgenomen agendapunt.

6Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

Artikel 43 Initiatiefvoorstel

1Een initiatiefvoorstel wordt elektronisch aan de raad aangeboden. Een initiatiefvoorstel heeft betrekking op de kaderstellende bevoegdheid van de raad en is beschreven in het format voor initiatiefvoorstellen.

2Het voorstel wordt vervolgens op de behandelvoorraad bij de agenda van de eerstvolgende commissievergadering geplaatst, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de behandelvoorraad bij de agenda van de daaropvolgende commissievergadering geplaatst.

3Vervolgens plaatst de commissievoorzitter het voorstel voor inhoudelijke behandeling op een eerstvolgende concept agenda voor de raadscommissie.

4Het college kan, vóór de inhoudelijke commissiebehandeling, zijn wensen en bedenkingen, als bedoeld in artikel 147a Gemeentewet, omtrent het initiatiefvoorstel schriftelijk aan de raad kenbaar te maken.

5Behandeling van een initiatiefvoorstel in de raadscommissie en de raad vindt op vergelijkbare wijze plaats als behandeling van een collegevoorstel. De indiener krijgt bij de start van de behandeling in de commissie en raad de gelegenheid het voorstel kort toe te lichten.

Artikel 44 Collegevoorstel

1Een voorstel van het college aan de raad, dat aan de raad is aangeboden door plaatsing in het raadsinformatiesysteem, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad.

2Als de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid terug aan het college dient te worden gezonden omdat het naar zijn oordeel onvoldoende is voorbereid of anderszins onvoldoende geschikt is voor behandeling en besluitvorming, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Het presidium van de raad kan dit namens de raad doen.

Artikel 45 Schriftelijke vragen

1Ieder lid kan aan de burgemeester of aan het college van burgemeester en wethouders schriftelijk vragen stellen.

2De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd en kunnen van een korte toelichting worden voorzien.

3Het lid dat vragen wil stellen, dient deze vragen elektronisch in bij de griffier via het emailadres vragen@utrecht.nl.

4De ingediende vragen worden zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college gebracht door ze te plaatsen in het raadsinformatiesysteem.

5Beantwoording van schriftelijke vragen vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 4 weken, nadat de vragen zijn binnengekomen.

6Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, dan deelt het college of de burgemeester zulks onder opgaaf van redenen mede aan de raad, waarbij gemotiveerd wordt aangegeven wanneer het antwoord te verwachten is. Dit bericht wordt geplaatst in het raadsinformatiesysteem.

7De antwoorden worden door het college geplaatst in het raadsinformatiesysteem.

Artikel 46 Inlichtingen

1Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet schriftelijk in bij de griffier.

2De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.

3De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen 14 dagen nadat het verzoek is ingediend.

4Een raadslid die technische vragen heeft of feitelijke informatie of inzage in of afschriften van openbare stukken wenst, kan zich daarvoor rechtstreeks wenden tot de behandelend ambtenaar.

Artikel 47 Mondelinge vragen

1Mondelinge vragen komen elke donderdag aan de orde in het vragenuur, met uitzondering van de dagen waarop de raad of een raadscommissie de voorjaarsnota en begroting behandelt, de dagen waarop de raadsvergaderingen plaatsvinden en gedurende recesperiodes. De spreektijdregeling voor het vragenuur is als Bijlage 1 bijgevoegd.

2De raad benoemt uit zijn midden een of meerdere voorzitters van het vragenuur. De voorzitter selecteert indien nodig welke vragen worden gesteld alsmede de volgorde waarin de vragen aan de orde komen.

Artikel 48 Spoeddebat/interpellatie

1Het verzoek van ten minste negen raadsleden tot het houden van een spoeddebat/interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een motivering ten aanzien van de spoedeisendheid, een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen.

2De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college. Het spoeddebat/interpellatie wordt als eerste agendapunt van de eerstvolgende raadsvergadering behandeld of er wordt een extra vergadering gehouden.

3Behandeling geschiedt in maximaal twee termijnen waarbij de aanvrager/interpellant als eerste het woord krijgt.

Artikel 49 Verslag en verantwoording bij lidmaatschap van andere organisaties

1Een lid van de raad of een lid van het college, dat door de raad is aangewezen tot lid van het (algemeen) bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht verslag te doen over zaken die in het (algemeen) bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de betreffende raadscommissie.

2Ieder lid van de raad kan aan een raadslid als bedoeld in het eerste lid of een lid van het college schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 45, zijn van overeenkomstige toepassing.

3Wanneer een lid van de raad het raadslid als bedoeld in het eerste lid of een lid van het college ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 46, zijn van overeenkomstige toepassing.

4Over een voorstel tot ontslag van een door de raad aangewezen lid van het (algemeen) bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, als bedoeld in het eerste lid, wordt niet beraadslaagd dan nadat in een vergadering, ten minste veertien dagen tevoren gehouden, is besloten te verklaren dat het betrokken raadslid niet meer het vertrouwen van de raad bezit als lid van het bedoelde bestuur.

5Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad een van zijn leden of een lid van het college heeft benoemd of aangewezen.

Hoofdstuk 4 Slotbepalingen

Artikel 50 Uitleg reglement

In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist tijdens raadsvergaderingen de raad op voorstel van de voorzitter. Buiten de raadsvergadering beslist het presidium op voorstel van de voorzitter.

Artikel 51 Intrekking

Het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden gemeenteraad Utrecht, inclusief de daarbij behorende bijlagen, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 17 juli 2025 (Gemeenteblad 2025, nr. 325778) wordt ingetrokken.

Artikel 52 Inwerkingtreding en citeertitel

1Dit reglement treedt in werking op de dag na publicatie in het Gemeenteblad.

2Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van Orde gemeenteraad Utrecht.

Bijlage 1 bij Reglement van Orde gemeenteraad Utrecht - Spreektijdregeling vergaderingen gemeenteraad en Vragenuur

De volgende uitgangspunten voor de verdeling van spreektijden worden gehanteerd voor een raadsvergadering en het Vragenuur:

•Spreektijden worden berekend per uur

•Elke fractie krijgt minimaal 2 minuten spreektijd

•Een fractie met één zetel in de raad krijgt 2 minuten spreektijd

•Voor elke zetel meer krijgt een fractie 20 seconde extra per zetel

•De resterende spreektijd wordt verdeeld over het college (45%), de pot diversen (35%) en schorsingen (20%).

Toelichting bij Reglement van Orde gemeenteraad Utrecht

Artikelsgewijs

Artikel 6 Nestor

De raad benoemt uit zijn midden een nestor. Hier heeft het dagelijks bestuur van de raad een profiel voor vastgesteld. De nestor draagt de mores van de raad uit. Een belangrijke taak van de nestor is het, namens de voltallige raad, toespreken van nieuwe en vertrekkende raadsleden.

Artikel 27 Stemverklaringen

Stemverklaringen zijn kort en worden per fractie gebundeld. Zij worden gegeven voordat tot stemming over het voorstel of onderwerp wordt overgegaan, en hebben ook betrekking op de bijbehorende moties en amendementen.

Artikel 41 Amendementen en subamendementen

Lid 1

Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben in. Concepten van amendementen worden uiterlijk 24 uur voorafgaand aan de raadsvergadering onder collega-raasleden verspreid. Op deze manier kan iedereen zich goed voorbereiden.

Artikel 42 Moties

Raadsleden kunnen tot het moment van sluiten van de beraadslagingen over een specifiek onderwerp of voorstel moties indienen die zien op het betreffende onderwerp of voorstel. Raadsleden doen dit tijdens hun bijdrage (in eerste of tweede termijn). Concepten van moties worden uiterlijk 24 uur voorafgaand aan de raadsvergadering onder collega-raadsleden verspreid. Op deze manier kan iedereen zich goed voorbereiden.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.